ECLI:NL:OGEABES:2025:117

ECLI:NL:OGEABES:2025:117, Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 14-02-2025, BON202400580

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire
Datum uitspraak 14-02-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 14-02-2025
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Kort geding. Loonvordering na ontslag op staande voet. Dringende reden is het apart leggen van kasgeld kennelijk met het doel om het later op de dag van de werkplek mee te nemen. Dringende reden wordt als zodanig aangenomen. Afwijzing van de vordering

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer : BON202400580

Datum beslissing : 14 februari 2025

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van

[eiser],

wonende te Bonaire,

gemachtigde: mr. K.D. Keizer (Curaçao),

tegen

de naamloze vennootschap JIBE CITY N.V.,

gevestigd te Bonaire,

gedaagde,

gemachtigde: mrs. L. Drissen en L. Sluiter (Curaçao).

Partijen zullen hierna [eiser] en Jibe genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift van [eiser] met producties

de akte eiswijziging van [eiser] met de aanvullende producties 21 – 32

de aanvullende producties 33 - 35 van [eiser]

de producties 1 – 20 van Jibe

de mondelinge behandeling van 13 januari 2025, waar partijen zijn verschenen, Jibe vertegenwoordigd door haar directeur/eigenaar [eigenaar gedaagde], vergezeld door hun gemachtigden die aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen de stellingen en verweren van partijen hebben toegelicht.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

eiser] is vanaf 2007 werkzaam voor Jibe, aanvankelijk in loondienst, daarna een tijdje als zelfstandige en vanaf 2021 weer in loondienst, tegen een salaris van laatstelijk USD 3.000,00 bruto per maand.

Jibe heeft een surfshop en een surfschool op Bonaire. [eiser] was aanvankelijk werkzaam voor zowel de surfschool als de shop, maar op het laatst vrijwel uitsluitend voor de surfschool, waar hij als manager de dagelijkse leiding had.

eiser] is de langst werkende medewerker van Jibe. Jibe voelt voor hem, zoals hij het zelf omschrijft, als een (tweede) thuis. [eiser] ‘hoort’ bij Jibe en door de jaren heen is hij daarvan ‘het gezicht’ geworden, ook letterlijk door een tekening van zijn gezicht op een groot reclamebord bij de ingang van Jibe. Dat reclamebord is nu gedeeltelijk afgeplakt.

In 2021 is Jibe verkocht aan [eigenaar gedaagde]. De relatie tussen [eigenaar gedaagde], als nieuwe eigenaar, en [eiser] verliep aanvankelijk goed, maar dat veranderde vanaf december 2023. Vanaf toen voelde [eiser] zich genegeerd en voelde hij zich door de communicatie vanuit Jibe of het gebrek daaraan, niet meer welkom. Op 16 mei 2024 hebben partijen daarover met elkaar gesproken. Partijen hebben toen ook gesproken over de wens van [eiser] om iets minder te gaan werken. [eiser] wilde aanvankelijk een halve dag per week minder werken, waarmee hij naar 4,5 dag per week zou gaan. Daarop stelde [eigenaar gedaagde] voor dat hij dan maar 2,5 dag per week moest gaan werken. [eiser] schrok hiervan maar hij wilde, zoals hij daarna op 29 mei 2024 aan [eigenaar gedaagde] mailde, hiervan wel het positieve inzien. Hij schreef dat hij erover wilde denken en hij deed een concreet voorstel voor een verdere samenwerking in dat verband.

Op 30 mei 2024 is [eiser] op staande voet ontslagen in verband met een onregelmatigheid die zich had voorgedaan met het verwerken van een contante betaling in de surfshop. Het ontslag, en de precieze aanleiding daarvoor, werd hem op die datum door Jibe schriftelijk aangezegd als volgt:

Middels deze brief wordt het ontslag op staande voet jou schriftelijk aangezegd. De redenen voor het ontslag op staande voet wordt hieronder toegelicht.

Op 29 mei 2024 was jij, in je eentje, werkzaam bij Jibe City achter de balie c.q. kassa, nadat een collega wegens ziekte haar werkzaamheden niet kon voortzetten. Jij diende onder meer de betalingen van klanten af te wikkelen. Klanten kunnen bij ons afrekenen via de pin dan wel in contanten. In geval van een contante betaling, staat er een geldkist op de plank onder de balie waar het geld in bewaard wordt. Alle transacties, via de pin dan wel middels contante betaling worden meteen genoteerd in het kasboek dat op de balie ligt. Op die manier zorgen we ervoor dat de administratie op orde blijft en dat de contanten die in de geldkist (behoren te) zitten verantwoord kunnen worden.

