GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Klager],
de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG,
Beschikking van 9 september 2026
VOG nr. AUA202602915
BESCHIKKING
over de klacht volgens artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van:
wonend in [woonplaats],
KLAGER,
procederend in persoon,
gericht tegen de beschikking van 11 augustus 2026 van:
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.
PROCESVERLOOP
Op 11 augustus 2026 heeft verweerder het verzoek van klager om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen.
Klager heeft op 24 augustus 2026 een klacht ingediend.
Het gerecht heeft de zaak op 9 september 2026 achter gesloten deuren behandeld. Klager was aanwezig. Ook verweerder, [verweerder], was aanwezig.
Het gerecht heeft direct uitspraak gedaan.
OVERWEGINGEN
Het wettelijk kader
Volgens artikel 5, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad na vier jaar uit het strafregister verwijderd.
Volgens het tweede lid is deze termijn acht jaar als een gevangenisstraf is opgelegd.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, wordt de in artikel 5 bedoelde termijn verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.
Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon.
Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven.
Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op:
a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden;
b. gegevens ontleend aan de registers van de politie;
c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld.
De standpunten van partijen
Klager heeft verzocht om afgifte van VOG om werkzaam te kunnen zijn als taxichauffeur. Klager erkent dat hij in het verleden fouten heeft gemaakt, maar verzoekt om een tweede kans, zodat hij zijn moeder en broer financieel kan ondersteunen.
Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, haar is gebleken van bezwaren tegen klager. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat sprake is van een recent strafblad met twee onherroepelijke veroordelingen van 23 juni 2025 en 4 mei 2026. Klager heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk handelen in verdovende middelen en aan mishandeling gepleegd met het gebruikmaken van een wapen.
Verweerder voert verder aan dat de meest recente onherroepelijke veroordeling dateert van 19 mei 2026. Daarnaast is klager op 22 mei 2026 uit het Korrektie Instituut Aruba (KIA) ontslagen. Volgens verweerder is daarmee sprake van een zeer gering tijdsverloop tussen het onherroepelijk worden van de recente veroordeling en het ontslag uit detentie. De antecedenten zijn volgens verweerder zeer actueel en wegen in dit geval zwaar.
De aard en ernst van de strafbare feiten vormen volgens verweerder, gelet op het doel, waarvoor afgifte van VOG is verzocht, zodanige bezwaren dat deze moest worden geweigerd.
De beoordeling
3. Het gerecht vindt dat verweerder de VOG terecht heeft geweigerd. Daarbij zijn de aard en de ernst van de strafbare feiten belangrijk. Ook zijn de veroordelingen nog recent. De twee veroordelingen wegen daarom zwaar bij de beslissing over de VOG voor een taxivergunning. Sinds de laatste veroordeling en het ontslag uit de gevangenis is nog maar weinig tijd voorbij. Klager heeft dus nog niet lang genoeg laten zien dat hij zich goed gedraagt. Zijn goede bedoelingen zijn positief, maar niet voldoende. Hij moet gedurende een langere tijd goed gedrag laten zien. Een taxichauffeur moet betrouwbaar en verantwoordelijk zijn, zichzelf kunnen beheersen en zich aan de wet houden. Door de recente strafbare feiten is nog niet duidelijk genoeg dat klager aan deze eisen voldoet. Verweerder moest de VOG daarom weigeren op grond van artikel 22, eerste lid, van de Lv VOG.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing werd gegeven door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter in dit gerecht, op 9 september 2026.
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).