Vonnis in kort geding van 5 februari 2026
Behorend bij AUA202504178 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PRINCESS LEISURE ARUBA V.B.A.,
te Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: Princess,
gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,
tegen:
de naamloze vennootschap
CARIBBEAN MERCANTILE BANK N.V.,
te Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: CMB,
gemachtigde: de advocaat mr. W.J. Noordhuizen.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 12 A, ingediend op 18 december 2025;
- de door CMB ingediende producties 1 tot en met 3;
- de door Princess ingediende producties 13 en A tot en met J;
- de pleitnota van de zijde van Princess;
- de pleitnota van de zijde van CMB;
- de mondelinge behandeling op 15 januari 2026.
De zaak is op 15 januari 2026 vanwege de onderlinge samenhang gelijktijdig behandeld met de bij dit Gerecht aanhangige zaken tussen Princess en RBC Royal Bank (Aruba) N.V. (hierna: RBC) met nummer AUA202504179KG en Princess en Aruba Bank N.V. (hierna: Aruba Bank) met nummer AUA202600011KG. Voor deze zaak is namens Princess verschenen de heer [directeur], bijgestaan door mr. Wix voornoemd, mr. V.S. Perše, mr. R.A.M. van de Velde en mr. G.F. Croes. Namens CMB is verschenen de heer [UBO], bijgestaan door mr. Noordhuizen voornoemd. Partijen hebben het woord gevoerd en gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. DE FEITEN
Princess maakt deel uit van de Princess International Group, die wereldwijd casino’s, hotels en restaurants exploiteert. De Ultimate Beneficial Owner (hierna: UBO) van de Princess International Group is de heer [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]).
Bij ministeriële beschikking van 11 oktober 2023 (hierna: de ministeriële beschikking) is aan Natura Development N.V. (hierna: Natura) een vergunning verleend tot de exploitatie van hazardspelen in het hotel Embassy Suites Aruba by Hilton Resort & Casino in Noord, Aruba (hierna: het Embassy hotel).
In de ministeriële beschikking is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“ Exploitatie
2. De vergunning is persoonlijk en niet voor overdracht vatbaar.
De feitelijke exploitatie van hazardspelen dient te geschieden door een naar het oordeel van de Minister te goeder naam en faam bekendstaande natuurlijk persoon, nader te noemen ‘casino-operator’, die in het bezit dient te zijn van een schriftelijke toestemming van de Minister om als zodanig te kunnen optreden. (…)
Van de tussen de vergunninghoudster en de casino-operator te sluiten overeenkomst, verder te noemen ‘casino-contract’, dient vooraf een concept aan de Minister, door tussenkomst van de Dienst, ter goedkeuring te worden voorgelegd.
(…)
De vergunninghoudster is verantwoordelijk voor het nakomen van de voorwaarden en waarborgen aan deze vergunning verbonden.
De vergunninghoudster blijft te allen tijde volledig aansprakelijk ingeval van niet naleving van de uit de vergunning voortspruitende verplichtingen (…)”
Natura en Princess zijn een samenwerking aangegaan, in die zin dat Princess het casino in het Embassy Hotel zal exploiteren.
Op 7 juni 2024 heeft een door Princess ingehuurde compliance-deskundige, Compliance & Forensic Services Caribbean (hierna: CFSC), CMB benaderd voor het openen van een zakelijke bankrekening voor Princess.
Op 14 oktober 2024 heeft CFSC bij CMB een formeel verzoek tot het openen van een rekening voor Princess ingediend.
Na uitvoering van een Enhanced Due Diligence, heeft CMB op 29 november 2024 aan CFSC het volgende medegedeeld:
“As informed last time an enhanced due diligence would have to be performed by the bank. Based on the results of this EDD the bank has decided to not take the risk in onboarding the client.”
Op 12 december 2024 heeft CMB aan CFSC het volgende medegedeeld:
“As per our phone conversation please be advised the banks decision to not take the risk in onboarding the client remains the same.”
Bij e-mailbericht van 26 januari 2025 heeft de gemachtigde van Princess CMB verzocht om de beslissing om geen bankrekening voor Princess te openen te heroverwegen.