Gisteren was ik even aanwezig bij de shop van Jibe City. Per toeval ontdekte ik toen dat er meerdere briefjes aan contanten (dollars $ 195) niet in het geldkistje zaten maar daaronder verborgen lagen. Dit bevreemdde mij. Op het kistje zit geen slot dus het kost geen extra moeite om het geld in het kistje te leggen in plaats van het kistje op te tillen en de contanten eronder te (ver)stoppen.

Ik heb vervolgens de camerabeelden van die dag bekeken. Wat ik daarop zag is dat een klant om 12:30 uur aan de balie komt. Jij wil het verschuldigde bedrag net op de pinautomaat invoeren als je ziet dat de klant contant gaat betalen. Op dat moment leg jij de pen, die je al in de hand had om de transactie conform de geldende regels te noteren in het kasboek – plotseling weg en je noteert niets meer. Vervolgens doe je het geldkistje kort open. Dit alles terwijl de klant nog steeds haar geld telt. Vervolgens neem je het geld aan zodra de klant klaar is, vouwt de briefjes dubbel, tilt het geldkistje op en stopt de briefjes – in plaats van in de kist – eronder weg. Ook nadien maak je geen notitie meer in het kasboek met als gevolg dat de gehele transactie onzichtbaar blijft in de boekhouding.

Na deze constatering heb ik de beelden van vóór dit moment bekeken. En wat blijkt, ongeveer een half uur eerder, rond 12 uur diezelfde ochtend, is er ook een klant die contant afrekent. In dat geval berg jij het geld wel netjes op in het geldkistje en noteer je de transactie, zoals dat hoort, in het kasboek. Hierbij zoek je zelfs even naar een pen. Het is dus maar al te duidelijk dat jij de regels rondom de betaling en administratie kende en jij die voorafgaand aan het voorval ook in acht nam.

Naar aanleiding hiervan heb ik jou vanmiddag meteen geconfronteerd met mijn bevindingen en je om een uitleg gevraagd.

Nu jij niet met een deugdelijke verklaring bent gekomen, is komen vast te staan dat jij een contant in ontvangst genomen betaling niet in de geldkist heb opgeborgen en deze betaling ook buiten het kasboek wilde houden.

De hiervoor beschreven handelingen leveren, ieder voor zich en in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden op die een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Daarbij zijn uitdrukkelijk ook jouw persoonlijke omstandigheden meegewogen.

In een e-mail van 12 juni 2024 heeft [eiser] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen, als volgt:

(…)

Ik ben het niet eens met de inhoud van de brief. Ik beroep me op de nietigheid van het ontslag op staande voet en ik blijf beschikbaar voor werk.

Tevens wil ik je dringend verzoeken mijn salaris te blijven doorbetalen totdat mijn arbeidsrelatie met Jibe op wettige gronden is beëindigd. Ik zal indien op 20 juni niet zoals gebruikelijk mijn salaris is overgemaakt juridische stappen moeten ondernemen. Vanuit menselijk oogpunt vraag ik je dan ook me te berichten dat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn salaris van juni.

Ik heb heel veel last van de situatie en ik begrijp niet wat je heeft doen besluiten mij zo te behandelen na alles wat ik voor jullie heb gedaan. Je weet heel goed dat ik nooit van je zou stelen.

Wat betreft mijn materiaal, je weet hoe belangrijk het voor me is om op het water te zijn. Jij stelt nu het eigendom van mijn materiaal ter discussie. Ik vind dat ongelooflijk maar aangezien ik niet zonder kan zou ik graag van je horen voor welk bedrag ik al mijn eigen materiaal van je kan kopen. In de bijlage vind je de lijst.

