ECLI:NL:OGEAA:2026:232

ECLI:NL:OGEAA:2026:232

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer AUA202602226
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Vovo vergunning, verzoek afgewezen, geen vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het verzoek in de zin van artikel 54 van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoeker],

verblijvend in Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor,

gericht tegen:

DE MINISTER, BELAST MET VREEMDELINGEN- EN INTEGRATIEBELEID,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS).

INLEIDING

Bij beschikking van 6 maart 2026 (bestreden beschikking) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf, afgewezen.

Hiertegen heeft verzoeker op 24 maart 2026 bezwaar gemaakt.

Op 2 juli 2026 heeft verzoeker zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 12 augustus 2026. Verzoeker is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De uitspraak is bepaald op heden.

BEOORDELING

Op grond van artikel 54 van de Lar, kan indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Het tweede lid bepaalt dat ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening kan worden getroffen.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beschikking voor verzoeker een zodanig onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang, dat ter voorkoming van dat nadeel een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Naar het oordeel van het gerecht is in dit geval sprake van een dergelijk nadeel; dit oordeel wordt hierna toegelicht. Het gerecht stelt hierbij voorop dat dit oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure.

Wat zijn de relevante feiten?

3. Verzoeker heeft de [nationaliteit] nationaliteit. Verzoeker is op 1 februari 2026 Aruba binnengekomen. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf om op Aruba werkzaam te zijn en te verblijven. Bij de bestreden beschikking heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Waarom heeft verweerder de aanvraag afgewezen?

4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat uit de ambtsberichten zou zijn gebleken dat verzoeker niet voldoet aan de vereisten voor verlening van de gevraagde vergunning. Volgens het geldende beleid is aan migranten zonder legale verblijfsstatus de gelegenheid geboden om hun verblijfsstatus vóór 31 januari 2026 te regelen. Indien zij daarvan geen gebruik maakten, konden zij Aruba vrijwillig verlaten, zonder dat aan hen een terugkeerverbod zou worden opgelegd.

Een eerste aanvraag om toelating dient in beginsel vanuit het buitenland te worden afgewacht. Uit het immigratiesysteem Radex blijkt dat verzoeker op 1 februari 2026 Aruba is binnengekomen. Volgens verweerder bestaat daarom geen aanleiding om verzoeker in aanmerking te laten komen voor de gevraagde vergunning, nu hij na het verstrijken van de genoemde termijn Aruba is binnengekomen en zijn eerste aanvraag derhalve vanuit het buitenland dient af te wachten.

Een uitzondering wordt gemaakt voor gespecialiseerde functies, waaronder functies op hbo- of wo-niveau en andere specialistische functies die zijn opgenomen in de bijlage bij het Handboek Toelating. Volgens verweerder valt de functie die verzoeker wil gaan uitoefenen niet onder een van deze uitzonderingscategorieën.

Wat vindt verzoeker en wat vraagt hij?

5. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij onder de uitzondering voor specialistische functies valt, waaronder houders van een hbo-/wo-diploma en overige specialisten zoals genoemd in de bijlage bij het Handboek Toelating. Het diploma van verzoeker betreft een Colombiaans universitair pregrado-diploma (Arquitecto) dat volgens officiële waardering door Nuffic op hetzelfde niveau wordt gesteld als een Nederlandse WO-bachelor of HBO-bachelor. Voorts beroept verzoeker zich op het vertrouwensbeginsel. Hij stelt dat bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat hij op grond van zijn opleiding en functie onder de categorie van gespecialiseerde functies valt. Tegen de afwijzing van zijn aanvraag heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verzoeker vraagt om de bestreden beschikking te schorsen en te bepalen dat verzoeker de procedure ter afwikkeling van zijn verblijfsstatus tot in hoogste instantie in Aruba mag afwachten.

Wat zijn de toepasselijke wettelijke bepalingen?

6. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder h, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu), kan een verzoek om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf door of namens de minister, belast met vreemdelingenzaken, worden geweigerd indien de toelatingsplichtige niet voldoet aan een of meer van de aan zijn vergunning tot tijdelijk verblijf verbonden beperkingen of voorschriften of anderszins in strijd handelt met de bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften.

Wat vindt het gerecht?

Het gerecht is van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Verzoeker beroept zich op het vertrouwensbeginsel. Het gerecht is van oordeel dat dit beroep niet slaagt. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat door of namens verweerder concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan waaraan hij het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat hij onder de uitzondering voor gespecialiseerde functies zou vallen. Verzoeker leest in de bestreden beschikking dat een uitzondering wordt gemaakt op de regel dat een eerste aanvraag in het land van herkomst moet worden afgewacht voor gespecialiseerde functies. De bestreden beschikking is wellicht wat onhandig geformuleerd, maar ter zitting is naar voren gebracht dat voor gespecialiseerde functies een uitzondering wordt gemaakt op de tijdelijke stop op het verlenen van vergunningen tot verblijf op eerste aanvragen vanuit het buitenland op grond van Hunto Pa Progeso - Spoor 1. Dat past ook bij wat daarover staat in deze beleidsinstructie. De regel is ook dan dat de aanvraagprocedure in het buitenland moet worden afgewacht. Dat betekent ook dat het enkele feit dat verzoeker mogelijk over een opleiding op hbo- of wo-niveau beschikt, niet zonder meer meebrengt dat hij de eerste aanvraag om een verblijfsvergunning in Aruba mag afwachten.

Het gerecht ziet voorts geen grond voor het oordeel dat verzoeker, ondanks het geldende beleid, de beslissing op zijn aanvraag in Aruba mag afwachten. Verzoeker heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om van de hoofdregel af te wijken. Evenmin is gebleken van een concrete reden waarom het voor verzoeker noodzakelijk zou zijn om de procedure vanuit Aruba af te wachten.

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder heeft toegelicht dat het niet uitgesloten is dat de aanvraag van verzoeker alsnog kan worden ingewilligd indien hij de aanvraag vanuit het buitenland afwacht. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting aangegeven dat de aanvraag in dat geval niet op voorhand kansloos is. Dit betekent dat de afwijzing van het verzoek niet noodzakelijkerwijs meebrengt dat verzoeker geen verblijfsvergunning kan verkrijgen, maar dat hij de procedure daartoe vanuit het buitenland dient af te wachten.

Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter in dit gerecht, bijgestaan door mr. A. de Cuba, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 26 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.J.A.M. van Brussel

Griffier

  • mr. A. de Cuba

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand