Vonnis van 25 februari 2026
Behorend bij AUA202502711 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
STICHTING QREDITS MICROFINANCIERING NEDERLAND ,
h.o.d.n. QREDITS,
te Aruba,
eiseres, hierna ook te noemen: Qredits,
gemachtigden: de advocaten mrs. C.R.O. Richardson en R.M. de Kort,
tegen:
[Gedaagde] ,
h.o.d.n. X.T.R. XTREEM TOWING & ROADSERVICES,
te Aruba,
gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties I tot en met VI, ingediend op 27 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde];
- de comparitie van partijen na antwoord van 7 januari 2026.
Ter zitting zijn verschenen namens Qredits mevrouw [medewerker], bijgestaan door mrs. Richardson en De Kort voornoemd en [gedaagde] bijgestaan door mr. Dijkhoff voornoemd. Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
Vonnis is nader bepaald op vandaag
2. DE FEITEN
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende (nader) bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende (nader) bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.
Op 30 november 2021 hebben Qredits en [gedaagde] een kredietovereenkomst gesloten, op grond waarvan Qredits aan [gedaagde] een lening van Afl. 38.800,- heeft verstrekt (hierna: de geldlening).
De geldlening was bedoeld voor de financiering van bedrijfsmiddelen of bedrijfsactiviteiten van [gedaagde] en had in 38 termijnen afgelost moeten worden.
Onderdeel van de kredietovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden Microkrediet Qredits Caribbean (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“4. Dit gebeurt er als je niet op tijd betaalt
Als je een overeenkomst met ons sluit, heb je betalingsverplichtingen. Kom je deze niet na, dan sturen we jou meerdere betalingsherinneringen. Je betaal[t] rente over het bedrag dat je ons te laat betaalt.
Betaal je te laat? Dan brengen we rente over de achterstand in rekening. Ook hebben wij het recht om jou een boete van $100, of een gelijkwaardig bedrag in een andere valuta, in rekening te brengen per betalingsachterstand.
Betaal je ook na deze herinneringen niet, dan schakelen wij een deurwaarder in. Alle extra kosten zijn in dit geval voor jou.
Betaal je ook na deze herinneringen niet, dan schakelen wij een deurwaarder in. Alle kosten zijn in dit geval voor jou. Als jij een rechtspersoon (zoals een B.V., N.V. of vereniging) bent kunnen wij de incassokosten van 15% van de verschuldigde hoofdsom in rekening brengen met een minimum van € 250,-.”.
Qredits heeft [gedaagde] in 2022 en 2023 diverse keren (schriftelijk) aangesproken op zijn betaalgedrag, in verband met onbetaalde termijnen.
Op 3 februari 2023 is [gedaagde] bij deurwaardersexploot gesommeerd om binnen zeven dagen de totale geldlening en buitengerechtelijke incassokosten (in totaal Afl. 45.494,86) aan Qredits te betalen. [Gedaagde] heeft hieraan geen gevolg gegeven.
Bij brief van 7 oktober 2024 heeft de gemachtigde van Qredits aan [gedaagde] het volgende geschreven:
“At this moment, the total outstanding balance amounts to AFL 40.544,08 (…) Qredits has been extremely lenient with you over the course of three years and has not applied a late payment interest fee. However, you have continuously failed to comply with your obligations under the Agreement and Qredits can therefore no longer tolerate your noncompliance.
Due to your ongoing default, Qredits is hereby terminating the Agreement, effective immediately. The full amount of the Outstanding Loan is immediately due and payable in its entirety to Qredits.
You are hereby requested to – and insofar as necessary summoned – to pay the amount of AFL 40.544,08, to be increased by 15% collection fees and AFL 200,00 bailiff fee, therefore totaling AFL 46.825,69 (…) within 8 (eight) business days as of the date of this letter, thus no later than October 15, 2024 (…)
Failure to comply with aforementioned will result in injunction proceedings (…)”.
3. HET GESCHIL
Qredits vordert – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan Qredits tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van Afl. 46.825,70, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 18 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
Qredits legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] herhaaldelijk heeft verzuimd om de maandelijkse betalingen (tijdig) te voldoen. Qredits heeft de kredietovereenkomst uiteindelijk beëindigd en het openstaande bedrag, inclusief buitengerechtelijke incassokosten, van [gedaagde] opgeëist. [Gedaagde] heeft tot op heden niet betaald, terwijl hij daartoe gehouden is.
