ECLI:NL:OGEAA:2026:40

ECLI:NL:OGEAA:2026:40

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 508 van 2025
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij degene is geweest die het vuurwapen hanteerde bij Coconutz en Lekker Bar en dat hij zich bij Kalibra schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01465

Zaaknummer: 508 van 2025

Uitspraak van: 6 februari 2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd in het [geboortedatum],

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. Z.J.E. Paesch, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, advocaat in Aruba.

De slachtoffers zijn niet ter terechtzitting verschenen.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar een vuurwapen op/in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 1] gericht gehouden en/of (daarbij) dreigend geschreeuwd/gezegd om weg van daar te gaan, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

primair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zilveren halsketting (met diamanten steentjes) en/of een polshorloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting en/of polshorloge van die [slachtoffer 2] en/of meermalen, althans eenmaal met de vuist in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 3] gericht en/of meerdere malen, althans eenmaal opzettelijk tegen genoemde [slachtoffer 3]

gezegd/geschreeuwd: "Bo kier mi tirabo", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk een vuurwapen op/in de richting van (het gezicht van) die [slachtoffer 4] gericht (gehouden);

5.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak van feiten 2 primair en 4

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 primair en 4 ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 2 primair tenlastegelegde en bewezenverklaring gevorderd van het onder 4 tenlastegelegde.

Het oordeel van het Gerecht

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 3 augustus 2025 diefstal vergezeld van geweld heeft gepleegd, zodat de verdachte zonder nadere motivering van het ten laste gelegde feit 2, primair, zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde komt uit de bewijsmiddelen naar voren dat aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat één van de daders een vuurwapen tevoorschijn heeft gehaald en deze in zijn gezicht heeft gericht. Behalve de aangifte is er geen enkel ander bewijsmiddel waaruit blijkt dat verdachte aangever [slachtoffer 4] met een vuurwapen heeft bedreigd. Aangever is ook niet met een foto van verdachte geconfronteerd en zijn vrouw [vrouw van verdachte], die toen ook aanwezig was, is niet als getuige gehoord, hetgeen meer duidelijkheid had kunnen bieden. De in het dossier gevoegde videobeelden van het incident bieden ook geen uitsluitsel. De officier van justitie verwijst naar de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] in de luchtruimte van het cellencomplex, waarin hij naar verdachte verwijst als degene die een vuurwapen op iemand richtte. Onduidelijk blijft echter op wie het vuurwapen door verdachte gericht werd en wanneer.

Gelet op het voorgaande kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 4] met een vuurwapen heeft bedreigd. Dit brengt mee dat verdachte van het onder feit 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

5. Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 5. Ten aanzien van feit 2 primair heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten 1, 2 primair, 3 en 5 dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de feiten 1, 2 primair, en 3 is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan tweemaal een bedreiging en diefstal, vergezeld met geweld. Ten aanzien van het ten laste gelegde feit 2 subsidiair is door de verdediging een beroep gedaan op noodweer, althans noodweerexces. Ten aanzien van feit 5 is aangevoerd dat verdachte niet wist dat medeverdachte [medeverdachte 2] een vuurwapen bij zich had. Daarbij is gewezen op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2], inhoudende dat hij achterin de auto zat, een vuurwapen bij zich had, dit wapen uit het raam heeft gegooid en dat de overige inzittenden niet wisten dat hij een vuurwapen bij zich had.

Het oordeel van het Gerecht

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feiten 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar een vuurwapen op/in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 1] gericht gehouden en/of (daarbij) dreigend heeft geschreeuwd/gezegd om weg van daar te gaan, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 3] gericht en/of meerdere malen, althans eenmaal opzettelijk tegen genoemde [slachtoffer 3]

gezegd/geschreeuwd: "Bo kier mi tirabo", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

5.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Ter wille van de leesbaarheid is een wijziging aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen, bijlage 2.3 van het dossier:

Op 2 augustus 2025, rond 21:30 uur, waren wij samen op stap. Rond 01:00 uur 03 augustus, kwamen wij aan bij een nachtclub genaamd “Coconuts” om even te ontspannen.

Mijn zoon [zoon van slachtoffer 1] merkte op dat een jongeman, die een zwart T-shirt droeg, voorbij ons liep en ons begon te observeren. Vervolgens liep de bedoelde man in onze richting toe. Op een gegeven moment zag ik dat deze man de gouden halsketting van Xiqion vastpakte, deze met kracht trok, waardoor de ketting brak en vervolgens wegliep met de ketting. Kort daarna kwam dezelfde jongeman terug, pakte de halsketting van [zoon van slachtoffer 1] vast, rukte die van zijn hals en liep ook weg met deze ketting.

