ECLI:NL:OGEAA:2026:45

ECLI:NL:OGEAA:2026:45

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer 520 van 2025
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Veroordeling voor medeplegen diefstal met geweld. Onder invloed van alcohol. Verdachte ontkent op de zitting. Initiële verklaringen verdachte bij de politie komen overeen met onderzoeksbevindingen en aangifte. Ongelukkige samenvatting relaasproces-verbaal doet niet af aan verklaring aangever in brondocumenten. Verklaring aangever bruikbaar voor bewijs. Feit gepleegd tijdens voorwaardelijke invrijheidsstelling. Gevangenisstraf 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 3 jaren, met aftrek en bijzondere voorwaarde Reclasseringscontact. Teruggave telefoon aan verdachte.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01566

Zaaknummer: 520 van 2025

Uitspraak van: 18 februari 2026 op tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 januari 2026.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Schotman, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden halsketting, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- het rukken (met kracht) aan de halsketting van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met de hand in het gezicht te slaan en/of

- het richten van een mes op het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- meermalen tegen die [slachtoffer] te zeggen/schreeuwen: “Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas” en/of “E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van hetgeen ten laste is gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte ontkent en dat ook uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte enige betrokkenheid bij de ten laste gelegde diefstal met geweld heeft gehad of dat er überhaupt een diefstal met geweld heeft plaatsgevonden.

Het oordeel van het Gerecht

Vaststaat dat in de nacht van 18 augustus 2025 op de parkeerplaats van [fastfoodrestaurant] te [locatie] een confrontatie bij de auto van de aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) heeft plaatsgevonden tussen de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 1] en de aangever. Daarbij stond de verdachte bij het rechter voorportier van de auto van de aangever en de medeverdachte [medeverdachte 1] bij het linker voorportier. Ook staat vast dat de aangever op een gegeven moment door de medeverdachte [medeverdachte 1] met gebalde vuist in het gezicht is geslagen. De verdachte is ter plaatse door de politie aangehouden.

Het Gerecht ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] zich bij deze confrontatie schuldig hebben gemaakt aan een overval op de aangever, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Aangever heeft direct aan de politie ter plaatse verklaard dat hij op een gewelddadige manier was overvallen. Later heeft hij daar in meer detail ook bij de politiewacht over verklaard. Aangever wijst verdachte aan als degene die bij de overval betrokken was vanaf de passagierskant van de auto (‘Overvaller 2’). Verdachte heeft ter zitting ontkend dat hij betrokken is geweest bij een gewelddadige overval en dat er ook helemaal geen overval heeft plaatsgevonden. Het Gerecht komt echter tot een andere conclusie en licht dat als volgt toe.

De verklaring van aangever vindt ondersteuning in de verklaringen van getuige [medeverdachte 2] en in de uitwerking van de camerabeelden. Weliswaar zijn die beelden van veraf en niet erg gedetailleerd en is er (daarom) geen overval op te zien, maar wel zichtbaar is dat verdachte met zijn knie tegen een portier van de auto aangeleund staat. Dat past goed bij de verklaring van aangever dat hij probeerde te ontsnappen via de deur aan de passagierszijde, maar dat die deur werd dichtgehouden door een van de overvallers. Dus wat er te zien is, past bij de verklaringen van aangever.

En de verklaring van verdachte vindt ook ondersteuning in de initiële verklaringen van verdachte zelf en die van de medeverdachte [medeverdachte 1].

In zijn verhoren op 18 en 20 augustus 2025 verklaart verdachte over de gebeurtenissen op een manier die grotendeels overeenkomt met wat de aangever heeft verklaard. Zo spreekt verdachte evenals aangever over het van de nek aftrekken van de ketting van de aangever; het geven van vuistslagen en het dreigen dat de aangever zou worden neergestoken. Verdachte wijst in zijn verklaring vooral naar medeverdachte [medeverdachte 1]. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op zijn beurt verklaard dat er een woordenwisseling met de aangever was ontstaan en dat hij, medeverdachte [medeverdachte 1], de aangever bij zijn auto met gebalde vuist in zijn gezicht heeft geslagen en dat hij zag dat verdachte de rechter voorportier van de auto van de aangever open had gedaan en een herentasje uit het voertuig trachtte weg te nemen. De verklaringen van aangever worden dus bevestigd door de gezamenlijke verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1].

