ECLI:NL:OGEAA:2026:240

ECLI:NL:OGEAA:2026:240

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer P-2026/00357, 274 van 2026
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarde, voor poging doodslag op zijn toenmalige partner. Beroep op psychische overmacht verworpen. Gelet op de houding van verdachte, het lage recidiverisico en de uitdrukkelijke wens van het slachtoffer om de duur van een gevangenisstraf te beperken, komt er in deze zaak minder gewicht toe aan de strafdoelen van vergelding en speciale preventie. Lagere straf opgelegd dan geeist.

Uitspraak

Parketnummer: P-2026/00357

Zaaknummer: 274 van 2026

Uitspraak: 18 september 2026 (op tegenspraak)

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], op het adres [Adres 1],

thans gedetineerd in het Korrektie Institu00ut Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. P.A.J. van der Biezen, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, advocaat in Aruba.

Voorts was ter terechtzitting als slachtoffer aanwezig mevrouw [slachtoffer 1].

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij op of omstreeks 11 februari 2026 te Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] met een mes, meermalen in haar hals en/of buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen

dat hij op of omstreeks 11 februari 2026 te Aruba, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] met een mes, meermalen in haar hals en/of buik te steken

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen

dat hij op of omstreeks 11 februari 2026 in Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 1] met een mes, meermalen in haar hals en/of buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten, alhoewel haar verweren niet zien op de bewijsvraag, maar op de strafbaarheid van de verdachte. De verweren zullen daarom op die plek worden besproken.

Het oordeel van het Gerecht

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegd heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 11 februari 2026 te Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] met een mes, meermalen in haar hals en/of buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden zoals hierna weergegeven, die in de genoemde bewijsmiddelen in de voetnoten zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Het Gerecht stelt op grond van de wettige bewijsmiddelen de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Op 11 februari 2026 is er aangifte gedaan door [slachtoffer 1] tegen de verdachte [verdachte], haar toenmalige echtgenoot. Op 10 februari 2026 ging ze in de avond weg van huis om de verjaardag van een vriendin te vieren. In de nacht, omstreeks 2:30 uur, kwam ze weer thuis. De deur naar haar slaapkamer was op slot en ze moest op de deur kloppen zodat de verdachte deze open deed. De verdachte vroeg in de slaapkamer waar ze was geweest. Ze ging op het bed zitten om zich uit te kleden. Ze was bezig haar spijkerbroek uit te trekken toen de verdachte op haar afkwam. Ze voelde meteen pijn aan de linkerzijde van haar hals en zag dat ze hevig begon te bloeden. Later vernam ze dat ze nog twee andere steekwonden had.

De verdachte is op 11 februari 2026 gehoord. Hij verklaart dat hij op 10 februari 2026 na het werk thuiskwam, op het adres [adres 1] te [woonplaats]. Hij ging hardlopen en toen hij thuiskwam, was zijn vrouw nog niet thuisgekomen. Omstreeks 2:30 uur stuurde hij haar een bericht. Hij besloot samen met zijn dochter te gaan slapen. Toen zijn vrouw thuiskwam heeft hij haar meteen gevraagd waar zij was geweest. Hij kreeg geen antwoord, ze zei dat hij haar met rust moest laten. Hij werd boos. Zijn vrouw ging op bed zitten en hij ging voor haar staan. Omdat zij geen antwoord gaf pakte hij haar vast. Hij bleef vragen waar ze was geweest. Op een gegeven moment pakte hij een mes en stak haar daarmee. Hij was verblind door woede.

Blijkens de medische gegevens van het slachtoffer is zij van 11 februari 2026 tot en met 17 februari 2026 opgenomen geweest in het ziekenhuis. Zij bleek twee steekverwondingen in haar hals te hebben en een steekverwonding in de abdomen (buik), waarvoor zij een spoedoperatie (bovenbuiklaporotomie) moest ondergaan.

Voorwaardelijk opzet op de dood

Primair ten laste gelegd is doodslag. Voor een bewezenverklaring daarvan is opzet op de dood vereist. Uit het dossier blijkt niet van vol opzet van de kant van verdachte. Opzet kan echter ook bestaan uit zogenoemd voorwaardelijk opzet. Daarvan is sprake als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard.

