Vonnis in kort geding van 5 februari 2026
Behorend bij AUA202503514 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
1. [Eiser 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam
van [erfgenaam],
2. [Eiser 2],
3. [Eiser 3],
4. [Eiser 4],
5. [Eiser 5],
6. [Eiser 6],
7. [Eiser 7],
8. [Eiser 8],
9. [Eiser 9],
10. [Eiser 10],
11. [Eiser 11],
12. [Eiser 12],
13. [Eiser 13],
14. [Eiser 14],
15. [Eiser 15],
16. [Eiser 16],
allen woonplaats kiezende te Aruba,
eisers, hierna te noemen: [eisers],
gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
[Gedaagde],
te [woonplaats], Nederland,
gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 9, ingediend op 27 oktober 2025;
- het schriftelijk verweer van [gedaagde] met bijlagen, ingediend op 2 januari 2026;
- de mondelinge behandeling op 15 januari 2026.
Gedaagde] heeft bij e-mailbericht van 12 januari 2026 aan het Gerecht medegedeeld dat zij op 5 januari 2026 aanvullende stukken per aangetekende post heeft toegezonden. Het Gerecht heeft daarop aan [gedaagde] medegedeeld dat die stukken vooralsnog niet door het Gerecht zijn ontvangen en dat [gedaagde] de stukken indien gewenst digitaal kan aanleveren. Daarbij is vermeld dat de rechter ter zitting zal beslissen of die stukken worden toegelaten. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechter vastgesteld dat de betreffende stukken niet (digitaal) door de griffie zijn ontvangen, zodat de zaak zonder die stukken is behandeld.
Tijdens de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 zijn verschenen eisers sub 14 en 15, bijgestaan door mr. Lopez voornoemd. [Gedaagde] is niet verschenen. Ter zitting heeft mr. Lopez het verzoekschrift van [eisers] toegelicht en vragen van de rechter beantwoord.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. DE FEITEN
Partijen zijn de erfgenamen (van de erfgenamen) van wijlen [erflaatster] (hierna: erflaatster), overleden op 15 oktober 2012.
Tot de nalatenschap van erflaatster behoren volgens eisers:
- het recht van eigendom, totaal 197m2, kadastraal blad nr. [bladzijdenummer], eerste district, sectie B, [sectienummer 1] registratie C. [registratienummer 1]; bekend als [adres 1] te Aruba (hierna: [adres 1]), en
- het recht van erfpacht, totaal 433m2, kadastraal blad nr. [bladzijdenummer], eerste district, sectie B, [sectienummer 2] tot 19 februari 2034, reg. C. [registratienummer 2]; bekend als [adres 2] te Aruba (hierna: [adres 2]).
Eisers] hebben mr. Lopez voornoemd gevolmachtigd om namens hen voornoemde onroerende zaken te verkopen en te leveren. Voor zijn diensten zal mr. Lopez een vergoeding van 5% over de erfdelen van [eisers] ontvangen, in te houden door de notaris en uit te betalen bij de overdracht van de onroerende zaken aan de koper(s).
Op 2 maart 2021 is [adres 1] getaxeerd voor een marktwaarde van Afl. 400.000,- en [adres 2] voor een marktwaarde van Afl. 750.000,-.
Koper] (hierna ook: de koper) heeft aangeboden om [adres 1] te kopen voor een bedrag van Afl. 200.000,-. [Eisers] zijn daarmee akkoord gegaan.
Ten behoeve van de verkoop van [adres 1] aan [koper] is een concept koopovereenkomst opgesteld. Daarin is onder meer vermeld dat de levering van de onroerende zaak zal plaatsvinden binnen drie maanden na ondertekening van de koopovereenkomst.
Op 27 juni 2025 heeft mr. Lopez namens [eisers] de koopovereenkomst ondertekend. De koopovereenkomst is niet ook door de koper ondertekend.
Gedaagde] heeft aanvankelijk getracht de koopovereenkomst digitaal te ondertekenen. Uiteindelijk heeft zij echter besloten om niet mee te werken aan de verkoop van [adres 1] aan [koper].
