Beschikking van 4 februari 2026
Behorend bij AUA202503049 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Verzoekster],
te Aruba,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.K. Smit,
tegen:
de naamloze vennootschap
ICONIX BRANDS N.V. h.o.d.n. THE ATHLETE'S FOOT,
te Aruba,
verweerster,
hierna te noemen: Iconix,
niet verschenen.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 19 september 2025;
- de mondelinge behandeling van 13 januari 2026.
Tijdens de mondelinge behandeling is verschenen [verzoekster] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Iconix is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
Beschikking is bepaald op vandaag.
2. DE VASTSTAANDE FEITEN
Op 21 december 2012 is [verzoekster] in dienst getreden bij Iconix tegen een netto maandloon van Afl. 2.034,05.
Op 9 december 2024 heeft [verzoekster] haar ontslag genomen.
Bij advocatenbrief van 21 juli 2025 heeft [verzoekster] Iconix verzocht haar ontbrekende loonstroken over de maanden oktober 2024 tot en met december 2024, alsook de loonopgaaf 2024, te doen toekomen en het aan haar verschuldigde bedrag aan achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging, alsmede de door haar niet genoten vakantiedagen te betalen.
3. HET VERZOEK
Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [verzoekster] het Gerecht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Iconix te veroordelen:
om aan [verzoekster] te betalen Afl. 469,40 aan achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente;
om aan [verzoekster] te betalen Afl. 2.707,90 aan de opgebouwde, maar niet-genoten vakantiedagen, vermeerderd met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente;
in de kosten van dit geding.
Verzoekster] heeft aan haar verzoeken ten grondslag gelegd dat Iconix haar achterstallig loon verschuldigd is, nu zij tot en met 9 december 2024 werkzaamheden voor Iconix heeft verricht en Iconix heeft nagelaten het loon over de door haar gewerkte dagen te betalen. Daarnaast heeft [verzoekster] gesteld dat Iconix gehouden is het bedrag van de door haar opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen uit te betalen. Zij had tot 9 december 2024 een saldo van 32,45 opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen.
4. DE BEOORDELING
Uit het daartoe overgelegde afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat [verzoekster] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan haar zal daarom verlof worden verleend tot kosteloos procederen.
Nu Iconix niet in de procedure is verschenen en geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren, staan de door [verzoekster] aan haar verzoeken ten gronde gelegde stellingen vast. De verzoeken van [verzoekster] komen het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke verhogingen ambtshalve worden gematigd tot maximaal 15%. De wettelijke verhogingen ziet uitsluitend op het in geld vastgestelde loon, zodat het verzoek tot toekenning van wettelijke verhogingen over de vakantiedagen wordt afgewezen.
Iconix zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verzoekster] gevallen, begroot op Afl. 210,- aan verschotten, Afl. 50,- (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) aan griffierecht en Afl. 500,-- (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) aan salaris van de gemachtigde (2 punten x tarief 2).
5. DE BESLISSING
Het Gerecht:
verleent [verzoekster] verlof tot kosteloos procederen;
veroordeelt Iconix tot betaling aan [verzoekster] van Afl. 469,40 aan het achterstallig loon, vermeerderd met (1) de wettelijke verhoging tot een maximum van 15% en (2) de wettelijke rente, beide telkens gerekend vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt Iconix tot betaling aan [verzoekster] van Afl. 2.707,90 in verband met de opgebouwde, maar niet-genoten vakantiedagen, vermeerderd met de wettelijke rente telkens gerekend vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt Iconix in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoekster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 210,- aan verschotten, Afl. 50,- (aan de griffier van dit Gerecht te betalen) aan griffierecht en Afl. 500,-- (niet aan de griffier van dit Gerecht te betalen) aan salaris van de gemachtigde;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter in dit Gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.