Uitspraak van 7 augustus 2026
BBZ nrs. AUA202500109 en AUA202501160
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], gevestigd te Aruba,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, zetelend te Aruba,
de Inspecteur.
1. PROCESVERLOOP
Aan belanghebbende zijn op 23 oktober 2023 drie uitnodigingen tot betaling (UTB’s) uitgereikt strekkende tot betaling van Afl. 4.921,08 (kenmerk 03.04.23/SS), Afl. 13.619,01 (kenmerk 03.02.23/SS) en Afl. 14.688,89 (kenmerk 03.00.23/SS) aan invoerrechten.
Daartegen heeft belanghebbende op 22 november 2023 bezwaar gemaakt.
Belanghebbende heeft op 14 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 150. De Inspecteur heeft bij uitspraak van 19 maart 2025 het bezwaar ongegrond verklaard. Op 19 maart 2025 heeft de Inspecteur een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft op 17 april 2025 een pro-forma beroepschrift ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van 19 maart 2025, hetgeen door het Gerecht zal worden aangemerkt als aanvulling op het eerdere beroep van 14 januari 2025 (zie 5.4). Belanghebbende heeft een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 150. Op 4 juni 2025 heeft belanghebbende een (nadere) aanvulling op het beroep ingediend. De Inspecteur heeft op 8 augustus 2025 een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van beide zaken (BBZ nrs. AUA202500109 en AUA202501160) heeft plaatsgevonden op 11 december 2025 te Oranjestad. Belanghebbende is op de zitting vertegenwoordigd door haar directeur, [A]. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. [B] en [C]. De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen. Het Gerecht heeft aan de Inspecteur verzocht om nadere stukken te overleggen. Aan het einde van zitting heeft het Gerecht het onderzoek gesloten.
De Inspecteur heeft op 19 december 2025 zoals afgesproken op de zitting, nadere stukken ingediend waaronder de Ministeriele beschikking van 9 augustus 2011, informatie over de indeling van montagesystemen (een document van de ‘Customs Code Committee Tariff and Statistical Nomenclature Section’) waarnaar de Inspecteur tijdens de mondelinge behandeling heeft verwezen. Deze stukken zijn naar de wederpartij gestuurd. Op 4 juni 2026 heeft de Inspecteur een stuk nagezonden met een specificatie van de aangiften. Deze laatste stukken zijn samen met de uitspraak naar de wederpartij gestuurd.
2. FEITEN
In 2020, 2021 en 2022 heeft de douane-expediteur namens belanghebbende aangiften ten invoer gedaan. De ingevoerde goederen betreffen kabels, golfplaatbouten, klemmen, moeren en schroeven.
De golfplaatbouten, klemmen, moeren en schroeven zijn benodigd voor de montage van zonnepanelen (montagesysteem) afkomstig van de producenten [X] en [Y]. Volgens belanghebbende kunnen deze goederen alleen worden gebruikt voor de montagesystemen van zonnepanelen van deze producenten. Tot de gedingstukken behoren een aantal producties met beschrijvingen van de montagesystemen en de goederen.
Bij de kabels gaat het volgens bijlage 2 van het beroepschrift om een ‘powercable’ van het merk Helukabel. In de overgelegde informatie over de kabel is het volgende vermeld:
“Powercable-From the inverter to the feeding Point
Helukabel offers you a wide range of connection cables for cabling from the inverter to the feeding point”.
Hierna volgt een overzicht van gegevens van de douanedocumenten.
Datum aangifte
Document
Goederencode
Douanewaarde
Verschuldigd bedrag
26 oktober 2020
C[nummer 1]
85414010 (zonnepanelen)
Afl. 79.960
Afl. 1.599,20
18 december 2020
C[nummer 2]
85490001 (fotovoltaïsche generatoren)
Afl. 43.068
Afl. 861,40
18 januari 2021
C[nummer 3]
85419010 (onderdelen van zonnepanelen)
Afl. 1.650
Afl. 33
16 februari 2021
C[nummer 4]
85419010 (onderdelen van zonnepanelen)
Afl. 56.072
Afl. 1.121,45
1 december 2021
C[nummer 5]
85414010 (zonnepanelen)
Afl. 243.979
Afl. 4.879,60
11 april 2022
C[nummer 6]
85419010 (onderdelen van zonnepanelen)
Afl. 144.351
Afl. 2.887,05
22 augustus 2022
C[nummer 7]
85414010 (zonnepanelen)
Afl. 222.873
Afl. 4.457,50
Het tarief behorende bij de aangegeven goederencodes bedraagt 2%.
