GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op de verzoeken in de zin van artikel 54 van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
FRIENDLY GREEN BIKE COMPANY ARUBA VBA,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna ook te noemen: Green Bike,
gemachtigde: de advocaat mr. P.H. de Lange,
en
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
EVIKES CORPORATION VBA,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna ook te noemen: Evikes,
gemachtigde: de advocaat mr. P.H. de Lange
samen aangeduid als: de verzoekers,
gericht tegen:
DE MINISTER, BELAST MET OPENBAAR VERVOER,
gevestigd in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.
DE PROCEDURE
1. In deze uitspraak beslist het gerecht op de verzoeken van Green Bike en Evikes als bedoeld in artikel 54 van de Lar, strekkende tot schorsing van de aan hen opgelegde lasten onder dwangsom wegens het zonder de daartoe vereiste vergunning aanbieden van elektrische steps, fietsen en/of scooters, en tot het treffen van een voorlopig voorziening.
Bij onderscheiden beschikkingen van 29 juni 2026 ([cijferreeks 1] en [cijferreeks 2]) heeft verweerder aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd.
Op 2 juli 2026 hebben verzoekers, ieder voor zich, bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen.
Eveneens op 2 juli 2026 hebben verzoekers bij het gerecht de onderhavige verzoekschriften ingediend. Het verzoek van Green Bike is geregistreerd onder zaaknummer AUA202602228 en het verzoek van Evikes onder zaaknummer AUA202602229.
Het gerecht heeft de onderscheiden verzoeken gezamenlijk behandeld ter zitting van 27 juli 2026. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens waren aanwezig [directeur van Green Bike], directeur van Green Bike, [eigenaar van Evikes], eigenaar van Evikes, en [aandeelhouder van Evikes], aandeelhouder. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde, [adviseur van verweerder], adviseur van verweerder, en [medewerker], werkzaam bij DTP.
Verzoekers zijn na de behandeling in de gelegenheid gesteld hun standpunt, dat zij spoedeisend belang hebben, nader te onderbouwen. Verzoekers hebben op 27 juli 2026 hun standpunten nader onderbouwd en daartoe nadere stukken ingediend. Verweerder heeft daar bij akte van 10 augustus 2026 op gereageerd.
De uitspraak is hierna nader bepaald op vandaag.
OVERWEGINGEN
2. Het gerecht is van oordeel dat de verzoeken dienen te worden afgewezen. Dit oordeel heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Het gerecht legt hierna uit hoe het tot dit oordeel komt.
Wat is relevant om te weten?
Aan Green Bike is bij Ministeriële Beschikking van de minister van Economische Zaken, Communicatie en Duurzame Ontwikkeling van 24 april 2023, onder voorwaarden vergunning verleend tot het vestigen en drijven van een zaak met als doel: het exploiteren van een “micro mobility system” waaronder begrepen het verhuren van elektrische fietsen, zgn. “E-bike”, “E-scooters” en “E-mopeds”, via een zonne-energie oplaadbare fietsenrek systeem”. Een van de voorwaarden is dat voor de uiteindelijke uitoefening van de bedrijfsactiviteiten rekening dient te worden gehouden met eventuele andere wettelijke vereisten en regelingen op genoemd gebied.
Evikes is sinds 20 november 2019 ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Aruba, met als bedrijfsdoelstelling o.a. het uitoefenen van een bedrijf voor de verhuur van elektrische step bekend als “Bird”. De directeur van Evikes, Evikes Investments VBA, is vanaf 21 maart 2023 ingeschreven in voornoemd Handelregister.
De elektrische steps (e-steps) worden verhuurd via een applicatie die kan worden gedownload op een smartphone. Na het ontgrendelen van een e-step, kan deze worden gebruikt in het gebruiksgebied dat verzoekers daarvoor hebben afgebakend, grofweg van Arashi Beach tot het vliegveld.
Op 21 april 2026 heeft de minister van Justitie en Sociale Zaken in de media aangekondigd dat het per direct verboden is om e-steps op de openbare weg te gebruiken.
