Vonnis van 25 februari 2026
Behorend bij A.R. AUA202401246
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser in conventie, gedaagde in reconventie],
te Aruba,
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon,
tegen:
[Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],
te Aruba,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek tevens repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie;
- de akte van de vrouw;
- de contra akte van de man;
- de rolbeschikking van 20 augustus 2025;
- de comparitie van partijen van 22 oktober 2025, waar zijn verschenen de man in persoon en de vrouw bij haar gemachtigde;
- het proces-verbaal van 24 oktober 2025;
- de akte van overlegging van stukken van de man;
- aanvullende producties zijdens de man;
- de comparitie van partijen van 14 januari 2026, waar zijn verschenen de man in persoon en de vrouw in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. DE VASTSTAANDE FEITEN
Partijen zijn op 18 december 2014 in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
Bij beschikking van dit Gerecht van 28 maart 2022 (zaaknummer AUA202103608) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de verdeling bevolen van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de daartoe bestemde registers.
Partijen zijn niet tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap overgegaan.
3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
in de conventie
De man vordert bij conclusie van repliek tevens antwoord in reconventie, bij wijze van eiswijziging, dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
overgaat tot verkoop van de echtelijke woning gelegen te [adres], waarbij wordt uitgegaan van de door het Gerecht aan te wijzen taxateur, voor de getaxeerde waarde als verkoopprijs;
bepaalt dat de netto-opbrengst van de verkoop, na verrekening met de hypotheekschuld en eventuele openstaande achterstallige belastingen en andere kosten zoals verzekering voor een bedrag van Afl. 8.134,49, bij gelijke helfte tussen partijen wordt verdeeld;
de zich in de echtelijke woning bevindende inboedel aan de vrouw toebedeelt;
aan de vrouw toebedeelt de helft van Afl. 10.000,- van de “flex home”, zijnde de Afl. 5.000,-;
bepaalt de gebruiksvergoeding voor de tijd dat de vrouw in de woning is blijven wonen, uitgaande van een begin- en einddatum van gebruik en te berekenen op basis van de in de taxatierapport opgenomen huurwaarde (per maand) van de woning [adres];
bepaalt dat de overeenkomstige het gevorderde onder 1 opgemaakte akte(n) rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kunnen worden ingeschreven;
de vrouw veroordeelt in de kosten van deze procedure.
De man legt aan zijn vordering ten grondslag dat het partijen niet lukt om onderling tot een verdeling te komen en dat de verdeling moet worden gelast.
De vrouw voert verweer en concludeert de vordering van de man over het nog vast te stellen bedrag voor het gebruik van de woning niet-ontvankelijk te verklaren en zijn overige vorderingen af te wijzen, met veroordeling van hem in de kosten van deze procedure.
in reconventie
De vrouw vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. primair toebedeling aan de vrouw van de echtelijke woning gelegen te [adres], de inboedel en de hypothecaire lening, waarbij wordt uitgegaan van de door het Gerecht aan te wijzen taxateur, getaxeerde waarde, dan wel een tussen partijen overeengekomen waarde, alsmede toebedeling aan de vrouw van de helft van de waarde van de boot welke de man tijdens het huwelijk heeft gekocht dan wel de helft van de verkoopprijs van de voormalige boot en de toebedeling aan de vrouw van de helft van de verkoopprijs van de “flex home”;
subsidiair de verkoop van de echtelijke woning gelegen te [adres], waarbij wordt uitgegaan van de door het Gerecht aan te wijzen taxateur, getaxeerde waarde, waarna de netto-opbrengst van de verkoop zal na verrekening met de hypotheekschulden en eventuele openstaande achterstallige belastingen, bij gelijke helften tussen partijen worden verdeeld, alsmede toebedeling aan de vrouw van de helft van de waarde van de boot welke de man tijdens het huwelijk heeft gekocht dan wel de helft van de verkoopprijs van de voormalige boot en toebedeling aan de vrouw van de helft van de verkoopprijs van de “flex home”;
2. bepaalt dat de overeenkomstige het gevorderde onder 1 opgemaakte akte(n) rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kunnen worden ingeschreven;
3. Dan wel ieder andere maatregel te nemen welke het Gerecht in goede justitie redelijk acht;
4. de man veroordeelt in de kosten van dit geding.