Ik stond meteen op en hield de jongeman vast. Toen kwam er een andere man, die een grijs T-shirt droeg, en hij zei tegen mij in het Papiaments "Hala atrás". Toen ik de man goed bekeek, zag ik dat hij een zwart pistool in zijn hand had. Maar bedoelde pistool lijkt op een 22.

2. Proces-verbaal aangever [slachtoffer 5] d.d. 4 augustus 2025, met bijlagen waaronder een foto van een ketting en een foto van masnoticia, bijlage 2.1 van het dossier;

Op zaterdag 2 augustus 2025, gingen wij op stap. Wij gingen naar de nachtclub “Coconut”, om even daar te genieten.

Vervolgens ging mijn vader bedoelde man aanspreken. Mijn vader was naar de groep mannen gelopen. Direct hierna toen mijn vader de man, van donkerbruine huidskleur aan het aanspreken was, had een andere man van een beetje dikke en lange postuur, gekleed in een witkleurige T-shirt, lange spijkerbroek, met lange gevlochten haren die vast was op zijn hoofd, een vuurwapen tevoorschijn gehaald en richtte deze in de richting van het hoofd van mijn vader. Vervolgens hoorde ik dat bedoelde man die het vuurwapen hield, tegen mijn vader zeggen om weg vandaar te gaan. Het betrof een klein vuurwapen van het model pistool. De pistool leek op dat moment zwartkleurig, gezien dat er geen goede verlichting aldaar was. Volgens mij had bedoelde man het vuurwapen van tussen zijn broekrand gehaald.

Ik wil tevens opmerken dat ik gisteren op de nieuwswebsite "Masnoticia" een nieuws had gezien van een aanhouding met betrekking van diefstal van kettingen. Op bedoelde nieuws was een foto geplaatst van twee mannen. Ik wil opmerken dat de man van donkerbruine huidskleur op de foto, de man was die mijn halsketting had weggenomen. De andere man van blanke huidskleur met de gevlochten haren vastgemaakt op zijn hoofd, de man was die het vuurwapen tevoorschijn hield tegenover mijn vader.

3. Proces-verbaal aangifte diefstal met geweld [slachtoffer 6] d.d. 4 augustus 2025, bijlage 2.2 van het dossier:

Op 3 augustus 2025, omstreeks 02:00 uur, bevond ik mij samen met mijn vader, genaamd [vader van slachtoffer 6], en mijn broer, [broer van slachtoffer 6], in de nachtclub genaamd Coconutz.

Ik zag dat één van de mannen, zijn lichaam is enigszins robuust gebouwd, hij droeg een wit T-shirt en heeft een grote gekrulde haarstijl, zijn T-shirt optilde en zijn hand in zijn broeksband stak, alsof hij een vuurwapen bij zich had.

4. Proces-verbaal nader verhoor van de aangever [slachtoffer 6] d.d. 5 augustus 2025, bijlage 2.4 van het dossier:

Ik heb een nieuws foto van de gebeurtenis van mijn moeder ontvangen. Het betreft een nieuwsfoto van de nieuwswebsite “Masnoticia” met de titel “Accion rapido di polis a para atracadornan na Noord y haya cadena horta”. Op bedoelde foto herken ik de man met de witte T-shirt, met lang haar in een bol op zijn hoofd en met een sik baardje, als de man die zijn hand in zijn broeksband stak, alsof hij een vuurwapen bij zich had.

5. Proces-verbaal fotoconfrontatie door [slachtoffer 6] d.d. 5 augustus 2025, met bijlage waaronder een fotoblad opgemaakt door het Bureau Forensisch en Technische Onderzoeken en een proces-verbaal bevinding fotoblad van de aangever [slachtoffer 6] d.d. 5 augustus 2025, bijlagen 7.7, 7.8 en 7.9 van het dossier:

Op 5 augustus 2025 werd aangever [slachtoffer 6] aan een fotoconfrontatie onderworpen. Aan de aangever werd een fotoblad getoond. Op dit fotoblad staan zes verschillende foto’s van op elkaar gelijkende mannen afgedrukt. Gedurende deze fotoconfrontatie herkende aangever op het fotoblad de man afgedrukt op foto nummer 4. De aangever verklaarde dat hij deze man herkent aan de vorm van zijn gezicht, namelijk zijn sik, wenkbrauw en neus, als degene die zijn hand in zijn broekband stak en deed alsof hij een vuurwapen tevoorschijn wilde halen. Op foto nummer 4 staat de foto afgedrukt van [verdachte].

6. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 3 augustus 2025, bijlage 4.4 van het dossier:

In verband met de openlijk geweldpleging die vandaag 03 augustus 2025 buiten Lekker heeft plaatsgevonden kan ik het volgende verklaren. Een man, van bruine huidskleur, gekleed in een witte hemd, heeft plotseling een handeling gemaakt alsof hij een vuurwapen vanuit zijn broeksband haalde en richtte het op mij. Vervolgens schreeuwde hij verschillende keren naar mij in het Papiamento: "Bo kier mi tirabo".

7. Proces-verbaal fotoconfrontatie door [slachtoffer 3] d.d. 6 augustus 2025, met bijlage waaronder een fotoblad opgemaakt door het Bureau Forensisch en Technische Onderzoeken en een proces-verbaal bevinding fotoblad van de aangever [slachtoffer 3], bijlagen 7.27, 7.28 en 7.29 van het dossier:

Op 6 augustus 2025 werd aangever [slachtoffer 3] aan een fotoconfrontatie onderworpen. Aan de aangever werd een fotoblad getoond. Op dit fotoblad staan zes verschillende foto’s van op elkaar gelijkende mannen afgedrukt. Gedurende deze fotoconfrontatie herkende aangever op het fotoblad de man afgedrukt op foto nummer 1. De aangever verklaarde dat dat dezelfde man is die een handeling had gemaakt alsof hij een vuurwapen vanuit zijn broeksband haalde en dit op mij had gericht en naar mij schreeuwde in het Papiamento: “Bo kier mi tirabo”. Op foto nummer 1 staat de foto afgedrukt van [verdachte].

8. Proces-verbaal getuigenverhoor [slachtoffer 7] d.d. 6 augustus 2025, bijlage 6.1 van het dossier:

In verband met de diefstal met geweld tegen mijn vriend genaamd [betrokkene 1] die buiten de nachtclub Lekker had plaatsgevonden, kan ik het volgende verklaren.

Ik zag dat bedoelde man, gekleed in een witte T-shirt en een lichtkleurige spijkerbroek toen een klein zwart vuurwapen vanuit zijn broeksband haalde en richtte dit op [slachtoffer 8] dichtbij zijn voorhoofd. Ik hoorde bedoelde man herhaaldelijk in het Papiamento uitten: “Bo kier mi matabo”.

9. Proces-verbaal verklaring getuigenverhoor [slachtoffer 9] d.d. 15 augustus 2025, bijlage 5.2 van het dossier:

Ik zag dat een man met [slachtoffer 8] aan het vechten was en direct hierna had bedoelde man een klein vuurwapen vanuit zijn broekzak gehaald en richtte dit op [slachtoffer 8]. Ik hoorde hem [slachtoffer 8] bedreigen om neer te schieten. Hij uitte in het Papiamento: “Mi ta tirabo”. Bedoelde man is van bruine huidskleur, lang, iets slank in lichaamsbouw en met haarstijl lijkend op rastahaar die gedeeltelijk los was.

10. Proces-verbaal aanhouding d.d. 24 juli 2025, bijlage 1.1 van het dossier:

Op 3 augustus 2025 werd ons, verbalisanten, gemeld om ons richting "Lekker" te begeven ter ondersteuning van de andere patrouilles. Ter plaatse werd er via de portofoon door collega's van Noord gemeld dat de verdachten, die de eerder genoemde bloedende man zouden hebben gestoken, waren vertrokken in een blauwe Hyundai Accent met getinte ruiten. Tevens werd doorgegeven dat de verdachten vermoedelijk in het bezit waren van een vuurwapen, waarmee zij het slachtoffer zouden hebben bedreigd. Verder meldde de betreffende patrouille dat de blauwe Hyundai Accent schade aan de voorzijde had en in de richting van [straatnaam 1] reed.

Wij, verbalisanten, gaven daarop via de portofoon door dat wij ons in de richting van [straatnaam 1] begaven in verband met het aantreffen van het genoemde voertuig.