(…)

In een brief van een door hem ingeschakelde jurist van 26 juni 2024, heeft [eiser] zijn beroep op nietigheid herhaald. In die brief staat onder meer:

(…)

Op woensdag 29 mei jl. heeft cliënt zoals gewoonlijk gewerkt. Een van zijn collega’s [collega eiser] voelde zich niet goed. Daardoor moest cliënt naast zijn gebruikelijke werk als Manager van de surfschool tevens de werkzaamheden in de shop overnemen en de kassa bemannen, hetgeen niet tot zijn normale werkzaamheden behoort of onderdeel is van zijn managementtaken. Hij is immers geen manager van de shop, maar van de surfschool. Tussen 12:00 uur en 13:00 uur heeft cliënt met meerdere klanten afgerekend. Sommigen betaalden met cash. Nu cliënt naast het bemannen van de kassa ook zijn overige werkzaamheden diende uit te voeren en er twee surfers een rondleiding wilden voor uitleg over de verhuur – en cliënt dus met meerdere dingen tegelijk bezig was – had hij geen tijd om direct het bedrag dat de klant met contact geld betaalde in de shop in het kasboek op te schrijven. Hij heeft het cashgeld van de tweede klant ($195) daarom zichtbaar even aan de zijkant voor de helft onder (deels naast en onder) de kassa gelegd met het idee dat hij het bedrag dan later kon opschrijven in het kasboek en het geld dan ook in de kassa kon leggen. Als hij het geld direct in de kassa zou leggen, zou hij immers vergeten dat hij het bedrag nog in het kasboek moest opschrijven en dan zou de kassa niet kloppen. Dit wilde cliënt uitdrukkelijk voorkomen. Bovendien is dit ook gebruikelijk bij Jibe. Vervolgens zag cliënt dat u het geld pakte en in uw broekzak stopte.

De volgende dag, op donderdag 30 mei, heeft u cliënt in de middag gevraagd om even met u te praten, buiten op een bankje. U vroeg cliënt waarom hij het cashgeld ad $ 195,- dat hij de vorige dag van een klant had aangenomen niet direct in de kassa had gedaan. In reactie hierop gaf cliënt – net als hierboven omschreven – aan dat hij het geld even zichtbaar aan de zijkant onder de kassa had gelegd, omdat het druk was en zodat hij in de tussentijd had gezien dat u het geld had gepakt, zodat hij ervan uitging dat u het verder afgehandeld had. Hierna kwam het gesprek ten einde. Cliënt voelde zich al maanden/weken niet goed op het werk (vanwege de manier waarop u en uw vrouw hem behandelen/niet groeten negeren, passeren in beslissingen etc.). Niettemin gaf cliënt aan gewoon verder te werken die dag. Omdat cliënt vanwege hartkloppingen en hoofdpijn echt niet meer in staat was om te werken, heeft hij zich rond 16:00 uur ziekgemeld, zowel bij zijn collega in de shop als schriftelijk (per Whatsapp) bij u.

(…)

Daarna heeft de gemachtigde van [eiser] in een brief aan de gemachtigde van Jibe van 23 oktober 2024 het volgende geschreven:

In aanvulling op hetgeen in de brief van 26 juni 2024 namens [eiser] uiteen is gezet, hecht ik er nog waarde aan het volgende onder uw aandacht te brengen.

[eiser] heeft op 30 mei 2024 (de dag na het beweerdelijk incident en de dag van het Ontslag), zelf contact opgenomen met zijn collega [collega eiser] en haar over hetgeen de dag ervoor was gebeurd geïnformeerd. Meer concreet heeft [eiser] toen mondeling het volgende aan [collega eiser] bericht:

a. dat hij USD 195 ‘cash’ met een klant had afgerekend.

b. dit bedrag aan ‘cash’ – zoals gebruikelijk bij Jibe – niet direct in het kasboek had genoteerd wegens drukte.

c. Het geld daarom zichtbaar onder de kas had geplaatst met het idee dit bedrag later – zoals gebruikelijk – in het kasboek te noteren.

d. dat de heer [eigenaar gedaagde] vervolgens vrijwel direct – binnen een tijdspanne van maximaal 20 minuten – voordat [eiser] zelf het geld alsnog in de kas kon plaatsen en in het kasboek kon noteren, het geld oppakte en – zonder een woord eraan te wijden – in zijn zak stopte.

e. [eiser] heeft vervolgens samen met [collega eiser] de dag na het ‘incident’ op 30 mei 2024, direct alsnog het kasboek bijgewerkt en de betaling van USD 195 cash in het kasboek genoteerd.