3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Eisers] vorderen – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [Gedaagde] te bevelen om samen met [eisers] en de andere erven [adres 1] en [adres 2], te verkopen en te leveren aan de kopers tegen elk redelijk aanbod en aan die verkoop en levering alle medewerking te leveren, waartoe in elk geval:
- het ondertekenen van de schriftelijke koopovereenkomst binnen zeven dagen na de datum van het vonnis;
- meewerken aan de levering ten overstaan van de notaris op een nader door [eisers] met de koper en de notaris overeen te komen dag;
II. te bepalen dat indien [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling onder 1, het vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de koopovereenkomst en de notariële akte van levering waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde] dat zij de onroerende zaken verkoopt c.q. levert aan de kopers;
met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Eisers] leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. [Eisers] zitten al jaren in onverdeeldheid en wensen daaruit te komen. [Gedaagde] werkt ten onrechte niet mee aan de verkoop en levering van de onroerende zaken die tot de nalatenschap van erflaatster behoren. De onroerende zaken gaan elke dag in waarde achteruit, omdat zij worden verwaarloosd. [Eisers] hebben er belang bij dat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan de verkoop en levering van de onroerende zaken en dat bij gebreke van haar medewerking het vonnis in de plaats treedt van die medewerking.
Gedaagde] heeft schriftelijk verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde.
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, op de standpunten van partijen ingaan.
4. DE BEOORDELING
Het spoedeisend belang van [eisers] bij hun vorderingen is door [gedaagde] niet weersproken en naar het oordeel van het Gerecht ook voldoende aanwezig. Erflaatster is al in 2012 overleden en [eisers] wensen niet langer in onverdeeldheid te blijven. [Eisers] hebben daarbij onbetwist gesteld dat de erfgenamen van erflaatster op leeftijd zijn en dat zij de verdeling willen bewerkstelligen voordat weer een van de erfgenamen komt te overlijden en de verdeling wordt bemoeilijkt. [Eisers] zijn dan ook ontvankelijk in hun vorderingen.
Centraal staat de vraag of [gedaagde] kan worden bevolen om mee te werken aan de verkoop en levering van [adres 1] en [adres 2].
Vooropgesteld wordt dat als onweersproken vaststaat dat alle erfgenamen van erflaatster de erfenis zuiver hebben aanvaard en dat [adres 1] en [adres 2] (hierna ook: de onroerende zaken) tot de nalatenschap van erflaatster behoren. Ook staat vast dat [gedaagde] weigert mee te werken aan de verkoop en levering van de onroerende zaken. Het Gerecht zal hierna de verweren van [gedaagde] achtereenvolgens bespreken.
Gedaagde] voert allereerst aan dat sprake is van onterechte volmachtverlening aan mr. Lopez, omdat sommige erfgenamen ofwel niet wisten wat zij ondertekenden ofwel zijn misleid door verkeerde informatie en/of de volmacht onder druk hebben verleend. Zij voert ook aan dat de tussenkomst van mr. Lopez overbodig is. Het Gerecht gaat voorbij aan de bezwaren die [gedaagde] aanvoert tegen de volmacht van [eisers] aan mr. Lopez, omdat dit [gedaagde] niet regardeert. Mr. Lopez treedt immers niet op voor [gedaagde] en het is aan [eisers] om mr. Lopez al dan niet als vertegenwoordiger aan te wijzen. Daar heeft [gedaagde] geen invloed op. Zoals mr. Lopez tijdens de zitting heeft verklaard, is [gedaagde] ook niets aan hem verschuldigd. Alleen [eisers] zullen via hun erfdeel betalen voor de diensten van mr. Lopez.
Gedaagde] verzet zich verder tegen de prijs waarvoor [adres 1] wordt verkocht, omdat deze prijs ver onder de in 2021 getaxeerde marktwaarde ligt. Volgens [gedaagde] moet de onroerende zaak opnieuw worden getaxeerd. Het Gerecht gaat hier niet in mee. Hoewel [gedaagde] terecht aanvoert dat de verkoopprijs van Afl. 200.000,- de helft van de in 2021 vastgestelde marktwaarde betreft, hebben [eisers] ter zitting onweersproken aangevoerd dat het meerdere makelaars niet is gelukt om de onroerende zaak voor die getaxeerde waarde te verkopen. [Eisers] hebben toegelicht dat de onroerende zaak door drie verschillende makelaars te koop is aangeboden, maar dat geen koper bereid is gevonden om de onroerende zaak voor Afl. 400.000,- over te nemen, zodat in overleg met [eisers] de koopprijs steeds verder is verlaagd. Gelet op deze onweersproken stellingen van [eisers] en het feit dat [gedaagde] niets heeft aangedragen waaruit blijkt dat de onroerende zaak wel voor Afl. 400.000,- is te verkopen, moet er naar het voorshands oordeel van het Gerecht van worden uitgegaan dat het bod van Afl. 200.000,- een redelijk bod is. [Eisers] zijn akkoord met die prijs. Ook staat als onbetwist vast dat de koper ([koper]) nog steeds bereid is om de onroerende zaak af te nemen. In de koopovereenkomst is weliswaar geen leveringsdatum vermeld, maar [eisers] hebben ter zitting onweersproken aangevoerd dat de koper de onroerende zaak (naar het Gerecht begrijpt: zo snel mogelijk) geleverd wil krijgen en dat de notaris alleen nog in afwachting is van de handtekening van [gedaagde] om de levering te bewerkstelligen.
