Vonnis van 7 januari 2026
Behorend bij A.R. AUA202301464
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
ROYAL JEWELRY MANUFACTURING INC.,
te Verenigde Staten van Amerika,
eiseres,
hierna ook te noemen: Royal,
gemachtigden: de advocaten mrs. C.R.O. Richardson, mr. L.A.J. Banis,
tegen:
1. de naamloze vennootschap EUROPEAN CARIBBEAN JEWELS N.V.,
h.o.d.n. JERRY’S FINE JEWELS,
hierna te noemen: Jerry’s,
en
2. [Gedaagde],
hierna te noemen: [gedaagde],
beiden te Aruba,
gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: Jerry’s c.s.,
gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure tot 26 februari 2025 blijkt uit tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het aan partijen gerichte schrijven van de griffier van dit Gerecht van 28 april 2025 onder meer houdende de aan Royal gerichte mededeling dat het door de schriftdeskundige vastgestelde door Royal te betalen voorschot ad € 3.950,-- voor de uitvoering van het door het Gerecht (op verzoek van Royal) gelaste bij partijen genoegzaam bekende schriftdeskundigenonderzoek binnen vier weken moet zijn voldaan door Royal;
- het aan Royal gerichte schrijven van de griffier van dit Gerecht van 26 juni 2025 waarmee aan Royal wordt medegedeeld dat (1) zij het voorschot niet heeft betaald, (2) zij dat voorschot alsnog moet betalen binnen één week na 26 juni 2026 en (3) dat als betaling binnen die termijn uitblijft het Gerecht daaraan de hem geraden gevolgen zal verbinden;
- het schrijven van (de gemachtigde van) Royal van 3 juli 2025, houdende de mededeling dat Royal het door haar te betalen voorschot niet zal voldoen.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2. DE VERDERE BEOORDELING
Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.
In deze procedure heeft Royal te kennen gegeven dat zij door middel van een schriftdeskundigenbericht haar door Jerry’s c.s. betwiste stelling wenst te bewijzen dat de facturen, die Royal aan haar vordering ten gronde legt, zijn ondertekend door [gedaagde]. Het Gerecht is daarna overgegaan tot benoeming van de bij partijen genoegzaam bekende schriftdeskundige, die het Gerecht en partijen te kennen heeft gegeven dat hij een voorschot van € 3.950,-- in rekening brengt voor het door hem uit te voeren onderzoek. Royal heeft echter om voor haar moverende reden te kennen gegeven dat zij dat door haar te betalen voorschot niet zal voldoen. Dat brengt met zich dat (1) de stelling van Royal, dat bedoelde facturen zijn ondertekend door [gedaagde], niet komt vast te staan en (2) dat Royal de stelling van Jerry’s c.s., dat bedoelde facturen valselijk door Royal zijn opgemaakt, onvoldoende onderbouwd heeft betwist. Het daaraan op de voet van artikel 18c Rv te verbinden het Gerecht geraden voorkomende gevolg is dat het alle door Royal aan haar vordering ten gronde gelegde stellingen onvoldoende betrouwbaar oordeelt. Die stellingen worden daarom gepasseerd. Gevolg daarvan is dat het Gerecht geen grond ziet voor toewijzing van het door Royal gevorderde. Dat betekent dat de vorderingen van Royal zullen worden afgewezen.
Royal zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Jerry’s c.s., tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 5.250,-- aan salaris voor de gemachtigde (3,5 punten, tarief 6 ad Afl. 1.500,-- per punt).
3. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
- wijst af het door Royal gevorderde;
- veroordeelt Royal in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Jerry’s c.s., tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 5.250,-- aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.