Bij nacontrole heeft de douane de goederen ingedeeld onder andere tariefposten met een hoger tarief aan invoerrechten. Aan belanghebbende zijn op basis van artikel 122 lid 2 juncto artikel 53, lid 4 van de Landsverordening in-, uit- en doorvoer (LIUD) de in 1.1 genoemd UTB’s uitgereikt. In de bezwaarfase zijn de UTB’s gehandhaafd.
3. GESCHIL
In geschil is de vraag of de UTB’s terecht zijn opgelegd. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of de goederen onder tariefpost 85.41 (delen van zonnepanelen) vallen.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de goederen als delen van zonnepanelen, vallen onder tariefpost 8541.9010 met een tarief aan invoerrechten van 2%. Belanghebbende voert samengevat aan dat de goederen voor geen enkel ander doel kunnen worden gebruikt dan voor de zonnepanelen (systemen) en om die reden moeten worden aangemerkt als delen van zonnepanelen.
De Inspecteur voert verder aan dat de goederen volgens de indelingsregels van het Geharmoniseerd Systeem (GS) niet kunnen worden aangemerkt als delen van zonnepanelen omdat zij – samengevat – niet rechtstreeks bijdragen aan de werking van het zonnepaneel of de opwekking van elektriciteit. Voorts voert hij aan dat wanneer delen van een zonne-energiesysteem afzonderlijk worden ingevoerd zij worden ingedeeld onder hun eigen specifieke tariefpost. Ook indien de delen uiteindelijk deel gaan uitmaken van een volledig zonne-energiesysteem. Volgens de Inspecteur moeten de goederen in de volgende tariefposten (met een (hoger) tarief van invoerrechten van 6%) worden ingedeeld te weten: (i) golfplaatbouten, schroeven en moeren in tariefpost 7318, (ii) klemmen in tariefpost 7610 en kabels in tariefpost 8544. Ter onderbouwing van de indeling in deze tariefposten verwijst hij onder andere naar de toelichtingen en aantekeningen van de Internationale Douane Raad.
4. OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
Belanghebbende heeft op 14 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar. In artikel 128b van de LIUD is het beroep ter zake van invoerrechten geregeld. Daarin is niet opgenomen dat tegen het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar beroep openstaat. Het Gerecht is van oordeel dat ter wille van een behoorlijke rechtsbescherming beroep mogelijk moet zijn wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift. Het Gerecht oordeelt dat, omdat het om belastingen gaat, hiervoor aansluiting moet worden gezocht bij de bepalingen van de Algemene landsverordening belastingen (ALB) (vgl. GEA 6 juli 2022, ECLI:NL:OGEAA:2022:170).
Hangende onderhavige beroepsprocedure heeft de Inspecteur op 19 maart 2025 alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar. Belanghebbende heeft derhalve geen belang meer bij dit beroep wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Dit beroep is mitsdien niet-ontvankelijk.
Het door belanghebbende ingestelde beroep van 14 januari 2025 wordt ook geacht te zijn gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 19 maart 2025 (GEA Curaçao, 17 april 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:57). Ook deze uitspraak is dus onderwerp van onderhavige procedure.
Indelingsregels
Het Gerecht stelt voorop dat het algemeen spraakgebruik niet doorslaggevend is voor de indeling van goederen in de goederencode. Voor douanedoeleinden worden goederen ingedeeld volgens de indelingsregels van het GS. Zo kan het zijn dat goederen die naar het algemeen spraakgebruik als delen van zonnepanelen gelden, dit volgens de indelingsregels (voor douanedoeleinden) niet zijn.
