Vonnis in kort geding van 26 februari 2026
Behorend bij AUA202600298 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiseres]
te Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. R.J. Cera Andrade,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 10, ingediend op 30 januari 2026;
- de nader door [eiseres] ingediende producties 11 en 12;
- de pleitnota van de zijde van [eiseres];
- de mondelinge behandeling op 12 februari 2026.
Tijdens de mondelinge behandeling van 12 februari 2026 zijn verschenen [eiseres], bijgestaan door mr. Cera Andrade voornoemd en mr. P.R.C. Brown, en [gedaagde], procederend in persoon. Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. DE FEITEN
Eiseres] en [gedaagde] zijn op 15 november 2024 een huurovereenkomst voor bepaalde duur aangegaan, op grond waarvan [eiseres] aan [gedaagde] de woning aan [adres] te Aruba (hierna: het gehuurde) verhuurt tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 2.300,-. [Gedaagde] woont in het gehuurde met zijn echtgenote en zijn twee minderjarige kinderen.
In de huurovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“3. Term. For a term of 12 months , beginning December 1, 2024, and expiring November 30, 2025.
(…)
4. Rent
Rental price has been stipulated at a monthly rental price of Awg . 2,300 (…) which the Lessee agrees to pay each month on the 5th of each month. Late payments will be subject to a daily penalty fee of Awg. 100,- additionally to the rent.
(…)
28. Extension of Agreement – Should one of the parties wish not to prolong this agreement, a notice in writing must be given at least (6) sixty days in advance, of the intent not to renew. If neither party gives notice of their intent not to renew or any difference in terms and/or conditions, this agreement shall be prolonged together with all terms and conditions. (…)”
In een brief van 10 september 2025 van [eiseres] aan [gedaagde] staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“Since the beginning of the rental agreement every month there is an issue with you, or it is a problem with the house or payments.
I helped you many times and made lots of exceptions already for you, I even paint the house to make it look nicer for you, I make improvements in the fixture and lighting outside as well. However, I noticed you still do not maintain the house well and neither is complying with the monthly payments as agreed in the contract.
Based on these factors, I decided to end the rental agreement with you. I give you 3 months’ notice to leave the house starting today September 10, 2025.
You will need to turn in the house and key by December 10, 2025, in same condition received to receive the deposit less any deductions, if any. (…)”
Bij e-mailbericht van 19 september 2025 heeft [eiseres] aan [gedaagde] (onder meer) medegedeeld dat zij de huur over september 2025 niet volledig heeft ontvangen en dat nog een bedrag van Afl. 700,- openstaat. Op 20 september 2025 heeft [gedaagde] daarop geantwoord dat hij het openstaande bedrag aan huur op die dag aan de echtgenote van [eiseres] heeft betaald.
Op 24 september 2025 heeft [eiseres] aan [gedaagde] het volgende gemaild:
“As, I mentioned to you before, you signed the agreement knowing you have a monthly commitment to pay your house rent before the 5th of every month. I do and will not tolerate more excuses. You are full paid until September 2025. Your next payment is due by October 5th, 2025 by wire transfer and not in cash.
You still have an open balance for the late fees of September of Fls. 660.00 to be paid or reduce from your deposit. To avoid any other late fees, you have to comply with the agreed due date every 5th by wire transfer .
While you claim, you had some challenges in the month, but you and your Family left on vacation and did not comply with the rent.
Sorry [gedaagde], as stated in my previous letter, the agreement ends by December 10, 2025. ”
Op 14 oktober 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] bij e-mail medegedeeld dat de huur over de maand oktober 2025 nog niet is betaald en dat [gedaagde] boetes heeft verbeurd.
Bij e-mailbericht van 7 januari 2026 heeft [eiseres] [gedaagde] verzocht de huur over de maanden november 2025 tot en met januari 2026 te betalen en het gehuurde per direct te ontruimen.