Bij brief van 24 april 2026 heeft verweerder de toenmalige advocaat van Friendly Green Bike het volgende bericht:
“(…) Naar aanleiding van uw schrijven van heden namens uw cliënte Friendly Green Bike Company Aruba VBA, waarin u verzoekt om af te zien van onmiddellijke handhaving het verbod op elektrische steps en elektrische fietsen, alsmede het verlenen van een termijn voor legalisering, informeer ik u als volgt.
Op grond van de geldende wet- en regelgeving in Aruba is het rijden met elektrische steps en fietsen op de openbare weg niet toegestaan. De op 21 april 2026 aangekondigde handhavingsmaatregelen betreffen de uitvoering van reeds bestaande wet- en regelgeving en vormen geen wijziging van het recht. (…) Wellicht ten overvloede informeer ik u dat ook geen zicht is op legalisering van elektrische steps.
Uw verzoek wordt derhalve afgewezen. (…)”.
Bij vonnis van 22 mei 2026 in het kort geding tussen Evikes Corporation VBA tegen het Land (AUA202601473) en Friendly Green Bike Company Aruba VBA tegen het Land (en AUA202601541) heeft het gerecht het Land verboden om de elektrische steps en elektrische fietsen van Evikes en Green Bike in beslag te nemen zonder dat daaraan een rechtsgeldige beschikking ten grondslag ligt. Het gerecht heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:
“(…)
Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht handelt het Land onzorgvuldig en onevenredig door de steps eigenmachtig weg te halen, zonder Evikes en Green Bike vooraf schriftelijk in te lichten en zonder hen een termijn te gunnen om de (volgens het Land onrechtmatige situatie) op te heffen. Dit betekent dat het handelen van het Land onrechtmatig is tegenover Evikes en Green Bike.
Evikes en Green Bike vorderen een algeheel verbod voor het Land om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen. Die vordering is te verstrekkend. Het staat het Land namelijk vrij om handhavend op te treden, als het Land constateert dat Evikes en Green Bike landsverordeningen overtreden, die landsverordeningen daartoe de wettelijke grondslag bieden en de voorschriften worden gevolgd die zijn voorgeschreven in die landsverordeningen. Het Gerecht zal het Land daarom verbieden om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen, zolang daaraan geen (rechtsgeldige) beschikking ten grondslag ligt. (…)”.
Op 22 mei 2026 hebben verzoekers aanvragen ingediend voor een vergunning op grond van artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer. Daarbij hebben zij primair verzocht om een positieve weigering, omdat volgens hen voor de verhuur van de elektrische steps en fietsen geen vergunning is vereist. Voor zover deze vergunning wel vereist is, verzoeken zij deze te verlenen.
Bij onderscheiden brieven van 27 mei 2026 heeft de minister van Justitie en Sociale Zaken, belast met het ministerie van Justitie, Integratie, Openbaar Vervoer en Energie (hierna: verweerder) verzoekers schriftelijk gewaarschuwd wegens het handelen in strijd met artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer, door het aanbieden en verhuren van motorfietsen voor gebruik op de openbare weg zonder de vereiste verhuurmotorfietsvergunning. Daarbij heeft verweerder ook opgemerkt dat hij de voortzetting van de verhuur voor gebruik op de openbare weg van voertuigen waarvan de rechtmatigheid voor gebruik op de openbare weg niet is aangetoond, niet aanvaardbaar acht. Verweerder heeft verzoekers de gelegenheid geboden om de gestelde overtreding uiterlijk op 11 juni 2026 vrijwillig te beëindigen, en hen erop gewezen dat bij voortzetting van de overtreding handhavend zal worden opgetreden, waarbij onder meer een last onder dwangsom kan worden opgelegd.