Het tariefposten-classificatiesysteem met betrekking tot de invoerrechten in Aruba is vastgelegd in de Eenvormige Landsverordening Geharmoniseerd Systeem (AB 2002 no. 7). In een bijlage van de Landsverordening tarief van invoerrechten (AB 2002 no. 190) (hierna: Lv TvI) is het tariefposten-classificatiesysteem met de toe te passen tarieven, opgenomen. Dit document is het zogenoemde tarief van invoerrechten (hierna: TvI). De algemene indelingsregels zoals hierin (TvI) opgenomen luidt – voor zover van belang – als volgt:
“ ALGEMENE INDELINGSREGELS
De algemene indelingsregels voor de interpretatie van het tariefpostenclassificatiesysteem
1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken gelden slechts als aanwijzing. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken (cursivering Gerecht) en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de regels vastgelegd in de indelingsregels 2 tot en met 5.”
Belanghebbende stelt dat de goederen als delen van de zonnepanelen moeten worden ingedeeld in Hoofdstuk 85 van het TvI onder post 8541. Hoofdstuk 85 van het TvI valt onder Afdeling XVI van het TvI.
Hoofdstuk 85 en post 8541 van de TvI luiden – voor zover van belang – als volgt:
“HOOFDSTUK 85
ELEKTRISCHE MACHINES, APPARATEN EN UITRUSTINGSSTUKKEN, ALSMEDE DELEN DAARVAN; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID, TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN BEELDEN EN GELUID VOOR TELEVISIE, ALSMEDE DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE TOESTELLEN”
GS-toelichting op Hoofdstuk 85
Voor de indeling van goederen in het TvI is ook de GS-toelichting (vindplaats: website WCO Trade Tools) van belang. In de GS-toelichting op tariefpost 8541 is het volgende opgenomen:
“(…)
Halfgeleidercomponenten (bijvoorbeeld diodes, transistors, halfgeleider-gebaseerde transducers); lichtgevoelige halfgeleiderapparaten, waaronder fotovoltaïsche cellen, of ze nu in modules zijn gemonteerd of in panelen zijn opgebouwd; lichtemitterende diodes (LED), ongeacht of ze samen met andere lichtgevende diodes (LED) zijn gemonteerd; gemonteerde piezo-elektrische kristallen.
(…)
(B) FOTOSENSITIEVE HALFGELEIDERAPPARATEN
Deze groep omvat fotogevoelige halfgeleiderapparaten waarbij de werking van zichtbare stralen, infraroodstraling of ultraviolette straling variaties in weerstand veroorzaakt of een elektromotorische kracht genereert door het interne foto-elektrische effect.
(…)
De belangrijkste typen lichtgevoelige halfgeleidercomponenten zijn:
(…)
(2) Fotovoltaïsche cellen, die licht direct omzetten in elektrische energie zonder dat er een externe stroombron nodig is. Fotovoltaïsche cellen op basis van selenium worden voornamelijk gebruikt in luxmeters en belichtingsmeters. Op silicium gebaseerde systemen hebben een hogere output en worden vooral gebruikt in regelapparatuur en regelapparatuur, voor het detecteren van lichtimpulsen, in communicatiesystemen met glasvezel, enzovoort.
(…)
Speciale categorieën fotovoltaïsche cellen zijn:
(i) Zonnecellen, silicium-fotovoltaïsche cellen. die zonlicht direct omzetten in elektrische energie Ze worden meestal in groepen gebruikt als bron van elektrische energie, bijvoorbeeld in raketten of satellieten die worden ingezet bij ruimteonderzoek, voor bergreddingszenders.
De kop (Gerecht: lees hierna telkens: tariefpost) behandelt ook zonnecellen, of ze nu in modules zijn gemonteerd of in panelen zijn opgebouwd. (…).
(…)”
Overwegingen
Volgens vaste jurisprudentie dient, ten behoeve van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen te worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de tariefposten en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven (vgl. HvJ EU 12 mei 2016, nr. C-532/14, ECLI:EU:C:2016:337, punt 34). Het Gerecht merkt in dit verband op dat de bestemming van de goederen voor de indeling in zijn algemeenheid geen betekenis heeft (vgl. GEA 1 november 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:158).