Op 16 januari 2026 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan [gedaagde] meegedeeld dat een bedrag van Afl. 6.900,- aan huur/gebruiksvergoeding en een bedrag van Afl. 9.200,- aan boetes is verschuldigd. [Gedaagde] is gesommeerd de openstaande huurpenningen te voldoen en het gehuurde op uiterlijk 30 januari 2026 te ontruimen. [Gedaagde] heeft hier geen gevolg aan gegeven.
Eiseres] heeft in januari 2026 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de verkoop van het gehuurde aan een derde.
3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om:
a. a) de woning te [adres] in Aruba uiterlijk binnen veertien (14) dagen na het vonnis te ontruimen, met medeneming van al hetgeen zich van hem wege in genoemde woning bevindt, met overgave van de sleutels ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen, met machtiging aan [eiseres] om bij gebreke hiervan de ontruiming te bewerkstelligen;
b) aan [eiseres] te betalen een bedrag van Afl. 6.900,- aan achterstallige huur en gebruiksvergoedingen;
c) aan [eiseres] te betalen de contractuele boete van Afl. 100,- per dag, berekend tot en met 30 januari 2026 op Afl. 9.200,-, te vermeerderen met Afl. 100,- per dag vanaf 31 januari 2026 tot de dag der algehele voldoening;
d) aan [eiseres] te vergoeden alle overige bedragen verschuldigd onder de huurovereenkomst, voor zover nodig nader op te maken bij staat;
met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Eiseres] legt aan de vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. [Gedaagde] heeft tijdens de huurperiode de huur structureel te laat betaald en heeft daardoor contractuele boetes verbeurd. Daarnaast is tijdens de huurperiode schade aan het gehuurde ontstaan, door toedoen van [gedaagde] of het nalaten om dit tijdig te melden. [Eiseres] heeft de huurovereenkomst inmiddels beëindigd en [gedaagde] meermaals verzocht om het gehuurde te ontruimen. [Gedaagde] heeft daar geen gevolg aan gegeven. [Gedaagde] verblijft op dit moment zonder recht of titel in de woning. Sinds november 2025 betaalt [gedaagde] geen huur en/of een gebruiksvergoeding (meer) aan [eiseres]. [Eiseres] heeft er belang bij dat [gedaagde] het gehuurde zo spoedig mogelijk verlaat, ook omdat het gehuurde inmiddels is verkocht aan een derde, die de woning zo snel mogelijk geleverd wenst te krijgen. Ook heeft zij er belang bij dat [gedaagde] de achterstallige huur/gebruiksvergoeding aan haar betaalt, vermeerderd met de contractuele boete.
Gedaagde] heeft verweer gevoerd.
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.
4. DE BEOORDELING
De vraag die voorligt is of vooruitlopend op het oordeel van de bodemrechter voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] het gehuurde dient te ontruimen en veroordeeld zal worden tot betaling van de (achterstallige) huurpenningen, gebruiksvergoedingen en de contractuele boete.
Ontruiming
Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vordering volgt uit de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.
Het antwoord op de vragen of de huurovereenkomst rechtsgeldig per 30 november 2025 is geëindigd of per 16 januari 2026 is ontbonden en of sprake is van voor rekening en risico van [gedaagde] komende schade aan de woning, kan in het kader van dit kort geding in het midden blijven. Het Gerecht stelt vast dat [gedaagde] ter zitting heeft erkend dat hij sinds november geen huur meer betaalt. Dat betekent dat in dit kort geding vaststaat dat een achterstand bestaat van vier maanden (in totaal Afl. 9.200,-). Op grond van vaste rechtspraak kan een huurovereenkomst worden ontbonden bij een huurachterstand van tenminste drie maanden. Dat betekent dat de huurovereenkomst in beginsel kan worden ontbonden. Dat [gedaagde], zoals hij heeft aangevoerd, wel bereid was om de huur te betalen maar daartoe niet in staat was, maakt dit niet anders. De ernst en omvang van de wanprestatie brengen naar het oordeel van het Gerecht mee dat met een voldoende grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en dat een ontruimingsvordering van [eiseres] wordt toegewezen.
Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen. Omdat de twee minderjarige kinderen van [gedaagde] ook in het gehuurde wonen, zal het Gerecht een ruimere ontruimingstermijn toekennen dan gevorderd. Het Gerecht zal de ontruimingstermijn bepalen op vier weken na betekening van dit vonnis. In dit oordeel weegt ook mee dat [eiseres] onbetwist heeft gesteld dat [gedaagde] veel familie heeft wonen in Aruba, die hem (tijdelijk) onderdak zou kunnen bieden.
Eiseres] vordert dat zij wordt gemachtigd om de ontruiming te doen bewerkstelligen als [gedaagde] het gehuurde niet vrijwillig verlaat. Uit artikel 556 lid 1 Rv volgt dat een gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. Nu [eiseres] de ontruiming met behulp van de deurwaarder kan doen bewerkstelligen, wordt de vordering in zoverre afgewezen.
Ter zitting is gebleken dat ook de echtgenote van [gedaagde] in het gehuurde woont. Voldoende aannemelijk is dat de echtgenote haar hoofdverblijf in het gehuurde heeft. Op grond van artikel 7:233 lid 1 BW is de echtgenote van [gedaagde] van rechtswege medehuurder. Nu zij niet ook door [eiseres] is gedagvaard, is de hierna in 5.1 te vermelden beslissing niet tegen haar gericht.
Betaling van achterstallige huur/gebruiksvergoeding en contractuele boete
Ten aanzien van geldvorderingen in kort geding is terughoudendheid geboden. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Verder dient in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico te worden betrokken.
Eiseres] vordert allereerst een bedrag van Afl. 6.900,- aan openstaande huur dan wel gebruiksvergoeding (voor zover de huurovereenkomst moet worden geacht te zijn geëindigd in november 2025 of ontbonden in januari 2026). Dit bedrag is berekend over de maanden november en december 2025 en januari 2026, te weten driemaal de maandhuur van Afl. 2.300,-. Zoals al in 4.3 is overwogen, heeft [gedaagde] de huurachterstand erkend. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat [gedaagde] aan [eiseres] (minstens) een bedrag van Afl. 6.900,- aan achterstallige huur moet betalen. Ook is voldoende aannemelijk dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde, nu zij onweersproken heeft gesteld dat zij in financiële problemen is geraakt doordat [gedaagde] de huur niet heeft betaald. Van enig restitutierisico is niet gebleken. Dit betekent dat de vordering in 3.1 onder b wordt toegewezen.
Eiseres] vordert verder [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een contractuele boete van Afl. 9.200,-, berekend tot en met 30 januari 2026 en tot betaling van Afl. 100,- per dag vanaf 31 januari 2026. Naar voorshands oordeel van het Gerecht is onvoldoende duidelijk hoe het bedrag van Afl. 9.200,- is opgebouwd. [Eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat de contractuele boete is berekend over de over de maand november verschuldigde huur, maar zij heeft deze berekening niet uitgewerkt. Dat had wel op haar weg gelegen, te meer nu de betreffende periode (van 6 november 2025 tot en met 30 januari 2026) 86 dagen behelst, hetgeen Afl. 8.600,- aan boete zou inhouden. Daar komt bij dat [gedaagde] een beroep heeft gedaan op matiging, omdat de boete volgens hem onredelijk en te hoog is en dat voorshands niet onaannemelijk is dat dit beroep in een bodemprocedure zal slagen. Bij deze stand van zaken kan naar het voorlopig oordeel van het Gerecht niet worden gezegd dat de vordering van [eiseres] voldoende aannemelijk is en dat met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de bodemrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen. De vordering in 3.1 onder c strandt om die reden.
Voor zover [eiseres] in 3.1 onder d vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om alle overige bedragen die [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst is verschuldigd aan haar te betalen, is deze vordering onvoldoende concreet en alleen om die reden al niet toewijsbaar.
Proceskosten
Gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 225,- aan oproepingskosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] om de woning te [adres] in Aruba binnen vier (4) weken na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met medeneming van al hetgeen zich van zijnentwege in genoemde woning bevindt, onder afgifte van alle sleutels aan [eiseres];
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 6.900,- aan achterstallige huur;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 225,- aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter in dit Gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 26 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
---
---