Parketnummer: P-2025/01521
Zaaknummer: 517 van 2025
Uitspraak van: 30 januari 2026
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], te [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2026.
Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. C. van Buul, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.G. Croes, advocaat in Aruba, en de benadeelde partij, [slachtoffer].
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd – kort gezegd – dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
De tekst van de tenlastelegging is aan dit vonnis gehecht.
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
Inleiding
Op zondag 10 augustus 2025 omstreeks 19:35 uur dirigeerden verbalisanten zich, na een melding van de Centrale Meldkamer van een mishandeling/vechtpartij, naar het adres [adres]. Nadat verbalisanten aan verschillende deuren en ramen van de woning klopten en luidkeels riepen dat zij van de politie waren, rende een vrouw plotseling uit een kamer naar de schuifdeur aan de achterkant van de woning. De vrouw, wie bleek te zijn[slachtoffer], maakte de schuifdeur open en viel vervolgens bewusteloos op de grond. Zij was slechts gewikkeld in een laken. Verbalisanten zagen dat haar hele gezicht en haar bovenlichaam gekneusd, opgezwollen en met bloed besmeurd waren. Toen de vrouw weer bijkwam vertelde zij dat haar man haar had mishandeld en haar met haar eigen mobiele telefoon in haar gezicht en op haar hoofd had geslagen. De vrouw gaf verbalisanten toestemming om de woning te betreden ter aanhouding van haar man, de verdachte [verdachte].
De verdachte had zich in een slaapkamer van de woning opgesloten en voldeed niet aan het bevel van verbalisanten om uit de kamer te komen. Verbalisanten hebben de deur van de slaapkamer ingetrapt en de kamer betreden. De verdachte stond naakt bij een geopend raam. Hij werd vervolgens aangehouden, waarbij verbalisanten geweld hebben toegepast.
De vrouw is met een ambulance naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis vervoerd en werd daar behandeld. Zij vertoonde een diffuus gezwollen aangezicht met hematomen: haar linkeroog zat dicht wegens de zwelling en haar lippen waren gezwollen. Zij had ook hematomen aan haar bovenarm links en een oppervlakkige bijtwond aan haar onderarm links. De vrouw werd hierna vanaf 12 augustus tot en met 16 augustus 2025 in het ziekenhuis opgenomen wegens een “subtle subarachnoid hemmorhage”. Zij had forse zwellingen/hematomen aan haar hele aangezicht en had last van aanhoudend braken. Aan haar werd medicatie voorgeschreven.
Hierna heeft de vrouw aangifte tegen de verdachte gedaan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair en het onder 3 tenlastegelegde, en heeft daartoe gewezen op de aangifte, de camerabeelden van [locatie], het berichtenverkeer tussen aangeefster en de verdachte, de foto’s van het door aangeefster opgelopen letsel en de verklaring van verdachte waarin hij bekent dat hij aangeefster heeft geslagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van hetgeen onder 1 en onder 3 ten laste is gelegd. Zij heeft ten aanzien van feit 1 (de verkrachting) aangevoerd dat geen sprake is geweest van seksueel binnendringen van het lichaam van de vrouw, omdat verdachte geen erectie had, zodat van verkrachting geen sprake kan zijn.
Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de verklaring van de vrouw, dat zij verdachte op enig moment zijn gang heeft laten gaan, nadat verdachte had toegezegd te zullen afkicken van zijn drugsverslaving, volgt dat zij heeft ingestemd met de seksuele handelingen. Van enige dwang is dan ook geen sprake, aldus de raadsvrouw. De verdachte heeft verklaard, dat de vrouw uit vrije wil seks met hem heeft gehad en hem heeft gepijpt.
Ten aanzien van de ontvoering (feit 3) heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat de vrouw vrijwillig met hem was meegegaan. De vrouw heeft bovendien meerdere keren de gelegenheid gehad om te weg te lopen, maar heeft daarvan geen gebruikgemaakt. Volgens de raadsvrouw kan hieruit worden afgeleid dat de vrouw uit eigen beweging bij verdachte is gebleven, zodat van wederrechtelijke vrijheidsberoving geen sprake is geweest.
Het oordeel van het Gerecht
Vrijspraak
Het Gerecht acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 primair ten laste gelegde zware mishandeling. Het gerecht overweegt hiertoe als volgt.