Hierna zal eerst worden beoordeeld of de goederen ook voor douanedoeleinden als delen van zonnepanelen moeten worden aangemerkt. In dit verband is van belang de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU (hierna: Hof) over het begrip ‘delen’.
Blijkens de rechtspraak die het Hof heeft ontwikkeld binnen de context van de hoofdstukken 84 en 85 van afdeling XVI volgt dat het begrip ‘delen’ de aanwezigheid impliceert van een geheel, voor de werking waarvan deze delen noodzakelijk zijn. Uit die rechtspraak volgt dat om een artikel te kunnen doen vallen onder de ‘delen’, in de zin van bovengenoemde hoofdstukken, het niet voldoende is dat wordt aangetoond dat de machine of het apparaat zonder dat artikel niet de functie kan vervullen waarvoor het is bestemd, doch dient eveneens te worden aangetoond dat de mechanische of elektronische werking van die machine of dat apparaat afhangt van de aanwezigheid van dat artikel (vgl. Arrest HvJ C-450/12 van 12 december 2013, punt 36).
Blijkens de hiervoor opgenomen TvI en de GS-toelichting op Hoofdstuk 85.41 zijn zonnepanelen, modules van fotovoltaïsche cellen die zonlicht direct omzetten in elektrische energie. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat de onderhavige goederen (golfplaatbouten, klemmen, moeren en schroeven) benodigd zijn voor het monteren van zonnepanelen op het dak (het montagesysteem) maar zij hebben geen rol bij de energieopwekking door de zonnepanelen. De energieopwekking door de modules van fotovoltaïsche cellen hangt niet af van de aanwezigheid van de golfplaatbouten, schroeven, moeren en klemmen.
Het voorgaande geldt evenzeer voor de kabels. De kabels zijn algemene elektrische geleiders die de opgewekte stroom transporteren, maar zij spelen – zoals de Inspecteur terecht stelt - geen rol in het fotovoltaïsche proces zelf. Ook geldt dat de energieopwekking niet afhangt van de aanwezigheid van de kabels. Wel is het zo dat zonder de kabel de opgewekte stroom geen bestemming krijgt.
Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat de goederen niet als delen van de zonnepanelen kunnen worden ingedeeld in hoofdstuk 85 van het TvI onder post 8541. Hierna zal het Gerecht ingaan op de tariefindeling zoals door de Inspecteur wordt aangevoerd.
Golfplaatbouten, schroeven en moeren
De Inspecteur heeft aangevoerd dat de golfplaatbouten, schroeven en moeren moeten worden ingedeeld onder tariefpost 7318. Tariefpost 73.18 luidt als volgt.
“HOOFDSTUK 73
WERKEN VAN GIETIJZER, VAN IJZER EN VAN STAAL”
Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat voormelde goederen op basis van indelingsregel 1 onder deze tariefpost (73.18) vallen. Het Gerecht neemt daarbij het volgende in aanmerking:
Volgens Aantekening 1 op Afdeling XVI (Hoofdstuk 85 valt onder Afdeling XVI) omvat de afdeling niet ‘delen voor algemeen gebruik’ in de zin van aantekening 2 op Afdeling XV.
Aantekening 2 op Afdeling XV luidt als volgt:
“Afdeling XV
(…)
2. In de nomenclatuur worden als „delen voor algemeen gebruik” aangemerkt:
a. a) artikelen bedoeld bij de posten (…) 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;
(…)
Verder is in de GS-toelichting op Afdeling XV het volgende vermeld:
“C. Delen
In de regel worden artikelen waarvan kan worden onderkend dat zij delen van werken zijn, ingedeeld als delen in de daarvoor geldende posten.
Daarentegen worden delen voor algemeen gebruik (zie aantekening 2 op deze afdeling) die afzonderlijk worden aangeboden, niet als delen aangemerkt; zij volgen hun eigen tarifering. Zulks is bijvoorbeeld het geval met bouten die speciaal zijn bestemd voor radiators voor centrale verwarming, of met speciale veren voor motorrijtuigen. De bouten worden ingedeeld onder post 7318 en niet als delen van radiators onder post 7322, terwijl de veren tot post 7320 behoren en niet tot post 8708 (delen en toebehoren van motorvoertuigen).
