Vonnis van 4 februari 2026
Behorend bij A.R. AUA202501267
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
A&B REALTY HOLDINGS N.V.,
te Aruba,
eiseres,
gemachtigde: mr. R. Marchena,
tegen:
1. [Gedaagde 1],
te Aruba,
en
2.[Gedaagde 2],
te Aruba,
gedaagden,
gemachtigde: mr. R. P. Lee
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek.
De rolrechter heeft aan gedaagden akte niet dienen verleend omdat de conclusie van dupliek niet door hen is ingediend.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2. DE BEOORDELING
De vorderingen strekken ertoe dat gedaagden worden veroordeeld een geldbedrag, wettelijke rente en de proceskosten, waaronder de beslagkosten, aan eiseres te betalen.
Bij antwoord is verweer gevoerd.
Bij repliek is het verweer volledig weerlegd.
De dupliek is niet ingediend.
Nu de stellingen van eiseres in de repliek niet zijn weersproken betekent dit dat de stellingen van eiseres zijn komen vast te staan. De vorderingen zullen zoals hieronder vermeld worden toegewezen. Zij komen het Gerecht overigens ook niet ongegrond of onrechtmatig voor.
Als in het ongelijk gestelde partijen worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten.
3. DE UITSPRAAK
Het gerecht:
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodanig dat als de een betaalt de ander van zijn betalingsverplichting is bevrijd, tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 9.444,98, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand vanaf 22 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening,
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodanig dat als de een betaalt de ander van zijn betalingsverplichting is bevrijd, in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht, Afl. 926,00 aan explootkosten en Afl. 3.000,00 aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.