Vonnis van 31 maart 2026
Behorend bij AUA202600777
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
1. de vennootschap naar Spaans recht NAVARTI CERAMICA, S.L.U.,
2. de vennootschap naar Spaans recht PAMESA CERAMICA COMPACTTO, S.L.U.,
beiden gevestigd te Spanje,
verzoeksters, gezamenlijk te noemen: Navarti c.s.,
gemachtigde: de advocaat mr. Z.V.I. Isenia,
tegen:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA NOSTRA MEGASTORE VBA h.o.d.n. CASA NOSTRA ARUBA,
te Aruba,
verweerster,
hierna ook te noemen: Casa Nostra,
gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward.
1. DE PROCEDURE EN BEOORDELING
Op 13 maart 2026 hebben Navarti c.s. een verzoekschrift met producties bij het Gerecht ingediend. De rechter heeft daarop een mondelinge behandeling bepaald op 27 maart 2026 om 14:00 uur. Bij e-mail van 26 maart 2026 (9:09 AM) hebben Navarti c.s. de faillissementsaanvraag ingetrokken. Mr. Steward heeft zich als advocaat bij het Gerecht gemeld per e-mail van 26 maart 2026 (11:08 PM), met een cc aan mr. Isenia. Mr. Steward heeft bij zijn e-mail een betalingsbewijs gevoegd waaruit volgt dat op 25 maart 2025 de vordering van Navarti Ceramica SLU is voldaan.
Het intrekkingsbericht, gericht aan de griffie, heeft de behandelend rechter echter pas na de zitting bereikt. Ter mondelinge behandeling is alleen mr. Steward namens Casa Nostra verschenen. Mr. Steward heeft het standpunt van zijn cliënten uiteengezet aan de hand van een pleitnota. Ook hij was dus niet op de hoogte van de intrekking van het verzoekschrift. De rechter heeft vervolgens bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.
Per e-mail van 30 maart 2026 vraagt mr. Isenia aan het Gerecht (met cc aan mr. Steward) om uitleg waarom de zaak toch op zitting is behandeld. Mr. Steward reageert daarop per e-mail van dezelfde datum aan het Gerecht. Hij vraagt daarin, net zoals hij op zitting heeft gedaan, om een proceskostenveroordeling ten laste van verzoeksters omdat hij niet afwist van de intrekking van het verzoek en zijn cliënten kosten hebben gemaakt om verweer te voeren. Mr. Isenia reageert diezelfde dag per e-mail daarop.
Het Gerecht overweegt het volgende. Toen mr. Isenia de e-mail van 26 maart 2026 (11:08 PM) van mr. Steward in de cc ontving had zij hem moeten mededelen dat het verzoek eerder die dag door haar was ingetrokken, kennelijk naar aanleiding van de betaling die een dag eerder door Casa Nostra Aruba was gedaan. Dat is niet gebeurd terwijl dat wel had mogen worden verwacht van haar omdat uit de e-mail van mr. Steward volgt dat hij zich stelt en “ten behoeve van de mondelinge behandeling” een productie aan het Gerecht en via de cc aan mr. Isenia toezendt. Mr. Isenia wist dus dat mr. Steward ervan uitging dat de zitting zou doorgaan. Dat was natuurlijk ook zo omdat mr. Isenia nog geen bevestiging van het Gerecht had ontvangen dat de zitting níet doorging. En als die bevestiging er niet is dan gaat de zitting gewoon door, althans kan mr. Isenia er niet vanuit gaan dat de zitting niet doorgaat.
Gelet hierop oordeelt het Gerecht dat het verzoek van mr. Steward om een proceskostenveroordeling kan worden toegewezen. Een en ander neemt natuurlijk niet weg dat verzoeksters dan wel verweerster een klacht kunnen indienen bij de President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie over de niet tijdige verwerking door het Gerecht van de eerste e-mail van mr. Isenia aan de griffie en de financiële gevolgen daarvan. Dat gebeurt dan op grond van de klachtenregeling waar het Gerecht in deze zaak buiten staat.
Daarom wordt als volgt beslist.
2. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
verstaat dat de faillissementsaanvraag van Navarti c.s. is ingetrokken;
veroordeelt Navarti c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Casa Nostra begroot op nihil aan verschotten en op Afl. 1.000,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.