Wij, verbalisanten, namen de [straatnaam 2] en reden in noordelijke richting. Ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij een blauwe Hyundai Accent langzaam vanuit de [straatnaam 4] naar rechts afslaan en vervolgens zijn weg vervolgde in zuidelijke richting op de [straatnaam 2]. Nadat wij de genoemde auto waren gepasseerd, zagen wij dat de betreffende Hyundai Accent schade had aan de voorbumper, getinte ruiten had en overeenkwam met het merk, model en de kleur zoals eerder omschreven door de collega's van Noord. Hierop besloten wij, verbalisanten, achter het voertuig aan te gaan. Wij, verbalisanten, meldden de genoemde auto te hebben gezien en gaven door dat wij de betreffende Hyundai Accent een stopteken zouden geven. Wij maakten een U-turn op de [straatnaam 2] om achter de auto aan te gaan. Wij reden toen in de zuidelijke richting ongeveer vijf meter achter voornoemde auto en ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij, dat de auto opeens rechts van de weg uitweek en hierbij snelheid verminderde en plotseling weer terug in het midden van de rijbaan zijn weg vervolgde. Dit was voor ons, verbalisanten een opvallende manoeuvre. Door middel van geluids- en optische signalen werd het voertuig een stopteken gegeven, waarop de bestuurder het voertuig ter hoogte van [straatnaam 5] tot stilstand bracht.

Naar aanleiding van de eerder opvallende gedane manoeuvre van de blauwe Hyundai Accent gingen wij, verbalisanten, ter hoogte van [straatnaam 3] een controle verrichtten naar het vuurwapen. Eerder bij de melding van een vechtpartij ter hoogte van Lekker werd omschreven dat het een kleine vuurwapen betrof. Op het erf van perceel [adres nummer] zag ik, [betrokkene 2] een soortgelijke kleine vuistvuurwapen zilver van kleur met een zwart handvat op de grond liggen in het zand. Deze werd veilig gesteld en B.F.T.O. kwam ter plaatse en nam deze in beslag.

11. Proces-verbaal d.d. 14 augustus 2025, bijlage 1.3 van het dossier:

In verband met het bovengenoemde geval hebben wij, verbalisanten, een proces-verbaal bevinding opgemaakt. Per abuis hebben wij in bedoelde proces-verbaal niet gespecificeerd waar precies de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], een opvallende manoeuvre maakte.

De aanvullende en duidelijke bevinding betreft toen wij, verbalisanten, met de roepnummer 1-5. in de zuidelijke richting, op de [straatnaam 2], ter hoogte van [straatnaam 3] reden, reed de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], voor ons, in de zuidelijke richting ter hoogte van het huis vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Daar reed betreffende blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], plotseling helemaal rechts op de rechterrijstrook van de weg en vervolgens gedeeltelijk rechts van de weg af en toen gedeeltelijk op de berm. Direct hierna verminderde bedoelde auto zijn snelheid en vervolgens reed bedoelde auto weer naar het midden van de rijstrook. Dit gebeurde bij het huis, vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Op basis hiervan besloten wij, verbalisanten, na de aanhouding de volledige route te controleren, vanaf de plaats waar de [autokenteken] tot stilstand werd gebracht op de [straatnaam 2], tot aan de locatie van de genoemde opvallende manoeuvre bij het perceel ten zuiden van [straatnaam 3], dat achteraf perceel [adres nummer], bleek te zijn. Deze controle werd uitgevoerd in verband met het vermoedelijk vuurwapen dat de verdachten bij zich zouden hebben en waarmee zij mensen zouden hebben bedreigd bij Lekker.

12. Proces-verbaal bevinding 2e gedeelte videobeelden luchtruimte van het cellencomplex te politiewacht Shaba d.d. 19 september 2025, bijlage 12.2 van het dossier:

Op 12 augustus 2025, werd in verband met de arrestanten controle en arrestantenzorg, de videocamera's van de luchtruimte van de cellencomplex van de politiewacht Shaba, door de politieagenten in de agentenkamer, live bekeken. Op dat moment waren de arrestanten die ingesloten waren bij de politiewacht Shaba, namelijk de arrestant genaamd [medeverdachte 1] en de arrestant [verdachte] aan het luchten. Tevens waren er andere arrestanten op dat moment ook aan het luchten in de luchtruimte.

Op 11 september 2025, verrichtte ik, verbalisant, verder onderzoek naar de videobeelden:

Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

Abo tawata den auto tambe?

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

Eh ami ta dilanti, e homber ki tawata core

Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

E ora (onduidelijk) cu e otro homber so, abo no.

