Vonnis van 4 maart 2026
Behorend bij A.R. no. AUA202501471
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te Verenigde Staten van Amerika,
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. G.A. Maldonado,
tegen:
[Gedaagde],
wonende te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon.
1. DE VERDERE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 3 december 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde stukken.
Bij voormeld tussenvonnis is de man in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen zoals in het vonnis omschreven.
De man heeft op 14 januari 2026 stukken in het geding gebracht. Namens de vrouw is vervolgens tegen een deel van de in het geding gebrachte stukken bezwaar gemaakt en verzocht het verzoek van de man af te wijzen om alsnog nadere stukken te mogen overleggen.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2. DE VERDERE BEOORDELING
Voor zover de man op 14 januari 2026 meer of andere stukken heeft overgelegd dan waartoe hij bij het tussenvonnis in de gelegenheid is gesteld, gaat het Gerecht daar aan voorbij. Ditzelfde geldt voor de het verzoek van de man om te bepalen dat de door hem aan de vrouw verschuldigde huurinkomsten eerst vanaf een later moment zijn verschuldigd. Daarover is in het tussenvonnis al beslist en hetgeen de man daarover daarna nog heeft aangevoerd wordt als zijnde tardief buiten beschouwing gelaten. Ook zal de man niet in de gelegenheid worden gesteld alsnog stukken in het geding te brengen.
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, zijn partijen op 31 mei 2016 in Aruba in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd en is bij beschikking van dit Gerecht van 22 maart 2021 (met zaaknummer AUA202002758EJ) de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Aan de orde is thans de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen. De peildatum voor het bepalen van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap is 12 mei 2021.
De woning
Tot de te verdelen gemeenschap behoort de woning gelegen aan de [adres] (hierna: de woning). Zoals in het tussenvonnis is overwogen wil de man dat de woning aan hem wordt toegedeeld. De man is daarom in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen waaruit blijkt tot welk maximale bedrag hij de toedeling van de woning aan hem kan financieren. De man heeft geen stukken overgelegd. Hij heeft zich weliswaar ingespannen om een financiering te krijgen, maar bij gebrek aan concrete informatie daarover kan niet worden aangenomen dat de man in staat zal zijn de toedeling van de woning (waarvan de waarde in juni 2024 op Afl. 447.112,50 is getaxeerd) te financieren.
Daarom zal, zoals in het tussenvonnis is overwogen, worden bepaald dat de woning aan een derde moet worden verkocht. Tussen partijen is niet in geschil dat de verkoop door de makelaar [betrokkene], werkzaam bij All Property Real Estate te Aruba, zal moeten worden gedaan. Partijen zullen daarom worden opgedragen gezamenlijk een verkoopopdracht aan deze makelaar te verstrekken. Zij dienen hun volledige medewerking aan de verkoop te verlenen.
De makelaar zal voor partijen bindend de verkoop- en laatprijs van de woning bepalen. Indien deze makelaar het nodig acht dat een taxateur deze verkoopprijs bepaalt, dan zullen partijen gezamenlijk de door de makelaar te noemen taxateur opdracht tot de taxatie moeten geven. Indien de man in staat is de woning tegen de verkoopprijs te kopen, staat hem dat vrij.
De na voldoening van de aan de verkoop verbonden kosten en de eventueel openstaande grondbelasting en na het aflossen van de op het moment van levering van de woning aan een derde (of de man) nog aanwezige hypothecaire geldlening resterende verkoopopbrengst, dient gelijkelijk tussen partijen te worden verdeeld.
De man dient op eerste verzoek van de makelaar alle handelingen te verrichten die nodig zijn om tot verkoop en levering van de woning te komen, zoals het meewerken aan het maken van foto’s en bezichtigingen, ervoor zorgen dat de woning in behoorlijke staat en opgeruimd is en dat de woning tijdig voor de notariële levering is ontruimd.
De aan de verkoop verbonden kosten (zoals de kosten van de makelaar en eventuele taxateur) dienen door beide partijen gezamenlijk te worden gedragen.
Benoemen onzijdige persoon
De vrouw heeft onweersproken verzocht een onzijdige persoon te benoemen om de man te vertegenwoordigen als deze onwillig is. Het Gerecht zal daarom een onzijdig persoon als bedoeld in artikel 3:181 BW benoemen, die de man zo nodig zal kunnen vertegenwoordigen en daarbij de belangen van de man naar eigen beste inzicht zal behartigen. Indien de man geen gehoor geeft aan de eerste oproep van de notaris ten overstaan van wie de leveringsakte zal worden gepasseerd, zal deze onzijdig persoon gerechtigd zijn de voor het verlijden van de akte vereiste rechtshandeling namens hem te verrichten.