Bij de onderscheiden bestreden beschikkingen van 29 juni 2026 heeft verweerder aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd. In de gelijkluidende onderscheiden beschikkingen staat onder meer:
“(…)
Aanleiding
Bij brief van 27 mei 2026 is Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) schriftelijk gewaarschuwd en in de gelegenheid gesteld de overtreding van artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer, bestaande uit het zonder vergunning aanbieden en verhuren van elektrische steps, elektrische fietsen en/of elektrische scooters voor gebruik op of vanaf voor het openbaar verkeer openstaande wegen, vrijwillig te beëindigen. In die brief is ook het voornemen tot handhavend optreden kenbaar gemaakt (…).
(…)
Uit controles van 25 juni 2026 is gebleken dat Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) de overtreding niet heeft beëindigd. (…)
Overtreding
Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) beschikt niet over een geldige vergunning tot het verhuren van verhuurmotorfietsen als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Landsverordening personenvervoer. (…)
Een ingediende aanvraag voor een vergunning tot het verhuren van verhuurmotorfietsen geeft u geen recht om de verhuur in afwachting van de beslissing voort te zetten. Zolang geen vergunning is verleend mag de verhuur voor gebruik op de openbare weg niet worden voortgezet.
Besluit
De minister besluit, gelet op artikel 35a en artikel 35b, tweede lid, van de Landsverordening personenvervoer:
1. aan Evikes (lees ook: Friendly Green Bikes) een last onder dwangsom op te leggen;
2. Evikes (lees ook; Friendly Green Bike) te gelasten om binnen 15 kalenderdagen na de dag waarop deze beschikking aan u is uitgereikt of toegezonden de hierna omschreven overtreding volledig te beëindigen en beëindigd te houden;
3. te bepalen dat Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) een dwangsom verbeurt van Afl. 500,- per afzonderlijk te huur aangeboden voertuig per kalenderdag of gedeelte daarvan;
(…)
De last
Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) dient uiterlijk binnen 15 kalenderdagen na de dag waarop deze beschikking aan u is uitgereikt of toegezonden:
a. het bedrijfsmatig aanbieden en verhuren van elektrische steps, elektrische fietsen en/of elektrische scooters voor gebruik op of vanaf voor het openbaar verkeer openstaande wegen in Aruba te staken en gestaakt te houden;
b. de mogelijkheid om deze voertuigen via QR-code, applicatie, website (…) of enig ander digitaal of fysiek middel te huren, (…) of te ontgrendelen voor gebruik op of vanaf de openbare weg uit te schakelen en uitgeschakeld te houden;
c. deze voertuigen niet langer te plaatsen, te laten plaatsen of beschikbaar te houden op of langs de openbare weg of op publiek toegankelijke locaties met het doel deze aan het publiek te verhuren;
(…)
Afzonderlijke overtreding per voertuig
Voor de toepassing van deze beschikking wordt als één afzonderlijke overtreding aangemerkt ieder afzonderlijk voertuig, waaronder iedere elektrische step, elektrische fiets of elektrische scooter, dat na afloop van de begunstigingstermijn door of namens Evikes (lees ook: Friendly Green Bike) zonder geldige verhuurmotorfietsvergunning bedrijfsmatig, tegen vergoeding en zonder bestuurder wordt aangeboden, verhuurd, geplaatst of beschikbaar gehouden voor gebruik op f vanaf voor het openbaar verkeer openstaande wegen in Aruba. (…)”.
Wat vinden verzoekers?
4. Verzoekers verzoeken het gerecht -ieder voor zich- de bestreden beschikkingen te schorsen en te bepalen dat verweerder niet handhavend kan optreden jegens hen tot zes maanden nadat een besluit op de vergunningaanvragen onherroepelijk is geworden, dan wel tot zes maanden na de beslissing op hun onderscheiden bezwaar. Aan dat verzoek hebben zij ten grondslag gelegd, dat zij, indien de bestreden beschikkingen niet worden geschorst, in een acute financiële noodsituatie zullen terechtkomen. Ook zal als gevolg van het verwijderen van alle voertuigen reputatieschade bestaan, omdat klanten niet langer gebruik kunnen maken van de diensten van verzoekers. Verder is het onduidelijk welk belang verweerder heeft bij onmiddellijke uitvoering van de last, nu niet in geschil is dat de e-steps al jaren worden gebruikt en hiertegen nooit handhavend is opgetreden. Tenslotte hebben verzoekers een lopende aanvraag op grond van de Landsverordening personenvervoer, waarop nog niet is beslist.