(…)”
In de aantekeningen op Afdeling XVI worden ‘delen voor algemeen gebruik’ (waaronder tariefpost 73.18) expliciet uitgesloten van Afdeling XVI. In aanvulling op hetgeen hiervoor (4.11) is geoordeeld kunnen ook om deze reden de golfplaatbouten, schroeven en moeren niet vallen onder post 85.41.
Klemmen
De Inspecteur heeft aangevoerd dat de klemmen onderdelen zijn van montagesystemen van zonnepanelen. Complete montagesystemen voor zonnepanelen, evenals afzonderlijk aangeboden delen daarvan, vallen onder post 76.10 als ‘constructies/delen van constructiewerken’. Klemmen worden daarom ingedeeld onder post 76.10, aldus de Inspecteur.
Tariefpost 76 luidt als volgt.
“ HOOFDSTUK 76
ALUMINIUM EN WERKEN VAN ALUMINIUM”
In de GS-toelichting op Hoofdstuk 73 (artikelen van Gietijzer, ijzer of staal) die ook geldt voor tariefpost 73.10 is het volgende opgenomen.
“Deze kop behandelt in wezen zogenaamde stalen constructies, ook al zijn ze onvolledig, en delen van constructies. Constructies in de betekenis van deze kop worden gekenmerkt door het feit dat ze, eenmaal in werking, in principe vast blijven. Deze producten worden doorgaans gemaakt van platen, strips, staven, buizen, verschillende secties ijzer of staal, of elementen van smeedijzer of gietijzer, geboord, gemonteerd of verbonden met klinknagels of bouten, of door autogene of elektrische lassen, soms in combinatie met artikelen afkomstig van elders, zoals canvas, Gaas, platen en uitgebreide strook van kop nr. 73.14. Klemmen en andere speciaal ontworpen apparaten voor het verbinden van buisvormige of andere bouwelementen worden ook beschouwd als onderdelen van een constructie. Deze klemmen en andere apparaten zijn meestal uitgerust met bulten met schroefgaten waarin de klemschroeven die ze aan de componenten bevestigen, bij installatie worden ingebracht.”
Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat voormelde goederen op basis van indelingsregel 1 onder deze tariefpost vallen.
Kabels
De kabels worden apart ingedeeld onder post 8544, in dit geval 8544.4900, die specifiek elektrische geleiders omvat, ongeacht of ze in zonnepaneelsysteem of andere toepassingen worden gebruikt, aldus de Inspecteur.
Tariefpost 85.44 luidt als volgt.
In de GS-toelichting is het volgende vermeld:
“GS-toelichting
Deze post omvat elektrisch geïsoleerde draden, kabels en andere geleiders (bijvoorbeeld vlechten, strippen, staven) van alle soorten voor het geleiden van elektriciteit bij machines, installaties of als binnen- of buitenleidingen (ondergrondse leidingen, onderzeese leidingen, bovengrondse leidingen, enzovoort). De hier bedoelde artikelen vertonen een zeer grote verscheidenheid, van zeer fijne geïsoleerde draadjes tot dikke kabels. (…).”
Belanghebbende heeft niet betwist dat deze goederen onder deze tariefpost vallen als zij niet als delen van zonnepanelen (post 85.41) kunnen worden aangemerkt. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat voormelde goederen op basis van indelingsregel 1 onder deze tariefpost vallen.
Het Gerecht merkt op dat deze indeling niet anders wordt indien de kabels uitsluitend gebruikt kunnen worden voor zonnepanelen. Hierbij wordt verwezen naar Aantekening 2 op Afdeling XVI in samenhang met de GS-toelichting:
“Afdeling XVI
(…)
Aantekeningen
(…)
2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post (…) , 85.44, (…), (…) of (…) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:
(…)
b) delen, (…) , waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder een zelfde post vallende machines (…) worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt (...).”
Uit het voorgaande volgt dat aantekening 2b van Afdeling XVI die bepaalt dat ‘delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine’ niet geldt voor delen bedoeld bij (onder andere) post 85.44.
