ECLI:NL:OGEAA:2026:39

ECLI:NL:OGEAA:2026:39

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 510 van 2025
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij openlijk geweld in Kalibra en dat hij het vuurwapen (in de auto) voorhanden heeft gehad.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01467

Zaaknummer: 510 van 2025

Uitspraak van: 6 februari 2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd in het [detentieplaats],

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. Z.J.E. Paesch, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, advocaat in Aruba.

Het slachtoffer [slachtoffer 1] was eveneens ter terechtzitting aanwezig. Het slachtoffer [slachtoffer 2] is niet ter terechtzitting verschenen.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zilveren halsketting (met diamanten steentjes) en/of een polshorloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting en/of polshorloge van die [slachtoffer 2] en/of meermalen, althans eenmaal met de vuist in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

2. primair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden halsketting (van 14 karaat) met een gouden hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting van die [slachtoffer 1] en/of meermalen, althans eenmaal in het gezicht en/of met een voorwerp tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan;

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Lekker, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal met een groot/zwaar voorwerp tegen het gezicht, althans op het hoofd van die [slachtoffer 1] slaan;

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak van feit 2 primair en subsidiair

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 2 primair ten laste gelegde en bewezenverklaring gevorderd van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde. Volgens de officier van justitie is voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor de subsidiaire variant van feit 2.

Het oordeel van het Gerecht

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 3 augustus 2025 ten aanzien van [slachtoffer 1] diefstal in vereniging vergezeld van geweld heeft gepleegd, zodat de verdachte zonder nadere motivering van het ten laste gelegde feit 2 primair zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde geldt het volgende. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat op 3 augustus 2025 jegens [slachtoffer 1] een diefstal vergezeld van geweld heeft plaatsgevonden. [Slachtoffer 1] heeft daarbij letsel aan zijn achterhoofd opgelopen dat gehecht diende te worden.

Uit het dossier komt naar voren dat medeverdachte [medeverdachte 1] de ketting van [slachtoffer 1] heeft weggetrokken en daarbij geweld heeft gebruikt. De officier van justitie heeft aangevoerd dat betrokkenheid van verdachte blijkt uit het feit dat hij tijdens het luchten in het cellencomplex tegenover anderen zou hebben verklaard dat hij iets op het hoofd van het slachtoffer heeft laten vallen, zodat het slachtoffer medeverdachte [medeverdachte 1] losliet, dat hij het slachtoffer bij de nek heeft vastgepakt en “dat God weet” in welke toestand hij de man heeft achtergelaten.

Deze verklaring strookt niet met de verklaring van [slachtoffer 1] zelf, die medeverdachte [medeverdachte 3] aanwijst als degene die hem met een steen tegen het hoofd zou hebben geslagen. Geen van de aangevers of getuigen wijst verdachte aan als één van de agressors. De aangevers en getuigen zijn ook niet met een foto van verdachte geconfronteerd, hetgeen meer duidelijkheid had kunnen bieden. De in het dossier gevoegde videobeelden van het incident bieden ook geen uitsluitsel.

Gelet op het voorgaande kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte in vereniging openlijk geweld heeft gepleegd ten aanzien van [slachtoffer 1]. Dit brengt mee dat verdachte van het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

5. Beoordeling van het bewijs ten aanzien van feiten 1 en 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 1 subsidiair en 3 gerekwireerd tot bewezenverklaring. Ten aanzien van feit 1 primair heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van alle feiten heeft de verdediging aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Subsidiair is ten aanzien van het ten laste gelegde feit 1 subsidiair door de verdediging een beroep gedaan op noodweer, althans noodweerexces.

Het oordeel van het Gerecht

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde, heeft gepleegd, zodat de verdachte zonder nadere motivering daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feiten 1 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

1.

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Proces-verbaal van aangifte aangever [dochter van slachtoffer 2] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen, bijlage 3.1 van het dossier;

Op 2 augustus 2025 was ik samen met mijn dochter, [slachtoffer 2], op stap gegaan. In de vroege ochtend van 3 augustus 2025, omstreeks 2:00 uur, begaven wij ons richting nachtclub Kalibra. Vervolgens omstreeks 2:50 uur besloten wij naar huis te gaan. Ik liep opnieuw in de oostelijke richting om naar het toilet te gaan om te plassen. Terwijl ik in de gang tussen het restaurant “Papiamia” en “Kalibra” bar liep, zag ik een jongeman van donkere huidskleur in mijn richting komen. Hij droeg een zwart T-shirt. Toen hij dichterbij kwam, greep hij plotseling mijn zilverkleurige ketting vast en begon krachtig eraan te trekken.