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

No noh? Yes

Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

No, nan dos nan ta busca

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

E homber ki tawata tin …. di candela. E hombre ki tawata tine riba dje. E kiermen zwaaie zwaaie zwaaie, e hombre no kier baha e bentana. Ma bise baha e bentana noh, e hombre a baha e bentana

Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):

…………. (Onduidelijk)

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

Mucha ma coy e cos hasi vuuu, zwaaie tur cu tin.

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

Fam……… (onduidelijk) coño grandi a cana bin riba e hombre ki

(Opmerking verbalisant: de verdachte [medeverdachte 1] wees richting alwaar de verdachte [verdachte], onder de camera is)

Cuater hende cana bin riba e hombre ki, e hombre ta asina ki

(Opmerking verbalisant: de verdachte [medeverdachte 1] deed een handeling met zijn rechterhand alsof hij een vuurwapen bij zijn broekrand laad)

Chaklak pone den su cara

(Opmerking verbalisant: de verdachte [medeverdachte 1] rende achteruit)

Core nan a core, nan a kake mucha, eynan nan a kake

Vervolgens zei iemand

Esey mi tawata warda noh,………… (onduidelijk) masa rato e coy ta den bo cara, dal un stap mas mi ta tira bo

Vervolgens zei de verdachte [medeverdachte 1]:

……… (Onduidelijk) ela haci tap tap, rrrrr ………. (onduidelijk)

Vervolgens zei iemand

Un stap mas elo a dal mi dilanti lo ma blaaz

13. Proces-verbaal onderzoek vuurwapen, patronen en huls in verband met beroving d.d. 2 september 2025, met bijlagen waaronder foto’s van het aangetroffen vuurwapen, bijlage 17.1 van het dossier:

Op 3 augustus 2025, omstreeks 3:50 uur, werd ik door de dienstdoende centralist van de Centrale Post gestuurd naar de omgeving van het Caribbean Palm Village Resort te Noord. Kort daarna werd gemeld dat op het adres [adres 2] een vuurwapen op het erf was aangetroffen. Dit vuurwapen zou tijdens de achtervolging door de verdachten uit de auto zijn gegooid.

Bij aankomst op het adres [adres 2] wees het surveillance eenheid mij op een pistool dat op de grond lag. Ik trof dit pistool aan nabij de erfmuur aan de linker achterzijde van de woning. Het pistool is door mij in beslag genomen. Daarnaast constateerde ik een vermoedelijke kogelinslag in de erfmuur, ongeveer 1,25 meter boven de plek waar het pistool lag.

Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Rhöner, model 115, serienummer [serienummer] en kaliber 6,25 mm/.25. Het pistool was doorgeladen. Tijdens het naar achter trekken van de slede om het vuurwapen te controleren werd een huls van het kaliber 6,35/.25 Auto aangetroffen. In de loop zat een kogel vast en werd eruit getikt. In de patroonhouder werden drie patronen aangetroffen. De bewegende delen van het pistool functioneerden naar behoren. Op de rand van de monding van de loop zag ik vermoedelijk sporen van overgedragen verf. De drie patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber 6,35 mm/.25 Auto.

Naar aanleiding van het onderzoek verricht op het vuurwapen kan ik concluderen dat:

- het pistool een echt vuurwapen is,

- het pistool deugdelijk is,

- het pistool voor bedreiging en afdreiging geschikt is,

- het pistool onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening valt,

- de patronen en de huls vallen ook onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening.

14. Proces-verbaal van aangifte aangever [slachtoffer 2] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen, bijlage 3.1 van het dossier;

Op 2 augustus 2025 was ik samen met mijn dochter, [dochter van slachtoffer 2], op stap gegaan. In de vroege ochtend van 3 augustus 2025, omstreeks 2:00 uur, begaven wij ons richting nachtclub Kalibra. Vervolgens omstreeks 2:50 uur besloten wij naar huis te gaan. Ik liep opnieuw in de oostelijke richting om naar het toilet te gaan om te plassen. Terwijl ik in de gang tussen het restaurant “Papiamia” en “Kalibra” bar liep, zag ik een jongeman van donkere huidskleur in mijn richting komen. Hij droeg een zwart T-shirt. Toen hij dichterbij kwam, greep hij plotseling mijn zilverkleurige ketting vast en begon eraan krachtig te trekken.

Toen ik besefte wat er gebeurde, pakte ik zijn hand vast om te voorkomen dat hij mijn ketting kon wegnemen omdat mijn ketting niet direct was gebroken, raakten wij met elkaar in een gevecht. Ik duwde de man op een tafel. Toen we weer opstonden, probeerde hij mij met zijn vuist te slaan, maar hij raakte mij niet. Ik verdedigde mezelf en sloeg hem terug, maar ik weet niet precies waar ik hem toen had geraakt.