Mevrouw [oud-deurwaarder], oud-deurwaarder te Aruba, heeft zich bereid verklaard de benoeming tot onzijdig persoon te aanvaarden. De kosten van de eventuele werkzaamheden van de onzijdig persoon komen voor rekening van de man.
De hypothecaire geldlening
De woning is belast met een hypothecaire geldlening bij de Caribbean Mercantile Bank (hierna: de bank) te Aruba. De door de man naar aanleiding van het tussenvonnis overgelegde, van de bank afkomstige stukken (jaaroverzichten en historische overzichten van de betalingen en het verloop van de lening gedurende de jaren 2021-2025) sluiten niet geheel op elkaar aan (zo blijkt uit het overzicht van 31 december 2021 een ander hypotheeksaldo per peildatum dan uit het historisch overzicht lijkt te volgen). Bij gebrek aan dragende argumenten voor het ene of het andere stuk, zal het Gerecht voor de vaststelling van dit saldo uitgaan van het jaaroverzicht 2021. Het hypotheeksaldo bedroeg derhalve op de peildatum Afl. 128.274,15 en blijkens de overige overgelegde stukken per eind 2025 Afl. 107.999,88. Dit betekent dat de man in totaal een bedrag van Afl. 20.274,27 op de lening heeft afgelost. Van dit bedrag dient de vrouw de helft (zijnde Afl. 10.137,13) aan de man te betalen.
Verder zal de vrouw de helft van de door de man sinds 1 januari 2026 betaalde en tot aan de levering van de woning aan een derde (of aan de man) nog te betalen aflossingen op de hypothecaire geldlening aan de man moeten betalen.
Eigenaarslasten, gebruikerslasten en gebruiksvergoeding
Zoals in het tussenvonnis in 4.9 is overwogen, zal de man de eigenaarslasten (waaronder de rentelasten, de aan de hypothecaire lening verbonden verzekeringspremies en de grondbelasting) van de woning dragen en staat daartegenover dat de vrouw geen aanspraak (meer) op een gebruiksvergoeding maakt.
Huurinkomsten
Zoals in het tussenvonnis in 4.12 is overwogen, dient de man aan huurinkomsten over de periode van 12 mei 2021 tot en met december 2025 Afl. 59.662,50 aan de vrouw te betalen en daarnaast de helft van de door hem vanaf 1 januari 2026 tot aan de levering van de woning aan een derde (of aan hem) te ontvangen netto huur.
Schulden
Voor wat betreft de gemeenschapsschulden is in het tussenvonnis al overwogen dat sprake is van een belastingschuld van Afl. 38.864,46 en dat zal worden bepaald dat in de onderlinge verhouding met de vrouw de draagplicht van deze schuld op de man rust (dus dat de man deze schuld aan de belastingdienst dient te betalen) en dat de vrouw is gehouden ter zake van deze schuld een bedrag van Afl. 19.432,23 aan de man te voldoen. Met betrekking tot de schuld bij Island Finance is reeds overwogen dat de man deze schuld van Afl. 19.902,30 in de onderlinge verhouding met de vrouw voor zijn rekening moet nemen (dus de schuld aan Island Finance verder moet afbetalen) en dat de vrouw is gehouden de helft van deze schuld, zijnde Afl. 9.951,15, aan de man te voldoen. Voor wat betreft de schuld van de man aan zijn eerste echtgenote zal verder, zoals in het tussenvonnis is overwogen, worden bepaald dat de man deze schuld in de onderlinge verhouding met de vrouw voor zijn rekening moet nemen en dat de vrouw is gehouden de helft van deze schuld, zijnde Afl. 20.000,-, aan de man te betalen.
Met betrekking tot de aan de deurwaarder [deurwaarder] te betalen schuld is de man in de gelegenheid gesteld stukken van de deurwaarder te overleggen waaruit blijkt wat op de peildatum (12 mei 2021) de hoogte was van deze schuld. Uit de vervolgens door de man overgelegde stukken van de deurwaarder blijkt dat de schuld op de peildatum de schuld Afl. 24.797,46 bedroeg. Tevens blijkt daaruit dat de schuld per 15 december 2025 nog Afl. 17.296,96 bedroeg, zodat het Gerecht ervan uitgaat dat de man ook op deze schuld aflost. De vrouw zal daarom de helft van deze schuld, zijnde Afl. 12.398,73 aan de man moeten betalen, waarbij de man ook hier deze schuld in de onderlinge verhouding met de vrouw voor zijn rekening moet nemen (dus de schuld verder moet afbetalen).
Aanschaf airconditioners en deuren
Voor wat betreft de door de man ten behoeve van de woning en de verhuurde appartementen gekochte deuren en airconditioners is in het tussenvonnis al overwogen dat de vrouw ter zake van de airconditioners een bedrag van Afl. 800,- en voor wat betreft de deuren een bedrag van Afl. 750,- aan de man moet voldoen. De vrouw zal daarom worden veroordeelt het bedrag van Afl. 1.550,- aan de man te betalen.
