ECLI:NL:OGEABES:2024:156

ECLI:NL:OGEABES:2024:156

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 29-05-2024
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer BON202200231
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Incidentele vordering tot voeging afgewezen bij gebrek aan belang. Vorderingen in de hoofdzaak ook afgewezen. Geen belang bij derdenverzet.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202200231

Datum uitspraak: 29 mei 2024

VONNIS

in de hoofdzaak (derdenverzet) van:

de stichting STICHTING RUIZENDAAL EN PARTNERS,

gevestigd te Amersfoort (Nederland),

eiseres,

thans procederend zonder gemachtigde,

tegen

[Gedaagde 1],

[Gedaagde 2],

beiden wonende te Bonaire,

gedaagden,

gemachtigde: mr. A.G. van Dijk,

in het incident tot voeging van:

de naamloze vennootschap HOMA PROJECT DEVELOPMENT N.V.,

gevestigd te Bonaire,

verzoekster in het incident,

thans procederend zonder gemachtigde.

Partijen zullen hierna Ruizendaal, [Gedaagden c.s.] en Homa genoemd worden.

1. De procedure

In de hoofdzaak

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift strekkende tot derdenverzet van Ruizendaal

de conclusie van antwoord van [Gedaagden c.s.]

de aanvullende producties 38 – 51 van [Gedaagden c.s.]

de mondelinge behandeling van 6 mei 2024, waar Ruizendaal en Homa niet zijn verschenen, en [Gedaagden c.s.] wel zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd, die mede aan de hand van door hem

overgelegde spreekaantekeningen namens hen het woord heeft gevoerd.

Homa is, gelet op het bepaalde in artikel 288 Rv BES, door het gerecht in de gelegenheid gesteld om met een daartoe te nemen conclusie haar zienswijze te

geven over het ingestelde derdenverzet. Daarop is van Homa alleen een

incidentele conclusie tot voeging ingekomen. Het gerecht gaat ervan uit dat Homa met deze conclusie tevens haar zienswijze als hiervoor bedoeld heeft willen geven. Daarom zal deze conclusie ook bij de beoordeling in de hoofdzaak worden

betrokken.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

In het incident

Het procesverloop blijkt uit

de incidentele conclusie tot voeging van Homa

de mondelinge behandeling van het incident, waar Homa en Ruizendaal niet zijn verschenen en [Gedaagden c.s.] wel zijn verschenen, bijgestaan door hun

gemachtigde voornoemd, die mede aan de hand van door hem overgelegde spreekaantekeningen namens hen het woord heeft gevoerd.

Ten slotte is vonnis in het incident bepaald op heden.

2. De feiten, de vorderingen en de beoordeling

In de hoofdzaak en het incident

Met een vonnis van dit gerecht van 23 september 2009 (AR 43/2009) hebben [Gedaagden c.s.] een executoriale titel gekregen voor een geldvordering op de heer

[Schuldenaar] (hierna: [Schuldenaar]). De vordering met rente bedraagt ongeveer

USD 200.000,00.

Gedaagden c.s.] hebben voor deze vordering beslag gelegd op de aandelen van [Schuldenaar] in Venture Dynamics B.V. (hierna: VD). Het beslag moest VD op grond van artikel 474c lid 4 Rv BES aantekenen maken in het aandeelhoudersregister, maar VD heeft dit niet gedaan waardoor zij, op vordering van [Gedaagden c.s.], ingevolge artikel 474c lid 7 juncto 444b Rv BES bij vonnis van 24 februari 2010 (registratienummer: EJ118/2009) is veroordeeld tot betaling van al hetgeen [Schuldenaar] aan [Gedaagden c.s.] is verschuldigd ingevolge het tegen hem gewezen vonnis.

Vervolgens hebben [Gedaagden c.s.] beslag gelegd op de aandelen van VD in Homa, maar ook Homa voldeed niet aan haar verplichting om dit aan te tekenen in het aandeelhoudersregister. Bij beschikking van dit gerecht van 29 oktober 2014

(EJ 51/2014) is zij daarom op dezelfde gronden als hiervoor, veroordeeld om de vordering te betalen. Vervolgens hebben [Gedaagden c.s.] voor dezelfde vordering executoriaal beslag gelegd op een erfpachtperceel van Homa. Dit perceel is volgens [Gedaagden c.s.] enkele miljoenen US dollars waard.