Wat vindt verweerder?
5. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken moeten worden afgewezen, omdat verzoekers geen spoedeisend belang hebben en de bezwaarschriften zeer waarschijnlijk ongegrond zullen worden verklaard. Daartoe heeft verweerder -samengevat- aangevoerd, dat verzoekers voor hun bedrijfsvoering over een vergunning dienen te beschikken, en dat zij, nu zij die vergunning niet hebben, handelen in strijd met de Landsverordening personenvervoer. Op verweerder rust dan de plicht tot handhavend optreden, te meer nu de verkeersveiligheid in het geding is. Verder heeft verweerder aangevoerd, dat de gestelde financiële en bedrijfseconomische belangen van verzoekers niet opwegen tegen het algemeen belang van de verkeersveiligheid en de naleving van de wettelijke voorschriften.
Wat zegt de wet?
Op grond van artikel 1, van de Landsverordening personenvervoer wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
j. verhuurmotorfietsen: rij- of voertuigen op twee, drie of vier wielen, niet voorzien van een gesloten carrosserie, die zonder bestuurder worden verhuurd, en die bestemd zijn om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen.
Op grond van artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer is het verboden zonder vergunning van de minister van Vervoer en Communicatie (het gerecht begrijpt: de minister belast met openbaar vervoer) als beroep, nevenberoep, bedrijf of nevenbedrijf verhuurauto's of verhuurmotorfietsen te verhuren.
Op grond van artikel 35a, eerste lid, van de Landsverordening personenvervoer, kan aan degene ten aanzien van wie door of namens de minister van Toerisme en Transport (het gerecht begrijpt: de minister, belast met openbaar vervoer) is geconstateerd dat hij niet heeft voldaan aan een aan hem bij of krachtens deze landsverordening opgelegde verplichting, hetzij een bestuurlijke boete, hetzij een last onder dwangsom worden opgelegd. De oplegging geschiedt schriftelijk onder opgave van redenen.
Op grond van het tweede lid is -voor zover hier van belang- de last onder dwangsom de bestuurlijke sanctie, gericht op het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van een verdere overtreding of de herhaling daarvan.
Wat vindt het gerecht?
7. Ter beantwoording ligt voor de vraag of er aanleiding bestaat om de last onder dwangsom te schorsen en een voorlopige voorziening te treffen hangende het bezwaar van verzoekers. Een last onder dwangsom kan worden geschorst als er sprake is van een spoedeisend belang en de uitvoering van het besluit tot onomkeerbare of onevenredig zware gevolgen leidt voor de betrokkene. Beoordeeld dient dan te worden of de uitvoering van de onderscheiden bestreden beschikkingen voor verzoekers een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het belang dat met onmiddellijke uitvoering is gediend. Indien daarvan sprake is, dient het gerecht te beoordelen of ter voorkoming van dat nadeel een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
Hebben verzoekers spoedeisend belang?
Tussen partijen is ten eerste in geschil of verzoekers een spoedeisend belang hebben.
Het gerecht stelt voorop dat financiële schade op zichzelf in beginsel onvoldoende is om een spoedeisend belang aan te nemen. Dat neemt echter niet weg dat financiële gevolgen onder omstandigheden een zodanige omvang kunnen hebben dat van een verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd de uitkomst van de bezwaarprocedure af te wachten. Daarbij is niet uitsluitend van belang of reeds op zeer korte termijn betalingsonmacht of faillissement dreigt, maar ook of voldoende aannemelijk is dat de voortduring van de gevolgen van de bestreden beschikking gedurende de tijd die met de behandeling van het bezwaar gemoeid is, de continuïteit van de onderneming ernstig in gevaar kan brengen.