Bij e-mailbericht van 28 februari 2025 heeft CMB daar afwijzend op gereageerd, met de volgende toelichting:
“(…) We have considered your request on behalf of Princess Leisure Aruba VBA (“ Princess ”) to reconsider the decision not to open a bank account for Princess. Unfortunately for Princess, our decision not to open a bank account for Princess remains. I will explain our reasoning below.
1. The casino license is in name of Natura Development N.V. who operates Embassy Suites Aruba (" Embassy "). Pursuant to our internal policy, the bank may only open a bank account for casino activities in name of the casino license holder. In this case Princess is not the holder of the casino license, therefore, as per our policies we cannot open a bank account in name of Princess for casino activities.
Furthermore, according to the conditions of the casino license, the casino operator (in this case Princess) needs to be in the procession of a written approval from the Minister to act as the casino operator. Also, the casino operating agreement between Embassy and Princess requires prior approval from the Minister. We did not receive these written approvals from the Minister nor the casino operating agreement.
2. Our enhanced due diligence ( "EDD" ) has resulted in amongst other things adverse media regarding [betrokkene 1]. Our EDD has shown that [betrokkene 1] was allegedly involved in money laundering. It was reported in the media that [betrokkene 1] paid the sum of USD 42 million to the Turkish Government as a settlement of these allegations. We have also taken notice of the court case between RBC and Port de Plaisance Hotel Management & Casino N.V. and Tropical Management N.V. regarding the decision of RBC to close the account of Port de Plaisance Hotel Management & Casino N.V. and Tropical Management N.V., which decision was reversed by the court. However, the facts and circumstances of that case compared to this case are not the same. We are not trying to close an existing account.
3. We are aware of the existing case law regarding the freedom of contract for banks. Banks have a duty of care and play a pivotal role in providing financial services, which is also applicable to some extent to non-consumers/legal entities. However, the case law also states Banks have the right to deny a bank account in case there are compliance issues or other integrity related issues at stake. Furthermore, the case law states that the obligation for banks to accept a client only exists in cases where the party requesting to open a bank account has demonstrated that it can't open a bank account at any other bank. Princess has not demonstrated that it was unable to open a bank account at another bank in Aruba.”
Op 16 mei 2025 heeft onderzoeksbureau Kroll in opdracht van CFSC een Reputational Review opgemaakt over [betrokkene 1] (hierna: het Kroll-rapport) over de jegens [betrokkene 1] bestaande publieke aantijgingen en/of verdenkingen met betrekking tot onder meer witwassen en belastingontduiking. In dat rapport is onder meer het volgende vermeld:
“Executive Summary
(…)
Money Laundering Investigations and Source of Wealth Concerns (1980s-2000)
In May 2000, Turkish newspaper Milliyet reported findings from the Turkish Ministry of Finance's Accounting Experts Board claiming that [betrokkene 1] had laundered — USD 680 million through secret transactions in Switzerland, Liechtenstein, and the British Virgin Islands (BVI), with the funds allegedly originating from [betrokkene 1] 18 casinos in Turkey. The report detailed that [betrokkene 1] purchased the five-star Movenpick Hotel for USD 20 million in 1995 and sold 14% of its shares in 1996 to a foreign company established in the BVI for USD 42 million, a sale mediated by a company [betrokkene 1] controlled, lreda Aktiengesellschaft. The report noted that the USD 42 million never entered Turkey, and despite the treasury being informed, no detection of it occurred. In 1999, [betrokkene 1] faced a travel ban from Turkey due to a significant debt, which was lifted soon after. In 2007 Turkish business news outlet Patronlar Dünyasi reported that two employees from Toprakbank aided [betrokkene 1] in money laundering; no criminal prosecution records for either of the individuals were found. The Turkish Financial Crimes Investigation Board ("FCIB") monitored [betrokkene 1] due to money laundering and tax concerns during the 1980s and 1990s but was unable to implement any enforcement action against him due to political protection. Following a 2008 asset amnesty law, he repatriated part of his wealth to Turkey without scrutiny over its origin.