Op de terechtzitting van 28 januari 2026 is de verdachte teruggekomen op zijn eerdere verklaringen bij de politie en heeft hij ontkend dat er een diefstal onder bedreiging met geweld heeft plaatsgevonden. Het Gerecht zal echter voorbijgaan aan de ter terechtzitting afgelegde verklaring, omdat deze niet overeenkomt met de onderzoeksbevindingen, terwijl de initiële verklaring van verdachte dat wel doet.

De raadsvrouw heeft nog gesteld dat aangever wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij zou zijn overvallen en dat daarom niet uitgegaan kan worden van zijn verklaring. Zij onderbouwt dit door te wijzen op het feit dat de weergegeven verklaring van aangever in het relaasproces-verbaal (RE-00) op dit punt niet zou overeenkomen met de verklaring van aangever (RE-11). Deze stelling van de raadsvrouw miskent het feit dat het relaasproces-verbaal niets anders is dan een door de politie opgestelde samenvatting van de dossierstukken. In dit geval is die samenvatting ongelukkig geweest, maar dat doet niet af aan de verklaring van aangever zoals die blijkens de brondocumenten heeft geluid. Aangever heeft dus niet wisselend verklaard. Zowel tegen de politie ter plaatse (bijlage RE-01) als in zijn nadere verhoor (bijlage RE-11) zegt hij dat de overval begon toen hij zijn auto in wilde stappen.

De verklaring van aangever is dus bruikbaar voor het bewijs en vindt ondersteuning in andere onderzoeksbevindingen, te weten de camerabeelden, de getuigenverklaring van [medeverdachte 2], de door verdachte afgelegde verklaringen bij de politie en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1].

Uit het voorgaande volgt dat de verweren van de raadsvrouw worden verworpen.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden halsketting, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- het rukken (met kracht) aan de halsketting van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met de hand in het gezicht te slaan en/of

- het richten van een mes op het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- meermalen tegen die [slachtoffer] te zeggen/schreeuwen: “Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas” en/of “E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

1.

Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-01), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, of een van hen, -zakelijk weergegeven-:

Op 18 augustus 2025 omstreeks 01:10 uur werden wij naar [locatie] gestuurd, ter hoogte van [fastfoodrestaurant] alwaar drie jongens een persoon hadden beroofd. Ter plaatse zagen wij een grote groep personen. Wij zagen dat zij een jongen in het zwart vasthielden. Wij spraken met het slachtoffer, genaamd [slachtoffer]. Hij verklaarde dat de persoon die door de omstanders werd vastgehouden degene is die aan de mede-inzittenden zijde stond tijdens de handelingen van de verdachten. In verband hiermee werd [verdachte] ter plaatse aangehouden.