Uit de medische verklaringen van 10 en 15 augustus 2025 volgt, dat de vrouw een subtiele subarachnoïdale bloeding rechts frontaal heeft opgelopen en dat haar aangezicht opgezwollen was. Er waren geen fracturen aan haar hoofd of lichaam. Aan de vrouw zijn medicijnen voorgeschreven en zij heeft begeleiding ontvangen van een sociaal werker. Deze omstandigheden zijn, ook in onderlinge samenhang bezien, onvoldoende om te kunnen spreken van zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 1:200 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Gelet hierop zal het Gerecht de verdachte vrijspreken van het onder 2 primair tenlastegelegde.
Bewijsoverweging
Wat betreft de stelling van de verdediging dat de verdachte van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, overweegt het Gerecht als volgt.
Het Gerecht verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat geen sprake zou zijn van seksueel binnendringen omdat de verdachte geen erectie had, reeds omdat de verdachte heeft bekend vaginale seks met aangeefster te hebben gehad. Vast staat dan ook dat sprake was van seksueel binnendringen als bedoeld in artikel 2:197 Sr.
Volgens de verdachte hebben hij en de vrouw seks met elkaar gehad zonder dat hij de vrouw daartoe heeft gedwongen. De vrouw heeft verklaard, dat zij door de verdachte werd gedwongen om orale seks op hem te doen, en om door hem vaginaal gepenetreerd te worden.
De vraag die het Gerecht dient te beantwoorden is dan ook, of de vrouw is gedwongen tot het ondergaan van voormelde seksuele handelingen.
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van dwang stelt het Gerecht voorop dat sprake moet zijn geweest van (bedreiging met) geweld dan wel een andere feitelijkheid.
Van door een ‘feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’ van het slachtoffer als bedoeld in art. 2:197 Sr kan slechts sprake zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn of haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld kan sprake zijn als de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in zijn algemeenheid beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval (o.a. HR 14-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:865).
Verder is van belang dat op grond van artikel 385, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Met het oog op de waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, mag de rechter daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de feiten en omstandigheden waarover die ene getuige heeft verklaard op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Daarnaast is het zo, dat niet aan elk onderdeel van de tenlastelegging twee bewijsmiddelen ten grondslag hoeven te worden gelegd.
De vrouw heeft een gedetailleerde en authentieke verklaring afgelegd, zowel over de door de verdachte verrichte seksuele handelingen, als over de door haar ervaren dwang. Het gerecht acht deze verklaring betrouwbaar, te meer nu de verklaring van de vrouw wordt gesteund door ander steunbewijs.
Uit de verklaring van de vrouw, de videobeelden, de verklaring van de getuigen en de bevindingen van de verbalisanten, stelt het Gerecht het volgende vast.
Uit de Whatsapp berichten (zie bijlage 25) tussen de vrouw en de verdachte, volgt dat verdachte de vrouw herhaaldelijk om seks vroeg, dat zij hem telkens weigerde, en dat hij haar ongevraagd seksueel getinte video’s stuurde, ondanks dat zij daar niet van gediend was. Op de bewuste dag heeft de vrouw de verdachte via Whatsapp te kennen gegeven dat ze niet meer bij hem thuis langs zou gaan om te praten, omdat hij haar niet respecteerde.
Uit de videobeelden (zie bijlage 21) volgt, dat de verdachte bij de wasserette waar de vrouw was aankwam, dat hij de vrouw tegen haar wil uit de wasserette trok, dat zij op een gegeven moment wegrende maar dat hij haar achterna rende en haar beetpakte, dat zij schreeuwend en huilend om hulp riep, dat zij op de grond viel en dat hij op haar sprong, dat de verdachte haar omhoog trok en haar meesleurde, en dat hij haar uiteindelijk in zijn auto zette, waarna hij wegreed.