Tax Evasion Allegations
A May 2009 Organized Crime and Corruption Reporting Project ("OCCRP") report stated that an undated Turkish government document accused [betrokkene 1] of moving over EUR 400 million (—USD 529 million) to Swiss bank accounts during the 1990s to avoid taxes. After Turkey banned casinos in 1997, [betrokkene 1] allegedly shifted funds to secret accounts under his daughter's name. Unspecified property belonging to [betrokkene 1] in Turkey was seized in 1998, and in 2008, he paid EUR 40 million (—USD 60 million) to settle part of his tax debt. The report also noted that [betrokkene 1] had transferred assets to Bulgaria, Romania, and the Caribbean.
(…)
Multiple local sources stated that any investigations against [betrokkene 1] were effectively ended by the 2008 asset amnesty law that allowed him to repatriate assets previously held abroad with no scrutiny regarding their origin. The sources reported that [betrokkene 1] is not the subject of any current investigation led by Turkish enforcement agencies.
(…)
Compliance and Sanctions Database
No references to [betrokkene 1] were found on international sanctions lists or watchlists of companies and individuals implicated in corporate misconduct or other regulatory or legal violations.
(…)
No information indicating that [betrokkene 1] has been blocked, subject to international sanctions, or otherwise accused of wrongdoing related to his business activities in Belarus was found.”
Bij brief van 23 juli 2025 heeft de Minister van Justitie, Integratie en Openbaar Vervoer (hierna: de Minister) aan Natura het volgende medegedeeld:
“Naar aanleiding van uw verzoek van 19 juli 2024 en uw aanvullend verzoek van 13 mei 2025 (…) deel ik u het volgende mede.
Conform artikel 3.1 van de casinovergunning verleend aan Natura Development N.V. bij ministeriële beschikking met kenmerk (…) afgegeven op 23 oktober 2023, wordt aan de heer [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1955 in Aruba, toestemming verleend om op te treden als casino-operator van het casino gevestigd in het hotel Embassy Suites Aruba by Hilton Resort & Casino.
Tevens wordt u geïnformeerd dat er geen bezwaren bestaan tegen de inhoud van het door u, ingevolge artikel 3.2 van de casinovergunning, overgelegde casino-contract.”
Op 26 juli 2025 heeft Princess een casino geopend in het Embassy hotel (hierna: het casino).
Op 11 september 2025 heeft CFSC CMB nogmaals verzocht om haar beslissing te heroverwegen. Ook dat verzoek is afgewezen, op 21 november 2025. Daartoe heeft CMB in een e-mailbericht van die datum het volgende geschreven:
“Following your email of October 16, 2025 (…), we have considered your request on behalf of Princess Leisure Aruba VBA ("Princess" ) to reconsider our decision not to open a bank account for Princess. Unfortunately for Princess, our decision not to open a bank account for Princess remains. I will explain our reasoning below.
1. The casino license is in name of Natura Development N.V. who operates Embassy Suites Aruba (" Embassy "). Pursuant to our internal policy, the bank may only open a bank account for casino activities in name of the casino license holder. In this case Princess is not the holder of the casino license, therefore, as per our policies we cannot open a bank account in name of Princess for casino activities.
2. Our enhanced due diligence (" EDD ") has resulted in amongst other things adverse media regarding [betrokkene 1]. Our EDD has shown that [betrokkene 1] was allegedly involved in money laundering. It was reported in the media that [betrokkene 1] paid the sum of USD 42 million to the Turkish Government as a settlement of these allegations. We have also taken notice of the report made up by Kroll on [betrokkene 1] and based on this report we confirm that our concerns/objections are well founded. Based on Kroll's report there are several serious concerns regarding [betrokkene 1] which fall out of the scope of our risk appetite.
Based on the above, our decision not to open a bank account for Princess remains.”
Natura heeft bij e-mailbericht van 4 december 2025 aan Princess het volgende geschreven:
“Ever since Princess Cassino became operational and began paying rent and fulfilling its other obligations as of August 2025, Natura has, up to this point, accepted cash payments. However, it is becoming increasingly difficult for us – particularly in dealings with the banks – to continue accepting payments in cash.
Please be informed that, as this method of payment is not sustainable, so hereby we are giving you until January 31st, 2026 to transition to making all payments by bank (wire) transfer.”