2.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-11), met bijlage, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Vannacht bevond ik mij bij het [bedrijf] nachtclub gelegen naast [fastfoodrestaurant] te [locatie]. Omstreeks 01:00 uur liep ik naar mijn auto toe. Een witkleurige Nissan Versa. Dichtbij mijn auto gekomen zag ik een groep van vier personen in mijn richting aankomen lopen. De groep was bestaande uit twee mannen en twee vrouwen. Een van de mannen had iets in mijn richting geuit. Ik zal deze man verder als “Overvaller 1” in mijn verklaring noemen. Bij mijn auto aangekomen had ik het linker voorportier van mijn auto geopend om mijn auto binnen te stappen. Op dat moment kwam “Overvaller 1” op mij af en had mijn gouden halsketting van mijn hals met kracht gerukt en lukte deze weg te nemen. Tijdens de beweging die “Overvaller 1” had gedaan om mijn halsketting weg te nemen, had zijn hand mijn gezicht hard geraakt. Ik merkte tevens dat “Overvaller 1” een mes in zijn rechterhand hield. Het lukte het linker voorportier van mijn auto niet te sluiten aangezien dat “Overvaller 1” de deur open bleef houden. “Overvaller 1” bleef tegen mij zeggen: “ Si bo grita mi ta hincabo, dunami bo tas!”. “Overvaller 1” bleef het mes op mijn lichaam richtten. Op dat moment had ik mijn zwartkleurige herentasjes in mijn bezit. Ik trachtte vervolgens via het rechter voorportier mijn auto uit te stappen om zodoende weg te rennen. Op dat moment merkte ik dat de andere man van voornoemde groep, bij dat portier stond. Ik zal deze man verder als “Overvaller 2” in mijn verklaring noemen. “Overvaller 2” wilde mij niet uit mijn auto laten stappen en bleef zeggen: “ E tas, nami e tas. Sino nos ta hincabo!”. Ik wist op dat moment dat deze twee mannen een gewapende overval op mij aan het plegen waren en ik vreesde voor mijn leven en veiligheid.

3.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 augustus 2025, (bijlage RE-20), voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

Op 18 augustus 2025 was ik in de nachtelijke uren bij het [bedrijf] nachtclub te [locatie]. Omstreeks 01:00 uur begon de nachtclub te sluiten.

Ik zag de auto van mijn vriend voor het [bedrijf] geparkeerd. Mijn vriend zat in zijn auto. Zijn auto is een witkleurige Nissan Versa. Ik zag dat [medeverdachte 1] samen met twee mannen rond de auto bleef lopen en trachtten de portieren van de auto open te maken. Ik wil opmerken dat [medeverdachte 1] en een lichtbruinkleurige man degene die meer agressief bezig waren om de portieren van de auto open te maken. Ze bleven aan de portierhandels van de auto rukken.

Op een gegeven moment zag ik dat [medeverdachte 1] een halsketting van de hals van mijn vriend had weggerukt.

De politie ter plaatse had de lichtbruinkleurige man aangehouden.

Ik wil nogmaals benadrukken dat de aangehouden lichtbruinkleurige man en [medeverdachte 1] degenen waren die het grootste betrokkenheid hadden bij het plegen van de diefstal.

4.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 augustus 2025, (bijlage RE-13) voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Op een gegeven moment hoorde ik [medeverdachte 1] tegen de man op een bedreigde toon zeggen: “Nami bo cadena sino mi ta hincabo”. Hierna begonnen ze te worstelen. Ik hoorde hoe [medeverdachte 1] de ketting van de nek van de man eraf trok.

[Medeverdachte 1] liep terug naar de man en bedreigde de man dat hij hem nu wel neer zal steken. Beiden begonnen te worstelen. Op dat moment zat de man nog steeds in zijn auto.

Van buitenaf gaf [medeverdachte 1] vuistslagen.

5.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 augustus 2025, (bijlage RE14), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

O: Op 18 augustus 2025 had u uw eerste verklaring afgelegd en had u deze niet ondertekend.

V: Volhard u aan uw eerste afgelegde verklaring van 18 augustus 2025?

A: Ja, ik had het niet ondertekend, maar ik wil deze alsnog ondertekenen.

6.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.11 oktober 2025, bijlage RE-15, voor zover in houdende als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Ik was die dag samen met mijn vrienden bij het [bedrijf] discotheek te [locatie].

Op een gegeven moment begon [verdachte] en een voor mij onbekende man te bekvechten.

Ze bleven bekvechten en op een gegeven moment liepen we allemaal de discotheek uit.

De man had het linker voorportier van zijn auto opengemaakt en ik sloeg op dat moment met mijn gebalde vuist tegen het gezicht van de man.

Op dat moment had [verdachte] het rechter voorportier van de auto opengedaan en ik zag dat [verdachte] een herentasje van de man trachtte weg te nemen.

7.