We raakten opnieuw in een worsteling en vielen samen op de vloer. De jongeman hield nog steeds mijn halsketting vast, die op dat moment nog steeds niet was gebroken. Terwijl ik op de grond lag, voelde ik dat andere personen mij begonnen te schoppen tegen mijn bovenlichaam. Ik werd geschopt tegen mijn rug, achter mijn hoofd, op mijn armen en mijn ribben. Eén van de personen trapte mij, in het bijzonder in mijn linkerzij, alwaar dit mij veel pijn veroorzaakte. Ik kon mezelf toen niet meer goed verdedigen. Ik probeerde toen alleen nog maar mijn gezicht en lichaam te beschermen.

15. Proces-verbaal getuige verklaring [dochter van slachtoffer 2] d.d. 5 augustus 2025, bijlage 5.1 van het dossier:

Ik zag dat meerdere personen erbij waren gekomen en hadden allen gezamenlijk mijn vader overal over zijn lichaam en gezicht geschopt.

16. Proces-verbaal bevinding videobeelden “Papia Mia Restaurant” d.d. 11 augustus 2025, bijlage 10.1 van het dossier:

02:55:19 uur

dat ging de verdachte [medeverdachte 1], richting de aangever.

Opmerking verbalisant: De verdachte [medeverdachte 1], droeg een schoen met reflectie van de letter “N”, bekend als van het merk “New Balance”.

02:55:20 uur tot 02:55:22

dat ging de verdachte [medeverdachte 1], op de aangever [slachtoffer 2], en zwaaide zijn handen drie (3) keren in de richting van de aangever tijdens dat de aangever [slachtoffer 2] op de grond ligt, terwijl de verdachte [medeverdachte 2] op de aangever was.

02:55:23 uur

dat schopte en trapte de verdachte [medeverdachte 1], de aangever [slachtoffer 2], tijdens dat de aangever op de grond ligt.

02:55:30 uur

dat hield de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met opschrift een weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, de verdachte [medeverdachte 1], bij zijn borst vast. Inmiddels ligt de aangever [slachtoffer 2], op de grond

02:55:31 uur

Dat vervolgens gingen de verdachte [medeverdachte 1] en de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met de weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, naar een kant weg van de aangever. Inmiddels ging de man gekleed met de witkleurige pet tussen de aangever en de verdachte [medeverdachte 1] staan en de aangever [slachtoffer 2], bedekte zijn gezicht met zijn handen en trok zijn benen omhoog om zijn buik te beschermen.

02:5532 uur tot 02:55:35

Dat kwam een man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, op de aangever [slachtoffer 2], en zakte richting de aangever en sloeg zes (6) keren met zijn handen tegen het gezicht van de aangever. Direct hierna werd bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwarte schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, door de man met de witkleurige pet weggeduwd.

Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, herken bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, aan zijn kleding en haren als de verdachte genaamd [verdachte].

17. De verklaring van de verdachte, op 16 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting:

We zijn samen vanuit Coconutz naar Kalibra gelopen. Bij Kalibra heb ik die man vuistslagen toegediend.

[Medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en ik zijn in dezelfde auto van Kalibra naar Lekker gegaan. Ik reed de auto.

Bewijsoverwegingen

Feit 1

Het Gerecht is van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 tenlastegelegde. De aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben allen gedetailleerde en onderling consistente verklaringen afgelegd over hetgeen zich die avond in Coconutz heeft afgespeeld. Aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] hebben beiden verklaard dat een man, gekleed in een wit althans grijs T-shirt, een vuurwapen tevoorschijn haalde en tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij moest weggaan. Voorts hebben aangevers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] verdachte herkend op een foto afkomstig van Masnoticia als de persoon die een vuurwapen uit zijn broeksband tevoorschijn haalde, althans deed alsof hij dat deed. Aangever [slachtoffer 6] heeft verdachte daarnaast opnieuw herkend tijdens een fotoconfrontatie.

De verklaringen van aangevers vinden steun in objectief bewijsmateriaal. De door aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] gegeven beschrijving van het vuurwapen komt wat betreft grootte en kleur overeen met het vuurwapen dat later diezelfde avond door verbalisanten is aangetroffen op de vluchtroute van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat de verklaringen van aangevers onderling uiteenlopen en daarom onbetrouwbaar zijn, wordt verworpen.

