GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202400114
datum uitspraak: 26 november 2025
in de zaak van:
1. [eiser 1],2. [eiser 2],
beiden wonende te Haarlem (Nederland),
eisers, hierna: [eisers],gemachtigde: mr. M.G. van Dijk,
tegen
de naamloze vennootschap WATERVILLAS BONAIRE N.V.,
gevestigd Bonaire,
gedaagde, hierna: Watervillas Bonaire,gemachtigden: mrs. S.L. Navia en T.L.H. Peeters.
1. Het procesverloop
Het procesverloop tot en met 5 maart 2025 blijkt uit het tussenvonnis van die datum (abusievelijk gedateerd 5 maart 2024). Het verdere procesverloop blijkt uit:
het rapport van de deskundige van19 juni 2025
de akte uitlating deskundigenrapport van [eisers] van 27 augustus 2025
de akte uitlating deskundigenrapport van Watervillas Bonaire van 27 augustus 2025
de voorafgaand aan de pleidooien door [eisers] toegezonden producties 40 t/m 49
De pleidooien hebben plaatsgevonden op 22 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen:
[eiser 1], bijgestaan door mr. Van Dijk, die mede aan de hand van een pleitnota het woord heeft gevoerd
namens Watervillas Bonaire dhr. [manager gedaagde], (onder meer) manager ontwikkeling en verkoop, bijgestaan door mr. Navia, die mede aan de hand van een pleitnota het woord heeft gevoerd en was vergezeld van een kantoorgenoot
2. De verdere beoordeling
Terugkomen op een bindende eindbeslissing
eisers] verzoeken het gerecht om terug te komen op zijn bindende eindbeslissing in het tussenvonnis van 18 december 2024 dat zij in redelijkheid niet mochten verwachten dat zij aan hun steiger een boot met een diepgang van 85 centimeter konden aanleggen. Hoe het gerecht tot dat oordeel komt is in rechtsoverweging 4.6. van dat tussenvonnis uitgelegd.
Wat er ook moge zijn van de feitelijke juistheid van de daarin opgenomen overweging dat het een feit van algemene bekendheid is dat het strijken en hijsen van een mast van een zeilboot niet heel eenvoudig is omdat er in ieder geval veel (mens)kracht voor nodig is, deze overweging is niet dragend voor de hiervoor weergegeven beslissing.
In rechtsoverweging 4.6. van het tussenvonnis heeft het gerecht namelijk ook – en in de eerste plaats – overwogen dat overal op Bonaire het water direct aan de kust zeer ondiep is wat dus ook geldt voor de kust van de inham waar zich de steiger van [eisers] bevindt.
Dit argument is niet gebaseerd op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag en ondersteunt de bindende eindbeslissing dat [eisers] in redelijkheid niet mochten verwachten dat zij aan hun steiger een boot met een diepgang van 85 centimeter konden aanleggen. [eisers] zijn het daar niet mee eens, maar dat betekent nog niet dat de beslissing is gebaseerd op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag.
eisers] stellen dat van een onjuiste feitelijke grondslag sprake is omdat de directeur van Watervillas Bonaire aan hen in een e-mail van 11 juli 2023 heeft geschreven dat hij een zeilboot heeft met een diepgang van 85 cm.
Bij de uitleg van de koop/aannemingsovereenkomst en de afspraken van partijen komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden van het geval over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij in dat opzicht redelijkerwijs van elkaar mochten, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn, in hun onderlinge samenhang bezien. Het gaat in beginsel om de omstandigheden ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Hoewel ook zich later voordoende omstandigheden bij de uitleg relevant kunnen zijn (alle omstandigheden van het geval zijn immers van belang), is de e-mail van de directeur waarop [eisers] wijzen, dat niet. De directeur heeft in zijn e-mail namelijk ook geschreven dat de lagune een geringe vaardiepte heeft en de langkiel van zijn zeilboot geregeld de bodem raakt.
Te meer in samenhang met het gegeven dat overal op Bonaire het water direct aan de kust en (dus) ook aan de kust van de inham zeer ondiep is, valt niet in te zien hoe [eisers] uit de e-mail mochten afleiden dat zij aan hun steiger een boot met een diepgang van 85 centimeter konden aanleggen. De omstandigheid dat in de wateren rondom Bonaire (veel) gezeild wordt, zegt niets over de mogelijkheid van het aanleggen van een boot aan de kust c.q. een steiger. Als overwogen in het tussenvonnis van 18 december 2024 liggen zeilboten vaak óf aan een boei iets verder uit de kust óf in een recreantenhaven.
Het gerecht komt daarom niet terug op zijn bindende eindbeslissing dat [eisers] in redelijkheid niet mochten verwachten dat zij aan hun steiger een boot met een diepgang van 85 centimeter konden aanleggen.
Hoewel [eisers] dat niet met zoveel woorden zeggen, begrijpt het gerecht dat zij willen dat het gerecht ook terugkomt op zijn bindende eindbeslissing in het tussenvonnis van 18 december 2024 dat de nakomingsvordering tot het plaatsen van een schutting (in een eindvonnis) zal worden afgewezen. Hoe het gerecht tot dat oordeel komt is in rechtsoverweging 4.2. van dat tussenvonnis uitgelegd. Op de zitting van 22 oktober 2025 wijzen [eisers] (in hun spreekaantekeningen) op allerlei stukken waarop wel en geen schuttingen te zien zijn. Hieruit blijkt niet dat de bindende eindbeslissing van het gerecht berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Het gerecht komt daar daarom niet op terug. Het verzoek om terug te komen op een bindende eindbeslissing dient er niet toe om de beslissingen in een vonnis waar een partij het niet mee eens is, ter discussie te stellen.
Waterdiepte
Ter beantwoording ligt de vraag voor of het water bij de steiger zodanig ondiep is dat daaraan ook geen kleine motorboot kan worden aangelegd.
In het tussenvonnis van 5 maart 2025 heeft het gerecht een deskundigenonderzoek bevolen ter beantwoording van de volgende vragen:
Wat is in een jaar de laagst mogelijke waterdiepte direct aan de steiger van [eisers]? Ter beantwoording van die vraag dient een volledige bodempeiling te worden uitgevoerd waarbij alle reliëfverschillen in kaart worden gebracht over een onderzoekvak langs de steiger van 10 x 3 meter (l x b).
Indien u bij de uitvoering van uw onderzoek tot de ontdekking komt dat zich op of nabij de grens van het onderzoekvak obstakels bevinden die het aanmeren van een kleine motorboot belemmeren of bemoeilijken, welke zijn dat dan.
De deskundige heeft onderzoek gedaan in de periode van 21 maart tot en met 1 mei 2025. Hij heeft de vragen als volgt beantwoord:
De laagst mogelijke waterdiepte direct aan de steiger is op basis van de huidige gegevens 30 mm. Een preciezer antwoord vergt langdurige monitoring van waterstanden.
Er zijn geen bodemvreemde obstakels aangetroffen die het aanmeren belemmeren; de bodem aan de westzijde is hoger, maar vormt geen directe hinder.
Uit het onderzoek van de deskundige leidt het gerecht af dat bij de laagste waterstand de waterdiepte op 50 centimeter afstand van de steiger 41,5 centimeter is.
De gemachtigde van [eisers] heeft de deskundige laten weten dat hij op 12 januari 2025 in de avond heeft gezien dat ter plaatse rotsblokken zijn en dat uit een tabel van de Tide-Forecast blijkt dat de laagwaterstand toen 0,2 meter was. Hij heeft de deskundige gevraagd of hij een verklaring heeft voor de uitstekende rotspunt en of de deskundige daarom heeft opgeschreven dat een preciezer antwoord langdurige monitoring van waterstanden vergt. De deskundige heeft daarop geantwoord: Dat is correct. (…) Wind en stroming zijn ook van invloed op de werkelijke waterstand, bij harde oostenwind zal de waterstand lager zijn, en zal je inderdaad langdurig moeten monitoren om dit in beeld te krijgen. Ook is het mogelijk dat losse stenen verplaatst zijn door het lopen of afmeren?
Volgens [eisers] volgt uit het deskundigenonderzoek dat een motorboot die afgebeeld was in verkoopinformatie van Watervillas Bonaire niet aan de steiger kan aanmeren. [eisers] doelen daarbij op de in de verkoopinformatie (destijds) opgenomen afbeelding van een – op de lagune varende - motorboot van het merk Riva, model Aquarama met een binnenboordmotor met de volgende afmetingen: lengte 8,02 meter, breedte 2,62 meter en diepgang 0,9 meter.
Volgens Watervillas Bonaire volgt uit het deskundigenonderzoek dat een boot die zij in dezelfde verkoopbrochure – liggend aan de steiger – had opgenomen, een Bonwitco 320 voorzien van een buitenboordmotor, wel aan de steiger kan aanmeren. De afmetingen van deze boot zijn: lengte 319 centimeter, breedte 149 centimeter en diepgang 12,5 centimeter.
Het gerecht stelt vast dat beide boten in verkoopinformatie van Watervillas Bonaire zijn opgenomen (het informatiepaneel, de verkoopbrochure). Het gaat steeds om dit plaatje dat hieronder is afgebeeld, waarbij [eisers] wijzen op de boot links en Watervillas Bonaire wijst op de boot rechts.