Toen ik besefte wat er gebeurde, pakte ik zijn hand vast om te voorkomen dat hij mijn ketting kon wegnemen omdat mijn ketting niet direct was gebroken, raakten wij met elkaar in een gevecht. Ik duwde de man op een tafel. Toen we weer opstonden, probeerde hij mij met zijn vuist te slaan, maar hij raakte mij niet. Ik verdedigde mezelf en sloeg hem terug, maar ik weet niet precies waar ik hem toen had geraakt.

We raakten opnieuw in een worsteling en vielen samen op de vloer. De jongeman hield nog steeds mijn halsketting vast, die op dat moment nog steeds niet was gebroken. Terwijl ik op de grond lag, voelde ik dat andere personen mij begonnen te schoppen tegen mijn bovenlichaam. Ik werd geschopt tegen mijn rug, achter mijn hoofd, op mijn armen en mijn ribben. Eén van de personen trapte mij, in het bijzonder in mijn linkerzij, alwaar dit mij veel pijn veroorzaakte. Ik kon mezelf toen niet meer goed verdedigen. Ik probeerde toen alleen nog maar mijn gezicht en lichaam te beschermen.

2. Proces-verbaal getuige verklaring [dochter van slachtoffer 2] d.d. 5 augustus 2025, bijlage 5.1 van het dossier:

Ik zag dat meerdere personen erbij waren gekomen en hadden allen gezamenlijk mijn vader overal over zijn lichaam en gezicht geschopt.

3. Proces-verbaal bevinding videobeelden “Papia Mia Restaurant” d.d. 11 augustus 2025, bijlage 10.1 van het dossier:

02:55:12 uur

dat liep een man van donkerbruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder, gekleed in een witkleurige T-shirt, vanaf de westelijke richting, op de gang van Papia Mia Restaurant, en ging achter de man [medeverdachte 2] staan. Vervolgens liep bedoelde man van donkerbruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder gekleed in een witkleurige T-shirt, richting de aangever en de verdachte [medeverdachte 1].

Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, herken bedoelde man van donker bruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder, gekleed in een witkleurige T-shirt, als de verdachte genaamd [verdachte].

02:55:13 uur

dat pakte de verdachte [verdachte], met zijn linkerhand de aangever bij zijn rug, terwijl de verdachte [medeverdachte 1] de aangever in een greep hield en worstelde.

02:55:14 uur

dat worstelde de aangever [slachtoffer 2], met de verdachte [medeverdachte 1]

, terwijl de verdachte [verdachte], de aangever aan zijn rug hield.

02:55:19 uur

dat ging de verdachte [verdachte], richting de aangever.

Opmerking verbalisant: De verdachte [verdachte], droeg een schoen met reflectie van de letter “N”, bekend als van het merk “New Balance”.

02:55:20 uur tot 02:55:22

dat ging de verdachte [verdachte], op de aangever [slachtoffer 2], en zwaaide zijn handen drie (3) keren in de richting van de aangever tijdens dat de aangever [slachtoffer 2] op de grond ligt, terwijl de verdachte [medeverdachte 1] op de aangever.

02:55:23 uur

dat schopte en trapte de verdachte [verdachte], de aangever [slachtoffer 2], tijdens dat de aangever op de grond ligt.

02:55:30 uur

dat hield de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met opschrift een weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, de verdachte [verdachte], bij zijn borst vast. Inmiddels ligt de aangever [slachtoffer 2], op de grond

02:55:31 uur

dat vervolgens gingen de verdachte [verdachte] en de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met de weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, naar een kant weg van de aangever. Inmiddels ging de man gekleed met de witkleurige pet tussen de aangever en de verdachte [verdachte] staan en de aangever [slachtoffer 2], bedekt zijn gezicht met zijn handen en trok zijn benen omhoog om zijn buik te beschermen.