De hoofdzaak betreft een derdenverzet van Ruizendaal tegen de onder 2.3 genoemde beschikking van 29 oktober 2014. Daaraan legt Ruizendaal ten grondslag dat zij aandeelhouder en schuldeiser is van Homa, het laatste voor

USD 835.000,00 en dat zij, naar het gerecht begrijpt, in die hoedanigheden door die beschikking wordt benadeeld. Ruizendaal vordert om die reden vernietiging dan wel wijziging van de beschikking in dier voege dat [Gedaagden c.s.] hun vordering uitsluitend kunnen verhalen op [Schuldenaar]. Daarvoor stelt zij meer inhoudelijk dat anders dan waarvan in die beschikking wordt uitgegaan, VD geen aandeelhouder is van Homa of dat tijdens de beslaglegging was, alsmede dat de aandelen ook niets waard zijn.

In de procedure in het incident gaat het om een verzoek van Homa om zich in de procedure aan de zijde van Ruizendaal te mogen voegen.

Gedaagden c.s.] voeren verweer. Als eerste verzetten zij zich tegen het incidentele verzoek van Homa om zich in de hoofdzaak te mogen voegen omdat Homa bij voeging geen belang heeft. De rechtspositie van Homa staat met de beschikking waarvan verzet reeds vast. Een beslissing in de hoofdzaak zal daaraan niets veranderen.

Het gerecht volgt [Gedaagden c.s.] in dit verweer, hetgeen tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging leidt. In dit verband wordt nog overwogen dat als Homa het niet eens was met de beschikking, zij daartegen hoger beroep had kunnen instellen. Het gaat niet aan dat zij zich met een voeging alsnog, na jaren, een middel verschaft om tegen de beschikking te ageren. Homa zal als de in het ongelijk gestelde partij in het incident in de kosten daarvan worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Ruizendaal begroot op USD 1.117,00 in verband met het salaris van de gemachtigde (1 punt x tarief 5).

Gedaagden c.s.] voeren in de hoofdzaak - kort weergegeven - het volgende verweer. Bij gebrek aan wetenschap betwisten zij dat Ruizendaal aandeelhouder is van Homa of al aandeelhouder daarvan was ten tijde van de beschikking waarvan verzet. Daarnaast zou in dezen slechts sprake zijn van een aan Ruizendaal als aandeelhouder toekomend afgeleid belang en leent een derdenverzet zich daarvoor niet. Voorts betwisten zij, bij gebrek aan wetenschap, de door Ruizendaal gestelde vordering van USD 835.000,00. Maar ook als van het bestaan daarvan wordt uitgegaan, is er volgens hen geen sprake van benadeling omdat het erfpachtperceel van Homa voldoende verhaal zal bieden voor zowel de vordering van [Gedaagden c.s.] als voor die gestelde vordering.

Daarnaast betwisten [Gedaagden c.s.] ook de door Ruizendaal aangevoerde inhoudelijke gronden voor het verzet. In de bestreden beschikking is er, anders dan Ruizendaal betoogt, terecht van uitgegaan dat VD aandeelhouder is en dat ook was ten tijde van de beslaglegging. Dat is al uitgemaakt in een vonnis van het Hof van 22 oktober 2013 (AR 24/211 – H 347/12) in een procedure tussen [Gedaagden c.s.] aan ene zijde en aan andere zijde VD, [Schuldenaar] en de heer [directeur VD], de laatste als directeur van VD. Ruizendaal is hiermee bekend en Ruizendaal heeft ook niet eerder dan in deze procedure zich op het standpunt gesteld dat VD geen aandeelhouder is of was ten tijde van de beslaglegging. In verband met het beslag op het erfpachtperceel van Homa zijn er meerdere e-mails met diverse betrokkenen gewisseld over een betalingsregeling. De bestreden beschikking stond toen niet ter discussie en hetzelfde gold voor het Hof-vonnis waarin is beslist dat VD aandeelhouder is of was van Homa. Een van de betrokkenen bij die e-mails was [bestuurder Ruizendaal] waardoor ook zij ermee bekend was dat VD aandeelhouder is van Homa, althans dat dat daarvan gelet op het Hof-vonnis van uit moet worden gegaan. [bestuurder Ruizendaal] is bestuurder van Ruizendaal zodat deze wetenschap ook aan Ruizendaal moet worden toegerekend. Volgens [Gedaagden c.s.] voert Ruizendaal deze procedure daarom tegen beter weten in. Zij weet dat VD aandeelhouder is van Homa en deze procedure daarom kansloos is. [Gedaagden c.s.] stellen dat met het entameren van deze procedure door Ruizendaal sprake is van misbruik van procesrecht. Zij verzoeken daarom dat Ruizendaal in de werkelijke proceskosten wordt veroordeeld. In hun conclusie van antwoord stellen zij dat er in dat verband tot en met die conclusie USD 12.115,61 aan kosten zijn gemaakt. Vanaf deze conclusie zouden er, zoals door hen aangevoerd tijdens de comparitie van partijen, nog USD 2.000,00 aan kosten zijn bijgekomen.