Ook heeft [eiser] ter zake een korte Whatsapp bericht aan [collega eiser] gestuurd.

Het voorgaande acht ik belangrijk, nu hiermee wordt aangetoond dat [eiser] zo spoedig als mogelijk en voor het Ontslag de nodige actie heeft genomen, om ervoor te waken dat er een onverantwoord kasverschil in het kasboek zou zijn vanwege het feit dat hij de ‘cash’ betaling niet direct in dat kasboek had genoteerd op 29 mei jl.

In reactie daarop heeft de gemachtigde van Jibe in een brief aan de gemachtigde van [eiser] van 26 november 2024 het volgende geschreven:

(…)

Ten aanzien van de geldigheid van het gegeven ontslag op staande voet, wil Jibe graag reageren op de onjuistheden en onwaarheden in uw brief. (…)

(…)

Anders dan u stelt was uw client aantoonbaar niet met meerdere dingen tegelijk bezig ten tijde van het bewuste voorval waarbij hij geld onder de kassa in plaats van erin plaatste. Dit is ook goed op de camerabeelden te zien. Het tegenovergestelde is waar: uw client had juist ruim de tijd omdat de betreffende klant enige tijd bezig was met het tellen van het cashgeld;

Anders dan u stelt was het ook aantoonbaar niet druk in de shop ten tijde van het bewuste voorval;

Terwijl de klant het geldt telt, pakt uw client bovendien de pen en maakt aanstalten om de transactie te noteren in het kasboek, maar legt plotsklaps de pen (toch) weg ondanks dat de klant nog steeds aan het tellen is en er dus geen rede is om de transactie niet – conform te doen gebruikelijk – te noteren.;

Ander dan u stelt is de gebruikelijke wijze van afrekenen dat de klant contant of per pin afrekent en dat de transactie direct in het kasboek wordt genoteerd, precies zoals uw client voorafgaand aan het bewuste voorval ook (gewoon) deed en waarvan hij op de hoogte was;

(....)

Voor de volledigheid treft u als bijlage bij deze brief de camerabeelden aan van de bewuste dag en het bewuste tijdstip.

In een e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 28 november 2024 is daarop als volgt gereageerd:

Hartelijk dank voor het toesturen van de camerabeelden en het doen toekomen van een schriftelijke inhoudelijke reactie namens Jibe.

Om het standpunt va [eiser] te kunnen aantonen/bevestigen, is het – zoals in mijn brief van 23 oktober jl. ook uiteengezet – echter van belang dat hij ook de videobeelden van hetgeen zich na het wegleggen van het kasgeld afspeelde ontvangt. Hetzelfde geldt voor de beelden van 30 mei jl. waarop te zien is dat hij samen met [collega eiser] overlegt en dat de aankopen van 29 mei jl. waar het hier omgaat alsnog in het kasboek worden genoteerd. Dit is ook de reden dat ik had verzocht om een afbeelding van de pagina uit het kasboek van 29 mei jl.

Hierbij daarom nogmaals het verzoek om aan ons te doen toekomen:

 De camerabeelden van de periode volgend op de beelden die u mij toestuurde. Meer in het bijzonder gaat het om de beelden waarop te zien is dat [eigenaar gedaagde] de surfshop binnenkomt, [eiser] naar buiten loopt en de [eigenaar gedaagde] vervolgens het geld in zijn zak stopt.

 De camerabeelden van 30 mei 2024 waarop te zien is dat [eiser] bij het raam van Shop met [collega eiser] die binnen aan het werk is overlegt en vervolgens de aankopen van 29 mei jl. waar het hier omgaat alsnog in het kasboek worden genoteerd. Dit gebeurde volgens [eiser] ergens tussen 9:00 en 10:30 uur die ochtend (30 mei).

 Een foto of kopie van de pagina uit het kasboek d.d. 29 mei 2024.

U geeft aan dat Jibe nog open zou staan voor een regeling, maar volhardt wel dat het ontslag rechtsgeldig zou zijn. Wat client betreft is een regeling in dat geval niet mogelijk, hij blijft erop staan dat hij onterecht is ontslagen en wil dit graag bevestigd krijgen, zodat hij daadwerkelijk verder kan met zijn leven.

Jibe heeft de gevraagde informatie in de hiervoor onder 2.10 vermelde e-mail niet gegeven.