Slotsom
De slotsom van het voorgaande is dat de woning moet worden verkocht en de (na voldoening van de aan de verkoop verbonden kosten, de grondbelasting en de aflossing van de hypotheek resterende) verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen moet worden verdeeld. Tevens dienen partijen over en weer ter zake van de hypothecaire geldlening, de ontvangen huurinkomsten, de gemeenschapsschulden en de door de man betaalde kosten de hierna te noemen bedragen aan elkaar te betalen.
Voor toewijzing van de vordering van de vrouw dat de man op straffe van een dwangsom van Afl. 500,- per dag wordt bevolen mee te werken aan de verdeling, bestaat geen, althans onvoldoende grond.
Nu partijen gewezen echtelieden zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
gelast de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen aldus, dat de woning aan een derde wordt verkocht en geleverd.
bepaalt dat partijen gezamenlijk een verkoopopdracht moeten verstrekken aan de makelaar [betrokkene], werkzaam bij All Property Real Estate te Aruba. Deze opdracht zal inhouden dat de makelaar, tegen het in de branche gebruikelijke tarief, de vraagprijs en de laatprijs van de woning voor partijen bindend zal bepalen en alle overige werkzaamheden in het kader van de verkoop van de woning zal verrichten. Daarbij geldt verder het volgende:
a. de man dient de makelaar op eerste verzoek alle medewerking te verlenen die nodig is voor de verkoop van de woning, waaronder - maar niet beperkt tot - het opruimen van de woning voor het maken van foto’s, het bezichtigen van de woning door potentiële kopers en het voor de notariële levering tijdig ontruimen van de woning;
b. partijen betalen ieder voor de helft de kosten van de makelaar, de eventuele taxateur en de overige aan de verkoop en levering van de woning aan een derde verbonden kosten;
c. partijen zullen de (dan resterende) hypothecaire geldlening aflossen uit de verkoopopbrengst van de woning op het moment dat de woning aan een derde wordt geleverd;
bepaalt dat ieder van partijen de helft van de, na aflossing van de hypothecaire geldlening en na voldoening van de openstaande grondbelasting en alle aan de verkoop verbonden kosten resterende, verkoopopbrengst van de woning toekomt. Indien sprake is van een tekort (een onderwaarde) moeten partijen ieder de helft van dit tekort betalen;
benoemt mevrouw [oud-deurwaarder], oud-deurwaarder te Aruba, tot onzijdig persoon als bedoeld in artikel 3:181 BW, die de man zo nodig zal vertegenwoordigen bij het verlijden bij de notariële leveringsakte en daarbij de belangen van de man naar beste eigen inzicht dient te behartigen;
veroordeelt de vrouw ter zake van de aflossingen van de hypothecaire geldlening een bedrag van Afl. 10.137,13 aan de man te betalen, vermeerderd met de helft van de door de man sinds 1 januari 2026 betaalde en tot aan de levering van de woning aan een derde (of aan de man) nog te betalen aflossingen;
veroordeelt de man ter zake van de huurinkomsten Afl. 59.662,50 aan de vrouw te betalen, te vermeerderen met de helft van de door hem vanaf 1 januari 2026 tot aan de levering van de woning aan een derde (of aan hem) te ontvangen netto huur;
veroordeelt de vrouw om ter zake van de belastingschuld van Afl. 38.864,46 een bedrag van Afl. 19.432,23 aan de man te betalen, met bepaling dat in de onderlinge verhouding met de vrouw de draagplicht van deze schuld op de man rust (dus dat de man de volledige schuld aan de belastingdienst dient te betalen);
veroordeelt de vrouw om ter zake van de schuld aan Island Finance Afl. 9.951,15, aan de man te betalen, met bepaling dat in de onderlinge verhouding met de vrouw de draagplicht van deze schuld op de man rust (dus dat de man de volledige schuld aan Island Finance dient te betalen);
veroordeelt de vrouw om ter zake van de schuld aan de eerste echtgenote van de man Afl. 20.000,- aan de man te betalen, met bepaling dat in de onderlinge verhouding met de vrouw de draagplicht van deze schuld op de man rust (dus dat de man deze volledige schuld aan zijn eerste echtgenote dient te betalen);
veroordeelt de vrouw om ter zake van de aan de deurwaarder te betalen schuld Afl. 12.398,73 aan de man te betalen, met bepaling dat in de onderlinge verhouding met de vrouw de draagplicht van deze schuld op de man rust (dus dat de man de volledige schuld aan de deurwaarder dient te betalen);
veroordeelt de vrouw om aan de man ter zake van voor de woning en de appartementen gekochte deuren en airconditioners het bedrag van Afl. 1.550,- te betalen;
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.