02:5532 uur tot 02:55:35

dat kwam een man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, op de aangever [slachtoffer 2], en zakte richting de aangever en sloeg zes (6) keren met zijn handen tegen het gezicht van de aangever. Direct hierna werd bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwarte schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, door de man met de witkleurige pet weggeduwd.

Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, herken bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, aan zijn kleding en haren als de verdachte genaamd [medeverdachte 3].

4. De verklaring van de verdachte, op 16 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting:

Bij Kalibra heb ik één schop uitgedeeld.

5. Proces-verbaal aanhouding d.d. 24 juli 2025, bijlage 1.1 van het dossier:

Op 3 augustus 2025 werd ons, verbalisanten, gemeld om ons richting "Lekker" te begeven ter ondersteuning van de andere patrouilles. Ter plaatse werd er via de portofoon door collega's van Noord gemeld dat de verdachten, die de eerder genoemde bloedende man zouden hebben gestoken, waren vertrokken in een blauwe Hyundai Accent met getinte ruiten. Tevens werd doorgegeven dat de verdachten vermoedelijk in het bezit waren van een vuurwapen, waarmee zij het slachtoffer zouden hebben bedreigd. Verder meldde de betreffende patrouille dat de blauwe Hyundai Accent schade aan de voorzijde had en in de richting van [straatnaam 1] reed.

Wij, verbalisanten, gaven daarop via de portofoon door dat wij ons in de richting van [straatnaam 1] begaven in verband met het aantreffen van het genoemde voertuig.

Wij, verbalisanten, namen de [straatnaam 2] en reden in noordelijke richting. Ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij een blauwe Hyundai Accent langzaam vanuit de [straatnaam 4] naar rechts afslaan en vervolgens zijn weg vervolgde in zuidelijke richting op de [straatnaam 2]. Nadat wij de genoemde auto waren gepasseerd, zagen wij dat de betreffende Hyundai Accent schade had aan de voorbumper, getinte ruiten had en overeenkwam met het merk, model en de kleur zoals eerder omschreven door de collega's van Noord. Hierop besloten wij, verbalisanten, achter het voertuig aan te gaan. Wij, verbalisanten, meldden de genoemde auto te hebben gezien en gaven door dat wij de betreffende Hyundai Accent een stopteken zouden geven. Wij maakten een U-turn op de [straatnaam 2] om achter de auto aan te gaan. Wij reden toen in de zuidelijke richting ongeveer vijf meter achter voornoemde auto en ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij, dat de auto opeens rechts van de weg uitweek en hierbij snelheid verminderde en plotseling weer terug in het midden van de rijbaan zijn weg vervolgde. Dit was voor ons, verbalisanten een opvallende manoeuvre. Door middel van geluids- en optische signalen werd het voertuig een stopteken gegeven, waarop de bestuurder het voertuig ter hoogte van [straatnaam 5] tot stilstand bracht.

Naar aanleiding van de eerder opvallende gedane manoeuvre van de blauwe Hyundai Accent gingen wij, verbalisanten, ter hoogte van [straatnaam 3] een controle verrichtten naar het vuurwapen. Eerder bij de melding van een vechtpartij ter hoogte van Lekker werd omschreven dat het een kleine vuurwapen betrof. Op het erf van perceel [adres nummer] zag ik, [betrokkene] een soortgelijke kleine vuistvuurwapen zilver van kleur met een zwart handvat op de grond liggen in het zand. Deze werd veilig gesteld en B.F.T.O. kwam ter plaatse en nam deze in beslag.

6. Proces-verbaal d.d. 14 augustus 2025, bijlage 1.3 van het dossier:

In verband met het bovengenoemde geval hebben wij, verbalisanten, een proces-verbaal bevinding opgemaakt. Per abuis hebben wij in bedoelde proces-verbaal niet gespecificeerd waar precies de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], een opvallende manoeuvre maakte.