Een proces-verbaal van bevindingen videobeelden d.d. 8 november 2025 (bijlage RE-19), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten of een van hen, -zakelijk weergegeven-:

Van de beveiligingscamera van [Colombia restaurant] te [locatie] werd onder andere het volgende ontvangen:

-Digitale videobeelden die op 18 augustus 2025 vanaf omstreeks 00:00 uur tot 02:00 werden opgenomen.

Omstreeks 00:05:33 uur komt een motorvoertuig in beeld.

Na het parkeren van de auto stapt NN-man 1 uit.

Opmerking verbalisant:

Naar aanleiding van de videobeelden wordt NN-man 1 als de reeds aangehouden verdachte [verdachte] binnen het onderzoek door mij herkend. Tijdens het 1e verdachte verhoor had de verdachte [verdachte] dezelfde kledingstukken aan.

Omstreeks 01:02 uur komt het slachtoffer [slachtoffer] vanuit de nachtclub lopend in beeld en gaat richting zijn personenauto toe en stapt in.

Omstreeks 01:03 uur komt de verdachte [verdachte] in beeld.

Verder is te zien dat de NN-man 3 vanaf de linkerzijde van de auto van het slachtoffer naar de verdachte [verdachte] toeloopt.

Verder is te zien dat NN-man 3 vanaf de linker achterzijde van de auto in de richting van het slachtoffer terugloopt. Achter hem loopt de verdachte [verdachte].

Te zien is dat de verdachte [verdachte] heen en weer naar de auto van het slachtoffer loopt en gaat op een gegeven moment weer linksachter de auto staan.

De NN-man 3 loopt naar de linker voorzijde van de auto toe.

Te zien is dat het rechter voorportier van de auto openstaat en is de verdachte [verdachte] bij deze portier gaan staan.

Omstreeks 01:04 uur is te zien dat de verdachte [verdachte] het rechter voorportier van de auto dicht doet en lijkt alsof hij het portier dicht vasthoudt. Namelijk met een gebogen knie tegen het portier en met een gestrekte been voor ondersteuning.

Vermoeden verbalisant

Naar aanleiding van de hierboven gerelateerde waarnemingen en tevens de afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte] dat NN-man 3 de reeds aangehouden verdachte [medeverdachte 1] betreft.

5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om de diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7. Oplegging van de straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest en onder oplegging van reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat in het geval van een veroordeling moet worden meegewogen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten en dat hij open staat voor toezicht van de reclassering.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, terwijl zij onder invloed van alcohol verkeerden. Tijdens de overval is het slachtoffer geslagen en is onder bedreiging van een mes zijn halsketting afhandig gemaakt en is hij bedreigd om zijn tas af te geven. Het feit heeft ’s nachts op de openbare weg bij een uitgaansgelegenheid plaatsgevonden. Dit is een ernstig feit dat naast gevoelens van angst bij het slachtoffer ook gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweegbrengt.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het Gerecht acht geslagen op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de oriëntatiepunten van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie. In deze oriëntatiepunten wordt uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar voor een “Atrako” waar met een steekwapen is gedreigd en/of fysiek geweld is gebruikt. Het Gerecht zal deze duur als uitgangspunt nemen.

Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met de strafkaart van de verdachte waaruit blijkt dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft gepleegd tijdens een voorwaardelijke invrijheidsstelling van een eerdere veroordeling. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het de bedoeling was dat verdachte na zijn invrijheidsstelling begeleid zou worden door de reclassering, maar die begeleiding nooit tot stand is gekomen.

Alles overwegende, is het Gerecht van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. Het Gerecht zal aan verdachte dan ook opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest en onder oplegging van reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Het voorwaardelijk strafdeel dient er enerzijds toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, anderzijds biedt dat de reclassering de mogelijkheid om met verdachte te werken aan een delictvrije toekomst.

8. Het beslag

Het Gerecht is, zoals door de officier van justitie is gevorderd, van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van het in het dictum vermelde in beslag genomen voorwerp. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van:

- zwartkleurige Apple iPhone 11

aan de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Uitspraakgriffier:

==========

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.L. Gerrits

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?