Bij deze stand van zaken is [gedaagde] naar het voorlopig oordeel van het Gerecht gehouden mee te werken aan de verkoop en levering van [adres 1] aan de koper voor een prijs van Afl. 200.000,-. Het belang van [gedaagde] om de onroerende zaak niet te verkopen weegt niet op tegen het belang van [eisers] om de onroerende zaak zo snel mogelijk te verkopen en te leveren. [Gedaagde] heeft geen feiten en/of omstandigheden aangedragen die kunnen leiden tot een ander oordeel. In het oordeel van het Gerecht weegt mee dat [eisers] onweersproken hebben gesteld dat de onroerende zaak in waarde achteruitgaat omdat zij ernstig wordt verwaarloosd.
Ten aanzien van [adres 2] luidt het oordeel anders. Vaststaat dat voor deze onroerende zaak nog geen koper is gevonden. Van een (op handen zijnde) verkoop van de onroerende zaak is dan ook geen sprake. Op voorhand kan ook niet worden gezegd dat [gedaagde] aan een eventuele verkoop niet zal meewerken. Gelet hierop is voor het treffen van een onmiddellijke voorziening in kort geding ten aanzien van [adres 2] onvoldoende aanleiding. Dat ook dit perceel in waarde achteruitgaat kan zo zijn, maar dit alleen is onvoldoende om [gedaagde] te kunnen veroordelen mee te werken aan een verkoop waarvan nog niet eens de verkoopprijs bekend is. Dat strekt te ver.
Het Gerecht zal [gedaagde] veroordelen om mee te werken aan de verkoop en levering van [adres 1] aan de koper voor een verkoopprijs van Afl. 200.000,-. Dat betekent dat zij de schriftelijke koopovereenkomst dient te tekenen en op eerste verzoek van de notaris dient mee te werken aan de levering. Vordering I wordt ten aanzien van [adres 1] dan ook toegewezen zoals in de beslissing vermeld. Ten aanzien van [adres 2] wordt de vordering afgewezen.
Eisers] vorderen ook te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt indien [gedaagde] niet (tijdig) haar medewerking verleent. [Gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Naar voorshands oordeel van het Gerecht kunnen [eisers] er niet volledig op vertrouwen dat [gedaagde] na een veroordelend vonnis zal meewerken aan de verkoop en levering van [adres 1], ook omdat zij zich verzet tegen de volmacht van mr. Lopez. Hierin ziet het Gerecht voldoende aanleiding om te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de voor de verkoop en levering van [adres 1] vereiste medewerking van [gedaagde], indien zij niet (tijdig) meewerkt. Vordering II wordt in zoverre toegewezen.
In de familierechtelijke aard van het geschil ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] om haar medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van het recht van eigendom, totaal 197m2, kadastraal blad nr. [bladzijdenummer], eerste district, sectie B, [sectienummer 1] registratie C. [registratienummer 1]; bekend als [adres 1] te Aruba aan [koper] voor een verkoopprijs van Afl. 200.000,-, waartoe zij in ieder geval:
a. de koopovereenkomst dient te tekenen en te retourneren binnen zeven dagen nadat zij deze heeft ontvangen, en
b. op eerste verzoek van de notaris dient mee te werken aan de levering van de hiervoor genoemde onroerende zaak aan [koper] op de met de koper overeen te komen dag, al dan niet door tussenkomst van een door haar gevolmachtigde;
bepaalt dat, indien [gedaagde] niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.1 onder a en b, dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde] dat zij de in 5.1 genoemde onroerende zaak mede verkoopt c.q. levert aan [koper];
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 5 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
---
---