3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Princess vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. CMB te bevelen om binnen twee (2) dagen na betekening van het vonnis ten behoeve van Princess een AWG-bankrekening te openen en open te houden, onder de gebruikelijke voorwaarden en tegen een gebruikelijk tarief;
b. te bepalen dat CMB een dwangsom verbeurt van Afl. 5.000,- per dag of een gedeelte daarvan, voor iedere dag dat CMB in gebreke blijft aan het onder a. genoemde bevel te voldoen;
c. CMB te veroordelen in de proceskosten.
Princess legt aan haar vordering – kort samengevat – het volgende ten grondslag. CMB handelt in strijd met de op haar rustende zorgplicht door het openen van een bankrekening voor Princess te weigeren. De bezwaren van CMB om geen bankrekening voor Princess te openen zijn onjuist, onvoldoende concreet en actueel en niet zwaarwegend genoeg voor een gegronde weigering. Princess is zonder bankrekening niet in staat om haar bedrijfsvoering op een rechtmatige en veilige manier voort te zetten. Zij heeft daarom een spoedeisend en zwaarder wegend belang bij een veroordeling van CMB om een bankrekening voor Princess te openen.
CMB heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, op de standpunten van partijen ingaan.
4. DE BEOORDELING
Deze zaak draait om de vraag of CMB kan worden verplicht ten behoeve van Princess een bankrekening te openen en aldus met haar een contractuele relatie aan te gaan. CMB verzet zich daartegen en beroept zich erop dat zij gegronde redenen heeft om Princess als klant te weigeren.
Het Gerecht stelt het volgende voorop. Banken zijn in beginsel vrij om te kiezen met wie zij een overeenkomst tot het ter beschikking stellen van een bankrekening aangaan. De contractsvrijheid van banken is echter, hoewel fundamenteel en zwaarwegend, niet onbegrensd. Bij de begrenzing van de contractsvrijheid voor banken is onder meer van belang dat de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht meebrengt ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoren te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Gelet op deze maatschappelijk functie en de daaruit voortvloeiende op een bank rustende bijzondere zorgplicht kan een bank onder omstandigheden worden verplicht een bankrelatie aan te gaan met een rechtspersoon, door aan die rechtspersoon een bankrekening aan te bieden. Het is immers feit van algemene bekendheid dat het vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en een bedrijf te exploiteren zonder te beschikken over een betaalrekening bij een bank. Banken kunnen een gerechtvaardigd belang hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s en dit belang kan eraan in de weg staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden. Waartoe de bijzondere zorgplicht van de bank uiteindelijk verplicht, hangt af van de specifieke omstandigheden van het individuele geval.
Uit voornoemd toetsingskader vloeit voort dat indien CMB geen gerechtvaardigd en een ten opzichte van het belang van Princess (bij een bankrekening) zwaarwegender belang heeft om het aangaan van een bankrelatie met Princess te weigeren, dit een schending van haar bijzondere zorgplicht meebrengt. Of daarvan sprake is, zal hierna worden beoordeeld aan de hand van een afweging van de gestelde wederzijdse belangen van partijen ten tijde van deze uitspraak.
Banken dienen maatregelen te nemen om betrokkenheid bij witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. De Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (hierna: Lwtf) stelt in dat kader regels voor dienstverleners zoals banken. Uit de Lwtf vloeit onder meer voort dat een bank met betrekking tot een potentiële klant een cliëntenonderzoek dient te verrichten alvorens zij met haar een zakelijke relatie aangaat (art. 3 juncto art. 8 Lwtf). Banken zijn gehouden een verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar hun aard een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering met zich brengt (art. 11 Lwtf).
CMB heeft een verscherpt cliëntenonderzoek verricht ten aanzien van Princess, waaruit voor CMB verschillende bezwaren naar voren zijn gekomen die maken dat zij geen bankrelatie met Princess wenst aan te gaan. Anders dan Princess stelt, is derhalve geen sprake van een categorale uitsluiting door CMB vanwege de enkele omstandigheid dat Princess een casino exploiteert en is de afwijzing door CMB ook niet niet gemotiveerd.