De vrouw heeft verklaard (zie bijlage 14), dat de verdachte haar bij de voormalige echtelijke woning bracht en dat hij haar steeds in een greep hield, dat hij haar vervolgens naar de slaapkamer bracht, de slaapkamerdeur op slot deed, en haar telkens vroeg om haar mobiele telefoon te ontgrendelen omdat hij wilde controleren of zij een andere man had. Hij had haar telefoon van haar gepakt vanaf het moment dat hij haar naar de auto sleurde. Terwijl zij op de rand van het bed zat, vroeg hij haar om orale seks en toen zij dit weigerde, duwde hij haar hoofd in de richting van zijn penis. Zij voelde zich toen gedwongen om hem orale seks te geven. Hierna wilde hij anale seks. Dat wilde zij niet en ze liet toen toe dat hij haar vaginaal penetreerde, terwijl hij geen erectie had. Ondertussen was hij nog steeds met haar telefoon bezig. Plotseling sloeg hij haar met de telefoon in haar gezicht, terwijl hij vroeg om het telefoonnummer van de andere man. De verdachte sloeg haar vervolgens herhaaldelijk met haar telefoon in haar gezicht. Zij lag nog op bed en hij lag op haar en hield haar vast. Zij kon niet weg. Zij probeerde hem van haar af te krijgen om weg te rennen maar dat lukte steeds niet. Toen zei ze tegen de verdachte dat de andere man onder de naam [broer van slachtoffer] in haar telefoon was opgeslagen. [Broer van slachtoffer] is haar broer. Zij belde haar broer maar hij nam eerst niet op. Toen belde de broer terug en de vrouw schreeuwde dat hij de politie moest bellen. Toen de vrouw de politie hoorde lukte het haar om van de verdachte weg te komen. Zij trok een laken om zich heen en rende naar de deur.
Uit de verklaringen van de broer en zijn vriendin (zie bijlagen 6 en 7) volgt, dat zij die dag de vrouw via een video-oproep belden en dat zij zagen dat de verdachte de vrouw in een wurggreep vasthield en dat ze hoorden dat de vrouw schreeuwde dat ze politie moesten bellen.
De politieagenten die daar ter plaatse kwamen hebben verklaard (zie bijlage 1), dat het huis zowel binnen als buiten donker was, dat de vrouw plotseling in een laken gewikkeld naar buiten rende, en dat haar gezicht en bovenlichaam gekneusd, opgezwollen en met bloed besmeurd waren. De man werd naakt in een donkere slaapkamer aangetroffen. Op het bed zagen de agenten een honkbalknuppel.
Gelet op deze omstandigheden acht het Gerecht het niet aannemelijk dat de vrouw vrijwillig seks met verdachte heeft gehad. Zowel voorafgaand als tijdens het seksuele contact, was er immers sprake van fysiek geweld. De verdachte heeft aldus de vrouw in een zodanige door hem veroorzaakte bedreigende situatie gebracht dat zij zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Het Gerecht stelt dan ook vast dat de vrouw is gedwongen tot het ondergaan van voormelde seksuele handelingen.
Conclusie
Op grond van het voorgaande acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 10 augustus 2025 heeft schuldig gemaakt aan verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangeefster. De bewijsverweren worden verworpen.
Het Gerecht acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Het toegepaste geweld was naar zijn aard en intensiteit geschikt om dergelijk letsel, met name botfracturen aan haar hoofd/aangezicht, te veroorzaken. Daarmee is sprake van een poging tot zware mishandeling.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
1. dat hij op of omstreeks 10 augustus 2025 in Aruba
door geweld of een andere feitelijkheid en/of
door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
zijn echtgenote [slachtoffer]
heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit
het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte,
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden en/of
- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden
en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of
welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid
hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte,
- de slaapkamerdeur op slot heeft gedaan en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] op en/of in de richting van zijn penis
heeft gedrukt en/of gehouden en/of
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis
heeft gepenetreerd en/of
- op die [slachtoffer] is blijven inpraten, zodat die [slachtoffer] bewogen werd
tot het ondergaan van seksuele handelingen en/of
- gebruik en/of misbruik maken heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en/of diens afhankelijkheidsrelatie;
2. subsidiair: dat hij op of omstreeks 10 augustus 2025 in Aruba
ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenote [slachtoffer]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal
met een mobiele telefoon en/of met de vuist en/of met open hand
in het gezicht en/of op het (achter)hoofd heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3. dat hij op of omstreeks 10 augustus 2025 in Aruba,
opzettelijk zijn echtgenote, [slachtoffer] wederrechtelijk
van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte,
met dat opzet (vanuit een blauwe auto is gestapt en):
- die [slachtoffer] met kracht aan haar (linker) arm vastgepakt en
getrokken en/of
- die [slachtoffer] op/over de grond naar zijn (verdachtes) auto gesleept en/of
- meegenomen in verdachtes auto en/of
- die [slachtoffer] bij hun woning, in een greep vastgehouden terwijl hij
die [slachtoffer] naar de slaapkamer bracht en/of
- de slaapkamerdeur op slot gedaan en/of
- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of
- in de slaapkamer met kracht op de grond vastgehouden.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen Aruba.