De aanvullende en duidelijke bevinding betreft toen wij, verbalisanten, met de roepnummer 1-5. in de zuidelijke richting, op de [straatnaam 2], ter hoogte van [straatnaam 3] reden, reed de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], voor ons, in de zuidelijke richting ter hoogte van het huis vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Daar reed betreffende blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], plotseling helemaal rechts op de rechterrijstrook van de weg en vervolgens gedeeltelijk rechts van de weg af en toen gedeeltelijk op de berm. Direct hierna verminderde bedoelde auto zijn snelheid en vervolgens reed bedoelde auto weer naar het midden van de rijstrook. Dit gebeurde bij het huis, vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Op basis hiervan besloten wij, verbalisanten, na de aanhouding de volledige route te controleren, vanaf de plaats waar de [autokenteken] tot stilstand werd gebracht op de [straatnaam 2], tot aan de locatie van de genoemde opvallende manoeuvre bij het perceel ten zuiden van [straatnaam 3], dat achteraf perceel [adres nummer], bleek te zijn. Deze controle werd uitgevoerd in verband met het vermoedelijk vuurwapen dat de verdachten bij zich zouden hebben en waarmee zij mensen zouden hebben bedreigd bij Lekker.

7. Proces-verbaal bevinding 2e gedeelte videobeelden luchtruimte van de cellencomplex te politiewacht Shaba d.d. 19 september 2025, bijlage 12.2 van het dossier:

Op 12 augustus 2025, werd in verband met de arrestanten controle en arrestantenzorg, de videocamera's van de luchtruimte van de cellencomplex van de politiewacht Shaba, door de politieagenten in de agentenkamer, live bekeken. Op dat moment waren de arrestanten die ingesloten waren bij de politiewacht Shaba, namelijk de arrestant genaamd [verdachte] en de arrestant [medeverdachte 3] aan het luchten. Tevens waren er andere arrestanten op dat moment ook aan het luchten in de luchtruimte.

Op 11 september 2025, verrichtte ik, verbalisant, verder onderzoek naar de videobeelden.

Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

Abo tawata den auto tambe?

Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:

Eh ami ta dilanti, e homber ki tawata core

Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

E ora (onduidelijk) cu e otro homber so, abo no.

Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:

No noh? Yes

Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

No, nan dos nan ta busca

Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:

E homber ki tawata tin …. di candela. E hombre ki tawata tine riba dje. E kiermen zwaaie zwaaie zwaaie, e hombre no kier baha e bentana. Ma bise baha e bentana noh, e hombre a baha e bentana

Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

…………. (Onduidelijk)

Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:

Mucha ma coy e cos hasi vuuu, zwaaie tur cu tin.

8. Proces-verbaal onderzoek vuurwapen, patronen en huls in verband met beroving d.d. 2 september 2025, met bijlagen waaronder foto’s van een aangetroffen vuurwapen, bijlage 17.1 van het dossier:

Op 3 augustus 2025, omstreeks 3:50 uur, werd ik door de dienstdoende centralist van de Centrale Post gestuurd naar de omgeving van het Caribbean Palm Village Resort te Noord. Kort daarna werd gemeld dat op het adres [adres 2] een vuurwapen op het erf was aangetroffen. Dit vuurwapen zou tijdens de achtervolging door de verdachten uit de auto zijn gegooid.

Bij aankomst op het adres [adres 2] wees het surveillance eenheid mij op een pistool dat op de grond lag. Ik trof dit pistool aan nabij de erfmuur aan de linker achterzijde van de woning. Het pistool is door mij in beslag genomen. Daarnaast constateerde ik een vermoedelijke kogelinslag in de erfmuur, ongeveer 1,25 meter boven de plek waar het pistool lag.

Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Rhöner, model 115, serienummer 3[serienummer] en kaliber 6,25 mm/.25. Het pistool was doorgeladen. Tijdens het naar achter trekken van de slede om het vuurwapen te controleren werd een huls van het kaliber 6,35/.25 Auto aangetroffen. In de loop zat een kogel vast en werd eruit getikt. In de patroonhouder werden drie patronen aangetroffen. De bewegende delen van het pistool functioneerden naar behoren. Op de rand van de monding van de loop zag ik vermoedelijk sporen van overgedragen verf. De drie patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber 6,35 mm/.25 Auto.

Naar aanleiding van het onderzoek verricht op het vuurwapen kan ik concluderen dat:

- het pistool een echt vuurwapen is,

- het pistool deugdelijk is,

- het pistool voor bedreiging en afdreiging geschikt is,

- het pistool onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening valt,

- de patronen en de huls vallen ook onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening.

