Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 en 12 december 2025. Op 28 januari 2026 is het onderzoek gesloten. De verdachte is (telkens) verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. C.H. Lejuez en R.P. Lee, advocaten in Aruba, dan wel één van hen.
De officier van justitie, mr. L. Bronkhorst, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot:
De raadslieden hebben primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en dat ten aanzien van feit 3 art. 1:12 Sr wordt toegepast. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
[Slachtoffer 1]
hij in of omstreeks de periode van 9 februari 2023 tot en met 15 februari 2024 te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, een ander te weten [slachtoffer 1]
(lid 1 sub a)
behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Aruba, of die [slachtoffer 1] daartoe telkens gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachten wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat de aanwezigheid van de [slachtoffer 1] daar wederrechtelijk was,
en/of
(lid 1 sub b)
uit winstbejag behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Aruba of die [slachtoffer 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachten wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat dat verblijf van die [slachtoffer 1] daar wederrechtelijk was,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten:
2.
[Slachtoffer 2]
hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2023 tot en met 25 juni 2024 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2]
(lid 1 sub a)
behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Aruba, of die [slachtoffer 2] daartoe telkens gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachten wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat de aanwezigheid van de [slachtoffer 2] daar wederrechtelijk was,
en/of
(lid 1 sub b)
uit winstbejag behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Aruba of die [slachtoffer 2] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachten wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat dat verblijf van die [slachtoffer 2] daar wederrechtelijk was,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten:
3.
hij in de periode van 7 juni 2023 tot en met 25 juni 2024, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2] die zich wederrechtelijk toegang tot en/of verblijf in Aruba heeft verschaft, krachtens overeenkomst en/of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die toegang of dat verblijf wederrechtelijk was;
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt officier van justitie
Het onder 1 tenlastegelegde feit kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Verdachte [verdachte] heeft bekend dat hij op verzoek van de familieadvocaat de aanbetaling voor het hotel van [slachtoffer 1] heeft gedaan en dat hij wist dat [slachtoffer 1] bij medeverdachte [medeverdachte 1] kwam werken. Nu alles binnen de familie werd besproken en verdachte [verdachte] verder geen vragen aan de familieadvocaat heeft gesteld, heeft hij de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij illegaal bezig was.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte [verdachte] van hetgeen onder feit 1 ten laste is gelegd dient te worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat uit het dossier volgt dat verdachte [verdachte] geen wezenlijke bijdrage heeft gehad in de werving van [slachtoffer 1] uit Colombia naar Aruba. Ook ontbreekt het oogmerk van winstbejag. De enkele betaling door verdachte [verdachte] van een deposit voor een hotelreservering op naam van [slachtoffer 1] als gunst voor de familieadvocaat is, daarvoor onvoldoende.
Beoordeling door het Gerecht
Inleiding
Op 14 maart 2024 heeft [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) aangifte gedaan tegen de medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: medeverdachte [medeverdachte 2]) en medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: medeverdachte [medeverdachte 1]) van o.a. mensensmokkel en is door de politie het onderzoek [naam onderzoek] opgestart. Medeverdachte [medeverdachte 2] is de moeder van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] is de broer van verdachte [verdachte]. In dit onderzoek is de komst en tewerkstelling van drie personen onderzocht: [slachtoffer 1], [slachtoffer 2 en [slachtoffer 3]. In de onderhavige zaak, gaat het alleen om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Het Gerecht moet beoordelen of sprake is geweest van mensensmokkel en het opzettelijk tewerkstellen van illegalen door verdachte [verdachte].
[Slachtoffer 1]
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat [slachtoffer 1] op enig moment vanuit Colombia in contact is gekomen met medeverdachte [medeverdachte 2] om als inwonende huisvrouw te gaan werken bij de medeverdachte [medeverdachte 1].
Mede door tussenkomst van de familieadvocaat van medeverdachte [medeverdachte 2] in Colombia, genaamd [advocaat], is een arbeidscontract met daarin onder andere de werkzaamheden, de duur van het contract en het salaris opgemaakt en ondertekend. Ook heeft de familieadvocaat [slachtoffer 1] geholpen in de procedure om vanuit Colombia naar Aruba te komen, waaronder het regelen/betalen van een paspoort, een retour vliegticket van Colombia naar Aruba en een hotereservering voor de periode van 15 februari 2023 tot en met 18 februari 2023 in Aruba. De kosten van de hotelreservering zijn op verzoek van de familieadvocaat door verdachte [verdachte] betaald.