CMB weigert een bancaire relatie met Princess aan te gaan omdat Princess niet de vergunninghouder en daarmee niet de normadressaat is van de Lwtf en omdat [betrokkene 1], de UBO van Princess, ernstig negatief in het nieuws is geweest. Tijdens de mondelinge behandeling heeft CMB verder nog aangevoerd dat zij ook geen vertrouwen heeft in Princess als klant, vanwege het door haar gebruiken van een derde voor het verboden verlenen van betaaldiensten, de keuze voor de aanvankelijke managing director en de opvallend onrustige directievoering. Ook is volgens CMB niet aannemelijk dat Princess niet elders kan bankieren en niet via andere wegen aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen.
Voor wat betreft de bezwaren van CMB tegen de UBO van Princess geldt het volgende. Volgens CMB is sprake van ernstige negatieve publiciteit over [betrokkene] en bestaan er gerechtvaardigde bedenkingen tegen hem: niet onaannemelijk is dat [betrokkene 1] zijn startvermogen heeft te danken aan politieke contacten en dat hij zijn vermogen heeft weggesluisd, als gevolg waarvan hij een schikkingsbedrag van ongeveer € 40 miljoen aan de Turkse overheid heeft betaald en in 2008 gebruik kon maken van een algemene amnestiewet. CMB verwijst in dit verband naar de bevindingen in het Kroll-rapport. Daarnaast wordt de naam van [betrokkene 1] volgens CMB in verband gebracht met witwassen van illegaal gedolven goud in Suriname, doet hij zaken in Belarus (een gesanctioneerd land) en is hij in 2017 veroordeeld tot betalingen aan een zakenpartner vanwege oneerlijke zakenpraktijken.
Het Gerecht overweegt hierover als volgt. Voor zover CMB aanvoert dat [betrokkene 1] een schikking van ongeveer € 40 miljoen heeft getroffen met de Turkse overheid, heeft Princess onweersproken aangevoerd dat deze informatie oud is en dat destijds niet alleen aan [betrokkene 1] maar ook aan andere casino-eigenaren in Turkije een schikking is aangeboden omdat alle casino’s in Turkije werden gesloten. De negatieve berichtgeving over [betrokkene 1], waar het Kroll-rapport deels op is gebaseerd, is - zoals Princess terecht opmerkt – zeer gedateerd. Daarnaast vermeldt het rapport dat van een strafrechtelijke vervolging of veroordeling van [betrokkene 1] geen sprake is (geweest) en dat hij thans ook geen onderwerp is van lopend onderzoek. Van concrete en actuele feiten waaruit enig strafbaar handelen van [betrokkene 1] volgt, is in zoverre dan ook niet gebleken. Ook de stelling van CMB dat [betrokkene 1] betrokken lijkt te zijn bij witwassen van illegaal goud in Suriname, heeft Princess weersproken. Volgens Princess is de publicatie waar CMB zich op beroept, enkel gebaseerd op aannames. De gestelde activiteiten van [betrokkene 1] in Belarus zijn verder onvoldoende geconcretiseerd, te meer nu het Kroll-rapport vermeldt dat geen informatie is gevonden die erop duidt dat [betrokkene 1] onderworpen is aan internationale sancties in verband met zijn zakelijke activiteiten aldaar. Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht kan op basis van de berichtgevingen over [betrokkene 1] dan ook niet met een voldoende mate van zekerheid worden gezegd dat CMB gerechtvaardigd heeft te vrezen voor reputatieschade wanneer zij met Princess in zee gaat, om de enkele reden dat [betrokkene 1] de UBO is van Princess.
CMB voert als ander bezwaar aan dat niet Princess, maar Natura de vergunninghouder voor het casino is. Het interne beleid van CMB staat volgens CMB niet toe om een bankrekening te openen ten behoeve van een bedrijf dat casinoactiviteiten verricht, maar zelf niet de vergunninghouder is. Reden daarvoor is volgens CMB dat de vergunninghouder de normadressaat is van de Lwtf, zodat de exploitant zich in beginsel niet aan de Lwtf hoeft te houden. CMB betwist ook dat Princess over alle relevante vergunningen beschikt. Zij is niet de casino-operator, zodat de verleende vergunning niet erin voorziet dat het casino wordt gedreven door Princess en ook blijkt niet dat de Minister goedkeuring heeft gegeven voor de samenwerkingsconstructie tussen Princess en Natura.