* De verklaring van de verdachte, op 9 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:
Ik heb mevrouw [slachtoffer] mishandeld. Ik kan het niet ontkennen. Ik kan ook niet ontkennen dat ik haar heb meegenomen. Ik erken dat ik een beetje te ver ben gegaan.
* Een proces-verbaal van aangifte van 12 augustus 2025 (bijlage 14), voor zover inhoudende, als verklaring van [slachtoffer]:
Ik was bij de wasserij ter hoogte van [locatie] toen mijn echtgenoot [verdachte] mij had opgebeld. Op een gegeven moment begon hij mij seksvideo's te sturen. Ik had tegen hem gezegd dat ik dit niet leuk vind en dat ik niet meer bij hem zou gaan, want het is duidelijk dat hij niet naar mij wil luisteren en dat hij alleen maar seks met mij wilde hebben. Vervolgens hoorde ik hem in zijn auto stappen. Ik zei tegen hem om niet bij de wasserij te komen, om mij te respecteren, en als hij toch langskwam, dan zou ik de politie voor hem bellen. Omstreeks 18:41 uur was hij ter plaatse bij de wasserij gekomen. Hij vroeg om met hem te gaan.
Hij liep naar mij toe en trok mij aan mijn linkerarm en wilde mij in zijn auto slepen. Ik deed alsof ik met hem zou meelopen en daarna had ik een kans genomen en ik probeerde van hem weg te rennen. Ik kon de weg zien toen hij mij weer vastgreep. Ik was toen op de grond gevallen. Ik schreeuwde om hulp terwijl hij mij over de grond naar zijn auto sleepte. Hij kwam toen weer in zijn auto en hij bracht mij naar ons huis, naar [adres]. Hij parkeerde de auto achter het huis, en toen ik uitstapte schreeuwde ik meteen naar de buurman die zijn auto stond te wassen. Hij is een rechercheur. Ik denk dat hij dacht dat ik hem groette of zo. [Verdachte] hield mij in een greep. We zaten even bij de achterdeur, terwijl hij in mijn mobiele telefoon zocht. Hij deed dat vanaf het moment dat hij mij in de auto sleepte. Wanneer ik hem seks weiger, beschuldigt hij me dat ik een andere man heb en hij gaat dan in mij mobiele telefoon zoeken. Hierna bracht hij mij naar de slaapkamer en deed de slaapkamerdeur op slot. Hij hield mij de hele tijd in een greep. [Opm verbalisant: na verschillende keren dat ze moest braken, had de aangeefster aangegeven dat ze zich niet goed voelde en dat naar de eerste hulp wenste te gaan. Op 12 augustus hebben verbalisanten de aangeefster in het ziekenhuis bezocht, waar zij haar aangifte doorzette] Ik ging op de rand van het bed zitten. Hij zei toen tegen mij om orale seks op hem te doen. Ik wilde dit niet doen, maar hij drukte mijn hoofd naar zijn lichaam toe, zodat ik orale seks op hem kon doen. Ik wilde het niet doen, maar ik heb het gedaan. Op een gegeven moment zei hij dat hij een crème zou gaan halen, want hij wilde toen anale seks met mij hebben. Ik zei tegen hem dat ik dit niet wilde doen. Hij had seks met mij, hoewel hij geen erectie had. Hij had mij met zijn intieme gedeelte gepenetreerd, terwijl hij geen erectie had. Hij bewoog zijn heup naar voren en naar achteren terwijl hij nog steeds in mijn telefoon aan het zoeken was. Ik hoorde hem kreunen en ik voelde een vloeistof binnen mij. Ik vroeg hem om mij te laten gaan douchen en aankleden. Hij weigerde dit en zei dat ik daar moest blijven liggen terwijl hij mijn mobiele telefoon doorzocht. Plotseling sloeg hij mij heel hard met mijn mobiele telefoon in mijn gezicht. Hij vroeg mij telkens om het nummer van de denkbeeldige andere man, terwijl hij mij met mijn mobiele telefoon in mijn gezicht sloeg. Hij sloeg mij met de mobiele telefoon en zijn lege hand in mijn gezicht. Ik greep zijn balzak met kracht vast zodat hij me los zou laten, maar dat had geen effect op hem. Ik drukte toen met mijn duim in zijn oog maar dat maakte hem bozer. Hij drukte toen een van zijn vingers in mijn oog. Ik probeerde toen naar het raam te rennen, maar hij trok me aan mijn haren terug op het bed. Hij hield mij krachtig op het bed vast. Hij had zijn hele