Het Gerecht zal op de standpunten van partijen, hierna waar nodig nader ingaan.
4. DE BEOORDELING
in conventie en in reconventie
Indien de deelgenoten in een gemeenschap het niet eens zijn over de verdeling daarvan, kan de rechter op grond van artikel 3:185 lid 1 BW de verdeling vaststellen. Daarbij houdt de rechter naar billijkheid rekening met de belangen van beide partijen en met het algemeen belang.
de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap
Het volgende behoort tot de te verdelen gemeenschap:
de eigendom van het perceel gelegen te [adres], te Aruba (kadastraal bekend als Land Aruba Eerste Afdeling Sectie L nummer [kadastraal nummer]) en met een grootte van 704 m2), met daarop gebouwde woonhuis (hierna: de woning);
de inboedel van de echtelijke woning;
de op de woning rustende hypothecaire geldlening afgesloten met Aruba Bank;
een “flex home”;
een boot van het merk Chris Craft 31’ Sports Express Hull#: [merk boot] (hierna: de boot).
voormalig echtelijke woning, hypothecaire geldlening en gebruiksvergoeding
Partijen hebben overeenstemming over de verdeling van de echtelijke woning, hypothecaire geldlening en gebruiksvergoeding, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van comparitie van partijen van 22 oktober 2025. Om ervoor te zorgen dat er een executoriale titel is zullen partijen worden veroordeeld jegens elkaar hieraan mee te werken.
betaalde hypotheekpenningen
De man heeft in zijn laatste akte gesteld dat hij altijd de hypotheekrente heeft betaald en wil dat de vrouw daarvan de helft aan hem vergoedt. Dat maakt echter geen deel uit van zijn vorderingen zoals geformuleerd in het verzoekschrift en de repliek in conventie. Daarom zal het Gerecht hierover geen beslissing nemen.
de inboedel
Tijdens de comparitie van partijen op 22 oktober 2025 zijn partijen overeengekomen dat de vrouw de inboedel krijgt, zodat het Gerecht hierover geen beslissing hoeft te nemen. Volledigheidshalve zal het Gerecht de man op dit punt veroordelen zoals in de beslissing is vermeld.
de flex home en reeds betaalde geldleningsovereenkomst
Vaststaat dat de man na de ontbinding van het huwelijk de “flex home” heeft verkocht aan een derde voor Afl. 27.000,-.
Uit de door de man overgelegde geldleningsovereenkomst blijkt dat partijen op 2 juni 2021 gezamenlijk een persoonlijke geldleningsovereenkomst met de Aruba Bank hebben gesloten voor een bedrag van Afl. 25.383,--. Op deze lening zijn in de tussentijd verschillende aflossingen verricht. Op 17 april 2023 heeft de man het resterende saldo volledig voldaan door middel van twee betalingen, met een totaalbedrag van Afl. 17.212,--. Na aflossing van de gezamenlijke schuld resteert van de verkoopopbrengst van de boot (Afl. 27.000,-- minus Afl. 17.212,--) een bedrag van Afl. 9.788,--, welk bedrag tussen partijen dient te worden verdeeld. De man dient daarom aan de vrouw de helft daarvan, zijnde (Afl. 9.788,-- : 2 =) Afl. 4.894,--, te voldoen.