Tussen partijen is niet in geschil dat CMB meer casino’s in haar klantenkring heeft en dat niet in alle gevallen de vergunninghouder het casino zelf exploiteert. Het interne beleid waar CMB zich op beroept, wordt in zoverre dan ook niet altijd strikt nageleefd. In het licht van de betwisting daarvan door Princess heeft CMB haar stelling dat in die gevallen de exploitant onderdeel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als de exploitant van het hotel waarin het casino zich bevindt, onvoldoende onderbouwd. Het is daarom niet aannemelijk geworden dat CMB in de praktijk niet ook casino-exploitanten als klant houdt die geen directe band hebben met de vergunninghouder van het casino. In zoverre gaat het argument van CMB dat het openen van een bankrekening voor Princess indruist tegen haar interne beleid, niet op. In dit geval is echter voorshands niet aannemelijk geworden dat de constructie tussen Princess en Natura, waarbij Natura de vergunninghouder is en Princess het casino feitelijk exploiteert, daadwerkelijk is goedgekeurd door de Minister. Uit de brief van de Minister van 23 juli 2025 aan Natura blijkt alleen van een goedkeuring van de Minister voor het optreden van [betrokkene 2] als casino-operator en dat tegen het door Natura overgelegde casino-contract geen bezwaren bestaan. Dat de goedkeuring is gegeven aan [betrokkene 2] als procuratiehouder van Princess, blijkt daaruit niet. Ook blijkt daaruit of uit enig ander door Princess overgelegd stuk niet dat de Minister goedkeuring heeft gegeven aan een overeenkomst - en daarmee aan de samenwerking - tussen Princess en Natura. Dat een overeenkomst tussen Natura als vergunninghouder en Princess als casino-operator is goedgekeurd zoals Princess stelt, kan dan ook niet worden gezegd. Om die reden kan vooralsnog niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat sprake is van een niet legale constructie, waarbij CMB terecht vraagtekens plaatst met het oog op mogelijke integriteitsrisico’s. CMB heeft in zoverre belang bij het voorkomen van integriteitsrisico’s en daarmee samenhangende reputatieschade, zeker in het licht van de omstandigheid dat Princess opereert in een branche die vaak als high risk wordt aangemerkt en een (vanwege het aanwezige risico op witwassen) inherent verhoogd integriteitsrisico met zich kan brengen.
Dit laatste geldt te meer nu vooralsnog niet kan worden gezegd dat CMB geheel ten onrechte stelt dat zij geen vertrouwen heeft in Princess als klant. Niet alleen heeft Princess niet, althans onvoldoende weersproken dat zij een derde diens bankrekening heeft laten gebruiken voor het verboden verlenen van betaaldiensten, ook bleek de aanvankelijk door haar aangestelde directeur betrokken te zijn geweest bij Lwtf-overtredingen bij een ander casino en is sinds de inschrijving van Princess op 26 juni 2023 tot en met 20 oktober 2025 sprake geweest van veel wisselingen binnen het bestuur (namelijk vier verschillende directeuren en twee procuratiehouders).
Uit het voorgaande volgt dat CMB voorshands niet zonder grond bezwaren heeft tegen het aangaan van een contractuele relatie met Princess en dat zij vanwege deze bezwaren een gerechtvaardigd belang heeft bij het voorkomen van integriteitsrisico’s en daarmee samenhangende reputatieschade.
Tegenover dit belang van CMB staat het belang van Princess bij het kunnen beschikken over een bankrekening in Aruba, welk belang evident is. Het is voor een rechtspersoon in beginsel nagenoeg niet mogelijk om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, laat staan om een bedrijf te exploiteren, zonder te beschikken over een betaalrekening bij een bank. In dit verband heeft Princess gesteld dat zij problemen ervaart met het betalen van onder andere haar maandelijkse huur en de salarissen van het personeel (omdat dit in contanten geschiedt, hetgeen onveilig en onwenselijk is) en dat zij ook niet aan haar belastingverplichtingen kan voldoen.