gewicht op mij geplaatst. Ik lag op mijn zijde en kon hem niet van mij afkrijgen. Hij bleef schreeuwen dat ik hem de berichten moest tonen, terwijl hij mij in mijn gezicht met mijn mobiele telefoon en lege hand sloeg. Ik denk dat hij mij zelfs een vuistslag in mijn gezicht toegediend had, want mijn oren gingen meteen fluiten. De telefoon was al ontgrendeld en ik had hem al verschillende van mijn sociale media apps getoond. Hij bleef eisen om de mobiele telefoon te ontgrendelen, terwijl hij mij in mijn gezicht sloeg. Op een gegeven moment zei hij: “Oh je wil me de chat niet laten zien, dan ga ik de honkbalknuppel halen”. Ik weet dat hij een honkbalknuppel onder het bed heeft. Hij klom toen van me af en ik dacht op dat moment dat mijn leven op die manier zou eindigen. Ik rende naar de slaapkamerdeur maar hij kwam op me af en worstelde me naar de grond. Hij hield mij met kracht in een greep op de grond vast. Ik begon te bidden en hij stopte zijn vingers in mijn mond. Toen zei ik tegen hem dat het gesprek was opgeslagen onder de naam [broer van slachtoffer]. [Broer van slachtoffer] is mijn broer. Ik belde [broer van slachtoffer] maar hij nam niet op. [Verdachte] sloeg mij toen niet meer, maar hij bleef mij met kracht op de grond vasthouden. Toen belde [broer van slachtoffer] terug. Ik schreeuwde meteen om te politie te bellen.
V: Op welk moment had [verdachte] jouw toestemming om seks met jou te hebben?
A: Ik heb vanaf het begin tegen hem gezegd dat ik geen seks met hem wilde hebben. Hij wilde mij ook anaal penetreren. Ik had hem ook geweigerd. Hij had mij tegen mijn wil thuisgebracht. Hij had de slaapkamer op slot gedaan. Ik had geen andere uitweg. Ik werkte mee en hoopte dat hij mij dan zou laten weggaan, maar hij had dat ook niet gedaan.
* Een proces-verbaal van bevinding verwonding foto’s van slachtoffer d.d. 13 augustus 2025 (bijlage 16), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant:
Op 10 augustus 2025 werden bij het ziekenhuis 17 foto’s van het slachtoffer genomen. De foto’s 1 t/m 5 en 17 van het slachtoffer tonen een gezicht dat ernstig gezwollen en rood is, met name rond haar ogen, neus en mond. Haar ogen lijken volledig gesloten en opgezwollen te zijn. Ook zijn er enkele kleine rode schrammen of sneden zichtbaar op haar rechterwang. Haar bovenlip is helemaal opgezwollen. Op het voorhoofd van het slachtoffer is een rode bult te zien. Op haar bovenarmen links zijn een aantal paarse en rode vlekken te zien. Ook op haar onderarm zit een rode vlek. Op haar onderarm rechts is een rode en lichtgezwollen verwonding te zien. Op haar bovenarm rechts zijn vage paarsachtige plekken te zien. Op haar rechterdij heeft zij een paars geelachtige kneuzing, een rode schram en een schaaf- of brandwond.
* Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van het [hospitaal] d.d. 10 augustus 2025 (bijlage 5), voor zover inhoudende:
Trauma Survey:
Aangezicht: diffuus gezwollen en hematomen, linker oog zit nagenoeg dicht door zwelling, lippen gezwollen.
Conclusie
[leeftijd]-jarige vrouw, blanco VG, presenteert zich heden op SEH na mishandeling en verkrachting door ex-partner met:
1. trauma capitis middels telefoon
Op CT-brein en aangezicht forse weke delen zwelling
Op CT-CWK: mogelijk ligamentair letsel
2. Multipele hematomen en krasverwondingen: fingertips bruising bovenarm links, oppervlakkige bijtwond onderarm links.
* Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van het [hospitaal] van 15 augustus 2025 (overgelegd bij de vordering schadevergoeding), voor zover inhoudende als verklaring van de zaalarts, zakelijk weergegeven:
Discussion
Above mentioned patient was admitted to the neurology ward from August 12th until August 16th for a subtle subarachnoid hemorrhage. Due to the nature of the admission, a social worker was put on the case to help guide the patient back to the home setting.