3. De vordering

eiser] vordert, na wijziging van eis,

Jibe te bevelen c.q. te veroordelen om vanaf 30 mei 2024 het loon vermeerderd met de overeengekomen emolumenten en verhoogd met de wettelijke vertragingsrente ad 50% ex artikel 7A:1614q BW BES en de wettelijke rente, aan [eiser] te betalen en te blijven doorbetalen, zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op een rechtsgeldige wijze is beëindigd,

Jibe te bevelen c.q. te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag gelijk aan USD 18.045,57 aan niet genoten en onbetaalde vakantiedagen en onbetaald overwerk, verhoogd met de wettelijke vertragingsrente ad 50% ex artikel 7A:1614q BW BES en de wettelijke rente,

Jibe te bevelen c.q. te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag gelijk aan het aan hem verschuldigde maar niet uitbetaalde vakantiegeld van één maandsalaris per gewerkt jaar vanaf 2021 tot het rechtsgeldig eindigen van zijn arbeidsovereenkomst over de jaren 2021 – 2024 verhoogd met de wettelijke vertragingsrente ad 50% ex artikel 7A:1614q BW BES en de wettelijke rente,

Jibe te bevelen c.q. te veroordelen om uiterlijk binnen een (1) dag na het in deze te wijzen vonnis de aan Jibe toebehorende gear terug te geven onder verbeurte van een dwangsom van USD 500 per dag of dagdeel dat Jibe hiermee in gebreke blijft of in een goede justitie door het Gerecht te bepalen bedrag per dag dat Jibe in gebreke blijft.

Jibe te bevelen c.q. te veroordelen om binnen (5) dagen na het in deze te wijzen vonnis iedere afbeelding van [eiser], inclusief maar niet beperkt tot de op het reclamebord en de Instagram pagina van Jibe volledig te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van USD 500 per dag of dagdeel dat Jibe hiermee in gebreke blijft.

Jibe te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de betekening van het vonnis.

eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat zijn ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Volgens hem is er geen sprake van een dringende reden als bedoeld in artikel 7A:1615o lid 1 BW BES. Hij stelt dat Jibe een verkeerde duiding geeft aan de feiten die zich hebben voorgedaan. Het klopt dat hij een van een klant ontvangen contante betaling niet direct in het kasboek heeft geadministreerd en in het geldkistje heeft gelegd, maar daarvoor had hij een reden. Hij wilde het geld niet stelen. Nu het ontslag nietig is wil hij dat zijn loon, dat sindsdien niet wordt betaald, wordt doorbetaald. Daarnaast wil hij een correcte afrekening van zijn vakantiedagen en vakantiegeld voor de door hem in zijn daarop gerichte vordering genoemde bedragen. Verder wil hij dat Jibe zijn gear, waarvan hij stelt eigenaar te zijn, aan hem afgeeft. Tot slot wil hij dat zijn gezicht van het reclamebord bij de ingang wordt verwijderd. Hij stelt dat hij voor het gebruik van zijn gezicht op dat reclamebord nooit toestemming heeft gegeven.

Jibe voert verweer.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover vereist (nader) ingegaan.

4. De beoordeling

Voor de vordering van [eiser] tot doorbetaling van het loon totdat zijn dienstbetrekking bij Jibe zal zijn beëindigd geldt dat deze alleen voor toewijzing in aanmerking komt, indien aannemelijk wordt dat het hem gegeven ontslag op staande voet nietig is zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven voortbestaan. Derhalve dient de geldigheid van het gegeven ontslag te worden beoordeeld. Blijkens de ontslagbrief van Jibe is het ontslag gebaseerd op een door Jibe gestelde onregelmatigheid met betrekking tot de afhandeling van een contante betaling die door [eiser] werd ontvangen in de shop, waardoor het vertrouwen van Jibe in [eiser] verloren is gegaan. Vast staat dat na het bij Jibe bekend worden van deze reden, het ontslag onmiddellijk, althans kort daarna, is gegeven.

Voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het ontslag gaat het daarom uitsluitend om de vraag of de reden die Jibe heeft aangevoerd voor het ontslag, als een dringende reden in de zin van artikel 7A:1615o lid 1 BW BES moet worden geduid. [eiser] stelt, in de eerste plaats, dat uit de ontslagbrief die hij heeft gekregen niet duidelijk blijkt wat de dringende reden voor zijn ontslag zou zijn, maar, naar hij stelt, heeft hij de brief wel zo begrepen dat de dringende reden daarin is gelegen dat hij de daarin genoemde contante betaling van USD 195,00 door een klant niet onmiddellijk heeft opgeschreven in het kasboek en hij de betreffende gelden ook niet direct in het geldkistje onder de toonbank heeft gestopt. Volgens hem is dat echter geen dringende reden voor een ontslag. Jibe stelt echter dat uit het handelen van [eiser] volgt dat hij kennelijk een ander plan had met het geld, welk plan niet volledig is uitgevoerd uitsluitend omdat [eigenaar gedaagde], de eigenaar van Jibe, dat heeft weten te verhinderen doordat hij het geld tijdig onder het kistje ontdekte en het wegpakte. In wezen, zo concludeert het Gerecht, gaat het volgens Jibe dus om een poging tot diefstal of verduistering. [eiser] betwist echter dat hij heeft willen stelen.

Van de betreffende transactie en van wat zich kort daarvoor heeft afgespeeld, heeft Jibe in de procedure camerabeelden overgelegd. Daarvan heeft de gemachtigde van Jibe in haar tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen spreekaantekeningen de volgende, naar het oordeel van het Gerecht correcte, beschrijving gegeven:

11. Allereerst de beelden van 29 mei 2024, van 10:56 tot 10:57 uur (productie 5). Een klant rekent contant af. [eiser] legt het contante geld in het geldkistje en neem daaruit ook het wisselgeld. Vervolgens wordt de transactie genoteerd in het kasboek. Pas daarna richt [eiser] zich tot de volgende klant. (…)

12. En om 11:23 uur op die dag (…) (productie 6). De beelden tonen dat het druk is in de shop. Een klant rekent af via de pin. [eiser] noteert de transactie in het kasboek en stopt de pinbon in het geldkistje. Pas daarna richt [eiser] zich tot de volgende klant. Hij wordt niet nerveus van de rij, maar voert rustig en correct de betaling uit.

13. Nog geen minuut later handelt [eiser] echter geheel afwijkend. (…) Want laten we de beelden er weer even bij pakken (productie 7; 29 mei 2024, vanaf 11:24 uur). Een klant staat aan de balie om shirts af te rekenen. Het is niet druk. [eiser] wil het bedrag invoeren op de pinautomaat. Ook pakt hij de pen en buigt zich over het kasboek. (11:27:28 am). De klant pakt echter haar portemonnee e begint contant geld te tellen. Op dat moment legt [eiser] de pen weer neer en schrijft niets op in het kasboek. Terwijl de klant haar contante geld telt, kijkt [eiser] kort in het geldkistje en sluit die weer. De klant legt vervolgens het contante geld op de balie, waarbij goed te zien is dat ze betaalt met meerdere briefjes, kennelijk gepast want ze ontvangt geen wisselgeld. Vervolgens verbergt [eiser] de briefjes onzichtbaar onder het geldkistje (11:28:11 am).

eiser] betwist dat uit de camerabeelden kan worden afgeleid dat hij wilde stelen. Hij stelt dat hij om verschillende redenen besloot het geld eventjes, en naar zijn stelling gedeeltelijk zichtbaar, onder het geldkistje te leggen. Deze redenen zijn, zoals hij het in zijn verzoekschrift heeft verwoord:

i) Het feit dat [eiser] op dat moment bezig was met zijn dochter die na enige tijd weer bij hem kwam verblijven (waarover contact met de moeder nodig was);

ii) Omdat [eiser] bezig was met het vastleggen van het gesprek dat hij 16 mei jl. met [eigenaar gedaagde] had gevoerd (productie 11);

iii) Omdat er nieuwe klanten stonden te wachten op een rondleiding van de Surfschool en om lessen te gaan volgen, maar met name omdat,

iv) [eiser] in afwachting was van het juiste moment om het geld (grote biljetten) dat hij ontving van de betreffende klant om te wisselen bij de bar van Jibe, omdat er geen wisselgeld was in de kassa,