Het Gerecht is van oordeel dat Princess in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij geen enkele andere bank in Aruba een bankrekening kan krijgen. Vaststaat dat Princess een bankrekening heeft aangevraagd bij CMB, RBC, Aruba Bank en Banco di Caribe (hierna: BdC). CMB, RBC en Aruba bank hebben die aanvragen definitief afgewezen. Desgevraagd heeft Princess ter zitting toegelicht dat BdC ook afwijzend op de aanvraag van Princess heeft gereageerd, maar dat zij nog in afwachting is van een reactie op haar verzoek aan BdC om die beslissing te heroverwegen. Vooralsnog staat dus niet vast dat (ook) bij BdC de deur voor Princess echt dicht zit. Dit betekent dat voor nu niet kan worden uitgesloten dat zij alsnog kan beschikken over een bankrekening bij een andere bank dan CMB. Dat Princess daadwerkelijk nergens anders een bankrekening kan krijgen en dat een bankrekening bij CMB haar laatste redmiddel is, kan daarom nu niet worden gezegd.
Verder geldt dat Princess ervoor heeft gekozen haar ondernemingsactiviteiten uit te oefenen en haar casino te openen, voordat zij over een bankrekening beschikte en terwijl zij wist dat CMB haar verzoek om een bankrekening te openen al tweemaal had afgewezen. De problemen die Princess nu vanwege het niet kunnen beschikken over een bankrekening stelt te ondervinden, zijn dan ook (ook) door haar eigen toedoen ontstaan. Redenen waarom zij terecht “het volste vertrouwen had” dat zij een bankrekening zou krijgen, heeft Princess niet gesteld.
Tegen de achtergrond van al het voorgaande dient de belangenafweging naar het voorlopig oordeel van het Gerecht in het voordeel van CMB uit te vallen. Het gerechtvaardigde belang van CMB bij het voorkomen van integriteitsrisico’s en daarmee samenhangende reputatieschade weegt in het licht van alle omstandigheden van dit geval in onderling verband en samenhang bezien, zwaarder dan het belang van Princess. Van schending van de bijzondere zorgplicht door CMB vanwege de weigering om een bankrekening voor Princess te openen, is op dit moment dan ook geen sprake. Dit houdt in dat CMB vooralsnog niet kan worden verplicht om voor Princess een bankrekening te openen.
Voor dit oordeel is mede van belang dat de vordering van Princess te algemeen is geformuleerd. Onduidelijk is immers wat wordt verstaan onder ‘de gebruikelijk voorwaarden en tegen een gebruikelijk tarief’. Ter zitting is duidelijk geworden dat Princess een bankrekening wenst waarbij zij de optie heeft om contante gelden af te storten, terwijl CMB zich daar juist - vanwege de naar zijn aard voor witwassen gevoelige branche waarin Princess opereert - tegen verzet. Het antwoord op de vraag of (integriteits)risico’s met aan de bankrekening te stellen voorwaarden en/of verplichtingen afdoende kunnen worden gemitigeerd en daarmee of en zo ja, onder welke voorwaarden CMB zou kunnen worden verplicht om een bankrekening aan Princess ter beschikking te stellen, vergt naar het oordeel van het Gerecht een nader debat. Daarvoor is in dit kort geding geen plaats. Dit maakt dat de vordering van Princess ook niet deels of onder voorwaarden toewijsbaar is. In het algehele oordeel van het Gerecht weegt verder nog mee dat het casino al sinds medio juli 2025 operationeel is en dat Princess betalingen vanuit het buitenland, via de bankrekeningen van haar zustervennootschappen, kan (laten) verrichten en zij, zoals Princess tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, ook via die rekeningen voorlopig de huur kan betalen. Hoewel zeker niet ideaal en gewenst, kan Princess dus aan haar betalingsverplichtingen voldoen. Ook overigens is niet gebleken van actuele en concrete negatieve gevolgen van het niet beschikken over een lokale bankrekening (bijvoorbeeld het opgelegd krijgen van boetes door de belastingdienst of concrete problemen bij de werknemers). Niet kan daarom worden gezegd dat Princess de uitkomst van een bodemprocedure niet kan afwachten.
De slotsom is dat de vordering van Princess wordt afgewezen. Al hetgeen Princess overigens nog heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Princess zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van CMB. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde, vermeerderd met Afl. 250,- aan nasalaris en Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis en vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Princess in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van CMB worden begroot op Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met Afl. 250,- aan nasalaris en Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis en alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter in dit Gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
---
---