Gedaagde] erkent de openstaande hoofdsom, maar beroept zich op overmacht. Daarnaast verzet hij zich tegen de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
Het Gerecht zal op de standpunten van partijen hierna waar nodig nader ingaan.
4. DE BEOORDELING
Ter beantwoording ligt voor of [gedaagde] dient te worden veroordeeld om aan Qredits een bedrag van Afl. 46.825,70 te betalen. Dit bedrag bestaat voor Afl. 40.544,09 aan hoofdsom en voor Afl. 6.281,61 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief deurwaarderskosten).
Vooropgesteld wordt dat [gedaagde] het van Qredits geleende bedrag heeft erkend. Ook heeft hij erkend dat hij sinds 30 mei 2023 zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen. De hoogte van (het restant van) het aan Qredits verschuldigde bedrag heeft [gedaagde] ook niet betwist, met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten (in totaal Afl. 6.281,61). Gelet hierop is komen vast te staan dat [gedaagde] uit hoofde van de kredietovereenkomst aan Qredits een bedrag van Afl. 40.544,09 is verschuldigd. [Gedaagde] hoort dit bedrag in beginsel aan Qredits te betalen.
Gedaagde] doet een beroep op overmacht en voert aan dat hij de geldlening had afgesloten voor de aankoop van een takelwagen voor zijn eenmanszaak, maar dat de takelwagen kort na de aankoop volledig is afgebrand. Volgens [gedaagde] was de takelwagen nodig om inkomsten te genereren om de geldlening te kunnen aflossen en is dat nu niet meer mogelijk, zodat de tekortkoming niet aan hem toe te rekenen is. Voor zover [gedaagde] aanvoert dat hij als gevolg van de brand niet is gehouden de geldlening aan Qredits terug te betalen, gaat het Gerecht hieraan voorbij. [Gedaagde] heeft ter zitting aangegeven dat de takelwagen niet was verzekerd tegen brand. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om een degelijke verzekering af te sluiten, zeker nu hij voor de terugbetaling van de geldlening afhankelijk stelt te zijn van de takelwagen. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. Bij deze stand van zaken kan [gedaagde] naar het oordeel van het Gerecht niet met succes een beroep op overmacht doen.
In de algemene voorwaarden die op de kredietovereenkomst van toepassing zijn, is in artikel 4.4 vermeld dat de leningnemer bij niet-nakoming incassokosten is verschuldigd bestaande uit 15% van de verschuldigde hoofdsom. Qredits vordert dan ook een bedrag van Afl. 6.281,61 aan buitengerechtelijke incassokosten (zijnde 15% van de openstaande hoofdsom en deurwaarderskosten). [Gedaagde] meent dat het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten buitensporig hoog is en beroept zich op matiging.
Vaststaat dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, anders dan ter voorbereiding op deze procedure. [Gedaagde] heeft immers meerdere sommaties gekregen van Qredits en is tussentijds zelfs een betalingsregeling met Qredits overeengekomen. Het Gerecht is van oordeel dat voor wat betreft de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden aangesloten bij hetgeen in het procesreglement is bepaald. In het door Qredits gestelde ziet het Gerecht geen aanleiding om hiervan af te wijken en een hoger bedrag toe te wijzen. Dit houdt in dat de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen tot een bedrag van Afl. 1.875,- (1,5 punt × tarief Afl. 1.250,-).
Conclusie van het voorgaande is dat de vordering van Qredits wordt toegewezen tot een bedrag van Afl. 42.419,09. De gevorderde wettelijke rente is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar vanaf 18 oktober 2024.
Gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van Qredits, die tot aan deze uitspraak worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 225,- aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten × tarief Afl. 1.250,-), te vermeerderen met Afl. 250,- aan nasalaris gemachtigde en met Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis indien en voorzover [gedaagde] na aanschrijving daartoe 14 dagen tijd heeft gehad om vrijwillig aan dit vonnis te voldoen, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna vermeld.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Qredits van een bedrag van Afl. Afl. 42.419,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 18 oktober 2024 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Qredits begroot op Afl. 3.725,-, te vermeerderen met Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis indien en voorzover [gedaagde] na aanschrijving daartoe 14 dagen tijd heeft gehad om vrijwillig aan dit vonnis te voldoen, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de algehele voldoening;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
---
---