Het Gerecht kan [eiser] hierin niet volgen. Niet valt in te zien hoe de onder (i) en (ii) genoemde omstandigheden, die kennelijk moeten duiden op een bepaalde gemoedstoestand waarin [eiser] op dat moment verkeerde, relateren aan het hem verweten handelen. Ook de onder (iii) genoemde drukte kan geen reden zijn geweest voor een andere werkwijze met betrekking tot het in ontvangst nemen van gelden dan gebruikelijk. Van een bovenmatige drukte in de surfshop was geen sprake en als er al mensen buiten aan het wachten waren voor een les, dan nog is het de vraag wie [eiser] dan noodzakelijkerwijs in de shop zou moeten vervangen en waarom hij dan zo’n haast zou hebben. Bovendien blijkt uit de camerabeelden dat alle handelingen van [eiser], waaronder het opvouwen en inpakken van de shirts die de klant had aangekocht en het weghangen van de hangers, heel rustig worden uitgevoerd. En tijdens het tellen van het geld door de betreffende klant was er voldoende tijd om de transactie in het kasboek te noteren en het geld in plaats van onder het geldkistje, in het kistje te leggen, welk laatste met betrekking tot de daaraan te besteden tijd ook niet veel verschil zou hebben gemaakt. [eiser] moest zelfs nog even wachten totdat de betreffende klant klaar was met het tellen van het geld. Bovendien zijn er beelden overgelegd van een andere transactie, van eerder op die ochtend, waarop is te zien dat het op dat moment wél druk was in de shop en [eiser] wél de tijd nam om de (contante) betaling te noteren in het kasboek en het geld vervolgens in het kistje te stoppen. Ook in de door hem onder (iv) genoemde reden kan [eiser] niet worden gevolgd. Niet valt in te zien waarom het geld voor het doel van het even later willen wisselen daarvan bij de naastgelegen bar, buiten de kas zou worden gehouden. Ook niet duidelijk is hoe dit doel kan samenvallen met de door hem onder (iii) gestelde drukte in de shop. Als het al druk was in de shop, dan zou het moeten wisselen van geld toch wel het laatste moeten zijn geweest waaraan [eiser] op dat moment zou hebben gedacht. Daarbij komt dat [eiser] de onder (iv) genoemde reden van het wisselen van het geld pas voor het eerst heeft aangevoerd nadat hij de camerabeelden van Jibe had ontvangen. Uit de camerabeelden blijkt dat het helemaal niet druk is in de shop. Er staat slechts één klant te wachten. Het Gerecht houdt het er daarom op dat [eiser] naar aanleiding van die door hem ontvangen camerabeelden zijn verklaring heeft aangepast, althans heeft aangevuld met de argumentatie van het moeten wisselen van het geld, hetgeen die verklaring ongeloofwaardig maakt. De conclusie is daarom dat sprake is geweest van een ongebruikelijke verwerking van een van een klant ontvangen bedrag van USD 195,00 die zich niet logisch en deugdelijk laat verklaren, althans niet met de redenen die [eiser] daarvoor heeft gegeven.

Als verweer heeft [eiser] naar voren heeft gebracht dat er bij Jibe geen uitgeschreven procedure was over hoe de medewerkers in de shop met contante betalingen moesten omgaan en dat hij daarom niet aan een bepaalde wijze van verwerking daarvan was gebonden. Dat laat echter onverlet, zo is het oordeel van het Gerecht daarover, dat [eiser] ermee bekend was dat een betaling direct na de ontvangst daarvan in het kasboek moest worden genoteerd en het geld, als het om een contante betaling gaat, direct daarna in het geldkistje moet worden gestopt. Met een eerdere betaling die [eiser] op dezelfde ochtend in ontvangst nam werkte hij ook op die manier, blijkens de daarvan door Jibe overgelegde camerabeelden. [eiser] heeft een aantal verklaringen overgelegd van oud-medewerkers van Jibe waarin staat dat er weleens geld apart werd gehouden om dit later in de naastgelegen bar te wisselen. Het gaat echter om medewerkers die al jaren niet meer bij Jibe in dienst zijn. Maar ook dan, als van de juistheid van die verklaringen wordt uitgegaan, laat zich niet verklaren waarom [eiser] de betaling niet direct in het kasboek zou hebben genoteerd.