Bewijsoverwegingen

Feit 1 subsidiair

Uit de videobeelden blijkt – anders dan verdachte heeft verklaard – dat verdachte het slachtoffer aan zijn rug heeft vastgepakt en vastgehouden terwijl medeverdachte [medeverdachte 1] met hem worstelt, dat verdachte driemaal zijn handen in de richting van slachtoffer heeft gezwaaid en hem heeft geschopt en getrapt toen hij al op de grond lag. Daarmee heeft verdachte een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld. Uit deze geweldshandelingen volgt dat verdachte samen met anderen welbewust is meegegaan in de aanval jegens het slachtoffer en dat sprake was van vol opzet op het gebruik van geweld.

Op grond van de voormelde redengevende feiten en omstandigheden, die uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgen, acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging tegen een persoon.

Feit 3

Het Gerecht is van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 3 tenlastegelegde. Verdachte heeft in de luchtruimte van het cellencomplex, alwaar onder meer ook de medeverdachte [medeverdachte 3] aanwezig was, verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 3] reed en het vuurwapen bij zich had. Verdachte verklaarde voorts dat hijzelf voorin zat en tegen medeverdachte [medeverdachte 3] zei om het raam omlaag te doen en vervolgens het vuurwapen uit het raam heeft gezwaaid. Deze verklaring past ook bij de verklaringen van verbalisanten dat de auto op de vluchtroute een rare manoeuvre maakte op dezelfde plek alwaar het vuurwapen achteraf nabij een erf muur is aangetroffen. Verder past de verklaring van verdachte ook bij de bevindingen van het forensisch onderzoek, waaruit blijkt dat op de erf muur een kogelinslag is waargenomen en dat het vuurwapen sporen had van overgedragen verf. Gelet hierop had de verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over het vuurwapen. Daarmee is reeds voldaan aan de juridische vereisten voor het voorhanden hebben van het vuurwapen. Het verweer dat de verklaring in de luchtruimte van het cellencomplex slechts grootspraak betrof, wordt verworpen. Het Gerecht onderkent dat behoedzaam moet worden omgegaan met hetgeen verdachte hier heeft gezegd, maar omdat zijn uitlatingen passen bij de andere onderzoeksbevindingen (vooral omtrent het aantreffen van het wapen), gaat het Gerecht ervan uit dat verdachte in ieder geval op dit punt de waarheid sprak.

Het Gerecht acht voorts aannemelijk – mede in het licht van de overige bewijsmiddelen - dat de verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet had op het voorhanden hebben van de patronen die zich in het vuurwapen bevonden.

De verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het samen met anderen voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

6. Strafbaar feit, strafbare dader?

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 subsidiair een beroep gedaan op noodweer en noodweerexces en heeft naar het Gerecht begrijpt bepleit dat de verdachte ten aanzien van dit feit moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn vriend, medeverdachte [medeverdachte 1], werd aangevallen, Vervolgens ging verdachte zijn vriend verdedigen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweer en noodweerexces dient te worden verworpen. Uit objectieve bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het slachtoffer meermalen heeft geslagen en dat verdachte daarmee naar het Gerecht begrijp de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden. Tevens blijkt nergens uit dat verdachte in een hevige gemoedsbeweging verkeerde.

Het oordeel van het Gerecht

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voor een geslaagd beroep op noodweer in de eerste plaats vereist dat de rechter de door de verdachte opgegeven feitelijke toedracht, die uit wettige bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid, aannemelijk acht. Eerst als dat het geval is, kan worden toegekomen aan de vraag of die toedracht kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en of het door de verdachte begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging daartegen. Noodweerexces kan alleen aan de orde zijn als zich een noodweersituatie voordoet.

Uit de onderzoeksbevindingen blijkt dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] voor medeverdachte [medeverdachte 1] liepen op het moment dat medeverdachte [medeverdachte 1] de ketting van het slachtoffer afrukte en vervolgens met hem in gevecht raakte. Het Gerecht acht het daarom mogelijk dat de verdachte, toen hij terugliep, in de veronderstelling verkeerde dat zijn vriend werd aangevallen. In het licht hiervan zal het Gerecht derhalve uitgaan van deze lezing van verdachte.