Op 15 februari 2023 is [slachtoffer 1] als toerist vanuit Colombia naar Aruba gekomen. [Slachtoffer 1] heeft tot 11 maart 2024 bij medeverdachte [medeverdachte 1] in huis gewoond op het adres [adres 2] en tegen betaling huishoudelijke taken verricht en voor de kinderen van medeverdachte [medeverdachte 1] gezorgd, zonder dat [slachtoffer 1] in het bezit was van geldige documenten om in Aruba te mogen wonen en werken.
[Slachtoffer 2]
[Slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) is door [slachtoffer 1] bij medeverdachte [medeverdachte 2] aanbevolen om als inwonende huisvrouw in Aruba te komen werken. [Slachtoffer 2] is op 7 juni 2023 als toerist vanuit Colombia naar Aruba gekomen en heeft tegen betaling voor de kinderen van verdachte [verdachte] en [medeverdachte 3] (hierna: medeverdachte [medeverdachte 3]) gezorgd. Daarnaast woonde [slachtoffer 2] in bij medeverdachte [medeverdachte 3] op het adres [adres 3] en verrichtte zij diverse huishoudelijke taken, zonder dat [slachtoffer 2] in het bezit was van geldige documenten om in Aruba te mogen wonen en werken. [slachtoffer 2] is op 25 juni 2024 door de politie bij de woning op de [adres 3] aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte 2] staat hier ook ingeschreven.
Vrijspraak feiten 1 en 2
Het Gerecht is van oordeel dat op grond van het procesdossier niet kan worden bewezen dat verdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Dat wordt als volgt toegelicht.
Ten aanzien van [slachtoffer 1] (feit 1)
De komst van [slachtoffer 1] naar Aruba is voornamelijk tot stand gekomen door de inspanningen van medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1]. De enige gebleken betrokkenheid van verdachte [verdachte] is dat hij met zijn creditcard een aanbetaling voor een hotelreservering voor [slachtoffer 1] heeft gedaan. Verdachte [verdachte] heeft hierover verklaard dat hij niet wist waar deze aanbetaling voor bedoeld was, dat hij het als “gunst” voor de familieadvocaat heeft gedaan en geen verdere vragen heeft gesteld. Alhoewel deze verklaring vragen oproept, kan deze op grond van het procesdossier niet zonder meer weerlegd worden.
De stelling van het Openbaar Ministerie dat verdachte [verdachte] wetenschap van de plannen moet hebben gehad, omdat ‘alles binnen de familie werd besproken’, volgt het Gerecht niet. Die stelling is te algemeen en speculatief. Verdachte [verdachte] kan wellicht verweten worden dat hij meer vragen had moeten stellen aan de advocaat om erachter te komen wat er speelde. Hij heeft dat nagelaten, maar daarmee heeft hij geen opzet gehad op het medeplegen van mensensmokkel, ook niet in voorwaardelijke zin.
De verdachte [verdachte] zal daarom worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit.
Ten aanzien van [slachtoffer 2] (feiten 2 en 3)
Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde geldt het volgende. Uit het procesdossier is niet gebleken dat verdachte [verdachte] zich op relevante wijze heeft ingespannen voor de komst van [slachtoffer 2]. [Slachtoffer 2] zorgde voor de kinderen van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 3], maar van enige bemoeienis van verdachte [verdachte] met haar komst is niet gebleken. Het ligt voor de hand dat hij heeft geweten van de komst van [slachtoffer 2], maar niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen ten aanzien van haar komst. Medeplegen van mensensmokkel kan daarom niet worden bewezen (feit 2).
Verdachte [verdachte] zal wel worden veroordeeld voor het tewerkstellen van [slachtoffer 2], wetende dat zij illegaal was. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte [verdachte] wist dat [slachtoffer 2] illegaal in Aruba verbleef. Desalniettemin heeft hij haar samen met verdachte [medeverdachte 3] in dienst genomen en gehouden om voor de kinderen te zorgen.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:
3.
hij in de periode van 7 juni 2023 tot en met 25 juni 2024, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2] die zich wederrechtelijk toegang tot en/of verblijf in Aruba heeft verschaft, krachtens overeenkomst en/of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die toegang of dat verblijf wederrechtelijk was;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Feit 3:
1. De verklaring van de verdachte [verdachte], op 10 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:
U houdt mij voor dat [slachtoffer 2] op 7 juni 2023 in Aruba is aangekomen. Dat klopt. [Slachtoffer 2] zou voor mijn kinderen gaan zorgen bij [medeverdachte 3].