Gedaagden c.s.] worden gevolgd in hun verweer. Niet duidelijk is geworden in welke zin aan Ruizendaal een belang toekomt bij haar verzet. Indien Ruizendaal al aandeelhouder is, dan heeft zij in dat verband slechts een afgeleid (vermogensrechtelijk) belang en voor de bescherming daarvan leent een derdenverzet zich niet. Verder komt Ruizendaal ook geen belang toe in haar hoedanigheid als schuldeiser. De door [Gedaagden c.s.] gestelde waarde van het erfpachtperceel is namelijk zodanig dat, naar kan worden aangenomen, het voldoende verhaal zal bieden voor zowel de vordering van [Gedaagden c.s.] als voor de vordering die door Ruizendaal wordt gesteld. Daarnaast is het verzet ook op inhoudelijke gronden niet toewijsbaar. In het door [Gedaagden c.s.] aangehaalde vonnis van het Hof is al uitgemaakt dat VD aandeelhouder is of was van Homa. Tegen dat vonnis heeft Ruizendaal geen derdenverzet ingesteld terwijl zij verondersteld wordt met dat vonnis bekend te zijn gelet op de onbestreden uiteenzetting die [Gedaagden c.s.] daarvan heeft gegeven. Ook de stelling van Ruizendaal dat de aandelen niets waard zijn betekent niet dat niet van de bestreden beschikking moet worden uitgegaan. Voor de toepassing van de sanctie van artikel 444b Rv BES doet die waarde niet ter zake, nog daargelaten dat juist van een aanzienlijke waarde kan worden uitgegaan gelet op het erfpachtperceel dat Homa heeft. De conclusie is dan ook dat de vorderingen worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Ruizendaal in de proceskosten in de hoofdzaak worden veroordeeld. In dat verband hebben [Gedaagden c.s.] gevorderd dat Ruizendaal in de werkelijke kosten zal worden veroordeeld. Daartoe stellen zij dat Ruizendaal deze procedure is begonnen terwijl zij wist dat deze kansloos is. Zij is er immers mee bekend, ook door het meergenoemde Hof-vonnis, dat VD aandeelhouder is en/of was van Homa.

In verband met de proceskosten wordt het volgende overwogen. Een volledige proceskostenveroordeling kan alleen aan de orde zijn als sprake is van misbruik van procesrecht en daarmee van een onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van een vordering of het voeren van een verweer gelet op de evidente ongegrondheid ervan in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Van dat laatste kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering of de gedaagde zijn verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hebben. Gelet op de onbestreden stellingen van [Gedaagden c.s.] in dat verband, is het gerecht van oordeel dat Ruizendaal deze procedure niet had moeten voeren. Haar stelling dat VD geen aandeelhouder is of was moet voor onjuist worden gehouden. Ruizendaal wist dat al voorafgaand aan de procedure. Met het voeren van de procedure maakt zij misbruik van procesrecht. Zij zal daarom in de werkelijke proceskosten die [Gedaagden c.s.] hebben gemaakt worden veroordeeld. Volgens de niet bestreden opgave van [Gedaagden c.s.] bedragen deze kosten USD 14.115,61.

Gedaagden c.s.] vorderen dat ook [bestuurder Ruizendaal] hoofdelijk in deze kosten wordt veroordeeld. Die vordering wordt afgewezen omdat zij geen partij is in de procedure.

3. De beslissing

In het incident

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Homa in de kosten van de procedure, aan de zijde van [Gedaagden c.s.] begroot op USD 1.117,00,

In de hoofdzaak

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Ruizendaal in de kosten van de procdure, aan de zijde van [Gedaagden c.s.] gezamenlijk begroot op USD 14.115,61,

verklaart deze laatste veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R. Veerman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?