Uit de na de zitting overgelegde financiële stukken kan worden afgeleid dat de financiële positie van zowel Green Bike als Evikes onder druk staat. Weliswaar bieden de overgelegde stukken onvoldoende inzicht om met zekerheid vast te stellen op welk concreet moment verzoekers niet meer aan hun financiële verplichtingen zullen kunnen voldoen, maar naar het oordeel van het gerecht is dat voor het aannemen van een spoedeisend belang niet doorslaggevend. Verzoekers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat een voortduring van de gevolgen van de bestreden beschikkingen gedurende een bezwaarprocedure, waarvan de behandeling geruime tijd kan vergen, de financiële positie en daarmee de continuïteit van hun ondernemingen verder onder druk kan zetten. Onder deze omstandigheden kan niet van verzoekers worden verlangd dat zij de uitkomst van de bezwaarprocedure afwachten. Het gerecht acht daarom een voldoende spoedeisend belang aanwezig om de onderscheiden verzoeken tot schorsing van de aan verzoekers afzonderlijk opgelegde last onder dwangsom inhoudelijk te beoordelen.
Heeft het bezwaar kans van slagen?
Dan is de vraag of de onderscheiden bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Verzoekers menen van wel en hebben daartoe gesteld dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij voor het verhuren van e-bikes en e-steps over een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer dienen te beschikken, omdat de Landsverordening personenvervoer in dit geval in het geheel niet van toepassing is. Volgens verzoekers heeft de Landsverordening personenvervoer betrekking op voertuigen die in het normale spraakgebruik als “motorfiets” worden aangeduid en vallen de door hen geëxploiteerde voertuigen daar niet onder. Het gerecht begrijpt dat verzoekers zich op het standpunt stellen dat er geen sprake is van een overtreding waartegen verweerder handhavend moet optreden.
Het gerecht is op voorhand van oordeel dat dit betoog niet slaagt.
Vast staat dat de e-steps en e-bikes tweewielige voertuigen zijn die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en uitsluitend of mede door een mechanische kracht, te weten een (elektro)motor worden voortbewogen. Nu verzoekers deze voertuigen zonder bestuurder aan derden verhuren, vallen deze voertuigen onder de definitie van verhuurmotorfiets als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder j, van de Landsverordening personenvervoer. Gelet hierop heeft verweerder zich naar het oordeel van het gerecht, op goede grond op het standpunt gesteld dat verzoekers over een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Landsverordening personenvervoer dienen te beschikken en dat zij, nu zij die vergunning niet hebben, handelen in strijd met die bepaling. Er is dus sprake van een overtreding.
Uitgangspunt bij handhaving is dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is.
Verzoekers hebben aangevoerd dat er concreet zicht op legalisatie is, nu zij op 22 mei 2026 de vereiste vergunning hebben aangevraagd en verweerder hier nog niet op heeft beslist.
Van concreet zicht op legalisatie is sprake als de verzochte vergunning moet worden verleend. In dit geval hebben verzoekers primair verzocht om hun aanvragen af te wijzen, en heeft verweerder in een eerder schrijven al te kennen gegeven dat er geen zicht is op legalisatie van elektrische steps. Van een concreet zicht op legalisatie is dan ook geen sprake.
Het gerecht onderkent dat de uitvoering van de bestreden beschikkingen ingrijpende financiële gevolgen voor verzoekers kan hebben. Dit belang van verzoekers weegt echter niet op tegen het algemeen belang dat is gediend met handhaving van de vergunningplicht en de verkeersveiligheid.
10. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat er geen aanleiding bestaat om de bestreden last onder dwangsom te schorsen. De verzoeken zullen daarom worden afgewezen.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in samenwerking met M.R. de Cuba, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Bij ontstentenis van de rechter, alleen door de griffier ondertekend.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze beslissing op het verzoek ex artikel 54 van de Lar kan geen hoger beroep worden ingesteld.