Het Gerecht stelt vast dat de verdachte drie keer met een mes heeft ingestoken op het lichaam van het slachtoffer, en haar daarbij tweemaal in haar hals en eenmaal in haar buik heeft geraakt. Hiermee heeft de verdachte naar het oordeel van het Gerecht de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Het betreffen immers kwetsbare delen van het lichaam, waar zich vitale organen bevinden. Het slachtoffer moest ook een spoedoperatie ondergaan. Het tot twee keer toe steken in de hals en één keer steken in de buik kan naar de uiterlijke verschijningsvorm niet anders worden aangemerkt dan als zozeer gericht op de dood dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop ook heeft aanvaard. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, poging tot doodslag.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken (het Gerecht begrijpt: ontslagen van alle rechtsvervolging), nu hem een gerechtvaardigd beroep op psychische overmacht toekomt. Daartoe is aangevoerd – kort weergegeven – dat de verdachte de betreffende avond onder zware psychische druk stond en op dat moment zichzelf niet meer was, hetgeen onder meer blijkt uit de verklaring van de zoon van verdachte.

Standpunt van de officier van justitie

De officier heeft gesteld dat het beroep op psychische overmacht dient te worden verworpen, nu er geen sprake is van een van buiten komende druk waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon of hoefde te bieden.

Het oordeel van het Gerecht

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht als bedoeld in artikel 1:115 onder b van het Wetboek van Strafrecht van Aruba is vereist dat de gedragingen van verdachte voortkwamen uit een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1146). Onder omstandigheden kan het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend, in de weg staan aan het slagen van het beroep op psychische overmacht (vgl. HR 30 november 2004, LJN AR2067, NJ 2005/94).

Het Gerecht stelt vast dat er in het onderhavige geval tussen de verdachte en het slachtoffer weliswaar spanningen waren, ook op de bewuste avond, maar dat niet is gebleken dat dit zodanig was dat sprake was van een van buiten komende drang die ertoe leidde dat de verdachte op dat moment redelijkerwijs geen weerstand kon of hoefde te bieden. Daarbij overweegt het Gerecht dat er op dat moment objectief gezien niet veel aan de hand was, het slachtoffer was blijkens de bewijsmiddelen kalm en gaf slechts – weliswaar tot frustratie van verdachte - geen antwoord op zijn vragen. In zijn boosheid heeft verdachte haar toen plots aangevallen en meermaals met een mes gestoken. Naar het oordeel van het Gerecht is hier dan ook geen sprake geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte geen weerstand kon en hoefde te bieden, maar van een interne woede-uitbarsting bij de verdachte waaraan hij gezien de situatie weerstand kon en had moeten bieden. Bovendien heeft de verdachte zichzelf in deze situatie gebracht, door het slachtoffer ’s nachts op te wachten om haar te confronteren en zichzelf in de tussentijd steeds bozer te maken. Het verweer wordt verworpen.

Er zijn ook geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar.

7. Oplegging van straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte bij veroordeling op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, dan wel een daarmee vergelijkbare en zoveel mogelijk voorwaardelijke straf.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag op zijn (toenmalige) partner, door haar in de slaapkamer in een vlaag van woede met een mes aan te vallen en haar meermaals te steken in hals en buik. De verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit en het slachtoffer heeft door het handelen van de verdachte ernstig letsel opgelopen, waarvoor zij een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. De verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en haar pijn en letsel toegebracht. Dit soort geweld heeft grote impact. Niet alleen op het slachtoffer, maar zeker ook op andere direct betrokkenen: het 9-jarige dochtertje van verdachte en het slachtoffer, en de 18-jarige zoon van hen beiden die bij het incident heeft moeten ingrijpen.