[Medeverdachte 3] en de kinderen wonen bij [medeverdachte 2]. Zij wonen op hetzelfde adres: aan de [adres 3].
[Slachtoffer 1] heeft mij verteld dat zij iemand had om op mijn kinderen te passen. Dat was toen [slachtoffer 1] was gekomen en wij niemand hadden om voor ons te werken. [Slachtoffer 2] was toen nog niet in Aruba.
2. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 1 juli 2024 (p. 195-206 van het zaaksdossier), voor zover inhoudende, als 1e verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:
De status van [slachtoffer 2] is illegaal. Zij moet komende donderdag Aruba verlaten.
Gezien ik een babysitter nodig had, had ik haar in dienst genomen.
Zij verbleef en woonde [adres 3].
V: waarom werkte [slachtoffer 2] illegaal voor u en [medeverdachte 3]?
A: [Medeverdachte 3] kon niet voor [slachtoffer 2] tekenen voor papieren want ze is een alleenstaande moeder met onvoldoende salaris. Ik kon niet voor [slachtoffer 2] tekenen want ik had al voor iemand getekend.
3. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 25 juni 2024 (p. 230-234 van het zaaksdossier), voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:
Ik ben op 7 juni 2023 op Aruba gearriveerd met een toeristenstatus.
Ik ben hier gekomen om te werken.
In de woning van mevrouw [medeverdachte 3] moest ik huishoudelijke werkzaamheden verrichten. Ik paste ook op twee kinderen.
Mijn huidige verblijfstatus op Aruba is zonder vergunning, dus illegaal.
4. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juli 2024 (p. 207-215 van het zaaksdossier), voor zover inhoudende, als 1e verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:
Mijn adres is [adres 3]. Ik woon daar met mijn schoonmoeder Betty en mijn twee kinderen. De vader van mijn kinderen is [verdachte].
[Slachtoffer 2] is de vrouw die op mijn kinderen past, de babysitter. Zij zorgde voor mijn kinderen. Ze deed weleens huishoudelijke taken.
Zij werkt nu één jaar bij mij. Sinds ergens in juni 2023.
Zij woont bij ons in huis.
De werkzaamheden zijn eerst door [slachtoffer 1] uitgelegd, maar toen [slachtoffer 2] bij ons thuis was hadden [verdachte] en ik haar de werkzaamheden uitgelegd.
De status van [slachtoffer 2] op Aruba is illegaal.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 3:
een ander die zich wederrechtelijk toegang tot verblijf in Aruba heeft verschaft krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid doen verrichten, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tewerkstellen van een illegale dienstbode. Dergelijke tewerkgestelden verkeren in een onwenselijk afhankelijke positie van hun werkgever. Zij hebben niet de sociale rechten die rechtmatig in Aruba verblijvende werknemers hebben. Daarnaast heeft het tewerkstellen van illegale vreemdelingen schadelijke (financieel-)economische gevolgen. Verdachte heeft door zijn handelen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in Aruba ondermijnd. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld. Voorts lijkt het erop dat verdachte en zijn ex-partner een bepaalde druk hebben gevoeld, omdat zij dringend een oppas nodig hadden. Daarbij komt dat zij wel gekeken hebben of zij de werkzaamheden van [slachtoffer 2] ook legaal konden krijgen, maar daartoe voor hen geen mogelijkheden bestonden.
De officier van justitie heeft een geldboete en een taakstraf geëist. Het Gerecht merkt daarbij op dat de officier van justitie, anders dan het Gerecht, tot een bewezenverklaring is gekomen van mensensmokkel van twee personen. Gelet hierop is er aanleiding om een straf op te leggen die lager is dan geëist. Het Gerecht heeft daarbij ook gelet op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en op de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd. Het Gerecht heeft in het bijzonder aansluiting gezocht bij de straf die aan medeverdachte [medeverdachte 3] is opgelegd, omdat verdachte in wezen eenzelfde strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, ondanks het feit dat de bewezenverklaring bij verdachte iets anders is.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een geldboete van Afl. 1.000 passend en geboden is, alsmede een taakstraf van 80 uren. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:11, 1:19, 1:20, 1:21, 1:45, 1:46, 1:54, 1:55, 1:58, 1:62, 1:123, 1:136 en 2:155 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidde(n) ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van Afl. 1.000,00 (duizend gulden), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. I.L. Gerrits, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 28 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier:
===========