Conclusion
[Leeftijd] yo F, status post (sexual) assault. Admitted with persistent vomiting. Recovery during admission.
* Een proces-verbaal van aanhouding van 10 augustus 2025 (*bijlage 1), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op zondag 10 augustus 2025 dirigeerde de Centrale Meldkamer de patrouille naar het adres [adres] voor een mishandeling/vechtpartij. Daar aangekomen was het huis binnen en buiten helemaal donker. Plotseling rende een vrouw uit een kamer naar de schuifdeur aan de achterkant van het huis. De vrouw deed de schuifdeur open en viel bewusteloos op de grond. Wij zagen dat haar hele gezicht en haar bovenlijf gekneusd, opgezwollen en besmeurd met bloed waren. De vrouw had een laken om zich gewikkeld. De vrouw kwam bij bewustzijn en vertelde dat haar man, [verdachte], haar had mishandeld en haar met haar mobiele telefoon in haar gezicht en op haar hoofd had geslagen. Ze zei ook dat de man gewapend was met een honkbalknuppel. De verdachte had zichzelf in de voorslaapkamer opgesloten. De verdachte stond naakt bij een geopend raam. Een verbalisant zag dat er een honkbalknuppel op het bed tussen de kussens lag.
* Een proces-verbaal van bevinding “video segment [locatie] d.d. 13 augustus 2025 (bijl. 21), als relaas van die verbalisant:
Op de videobeelden van [locatie], te weten beveiligingscamera TRBN Right Parking lot is het volgende te zien en te horen:
Om 18:48:11 komen een man en een vrouw in beeld. De linkerarm van de man is om de heup van de vrouw. Ze zijn achteruit aan het lopen, zonder balans. De man probeert de vrouw richting de auto te brengen, maar de vrouw werkt tegen.
Om 18:48:30 hoor je de vrouw om hulp roepen.
Om 18:48:37 zie je de vrouw in oostelijke richting rennen en de man rent achter haar aan. Je hoort de vrouw schreeuwen en huilen, terwijl zij aan het rennen is.
Om 18:48:38 bereikt de man de vrouw, springt op haar en de vrouw valt op de vloer. De vrouw ligt op haar rug en de man ligt op haar. Vervolgens helpt man de vrouw van de grond opstaan. De vrouw schreeuwt “help me, help me!” De man heeft de vrouw vast en loopt zonder balans achteruit.
Om 18:48:49 houdt de man de vrouw met beide handen vast en probeert haar in de richting van de auto te trekken en te duwen. De vrouw verzet zich en zegt: "nee, nee, nee".
Om 18:48:55 zit de vrouw op de grond, de man legt zijn handen onder haar schouder, tilt haar op en begint haar richting de auto te trekken en te duwen.
Om 18:48:59 staat de man achter de vrouw, hij houdt haar heel hard vast en brengt haar door te trekken en te duwen richting de auto, waarbij de vrouw zich probeert te verzetten. De vrouw is de hele tijd aan het schreeuwen en aan het huilen.
Om 18:50:39 haalt de man een papier uit een Suzuki Swift loopt vervolgens terug naar zijn auto, stapt in, overhandigt het papier aan de vrouw en begint te rijden.
* Een proces-verbaal van getuigenverklaring van 11 augustus 2025 (bijlage 6), voor zover inhoudende als verklaring van [broer van slachtoffer], zakelijk weergegeven:
Mijn zus, [slachtoffer], belde mij rond 19:34u via video-oproep maar ik had niet opgenomen. Mijn partner, [betrokkene], heeft mijn zus toen teruggebeld. Haar echtgenoot, [verdachte], had opgenomen. Op de achtergrond hoorden wij mijn zus voor hulp schreeuwen en zij schreeuwde naar ons om de politie te bellen.
* Een proces-verbaal van getuigenverklaring van 11 augustus 2025 (bijlage 7), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene], zakelijk weergegeven:
Ik had de mobiele telefoon van mijn partner, [broer van slachtoffer], in mijn hand toen zijn zus, [slachtoffer], belde. Ik nam op maar de videocall was al gesloten. Ik belde terug en haar echtgenoot, [verdachte], nam op. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] in een wurggreep had. Op de achtergrond schreeuwde [slachtoffer]: “mi ruman, jama polis, eta bai matami”.
* Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 13 augustus 2025 (bijlage 18), voor zover inhoudende, als verklaring van [verdachte]:
[op de vraag wat hij op zondag 10 augustus 2025 tussen 18:00 en 20:00 uur had gedaan, antwoordt de verdachte het volgende]
Ik was thuis en [slachtoffer] liet mij weten dat ze langs zou komen. Daarna zei ze dat ze niet meer langs zou komen. Ik liet haar weten dat ik dan naar haar toe zou gaan. Zij zei nee. Ik was naar de wasserij gereden om bij haar te zijn. Ik stapte uit de auto, ging naar haar toe en zei tegen haar om met mij in de auto te gaan. Toen zijn we in mijn auto gestapt. Bij onze woning aangekomen zag zij de buurman en begon om hulp te schreeuwen. Binnen de woning liet ik haar weten om haar mobiele telefoon te ontgrendelen, zodat ik erin kon kijken of zij tegen mij aan het liegen was. Hierna hadden wij seks met elkaar. Ik had geen erectie gekregen. Ik vroeg haar vervolgens weer om de telefoon te ontgrendelen. Ze begon met mij te discussiëren (het Gerecht begrijpt dat hiermee wordt bedoeld: bekvechten) en ik was toen geflipt. Dingen zijn toen uit de hand gelopen. Ik zeg niet dat ik haar niet heb geslagen. Ik heb haar wel geslagen. Ik wou de waarheid weten en daarom had ik haar een beetje onder druk gezet. Ik zou niet liegen dat ik haar een paar keer had geslagen.
5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op de meerdaadse samenloop van:
1. Verkrachting,
strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;
2. Subsidiair: Poging zware mishandeling begaan tegen zijn echtgenote,
strafbaar gesteld bij artikel 2:275 jo artikel 1:119 jo. Artikel 2:277 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;
3. Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven,
strafbaar gesteld bij artikel 2:249 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft een beroep gedaan op noodweerexces en heeft verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging ter zake van de onder 2 ten laste gelegde mishandeling in verschillende gradaties en varianten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de vrouw verdachte heeft aangevallen, door zeer hard aan zijn testikels te trekken, hetgeen hevige pijn veroorzaakte, en haar duim in zijn oog te steken, en dat hij zich tegen deze wederrechtelijke aanranding moest verdedigen.
De door verdachte toegepaste geweldshandelingen zijn volgens de raadsvrouw het gevolg geweest van een hevige, door de aanval veroorzaakte gemoedsbeweging, zodat sprake is van noodweerexces.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweerexces dient te worden verworpen en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte het geweld heeft geïnitieerd, en dat de vrouw zich hiertegen heeft verdedigd. Van een noodweersituatie voor de verdachte was geen sprake.
Het oordeel van het Gerecht
Met de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in deze de agressor was. Van een noodweersituatie was dan ook geen sprake. Het beroep op noodweerexces slaagt reeds daarom niet.
Er zijn geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar.
7. Oplegging van de straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zeven jaar met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft naast het pleidooi tot vrijspraak voor de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten en het verzoek om de verdachte te ontslaan van alle rechtsgevolgen voor het onder 2 ten laste gelegde feit, ook strafmaatverweer gevoerd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte een first offender is en dat de feiten zich op één dag hebben voorgedaan in een eenmalige situatie, mede onder invloed van drugs. Verdachte heeft inmiddels inzicht in zijn problematiek, is gemotiveerd om hulp te aanvaarden en wil zijn leven beteren. Tijdens zijn verblijf in het KIA is hij tot inkeer gekomen en heeft hij steun gevonden in zijn geloof. Gelet hierop verzoekt de raadsvrouw rekening te houden met deze persoonlijke omstandigheden en een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting, poging zware mishandeling en ontvoering van zijn echtgenote. De verdachte was op 10 augustus 2025 boos geworden op de vrouw, zijn echtgenote, met wie hij toen al enige tijd niet meer samenwoonde, omdat zij wederom had geweigerd bij hem thuis langs te komen om met hem seks te hebben. Hij is toen in zijn auto gestapt en naar de plek gereden waar de vrouw was, heeft haar tegen haar wil naar zijn auto gesleurd en haar meegenomen naar de (voormalige) echtelijke woning, waar hij haar vervolgens heeft gedwongen seksuele handelingen te ondergaan, waarna hij haar met haar eigen mobiele telefoon en met zijn handen in het gezicht en op het hoofd heeft geslagen, waardoor zij pijn en lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van aangeefster en op haar fundamentele recht op persoonlijke vrijheid. De situatie was voor de vrouw buitengewoon bedreigend en heeft bij haar gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen, zoals zij tijdens het onderzoek ter terechtzitting ook heeft verklaard. Het Gerecht neemt de verdachte dit zeer kwalijk.