Uit de onderzoeksbevindingen blijkt evenwel dat het slachtoffer reeds hulpeloos op de grond lag op het moment dat de verdachte hem meermalen sloeg, schopte en trapte. Van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdediging geboden was, was derhalve geen sprake (meer). In zoverre was er geen noodweersituatie meer. Voorts is niet gebleken dat de verdachte ten tijde van zijn handelen verkeerde in een hevige gemoedsbeweging die het onmiddellijke gevolg was van de aanval op [medeverdachte 1]. Verdachte heeft verklaard dat hij (ook) boos was omdat het slachtoffer zich racistisch zou hebben geuit, maar hiervoor is in het dossier geen ondersteuning te vinden.

Het beroep van verdachte op noodweer en noodweerexces wordt dan ook verworpen.

De feiten zijn strafbaar en er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of verdachte uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 subsidiair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

Strafbaar gesteld bij artikel 2:82 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Feit 3: medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening.

7. Oplegging van de straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft strafmaatverweer gevoerd en daarbij verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is jong en wenst een kans te krijgen om zijn leven op het juiste pad te houden.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Deze gang van zaken is onverklaarbaar en onaanvaardbaar.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij openlijk geweld in Kalibra en dat hij het vuurwapen (in de auto) voorhanden heeft gehad.

Het spreekt voor zich dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is en stevig moet worden bestreden. Het slachtoffer is hevig geschrokken en heeft letsel opgelopen. Dit soort feiten leiden tot een gevoel van onveiligheid onder het uitgaanspubliek en in de samenleving. Daar komt bij dat het voorhanden hebben van

vuurwapens met bijbehorende munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen meebrengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het als first offender bezitten van een vuurwapen in een auto uit van een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Er bestaan binnen het Gemeenschappelijk Hof van Justitie geen oriëntatiepunten voor openlijke en in vereniging geweld plegen tegen personen, maar het Gerecht zal bij het bepalen van de straf rekening houden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 20 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten, waaronder een veroordeling voor poging doodslag in 2021. Verder blijkt uit zijn uittreksel justitiële documentatie dat hij twee weken vóór de pleegdatum voorwaardelijk in vrijheid was gesteld na een veroordeling voor onder andere mishandeling met een wapen. Het Gerecht rekent het de verdachte aan dat hij zich kort na deze voorwaardelijke invrijheidstelling niet heeft gedragen zoals van hem mocht worden verwacht en daarmee het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden.

De deskundige van Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba (hierna: de reclassering) heeft gerapporteerd over de persoon van verdachte. Uit het rapport blijkt dat verdachte een justitieel verleden heeft en moeite heeft met impulscontrole en emotieregulatie. Daarnaast heeft hij begeleiding nodig voor conflicthantering en psychosociale ondersteuning. Verder is sprake van drugsgebruik dat de verdachte inzet als copingstrategie. De verdachte is werkloos en er is sprake van schooluitval. In positieve zin heeft verdachte aangegeven dat hij zijn relatie met zijn dochter wenst te herstellen en bereid is, zoals door de reclassering is geadviseerd, om de training “Best Dad Ever” te volgen. Volgens de reclassering zou de verdachte gebaat zijn bij toezicht van de reclassering, inhoudende psychosociale begeleiding (gericht op gedragsverandering, emotieregulatie en conflicthantering), arbeidstoeleiding en deelname aan de trainingen “Cas Sigur” en het mentorenproject. Ook het middelengebruik behoeft de nodige aandacht.

Gelet op het voorgaande, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het Gerecht ziet gelet op voorgaande wel aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er enerzijds toe om de reclassering in staat te stellen met verdachte te werken aan de nodige begeleiding en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij houdt het Gerecht in sterke mate rekening.

Alles overziend, zal aan verdachte worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Dit is lager dan de eis van de officier van justitie, omdat verdachte deels is vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en het Gerecht voornoemde omstandigheden kennelijk anders weegt.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:118, 1:136 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair en feit 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, subsidiaire, en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de vierentwintig [24] maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot zes [6] maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie [3] jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt en ook als dat inhoudt het verlenen van medewerking aan begeleiding gericht op het voorkomen van middelengebruik, het nemen van afstand van of weerbaarder worden tegen niet-pro-sociale vrienden, het verkrijgen van ondersteuning bij het op orde brengen van zijn dagbesteding en huisvesting, het volgen van het Best Dad Ever programma en het mentorenprogramma;

geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 6 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.L. Gerrits

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?