Gelet op het voorgaande volgt dat de goederen niet vallen onder tarief 85.41 (met een tarief van invoerrechten van 2%).
Begunstigend beleid
De Inspecteur heeft op de zitting te kennen gegeven dat ‘inverters’ (omvormers) en batterijen die specifiek en uitsluitend bestemd zijn voor een zonne-energiesysteem op basis van begunstigend beleid ook onder het verlaagd tarief van invoerrechten (2%) vallen. In dit verband heeft hij verwezen naar de Ministeriële beschikking van 9 augustus 2011 (MB).
In de MB is – samengevat – opgenomen dat om het gebruik van groene energie te stimuleren, vooruitlopend op de wijzigingen in het TvI, aanvullende begunstigende tarieven mogelijk worden gemaakt voor bepaalde goederen. Voor de beoordeling van dit geschil is de volgende passage van de MB van belang:
“Dat vooruitlopend op de op te starten procedure voor de toevoeging van aparte goederencodes, met bijbehorende tarieven, om de indeling in het Tarief van Invoerrechten mogelijk te maken van: elektrische delen welke kunnen worden onderkend dat zij uitsluitend bestemd zijn voor de (…), en voor de systemen voor het opwekken van windenergie en zonne energie, dezelfde tariefpercentages zullen worden gehanteerd voor deze specifieke elektrische delen, zoals thans zijn vastgesteld voor voertuigen met een electromotor, (…) voor windturbines en zonnepanelen.
Het Gerecht begrijpt uit hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd dat zij ook een beroep doet op het begunstigend beleid. Beoordeeld moet worden of de goederen op basis van het begunstigend beleid voor het verlaagd tarief in aanmerking komen.
Het Gerecht is met de Inspecteur eens dat het montagesysteem voor de zonnepanelen (‘rackingsystem’ of ‘mountingsystem’) niet aan te merken zijn als ‘elektrische delen’ voor het opwekken van zonne-energie. Echter, niet valt in te zien waarom de onderhavige kabels - waarvan niet is betwist dat zij eveneens uitsluitend bestemd zijn voor een zonne-energiesysteem - niet onder het begunstigend beleid kunnen vallen. De Inspecteur heeft op de zitting hiervoor geen onderbouwing gegeven. Evenals de ‘inverter’ (gebruikt voor omzetten van opgewekte stroom) en de batterij (gebruikt voor de opslag van stroom) kunnen ook de kabels (voor het geleiden van stroom) naar het oordeel van het Gerecht worden geschaard onder de bewoordingen ‘elektrische delen welke kunnen worden onderkend dat zij uitsluitend bestemd zijn voor de systemen voor het opwekken van zonne-energie’. Naar het oordeel van het Gerecht moeten ook de kabels onder het bereik vallen van de MB. Dit betekent dat voor de invoer van de kabels 2% aan invoerrechten is verschuldigd.
Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. Uit de gedingstukken (beroepschrift, UTB’s en nagezonden stuk van 4 juni 2026) blijkt dat enkel de UTB met kenmerk 03.00.23/SS (aangiften C[nummer 7] en C[nummer 8]) mede betrekking heeft op de invoer van kabels. Het Gerecht is op basis van de aangeleverde informatie niet in staat om een herberekening te maken van de verschuldigde invoerrechten met toepassing van het 2%-tarief voor de kabels. De Inspecteur is wel daartoe in staat. Het Gerecht zal de Inspecteur opdragen om de UTB met kenmerk 03.00.23/SS te verminderen met toepassing van het tarief van 2% voor de kabels.
5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Kosten beroepsfase
Het Gerecht vindt aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken.
Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in het Landsbesluit proceskostenvergoeding in belastingzaken.
In artikel 1 van dit Landsbesluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op Afl. 700 (1 punt voor het indienen het beroepschrift, waarde per punt Afl. 700, wegingsfactor 1).
Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 4, Landsverordening beroep in belastingzaken het betaalde griffierecht van Afl. 300 (2 x Afl. 150) aan belanghebbende te vergoeden.
6. DE BESLISSING
Het Gerecht:
Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en is uitgesproken op 7 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Afl. 75
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300