Beschikking van 19 januari 2026
Behorend bij EJ nr. AUA202503402
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
1. [Verzoekster], hierna: de moeder,
wonende in Aruba, te [adres 1],
2. [Verzoeker], hierna: de vader,
Wonende in Aruba, te [adres 2],
VERZOEKERS,
procederend in persoon,
In hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van:
[Minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2025 in Aruba, de minderjarige.
Belanghebbende:
De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, de abs.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, ingediend op 15 oktober 2025;
het advies van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, ingediend op 4 december 2025;
de mondelinge behandeling ter zitting van 9 december 2025, waar zijn verschenen verzoekers in persoon. Namens de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand is mevrouw mr. A. Els verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. DE FEITEN
De minderjarige is geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend op 24 januari 2025. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de minderjarige uit.
In de registers van de burgerlijke stand van Aruba is een geboorteakte van de minderjarige opgenomen met nummer [registratienummer] van het registerjaar 2025 waarop als voornamen staan vermeld [minderjarige].
3. HET VERZOEK
Het verzoek strekt ertoe – naar het gerecht begrijpt en na wijziging ter zitting – de voornamen van de minderjarige te verbeteren in de voornamen [minderjarige].
4. DE BEOORDELING
Op grond van artikel 1:24 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of op vordering van het openbaar ministerie worden gelast door de rechter in eerste aanleg.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 van het BWA kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger een wijziging van de voornaam worden gelast door de rechter in eerste aanleg. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.
Volgens de abs is hier geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:24 lid 1 BWA. Er is geen fout gemaakt die zich voor verbetering leent. De verzoekers hebben namelijk zelf bij de aangifte van de geboorte [minderjarige] opgeschreven, en niet [gewijzigde voornaam]. De abs heeft vervolgens de door verzoekers gekozen voornamen op de geboorteakte overgenomen/opgenomen, waarna verzoekers ook nog de gelegenheid is gegeven om de akte te controleren. Ook toen hebben verzoekers niet aangegeven dat de laatste voornaam verkeerd is gespeld. Dit doen zij pas nu, bij hun verzoekschrift, dat is ingediend zo’n 9 maanden na de geboorte van hun dochter. Volgens de abs moet deze situatie worden beoordeeld aan de hand van artikel 1:4 lid 4 BWA, het gaat dus volgens de abs om een verzoek tot voornaamswijziging. Er is echter niet voldaan aan de voorwaarden daarvoor, omdat een voldoende zwaarwichtig belang ontbreekt. Dat betekent – samengevat – dus dat volgens de abs dat de laatste voornaam [minderjarige] dient te blijven, omdat deze niet kan worden verbeterd en ook niet kan worden gewijzigd.
Het gerecht is van oordeel dat hier wel sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:24 lid 1 BWA en dat de voornaam [minderjarige] daarom moet worden verbeterd in [gewijzigde voornaam]. Anders dan [gewijzigde voornaam] is [minderjarige] hier op Aruba geen gebruikelijke voornaam, temeer niet omdat [minderjarige] – zo is het gerecht ambtshalve bekend - in het Papiamento verschillende (onwenselijke) betekenissen heeft. De abs heeft de taak om de geboorteakte juist op te maken en het ligt dus op zijn weg om te controleren of de voornamen correct zijn gespeld, vooral als een voornaam mogelijk ongepast kan zijn (vergelijk 1:4 lid 2 BWA). Dat betekent dat volgens het gerecht hier sprake is van een misslag. Dat verzoekers 9 maanden na de geboorte van hun dochter het verzoekschrift hebben ingediend, maakt nog dat hier geen sprake (meer) van is. Het gerecht wijst dan ook het ter zitting gewijzigde verzoek toe.
5. DE BESLISSING
Het gerecht:
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om de geboorteakte met nummer [registratienummer] van het registerjaar 2025, ten name van [minderjarige], te verbeteren als volgt:
onder het kopje “kind”
voornamen[minderjarige]
bepaalt dat de griffier niet eerder dan 6 weken na deze beschikking een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand zendt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.M. Vingerling, rechter in dit gerecht, bijgestaan door mr. C.L. van der Weide, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 19 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.