ECLI:NL:OGEAA:2026:96

ECLI:NL:OGEAA:2026:96

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer AUA202403926 AR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Civiel, overeengekomen rente, geldleenovereenkomst, artikel 48 sub b Landsverordening Toezicht Kredietwezen, Haviltex-arrest.

Uitspraak

Vonnis van 25 maart 2026

Behorend bij AUA202403926 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiser],

te Aruba,

eiser, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand,

tegen:

[Gedaagde],

te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.O. Lopez.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2. DE BEOORDELING

Eiser] vordert betaling van Afl. 64.026,04, te vermeerderen met de overeengekomen rente. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Een en ander omdat [eiser] geld heeft uitgeleend, [gedaagde] in verzuim is met de terugbetaling en [eiser] kosten heeft moeten maken om [eiser] aan te manen. Ook zijn er inmiddels door hem ten laste van [gedaagde] conservatoire beslagen gelegd. De proceskosten, waaronder die van het beslag, worden ook gevorderd.

Bij antwoord voert [gedaagde] aan dat de vordering van eiser nietig is omdat de geldleenovereenkomst in strijd is met artikel 48 sub b Landsverordening Toezicht Kredietwezen. Als stille voorwaarde is overeengekomen dat [gedaagde] nieuwe klanten die geld willen lenen zou aanbrengen bij [eiser]. Als dat zou gebeuren dan zouden de vorderingen vervallen en zij heeft nieuwe klanten aangebracht. Verder voert zij aan dat de vordering in strijd is met artikel 18c Rv omdat [eiser] in het verzoekschrift niet heeft uitgelegd wat er al is betaald en hoeveel er nog openstaat. Ook zou het conservatoire beslag ongegrond zijn en niet proportioneel.

Bij repliek reageert [eiser] dat geen sprake is van bedrijfsmatige kredietverlening waarop de Landsverordening ziet. De Landsverordening bedreigt de geldleningsovereenkomst trouwens ook niet met nietigheid. [Eiser] heeft alleen familieleden van [gedaagde] geholpen met geldleningen. Daar is niets bedrijfsmatigs aan. [Eiser] constateert dat er geen bewijs wordt overgelegd van betalingen aan hem zodat het ervoor moet worden gehouden dat de ingestelde vordering correct is.

Bij dupliek volstaat [gedaagde] met een herhaling dat zij niets aan [eiser] is verschuldigd. Zij verwijst naar het Haviltex-arrest.

Het Gerecht overweegt dat uit de voormelde Landsverordening niet blijkt dat geldleningsovereenkomsten die niet aan de daarin vermelde regels voldoen met nietigheid worden bedreigd. [Gedaagde] heeft onvoldoende aangevoerd om haar toe te laten tot het bewijs van de gestelde stille voorwaarde die overigens niet in de geldleningsovereenkomst staat. [Eiser] heeft gelijk als hij zegt dat het aan [gedaagde] is om bewijs van betalingen over te leggen. Bij antwoord noch bij dupliek is dat gedaan zodat de vordering kan worden toegewezen omdat het Gerecht ervan moet uitgaan dat deze dus terecht is ingesteld. Beslag mag worden gelegd als summierlijk blijkt van een vordering en dat is hier het geval. De verwijzing naar het Haviltex-arrest begrijpt het Gerecht niet zodat daaraan geen aandacht wordt besteed.

De hoofdsom en de wettelijke rente, waartegen geen verweer is gevoerd, worden daarom toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten in principe niet omdat het Gerecht maar een enkele sommatiebrief ziet. Wel is er nog een sommatie-exploot waarin diezelfde brief wordt betekend. De kosten daarvan komen wel voor vergoeding in aanmerking (Afl. 225,00).

Als in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de beslagkosten, veroordeeld.

3. DE UITSPRAAK

Het gerecht:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Afl. 64.026,04, te vermeerderen met de contractuele rente van 18% per jaar vanaf 14 mei 2024 tot aan de dag van algehele voldoening,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Afl. 225,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die worden begroot op Afl. 750,00 aan griffierecht, Afl. 725,00 aan explootkosten en Afl. 4.500,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J.J. van Rijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?