Feit 3

Het Gerecht is van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 3 tenlastegelegde. Uit de verklaring van aangever [slachtoffer 3], diens herkenning van verdachte tijdens een fotoconfrontatie, en uit de verklaringen van getuigen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9], volgt dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 3] met een vuurwapen heeft bedreigd. Deze verklaringen vinden steun in hetgeen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in de luchtruimte van het cellencomplex aan medegedetineerden hebben verklaard over de gebeurtenissen op 3 augustus 2025, waarbij is verklaard dat verdachte een vuurwapen tevoorschijn heeft gehaald en hiermee heeft gedreigd.

Voorts komt de door getuigen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] gegeven beschrijving van het vuurwapen, wat betreft kleur en grootte, overeen met het vuurwapen dat later diezelfde avond door verbalisanten is aangetroffen op de vluchtroute van verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].

Feit 5

Uit de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 3 volgt dat verdachte daadwerkelijk zelf een vuurwapen ter hand heeft genomen en dus voorhanden heeft gehad. Het Gerecht gaat ervan uit dat verdachte wist dat het geladen was, omdat verdachte de gebruiker van het wapen was.

Het ten laste gelegde medeplegen is ook wettig en overtuigend bewezen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in de luchtruimte van het cellencomplex, waar onder meer ook verdachte aanwezig was, verklaard dat verdachte het voertuig bestuurde, dat hijzelf op de bijrijdersstoel zat en dat hij het vuurwapen uit het raam heeft gezwaaid.

6. Strafbaar feit, strafbare dader?

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 subsidiair een beroep gedaan op noodweer en noodweerexces en heeft naar het Gerecht begrijpt bepleit dat de verdachte ten aanzien van dit feit moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat zijn vriend, medeverdachte [medeverdachte 2], werd aangevallen. Vervolgens ging verdachte zijn vriend verdedigen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweer en noodweerexces dient te worden verworpen. Uit objectieve bewijsmiddelen blijkt dat verdachte meermalen vuistslagen heeft toegediend in het gezicht van het slachtoffer en dat verdachte daarmee naar het Gerecht begrijp de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden. Tevens blijkt nergens uit dat verdachte in een hevige gemoedsbeweging verkeerde.

Het oordeel van het Gerecht

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voor een geslaagd beroep op noodweer in de eerste plaats vereist dat de rechter de door de verdachte opgegeven feitelijke toedracht, die uit wettige bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid, aannemelijk acht. Eerst als dat het geval is, kan worden toegekomen aan de vraag of die toedracht kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en of het door de verdachte begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging daartegen. Noodweerexces kan alleen aan de orde zijn als zich een noodweersituatie voordoet.

Het Gerecht is van oordeel dat de door de verdachte geschetste feitelijke toedracht, bezien in het licht van de objectieve bewijsmiddelen, onjuist is. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich pas met de vechtpartij gaat bemoeien op het moment waarop het slachtoffer reeds hulpeloos op de grond lag, met zijn handen over zijn gezicht en met zijn knieën opgetrokken naar zijn buik ter afwering. Verdachte heeft hem vervolgens zesmaal met de vuist in of richting het gezicht geslagen. Er was geen sprake (meer) van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zichzelf of zijn vriend moest verdedigen. Het door verdachte gedane beroep op noodweer dan wel noodweerexces wordt verworpen.

De feiten zijn strafbaar en er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of verdachte uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd met gebruikmaking van wapenen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Feit 2 subsidiair: Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:82 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Feit 3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Feit 5: medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening.

7. Oplegging van de straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Deze gang van zaken is onverklaarbaar en onaanvaardbaar.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij degene is geweest die het vuurwapen hanteerde bij Coconutz en Lekker Bar en dat hij zich bij Kalibra schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld.

Het spreekt voor zich dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is en stevig moet worden bestreden. De slachtoffers zijn hevig geschrokken en de bezoeker van Kalibra heeft letsel opgelopen. Dit soort feiten leiden tot een gevoel van onveiligheid onder het uitgaanspubliek en in de samenleving. Daar komt bij dat het voorhanden hebben van

vuurwapens met bijbehorende munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen meebrengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het dragen op straat op het lichaam van een vuurwapen in geval van recidive uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen 21 en 24 maanden. Strafverzwarend is dat verdachte het vuurwapen in de nachtelijke uren en in het openbaar tijdens een voor publiek toegankelijke (uitgaans)gelegenheid heeft gedragen en er ook tot tweemaal toe mee heeft gedreigd. Er bestaan geen oriëntatiepunten voor bedreiging met een vuurwapen en voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, maar het Gerecht zal bij het bepalen van de straf rekening houden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 8 december 2025. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte eerder is veroordeeld voor diefstal en geweldsfeiten. Verdachte is bovendien op 29 november 2025 veroordeeld voor poging doodslag en vuurwapenbezit tot een gevangenisstraf van 6 jaren. Verdachte wordt thans veroordeeld voor feiten die zijn gepleegd vóór de datum waarop in die eerdere zaak onherroepelijk vonnis is gewezen. Het Gerecht houdt bij de straftoemeting daarom rekening met het bepaalde in artikel 1:138 van het Wetboek van Strafrecht. Dit brengt mee dat de op te leggen straf dient te worden bepaald met inachtneming van de straf die aan verdachte reeds is opgelegd, alsof sprake zou zijn geweest van gelijktijdige berechting van de feiten.

Tot slot zal het Gerecht bij het bepalen van de hoogte van de straf, in het nadeel van verdachte, rekening houden met de omstandigheid dat de verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en ter zitting geen inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen, en geen spijt heeft betuigd.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8. Het beslag

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde een zwarte schoudertas inhoudende geld, een wit tasje inhoudende geld, drie doorzichtige plastic zakjes met geld, één mobiele Apple iPhone donker groen van kleur en één mobiele telefoon van het merk Samsung, gevorderd dat deze terug worden gegeven aan de verdachte. De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde één zilverkleurige ketting met diamanten, gevorderd dat deze terug wordt gegeven aan het slachtoffer [slachtoffer 2].

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde een zwart tasje inhoudende op cocaïne lijkende brokjes en één pistool, gevorderd dat deze worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van één motorvoertuig van het merk Hyundai, model accent en blauw van kleur, heeft de officier van justitie gevorderd dat dit verbeurd zal worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen van de officier van justitie met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen, met uitzondering van met motorvoertuig. De verdediging heeft verzocht om het motorvoertuig aan de rechthebbende terug te geven.

Het oordeel van het Gerecht

Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven zwarte tasje inhoudende op cocaïne lijkende brokjes en één pistool (bijlage 19.1). Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Het Gerecht gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen (bijlage 19.1), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

- een zwarte schoudertas inhoudende geld,

- een wit tasje inhoudende geld,

- drie doorzichtige plastic zakjes met geld,

- één mobiele Apple iPhone donker groen van kleur,

- één mobiele telefoon van het merk Samsung.

Het Gerecht gelast de teruggave aan het slachtoffer [slachtoffer 2] van het volgende inbeslaggenomen voorwerp (bijlage 19.1), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

- één zilverkleurige ketting met diamanten.

Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende inbeslaggenomen voorwerp (bijlage 19.1), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

- één motorvoertuig van het merk Hyundai, model accent en blauw van kleur.

Ten aanzien van het motorvoertuig overweegt het Gerecht het volgende. De officier van justitie heeft betoogd dat dit motorvoertuig door verdachte is gebruikt om zich te vervoeren om de strafbare feiten te plegen, om te vluchten en om het vuurwapen weg te gooien. Uit het dossier blijkt dat de stiefvader van verdachte de eigenaar is van het motorvoertuig. Verbeurdverklaring is een bijkomende straf die ten laste van de verdachte moet komen. Het Gerecht is van oordeel dat de stiefvaderdoor verbeurdverklaring onevenredig in zijn belangen zou worden getroffen. Het motorvoertuig zal daarom niet verbeurd worden verklaard.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74, 1:75, 1:136, 1:138 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 primair en feit 4 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiaire, 3 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de vierentwintig [24] maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven zwart tasje inhoudende op cocaïne lijkende brokjes en één pistool (bijlage 19.1);

gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (bijlage 19.1):

- een zwarte schoudertas inhoudende geld;

- een wit tasje inhoudende geld;

- drie doorzichtige plastic zakjes met geld;

- één mobiele Apple iPhone donker van kleur;

- één mobiele telefoon van het merk Samsung;

gelast de teruggave aan [slachtoffer 2] van het volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (bijlage 19.1):

- één zilverkleurige ketting met diamanten;

gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (bijlage 19.1):

- één motorvoertuig van het merk Hyundai, model accent en blauw van kleur.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 6 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.L. Gerrits

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?