Vonnis van 25 maart 2026
Behorend bij A.R. nr. AUA202302490
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
te Aruba,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna ook te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart,
tegen:
[Gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
te Aruba,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna ook te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
vanaf 23 september 2025 procederend in persoon.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure tot 20 augustus 2025 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. [Eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde, en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in persoon verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Partijen hebben ook vragen van het Gerecht beantwoord.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2. DE VERDERE BEOORDELING
in conventie en in reconventie
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis omschreven overwegingen en beslissingen.
De onderscheidenlijke vorderingen van partijen ter zake van toebedeling van de woning zullen worden afgewezen, nu vast staat dat die woning inmiddels vanwege de hypotheekverstrekkende bank is verkocht. Vast staat verder dat de hypothecaire restschuld van partijen Afl. 19.765,06 bedraagt. De helft van die schuld zal worden toebedeeld aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], en de andere helft van die schuld zal worden toebedeeld aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].
In het tussenvonnis heeft het Gerecht onder meer het volgende overwogen:
“4.10.1 [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt met van de belastingdienst afkomstige producties onderbouwd dat van de gemeenschap deel uitmaakt belastingschulden van zijn eenmanszaak Precise Technology. Het Gerecht volgt [eiseres in conventie, verweerster in reconvenie] in haar stelling dat uit die producties niet zonder meer voortvloeit of blijkt dat alle daarin vermelde belastingschulden behoren tot de gemeenschap. Immers, uit het eerste overzicht van 6 pagina’s (hierna: overzicht-1) valt uit pagina 1 tot en met de vier eerst genoemde schulden op pagina 5 op te maken dat sprake is van voor 23 februari 2022 vastgestelde belastingschulden, zijnde de datum waarop gemeenschap tussen partijen door indiening van het echtscheidingsverzoek is ontbonden. Alle op pagina 5 na de eerste vier vermelde schulden dateren wat betreft de vaststelling daarvan van na 23 februari 2022, ofwel ten tijde van de ontbonden gemeenschap.
Uit het tweede overzicht van 7 pagina’s (hierna: overzicht-2) valt uit pagina 1 tot en met de 22 eerst genoemde schulden op pagina 5 (de laatste van dat rijtje bedraagt een schuld van Afl. 3,71) op te maken dat sprake is van voor 23 februari 2022 vastgestelde belastingschulden. Alle verdere schulden in dat overzicht zijn vastgesteld ten tijde van de ontbonden gemeenschap.
Het derde overzicht van 1 pagina (hierna: overzicht 3) betreft na 23 februari 2022 vastgestelde belastingschulden, die lijken te zien op de periode/het tijdvak 2016 en die aldus deel uit lijken maken van de gemeenschap.
Het Gerecht zal mede ter verkrijging van duidelijkheid ter zake van mogelijk van de gemeenschap deeluitmakende belastingschulden van de eenmanszaak van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een comparitie van partijen gelasten als na te melden.
Tijdens die comparitie dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het totaal van de bedragen zoals vermeld in overzicht-1 vanaf het begin van pagina 1 tot en met de vier eerst genoemde schulden op pagina 5 kenbaar te maken aan het Gerecht en aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Verder dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verificatoir onderbouwd (met een verklaring van de Belastingdienst) aan te tonen dat alle verdere in overzicht-1 vermelde bedragen belastingschulden betreffen die voortvloeien uit de periode voorafgaand aan 23 februari 2022. Aan het nalaten van dit één en/of ander kan het Gerecht de hem geraden voorkomende gevolgen verbinden.
Verder dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter zitting het totaal van de bedragen zoals vermeld in overzicht-2 vanaf het begin van pagina 1 tot en met de 22 eerst genoemde schulden op pagina 5 (de laatste van dat rijtje bedraagt een schuld van Afl. 3,71) kenbaar te maken aan het Gerecht en aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Verder dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verificatoir onderbouwd (met een verklaring van de Belastingdienst) aan te tonen dat alle verdere in overzicht-2 vermelde bedragen belastingschulden betreffen die voortvloeien uit de periode voorafgaand aan 23 februari 2022. Aan het nalaten van dit één en/of ander kan het Gerecht de hem geraden voorkomende gevolgen verbinden.