De persoon van de verdachte

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte is zich ervan bewust dat hij een grote fout heeft gemaakt. Hij heeft vrijwel meteen na het incident schuld bekend en berouw getoond. Ter terechtzitting was hij nog altijd zichtbaar aangeslagen en emotioneel en leek oprecht spijt te hebben van wat hij zijn toenmalige partner (en zijn kinderen) heeft aangedaan. Ook weegt het Gerecht mee dat het slachtoffer bij gelegenheid van het uitoefenen van haar spreekrecht heeft aangegeven dat zij de verdachte inmiddels heeft vergeven, dat hij een goede vader voor zijn kinderen is en dat zij wenst dat de verdachte geen lange gevangenisstraf zal krijgen. Ter terechtzitting is voorts gebleken dat de echtscheiding tussen verdachte en het slachtoffer reeds is uitgesproken en alleen de omgangsregeling nog vastgesteld moet worden (in afwachting van de onderhavige zaak).

Het Gerecht heeft ook acht geslagen op een psychiatrisch rapport d.d. 25 augustus 2026 betreffende de verdachte, opgemaakt door prof. dr. D.J. Vinkers. Uit de inhoud van dit rapport volgt – kort gezegd – dat er bij de verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Geadviseerd wordt om hem het ten laste gelegde, indien bewezen, volledig toe te rekenen. Er is niet eerder sprake geweest van agressief of anderszins grensoverschrijdend gedrag door de verdachte, en uit de klinische inschatting en de HKT-30 blijkt dat hij een laag risico heeft op recidive van gewelddadig gedrag. Geadviseerd wordt om verdachte onder begeleiding te stellen van de reclassering, zodat hij (met zijn gezin) kan worden begeleid in het zoeken van een eigen woning en bij de echtscheidingsprocedure. Bij reclasseringsrapport d.d. 31 augustus 2026, opgemaakt door mevr. M. Jones, reclasseringsmedewerker, is eveneens het recidiverisico als laag tot gemiddeld ingeschat. De reclassering adviseert een gecombineerde straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een ondertoezichtstelling, waarbij de begeleiding wordt gericht op het aanleren en versterken van oplossingsgerichte vaardigheden, emotieregulatie en indien het nodig wordt geacht ook psychologische begeleiding.

Het Gerecht heeft daarnaast kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 7 mei 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Oplegging van gevangenisstraf

Het Gerecht heeft geconstateerd dat in de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden, in een geval als onderhavige (kort gezegd: poging tot doodslag door middel van het steken met een mes, met zwaar letsel als gevolg) als indicatie is gegeven een gevangenisstraf voor de duur van 5 tot 6 jaren. De officier van justitie heeft in de strafeis bij deze richtlijn aansluiting gezocht, met als voornaamste motivering het (straf)doel om dergelijk gedrag in de samenleving te voorkomen door middel van afschrikking (generale preventie).

Het Gerecht is, evenals de officier van justitie, van oordeel dat gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Gerecht acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar en zal de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordelen.

Maar het Gerecht ziet – alles afwegende - in de onderhavige omstandigheden, zoals hiervoor naar voren is gekomen, aanleiding om een lagere straf op te leggen dan geëist. Gelet op de houding van verdachte, het lage recidiverisico en de uitdrukkelijke wens van het slachtoffer om de duur van een gevangenisstraf te beperken, komt er in deze zaak minder gewicht toe aan de strafdoelen van vergelding en speciale preventie. De belangen van generale preventie en normhandhaving blijven uiteraard wel bestaan, en die rechtvaardigen een langdurige gevangenisstraf, maar alles bij elkaar genomen, is een lagere straf dan geëist op zijn plaats. Het Gerecht zal daarom een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk deel zal het Gerecht bijzondere voorwaarden verbinden, die ertoe dienen de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw in een dergelijke situatie terecht te komen.

Het Gerecht acht deze straf, gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval, passend en geboden.

8. Het beslag

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven keukenmes gevorderd dat dit zal worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen omtrent het inbeslaggenomen voorwerp.

Het oordeel van het gerecht

Het Gerecht verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven keukenmes. Dit voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring, immers behoort het toe aan de verdachte en betreft het een voorwerp met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:67 en 1:68 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 48 (achtenveertig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 (twee) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, ook als dat inhoudt begeleiding gericht op het aanleren en versterken van oplossingsgerichte vaardigheden, emotieregulatie en indien nodig ook psychologische begeleiding, één en ander zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een keukenmes.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 18 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Uitspraakgriffier:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.L. Gerrits

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand