Parketnummer: P-2025/01931
Zaaknummer: 521 van 2025
Uitspraak van: 18 februari 2026 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 januari 2026.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Schotman, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden halsketting, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- het rukken (met kracht) aan de halsketting van die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met de hand in het gezicht te slaan en/of
- het richten van een mes op het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- meermalen tegen die [slachtoffer] te zeggen/schreeuwen: “Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas” en/of “E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van hetgeen ten laste is gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte heeft bekend dat hij betrokken was bij een vechtpartij, maar ten stelligste ontkent dat hij iets met de overval te maken heeft gehad. Het bewijs berust op onderling tegenstrijdige verklaringen van aangever die geen steun vinden in de objectieve bewijsmiddelen in het dossier. Het in de aangifte genoemde geweld wordt niet ondersteund door een ander bewijsmiddel en kan daarom niet worden bewezen. Ook heeft aangever ter plaatse tegenover de politie verklaard dat hij nog niet in de auto zat toen de diefstal plaatsvond, terwijl hij in zijn aangifte heeft verklaard dat de diefstal gebeurde toen hij al in de auto zat.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat er alleen een verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] ligt die belastend over de verdachte heeft verklaard. De verdediging acht die verklaring niet betrouwbaar, nu deze verklaring vermoedelijk uit emotie is afgelegd, omdat hij zich door zijn eigen vrienden verraden voelde en hij door de vrienden van aangever behoorlijk is toegetakeld.
Het oordeel van het Gerecht
Vaststaat dat in de nacht van 18 augustus 2025 op de parkeerplaats van [fastfoodrestaurant] te [locatie] een confrontatie bij de auto van de aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) heeft plaatsgevonden tussen de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 1] en de aangever. Daarbij stond de medeverdachte [medeverdachte 1] bij het rechter voorportier van de auto van de aangever stond en de verdachte bij het linker voorportier. Ook staat vast dat de aangever op een gegeven moment door de verdachte met gebalde vuist in het gezicht is geslagen.
Het Gerecht ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] zich bij deze confrontatie schuldig hebben gemaakt aan een overval op de aangever, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Anders dan de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat uit de bewijsmiddelen de deelname van de verdachte aan de overval kan worden bewezen
De verklaring van aangever vindt ondersteuning in de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1], getuige [medeverdachte 2] en in de uitwerking van de camerabeelden.
De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie belastende verklaringen afgelegd over verdachte. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft onder meer verklaard dat verdachte de aangever heeft beroofd en dat er een vechtpartij ontstond en dat verdachte heeft gedreigd met een mes.
De getuige [medeverdachte 2] wijst verdachte ook aan als één van de daders. Weliswaar duidt deze getuige verdachte aan als [verdachte] en heeft verdachte ontkend dat hij [verdachte] wordt genoemd, maar [medeverdachte 2] heeft het wel degelijk over verdachte. Verdachte heeft zichzelf ter zitting immers op de foto herkend als de persoon die [medeverdachte 2] aanduidt als [verdachte].
En dan zijn er de camerabeelden. Weliswaar zijn die beelden van veraf en niet erg gedetailleerd en is er (daarom) geen overval op te zien, maar wel zichtbaar is dat de mede verdachte met zijn knie tegen een portier van de auto aangeleund staat. Dat past goed bij de verklaring van aangever dat hij probeerde te ontsnappen via de deur aan de passagierszijde, maar dat die deur werd dichtgehouden door een van de overvallers. Dus wat er te zien is, past bij de verklaringen van aangever.
De rechtbank stelt op grond van de bovengenoemde feiten en omstandigheden en de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Verdachte is degene die in de verklaringen van aangever wordt aangeduid als ‘Overvaller 1’.
Het ten laste gelegde medeplegen kan worden bewezen, omdat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1]. Er is sprake van een gezamenlijke uitvoering.
De raadsvrouw heeft nog gewezen op het feit dat verdachte door aangever niet is herkend bij een fotoconfrontatie en dat er geen mes of ketting te zien is op de videobeelden of is aangetroffen. Dit betreffen echter omstandigheden die weliswaar niet belastend zijn, maar in het licht van het voorgaande ook niet ontlastend.
Uit het voorgaande volgt dat de verweren van de raadsvrouw worden verworpen.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
dat hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden halsketting, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- het rukken (met kracht) aan de halsketting van die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met de hand in het gezicht te slaan en/of
- het richten van een mes op het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- meermalen tegen die [slachtoffer] te zeggen/schreeuwen: “Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas” en/of “E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
1.
De verklaring van de verdachte op 28 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:
Op 18 augustus 2025, toen het feest klaar was, was er een vechtpartij met een jongen. De vechtpartij was buiten.
Het klopt dat de vechtpartij rond een witte auto plaatsvond.
U toont mij een foto die bij de verklaring van getuige [medeverdachte 2] is gevoegd. Ik ben de persoon op de door u getoonde foto.
2.
Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-01), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, of een van hen, -zakelijk weergegeven-:
Op 18 augustus 2025 omstreeks 01:10 uur werden wij naar [locatie] gestuurd, ter hoogte van [fastfoodrestaurant] alwaar drie jongens een persoon hadden beroofd. Ter plaatse zagen wij een grote groep personen. Wij zagen dat zij een jongen in het zwart vasthielden. Wij spraken met het slachtoffer, genaamd [slachtoffer]. Hij verklaarde dat de persoon die door de omstanders werd vastgehouden degene is die aan de mede-inzittenden zijde stond tijdens de handelingen van de verdachten. In verband hiermee werd [medeverdachte 1] ter plaatse aangehouden.
3.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-11), met bijlage, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:
Vannacht bevond ik mij bij het [bedrijf] nachtclub gelegen naast [fastfoodrestaurant] te [locatie]. Omstreeks 01:00 uur liep ik naar mijn auto toe. Een witkleurige Nissan Versa. Dichtbij mijn auto gekomen zag ik een groep van vier personen in mijn richting aankomen lopen. De groep was bestaande uit twee mannen en twee vrouwen. Een van de mannen had iets in mijn richting geuit. Ik zal deze man verder als “Overvaller 1” in mijn verklaring noemen. Bij mijn auto aangekomen had ik het linker voorportier van mijn auto geopend om mijn auto binnen te stappen. Op dat moment kwam “Overvaller 1” op mij af en had mijn gouden halsketting van mijn hals met kracht gerukt en lukte deze weg te nemen. Tijdens de beweging die “Overvaller 1” had gedaan om mijn halsketting weg te nemen, had zijn hand mijn gezicht hard geraakt. Ik merkte tevens dat “Overvaller 1” een mes in zijn rechterhand hield. Het lukte het linker voorportier van mijn auto niet te sluiten aangezien dat “Overvaller 1” de deur open bleef houden. “Overvaller 1” bleef tegen mij zeggen: “ Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas!”. “Overvaller 1” bleef het mes op mijn lichaam richtten. Op dat moment had ik mijn zwartkleurige herentasjes in mijn bezit. Ik trachtte vervolgens via het rechter voorportier mijn auto uit te stappen om zodoende weg te rennen. Op dat moment merkte ik dat de andere man van voornoemde groep, bij dat portier stond. Ik zal deze man verder als “Overvaller 2” in mijn verklaring noemen. “Overvaller 2” wilde mij niet uit mijn auto laten stappen en bleef zeggen: “ E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”. Ik wist op dat moment dat deze twee mannen een gewapende overval op mij aan het plegen waren en ik vreesde voor mijn leven en veiligheid.
4.
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 augustus 2025, (bijlage RE-20), voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:
Op 18 augustus 2025 was ik in de nachtelijke uren bij het [bedrijf] nachtclub te [locatie]. Omstreeks 01:00 uur begon de nachtclub te sluiten.
Ik zag de auto van mijn vriend voor het [bedrijf] geparkeerd. Mijn vriend zat in zijn auto. Zijn auto is een witkleurige Nissan Versa. Ik zag dat [verdachte] samen met twee mannen rond de auto bleef lopen en trachtten de portieren van de auto open te maken. Ik wil opmerken dat [verdachte] en een lichtbruinkleurige man degene die meer agressief bezig waren om de portieren van de auto open te maken. Ze bleven aan de portierhandels van de auto rukken.
Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] een halsketting van de hals van mijn vriend had weggerukt.
De politie ter plaatse had de lichtbruinkleurige man aangehouden.
Ik wil nogmaals benadrukken dat de aangehouden lichtbruinkleurige man en [verdachte] degenen waren die het grootste betrokkenheid hadden bij het plegen van de diefstal.
Ik ben erachter gekomen dat de voornaam van [verdachte] is [voornaam]. Zijn Instagram profiel is [profielnaam]. Ik herken hem op een foto van zijn profiel.
Opmerking verbalisanten:
[Medeverdachte 2] had een schermafdruk van het Instagram profiel [profielnaam] en van een foto van [voornaam] gemaakt en had deze naar onze onderzoeksteam gestuurd. Deze werden hieronder in figuur 1 en figuur 2 weergegeven.
5.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-13) voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:
Op een gegeven moment hoorde ik [verdachte] tegen de man op een bedreigde toon zeggen: “Nami bo cadena sino mi ta hincabo”. Hierna begonnen ze te worstelen. Ik hoorde hoe [verdachte] de ketting van de nek van de man eraf trok.
[verdachte] liep terug naar de man en bedreigde de man dat hij hem nu wel neer zal steken. Beiden begonnen te worstelen. Op dat moment zat de man nog steeds in zijn auto.
Van buitenaf gaf [verdachte] vuistslagen.
6.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 augustus 2025, (bijlage RE14), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:
O: Op 18 augustus 2025 had u uw eerste verklaring afgelegd en had u deze niet ondertekend.
V: Volhard u aan uw eerste afgelegde verklaring van 18 augustus 2025?
A: Ja, ik had het niet ondertekend, maar ik wil deze alsnog ondertekenen.
7.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.11 oktober 2025, bijlage RE-15, voor zover in houdende als verklaring van de medeverdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:
Ik was die dag samen met mijn vrienden bij het [bedrijf] discotheek te [locatie].
De man had het linker voorportier van zijn auto opengemaakt en ik sloeg op dat moment met mijn gebalde vuist tegen het gezicht van de man.
Op dat moment had Lionel het rechter voorportier van de auto opengedaan en ik zag dat Lionel een herentasje van de man trachtte weg te nemen.
8.
Een proces-verbaal van bevindingen videobeelden d.d. 8 november 2025 (bijlage RE-19), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten of een van hen, -zakelijk weergegeven-:
Van de beveiligingscamera van [restaurant] Aruba” te [locatie] werd onder andere het volgende ontvangen:
-Digitale videobeelden die op 18 augustus 2025 vanaf omstreeks 00:00 uur tot 02:00 werden opgenomen.
Omstreeks 00:05:33 uur komt een motorvoertuig in beeld.
Na het parkeren van de auto stapt NN-man 1 uit.
Opmerking verbalisant:
Naar aanleiding van de videobeelden wordt NN-man 1 als de reeds aangehouden verdachte [medeverdachte 1] binnen het onderzoek door mij herkend. Tijdens het 1e verdachte verhoor had de verdachte [medeverdachte 1] dezelfde kledingstukken aan.
Omstreeks 01:02 uur komt het slachtoffer [slachtoffer] vanuit de nachtclub lopend in beeld en gaat richting zijn personenauto toe en stapt in.
Omstreeks 01:03 uur komt de verdachte [medeverdachte 1] in beeld.
Verder is te zien dat de NN-man 3 vanaf de linkerzijde van de auto van het slachtoffer naar de verdachte [medeverdachte 1] toeloopt.
Verder is te zien dat NN-man 3 vanaf de linker achterzijde van de auto in de richting van het slachtoffer terugloopt. Achter hem loopt de verdachte [medeverdachte 1].
Te zien is dat de verdachte [medeverdachte 1] heen en weer naar de auto van het slachtoffer loopt en gaat op een gegeven moment weer linksachter de auto staan.
De NN-man 3 loopt naar de linker voorzijde van de auto toe.
Te zien is dat het rechter voorportier van de auto openstaat en is de verdachte [medeverdachte 1] bij deze portier gaan staan.
Omstreeks 01:04 uur is te zien dat de verdachte [medeverdachte 1] het rechter voorportier van de auto dicht doet en lijkt alsof hij het portier dicht vasthoud. Namelijk met een gebogen knie tegen het portier en met een gestrekte been voor ondersteuning.
Vermoeden verbalisant
Naar aanleiding van de hierboven gerelateerde waarnemingen en tevens de afgelegde verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] dat NN-man 3 de reeds aangehouden verdachte [verdachte] betreft.
5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om de diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
7. Oplegging van de straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest en onder oplegging van reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat in het geval van een veroordeling de persoonlijke omstandigheden van verdachte moeten worden meegewogen, dat verdachte open staat voor toezicht van de reclassering en dat daarom een voornamelijk voorwaardelijke straf op zijn plaats is.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, terwijl zij onder invloed van alcohol verkeerden. Tijdens de overval is het slachtoffer geslagen en is onder bedreiging van een mes zijn halsketting afhandig gemaakt en is hij bedreigd om zijn tas af te geven. Het feit heeft ’s nachts op de openbare weg bij een uitgaansgelegenheid plaatsgevonden. Dit is een ernstig feit dat naast gevoelens van angst bij het slachtoffer ook gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweegbrengt.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het op leggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het Gerecht acht geslagen op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de oriëntatiepunten van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie. In deze oriëntatiepunten wordt uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar voor een “Atrako” waar met een steekwapen is gedreigd en/of fysiek geweld is gebruikt. Het Gerecht zal deze duur, conform de eis van de officier van justitie, als uitgangspunt nemen.
Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening dat verdachte een groter aandeel in de diefstal met geweld had dan de medeverdachte en met de strafkaart van de verdachte waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen waarbij ook geweld is gebruikt. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat een forse gevangenisstraf op zijn plaats is.
Uit de strafkaart van verdachte blijkt echter ook dat verdachte bij vonnis van 21 november 2025 door het Gerecht in Aruba is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden. Dat betekent dat het Gerecht met die veroordeling rekening dient te houden op de voet van artikel 1:138 Sr. Dit weegt voor de beoordeling in deze zaak in het voordeel van verdachte mee.
Daarnaast heeft het Gerecht in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals op de terechtzitting is besproken en het rapport van de Reclassering d.d. 18 november 2025. Uit het rapport volgt dat de verdachte is gediagnosticeerd met ADHD en dat er aanwijzingen zijn voor aandacht- en impulsregulatieproblemen, moeite met agressieregulatie en mogelijke hechtings- of traumagerelateerde klachten. De rapporteur uit zorgen over de emotionele toestand van de verdachte, zijn beïnvloedbaarheid en zijn loyaliteit aan zijn vriendenkring. Bij structuur en medicatie is er zicht op verbetering. De kans op recidive wordt gemiddeld tot hoog ingeschat. Geadviseerd wordt reclasseringstoezicht op te leggen, met psychologisch begeleiding, waarbij aandachtspunten zijn het werken aan de impulsiviteit, agressieregulatie en beïnvloedbaarheid van de verdachte, evenals het aanbieden van psycho-educatie met betrekking tot zijn psychische toestand.
Al met al zal het Gerecht een gevangenisstraf opleggen van gelijke duur als aan de mededader wordt opgelegd, te weten voor een periode van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest en onder oplegging van reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Het voorwaardelijk strafdeel dient er enerzijds toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, anderzijds biedt dat de reclassering de mogelijkheid om met verdachte te werken aan een delictvrije toekomst.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:123 en 1:138 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;
- de veroordeelde zich onder psychologische begeleiding van de reclassering of een door de reclassering aan te wijzen instelling zal stellen, waarbij de aandacht is gevestigd op het werken aan de impulsiviteit, agressieregulatie en beïnvloedbaarheid van de veroordeelde; ook als dit inhoudt psycho-educatie met betrekking tot de psychische toestand van de veroordeelde, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de reclassering zullen worden gegeven;
geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.
Uitspraakgriffier:
==========