Ook dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter zitting verificatoir onderbouwd (met een verklaring van de Belastingdienst) aan te tonen dat de in overzicht-3 vermelde belastingschulden voortvloeien uit de periode/het tijdvak 2016, althans de periode van voor 23 februari 2022. Aan het nalaten daarvan kan het Gerecht de hem geraden voorkomende gevolgen verbinden.”.
[Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ter zitting om voor hem moverende redenen nagelaten de informatie te verschaffen die hij ingevolge voormelde overwegingen uit het tussenvonnis behoorde te geven. Aan dat nalaten verbindt het Gerecht het gevolg dat de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], dat belastingschulden van de eenmanszaak van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (Precise Technology) deel uitmaken van de gemeenschap, wordt gepasseerd als zijnde niet of onvoldoende helder onderbouwd.
Verder is in het tussenvonnis het volgende overwogen:
“4.11 Vast staat dat het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van zijn opa geërfde perceel deel uitmaakt van de tussen partijen te verdelen gemeenschap, en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft met een rapport onderbouwd onbestreden gesteld dat de vrije marktwaarde daarvan Afl. 56.500,-- bedraagt. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wil dat van zijn opa geërfde perceel toebedeeld krijgen. Dat kan alleen als hij te zitting verificatoir aantoont dat hij in staat is de helft van voormeld bedrag, te weten (56.500,-- : 2 =) Afl. 28.250,--, uit hoofde van overbedeling te betalen aan of te verrekenen met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient ter zitting in het licht van de tot de gemeenschap behorende nog vast te stellen belastingschulden onderbouwd aan te geven of hij al dan niet daartoe in staat is. Indien blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daartoe niet in staat is, zal het perceel verkocht moeten worden teneinde de netto-opbrengst daarvan gelijkelijk te verdelen tussen partijen.”.
Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verklaard dat hij in staat is om in geval van toebedeling aan hem van het van zijn opa geërfde perceel Afl. 28.250,-- ten titel van overbedeling te betalen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft echter die verklaring niet met verificatoire financiële stukken onderbouwd. Zoals ter zitting aangekondigd zal het Gerecht dat perceel toebedelen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder de voorwaarde dat hij gerekend vanaf de betekening van dit vonnis binnen een termijn van 3 maanden Afl. 28.250,-- betaalt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat bedrag niet binnen die termijn heeft betaald aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], moet het perceel worden verkocht als na te melden teneinde de netto verkoopopbrengst daarvan gelijkelijk te verdelen tussen partijen.
Ingevolge rechtsoverweging 4.12 van het tussenvonnis moest [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter zitting opheldering geven over wat volgens hem precies is gebeurd met de inboedel van de woning in verband met de verkoop daarvan. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in het licht daarvan verklaard dat hij die inboedel heeft opgeslagen in een “warehouse te [locatie 1]”. Daarin in samenhang met de omstandigheid dat is gesteld noch gebleken dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] weet waar dat pakhuis zich precies bevindt en evenmin is gesteld of gebleken dat zij daartoe toegang heeft ziet het Gerecht grond of aanleiding om bedoelde inboedel toe te delen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Ter zitting heeft het Gerecht op grond van de uiteenlopende verklaringen van partijen ter zake van de actuele waarde van de inboedel die waarde vastgesteld op Afl. 3.500,-- (zijnde het gemiddelde van de door partijen aangegeven respectieve waarden). Aldus brengt te toebedeling van de inboedel aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met zich dat hij uit hoofde van overbedeling Afl. 1.750,-- verschuldigd is aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (de helft van de door het Gerecht vastgestelde waarde), tot betaling van welk bedrag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal worden veroordeeld.
Verder heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de zich op de woning bevindende 24 zonnepanelen met toebehoren verwijderd en elders opgeslagen. Hetzelfde geldt ter zake van de 5 airco’s (split units) die in de woning waren geïnstalleerd. Ook hierin ziet het Gerecht grond of aanleiding om deze zaken toe te delen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].