de boot
Uit de door de man overgelegde koopovereenkomst en de verklaring van de koper blijkt dat hij de boot op 2 maart 2021, tijdens het huwelijk, aan een derde heeft verkocht voor een koopprijs van Afl. 70.000,--. Van dit bedrag heeft hij Afl. 35.000,-- direct ontvangen, terwijl het resterende bedrag is voldaan in maandelijkse termijnen van Afl. 1.500,-- gedurende een periode van 30 maanden. In totaal heeft de man aldus een bedrag van Afl. 80.000,-- (Afl. 35.000,-- + Afl. 45.000,--) ontvangen.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de verkoopprijs van de boot tot de huwelijksgemeenschap behoort en zo ja, moet het verdeeld worden. De vrouw stelt dat zij recht heeft op de helft van de verkoopopbrengst van de boot. Volgens haar heeft zij nimmer enig bedrag uit hoofde van de verkoop van de boot ontvangen. Nu de verkoop van de boot heeft plaatsgevonden vóór het indienen van het echtscheidingsverzoek 2 december 2021, dient de opbrengst daarvan volgens de vrouw tot de huwelijksgemeenschap te worden gerekend en tussen partijen te worden verdeeld. De man is het daarmee eens, maar voert, onder verwijzing naar de overgelegde lijst, aan dat hij de verkoopopbrengst heeft geïnvesteerd in de woning, gebruikt voor de betaling van in de woning verrichte werkzaamheden en voor het opknappen van een Dodge RAM pick-up tijdens het huwelijk. Het resterende bedrag zou hij hebben besteed aan samenkomsten en feesten. Volgens de man was de vrouw met al deze uitgaven bekend en was zij daarmee akkoord gegaan. De vrouw heeft de lijst van de man ontkend en betwist, omdat volgens haar de werkzaamheden ruim vóór de verkoop van de boot hebben plaatsgevonden.
Het Gerecht overweegt dat de boot op 1 maart 2021 is verkocht, dus vóór het indienen van het echtscheidingsverzoek. Daarom hoort de verkoopopbrengst, inclusief de maandelijkse aflossingen, bij de huwelijksgemeenschap en dient dit bedrag te worden verdeeld. Alles wat de man heeft ontvangen voordat hij de woning op 4 januari 2022 verliet, wordt beschouwd als investeringen tijdens het huwelijk. Het gaat om een bedrag van
Afl. 50.000,-, bestaande uit Afl. 35.000,- plus tien maandelijkse aflossingen van Afl. 1.500,- over de periode van eind maart 2021 tot en met eind december 2021. De man is tijdens het huwelijk niet verplicht een gedetailleerde lijst bij te houden van alle investeringen die hij heeft verricht. Nu de vrouw onvoldoende heeft betwist dat de man de investeringen heeft gedaan, kan hieraan geen nadelig gevolg voor de man worden verbonden. Gelet op de koopovereenkomst heeft de man na het verlaten van de woning nog 20 maandelijkse aflossingen ontvangen ter waarde van (Afl. 1.500,- X 20 =) Afl. 30.000--. Van dit bedrag dient hij de helft, oftewel (Afl. 30.000 : 2 =) Afl. 15.000,--, aan de vrouw te betalen.
Slotsom
De slotsom van het voorgaande is dat de tussen partijen ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt zal worden verdeeld.
De echtelijke woning wordt verkocht. De opbrengst wordt verdeeld zoals hieronder te melden. De inboedel is voor de vrouw.
Van de verkoopopbrengst van de “flex home” die de man heeft ontvangen, moet hij een bedrag van Afl. 4.894,-- aan de vrouw betalen.
Van de verkoopopbrengst van de boot die de man heeft ontvangen, moet hij een bedrag van Afl. 15.000,-- aan de vrouw betalen.
proceskosten
Omdat partijen gewezen echtelieden zijn, worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
in conventie en in reconventie
bepaalt in het kader van (de wijze van) de verdeling van de tussen partijen bestaande ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt:
bepaalt dat de woning, gelegen te [adres], aan een derde zal worden verkocht en dat de verkoopopbrengst van de woning, na aftrek van de aan de verkoop verbonden kosten het saldo van de hypotheeklening op de dag van de overdracht, belastingen en/of andere aan de woning gerelateerde schulden, gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld en veroordeelt partijen over en weer daaraan hun medewerking te verlenen;
bepaalt dat de inboedel van de echtelijke woning aan de vrouw toekomt en veroordeelt de man tot afgifte daarvan voor zover mocht blijken dat hij een deel daarvan nog in bezit heeft;
veroordeelt de man om, in verband met de ontvangen verkoopopbrengst van de “flex home”, aan de vrouw een bedrag van Afl. 4.984,-- te betalen.;
veroordeelt de man om, in verband met de verkoopopbrengst van de boot, aan de vrouw een bedrag van Afl. 15.000,- te betalen;
veroordeelt partijen jegens elkaar om uitvoering te geven aan de afspraken als vermeld in het proces-verbaal van comparitie van partijen van 22 oktober 2025;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.