Naar het oordeel van het gerecht zijn beide afgebeelde boten niet maatgevend voor de vraag wat [eisers] mochten verwachten. Nog daargelaten dat de boot van het merk Riva, model Aquarama, op de afbeelding niet liggend aan een steiger is afgebeeld is het ook niet een boot waarmee gebruikelijk op Bonaire, laat staan in de lagune, wordt gevaren. Anderzijds behoefden [eisers] ook niet te verwachten dat zij alleen met het kleine bootje - dat op een roeibootje lijkt - dat op de sfeertekening rechts is afgebeeld konden aanmeren bij hun aanlegsteiger. Geadverteerd werd immers ook met ‘direct acces to the Caribbean Sea’, waarbij een ander soort boot dan deze mocht worden verwacht.
Uit door [eisers] overgelegde foto’s blijkt dat kleine motorbootjes, maar groter dan het bootje in de sfeertekening rechts, in de nabijheid van de woning van [eisers] aan aanlegsteigers kunnen aanmeren. Dit zijn ook boten waarmee vrij gebruikelijk rond Bonaire en in de lagune wordt gevaren. Uit die foto’s blijkt ook dat die situatie zich al voordeed toen het perceel van [eisers] nog braak lag, met andere woorden ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst. Dergelijke boten kunnen daarom wél als maatgevend worden beschouwd voor wat [eisers] mochten verwachten.
Als maatgevende kleine motorboten gelden dus naar het oordeel van het gerecht de boten die [eisers] in productie 46 hebben aangeduid als de boten A, B en C. [eisers] stellen dat Watervillas Bonaire boot B heeft gebruikt bij haar eigen dieptemetingen op 13 september 2024, wat Watervillas Bonaire niet heeft betwist.
Watervillas Bonaire heeft aangevoerd dat bij de laagst mogelijke waterstand in de lagune in het geheel niet – ook niet met dergelijke kleine motorboten – kan worden gevaren. Vanzelfsprekend is het zo dat wanneer – door externe omstandigheden – de waterstand dermate laag is dat dat in de lagune niet gevaren kan worden, ook niet verwacht mag worden dat aan de steiger kan worden afgemeerd. Kortom: als op de lagune gevaren kan worden, dan moeten [eisers] naar het oordeel van het gerecht een kleine motorboot als de in productie 46 aangeduide boten A, B en C bij hun aanlegsteiger kunnen aanmeren. Als op de lagune niet gevaren kan worden, dan moet een kleine motorboot van [eisers] (als de in productie 46 aangeduide boten A, B en C) bij de aanlegsteiger (droog) kunnen liggen.
De vraag ligt vervolgens voor óf dat kan. Partijen komen met allerlei berekeningen van boten, van diepgang van kielen, van de positie van de kiel ten opzichte van de steiger, van maten van stootwillen en van de diepgang van boten met de motor omhoog en met de motor naar beneden, maar het gerecht wenst de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw te nemen om te bekijken of het met één van de kleine motorboten in productie 46 aangeduid als A, B en C mogelijk is om aan de steiger van [eisers] aan te meren op een moment waarop op de lagune kan worden gevaren. Het gerecht is dus voornemens een gerechtelijke plaatsopneming (een descente) te gelasten.
Alvorens daartoe over te gaan, wil het gerecht van Watervillas Bonaire vernemen of het volgens haar mogelijk is om met een kleine motorboot aangeduid als A, B en C om aan de steiger van [eisers] aan te meren op een moment waarop op de lagune kan worden gevaren.
Als dit ook volgens Watervillas Bonaire niet mogelijk is, dan ziet het er naar uit dat de tekortkoming van Watervillas Bonaire vast is komen te staan.
Als dit volgens Watervillas Bonaire wel mogelijk is dat ligt het op de weg van Watervillas Bonaire om dit ter gelegenheid van de gerechtelijke plaatsopneming te laten zien, waarbij zij ervoor zorg moet dragen dat een van die motorboten er dan ligt en mee gevaren kan worden.
Het gerecht houdt iedere verder beslissing aan.
3. De beslissing
Het gerecht:
verwijst de zaak naar de rol van 17 december 2025 om Watervillas Bonaire in de gelegenheid te stellen of het volgens haar mogelijk is om met een kleine motorboot aangeduid als A, B en C om aan de steiger van [eisers] aan te meren op een moment waarop met een dergelijke motorboot op de lagune kan worden gevaren,
bepaalt dat Watervillas Bonaire uiterlijk één week voor de in 3.1. vermelde roldatum de concept-akte naar [eisers] toe moet sturen, zodat [eisers] daarop eveneens bij antwoordakte op de rol van 17 december 2025 kan reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken op 26 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.