Niet in geschil is tussen partijen dat sprake was van 4 airco’s van 7 jaar oud en 1 airco van tussen de 5-6 jaar oud. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat de actuele waarde van iedere airco Afl. 500,-- bedraagt, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat iedere airco nog Afl. 50,-- waard is. Mede gelet op de huidige prijzen van nieuwe airco’s, waarvan algemeen bekend is dat die een stuk lager zijn dan een aantal jaren geleden, stelt het Gerecht de restwaarde van de vier oudste airco’s vast op ieder Afl. 150,--, en de waarde van de minder oude airco vast op Afl. 180,--. Aldus is de restwaarde van de gezamenlijke airco’s (600,-- + 180,-- =) Afl. 780,--. Aldus is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van die restwaarde, te weten Afl. 390,-- verschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie].
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ter zitting verklaard dat de aanschaf van het solarsysteem inclusief de aankoop daarvan Afl. 27.000,-- heeft gekost, terwijl dat volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] Afl. 20.000,-- heeft gekost. Ook te dezen neemt het Gerecht het gemiddelde van de twee bedragen in aanmerking, te weten Afl. 23.500,--. Niet in geschil is tussen partijen dat het solarsysteem thans vrijwel 12 jaar oud is. In het licht van dit alles stelt het Gerecht de actuele waarde daarvan schattenderwijs vast op Afl. 8.000,--. Aldus is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van die restwaarde, te weten Afl. 4.000,-- verschuldigd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], tot betaling van welk bedrag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal worden veroordeeld.
In de omstandigheid dat partijen met elkaar waren gehuwd en deze procedure een sequeel van hun echtscheiding betreft, ziet het Gerecht aanleiding om de conventionele en de reconventionele proceskosten telkens te compenseren tussen partijen als na te melden.
Uit het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt dat zij niet in staat is de kosten van deze procedure te dragen. Aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.
3. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
in conventie en in reconventie
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen Afl. 11.829,50 uit hoofde van het eenzijdig gebruik door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van de woning (zie rechtsoverweging 4.9 van het tussenvonnis);
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het bij partijen genoegzaam bekende door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van zijn opa geërfde perceel eigendomsgrond gelegen in Aruba te [locatie 2] (hierna: het perceel), onder de voorwaarde dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uit hoofde van overbedeling binnen drie maanden na de betekening aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van dit vonnis Afl. 28.250,-- betaalt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (zijnde de helft van de vaststaande waarde van dat perceel);
bepaalt voor het geval [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de hiervoor onder 3.2 omschreven voorwaarde niet doet vervullen dat het perceel moet worden verkocht aan een derde teneinde de netto verkoopopbrengst daarvan gelijkelijk te verdelen tussen partijen, en bepaalt verder dat:
i. partijen na de uitspraak van dit vonnis drie maanden de tijd hebben om het perceel onderhands te doen verkopen, al dan niet met behulp van makelaar Century 21 Aruba Real Estate (of een andere tussen partijen overeen te komen makelaar), met dien verstande dat als er Afl. 56.500,-- of meer dan dat wordt geboden, het perceel aan die bieder moet worden verkocht;
ii. voor het geval dat onderhandse verkoop van het perceel binnen voormelde termijn niet plaatsvindt, ieder der partijen bevoegd is om zonder toestemming van de ander het perceel in het openbaar (ter veiling) te doen verkopen, met als inzetprijs
Afl. 56.500,-- (of een andere door partijen overeen te komen inzetprijs);
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van de bij partijen genoegzaam bekende hypothecaire restschuld;
deelt toe aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de andere helft van de bij partijen genoegzaam bekende hypothecaire restschuld;
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de hiervoor onder 2.5 besproken inboedel, en veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om in dit verband uit hoofde van overbedeling Afl. 1.750,-- te betalen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de hiervoor onder 2.6.2 besproken vijf airco’s, en veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om in dit verband uit hoofde van overbedeling Afl. 390,-- te betalen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het hiervoor onder 2.6.3 besproken solarsysteem, en veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om in dit verband uit hoofde van overbedeling Afl. 4.000,-- te betalen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de conventionele en de reconventionele proceskosten telkens tussen partijen, aldus dat ieder van hen telkens de eigen kosten draagt;
verleent verlof aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot kosteloos procederen;
wijst af het meer of anders door partijen verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.