De persoon van de verdachte
In zijn voordeel zal het Gerecht rekening houden met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten; op zijn justitiële documentatie staan enkel verkeersovertredingen vermeld.
De op te leggen straf
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht zal in dat verband aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een verkrachting waarbij er sprake is geweest van vaginale penetratie, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren gegeven. Strafverhogende factoren daarbij zijn de bijzondere bedreigende setting zoals vrijheidsbeneming, hetgeen hier het geval is. Voor poging zware mishandeling bestaan geen oriëntatiepunten voor straftoemeting.
Omdat het Gerecht tot minder bewezenverklaarde en strafbare feiten komt, wijkt het af van de eis van de officier van justitie. Alles afwegende legt het Gerecht aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 5 (vijf) jaren.
8. Vordering benadeelde partij
De vrouw, [slachtoffer], heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van Afl. 15.300,= gevorderd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade ad Afl. 300,= ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit 2 en immateriële schade ad Afl. 15.000,=, ten gevolge van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen en heeft daartoe het navolgende betoogd.
Ten aanzien van de materiële schade ad Afl. 300,= is voldoende komen vast te staan dat de telefoon van de benadeelde partij door het handelen van verdachte is beschadigd. Deze schade staat in rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde onder 2 en komt daarom voor vergoeding in aanmerking. Met betrekking tot de immateriële schade ad Afl. 15.000,= merkt de officier van justitie op dat de benadeelde partij weliswaar nog geen psychologische behandeling heeft ondergaan, omdat zij op een wachtlijst staat, maar dat dit niet afdoet aan het bestaan van geleden emotionele schade. Deze schade is voldoende onderbouwd en aannemelijk geworden. Ook dit deel van de vordering kan daarom worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, aldus de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de vordering tot immateriële schadevergoeding betwist en daartoe aangevoerd dat deze schade behoort te worden gedekt door het Algemeen Ziekenfonds (AZV) en daarom niet voor vergoeding door verdachte in aanmerking komt.
Het oordeel van het Gerecht
Materiële schade
Ten aanzien van de materiële schade ad Afl. 300,= is voldoende komen vast te staan dat de telefoon van de benadeelde partij door het handelen van verdachte is beschadigd. Deze schade staat in rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde onder 2 en komt daarom voor vergoeding in aanmerking.
Immateriële schade
De aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat van een aantasting in de persoon kan worden gesproken. Nadere onderbouwing van het geestelijk letsel is dan ook niet vereist. Het Gerecht merkt daarbij op dat de benadeelde partij wel gegevens heeft overgelegd die aanknopingspunten bieden voor de vaststelling dat sprake is van geestelijk letsel. De psychische gevolgen blijken onder meer uit het feit dat zij in afwachting is van psychologische behandeling, en ook uit de slachtofferverklaring die de benadeelde partij op de zitting heeft voorgelezen, waaruit volgt dat zij sinds de bewuste dag in angst en stress leeft, slecht slaapt en nachtmerries heeft over het gebeurde. Het Gerecht acht dit deel van de vordering ad Afl. 15.000,= voldoende onderbouwd en zal dit toewijzen.
Schadevergoedingsmaatregel
In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aan verdachte opgelegd.
Dit betekent dat de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te innen, maar dat het Land dit voor haar doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan vervangende hechtenis worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven. De hechtenis komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als hechtenis wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen. De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan het Land te betalen.
9. Het beslag
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy S24 op het standpunt gesteld dat deze teruggegeven kan worden aan de verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.
Het oordeel van het gerecht
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy S24. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 5 [vijf] jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy A24 aan de verdachte;
wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van Afl. 15.300,= (zegge: vijftienduizend driehonderd gulden), bestaande uit Afl. 15.000,= aan immateriële schade en Afl. 300,= aan materiële schade, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
legt op aan de verdachte, als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], de verplichting tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 15.300,= (zegge: vijftienduizend driehonderd gulden), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2025 tot aan de dag van de voldoening, en bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 111 (honderdelf) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, bijgestaan door mr. A.B. Bennett, (zittingsgriffier), en op 30 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.
De zittingsgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.