Ook dat er een camera hing in de shop en [eiser] daarmee bekend was, maakt het beschreven handelen niet minder verdacht, immers zullen camerabeelden doorgaans alleen worden bekeken naar aanleiding van een incident dat zich zou openbaren, maar de bedoeling van het handelen zoals beschreven, was kennelijk om het een ander verdekt te laten.

eiser] klaagt erover dat hij, zoals door hem verzocht, niet de camerabeelden heeft ontvangen van het moment dat [eigenaar gedaagde] hem afloste in winkel en van de dag daarop dat [eiser] aan collega [collega eiser] vroeg om de transactie alsnog in het kasboek te noteren. Ook een kopie van de betreffende pagina van het kasboek, zoals door hem verzocht, heeft hij niet gekregen. Niet valt echter in te zien welk belang [eiser] bij deze camerabeelden en de betreffende pagina uit het kasboek heeft. Jibe betwist namelijk niet dat [eigenaar gedaagde] [eiser] kwam aflossen. Ook betwist Jibe niet dat [collega eiser] de dag daarop, op verzoek van [eiser], de transactie alsnog in het kasboek heeft genoteerd. Maar voor de duiding of de kwalificatie van wat [eiser] wordt verweten is dat niet relevant. [eiser] had op het moment dat hij [collega eiser] vroeg de transactie in het kasboek te noteren, namelijk al gezien, zoals hij stelt, dat [eigenaar gedaagde] het geld onder het geldkistje had ontdekt en weggenomen. Zijn verzoek aan [collega eiser] om de transactie alsnog in het kasboek te noteren was dus alleen gericht op het achteraf willen herstellen van een onregelmatigheid die [eigenaar gedaagde] op dat moment al had ontdekt.

Het handelen van [eiser] zoals hiervoor omschreven, is dermate zwaarwegend dat van Jibe redelijkerwijs niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst nog langer voort te zetten. Dat geldt ook als daarbij zijn arbeidsverleden van zeventien jaar bij Jibe wordt betrokken, waarbij het om het even is of hij al die tijd in dienstverband zou hebben gewerkt of ook een aantal jaren als zelfstandige. Ongeacht de kwalificatie van de arbeidsrelatie – als zelfstandige of in vaste dienst – zijn de gevolgen van het ontslag namelijk zeer ingrijpend. [eiser] heeft zijn gehele werkende leven voor Jibe gewerkt. Hij was het gezicht van Jibe en hij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan haar succes. Zijn arbeidsverleden is verder onberispelijk. Daarom is het – de interventie van [eigenaar gedaagde] door het wegpakken van het geld weggedacht – denkbaar dat [eiser] zich op enig moment zou hebben bedacht en het geld alsnog in het kistje zou hebben gestopt. Door zijn onberispelijke functioneren gedurende al die jaren kan een dergelijke afloop niet worden uitgesloten. Dat zou de voorgaande beoordeling van zijn ontslag anders hebben kunnen maken, ware het niet dat [eiser] op geen enkele wijze openheid van zaken heeft gegeven of duidelijk heeft gemaakt wat hem tot zijn handelen heeft bewogen. Toen hij de dag na de gebeurtenissen voor het eerst door [eigenaar gedaagde] werd aangesproken op zijn handelen, gaf hij hiervoor geen verklaring en liep hij verontwaardigd weg. Daarna liet hij zijn jurist, en vervolgens zijn gemachtigde schrijven dat het druk was in de shop en dat er daarom geen tijd was om de betaling op de juiste wijze te verwerken. Toen echter aantoonbaar, uit de daarvan overgelegde camerabeelden, bleek dat het niet druk was in de shop en er voldoende tijd was om de betaling in het kasboek te noteren, vulde [eiser] zijn verklaring aan met dat hij het geld even apart hield om het in de naastgelegen bar te wisselen. Naar het oordeel van het Gerecht mocht Jibe ook op grond van deze ontwijkende verklaringen van [eiser] in redelijkheid menen met onmiddellijke ingang niet meer met hem verder te willen en mocht zij daarna daarin volharden. Het ontslag op staande voet is dan ook rechtsgeldig, wat leidt tot afwijzing van de (loon)vordering onder 1.

eiser] vordert onder 2 en 3 dat hij een juiste afrekening krijgt van zijn vakantiedagen en vakantiegeld. Partijen zijn het niet eens over het aantal vakantiedagen waarop [eiser] recht had en wat daarvan nog openstaat. Op grond van hetgeen partijen daarover in dit kort geding naar voren hebben gebracht kan niet worden vastgesteld of [eiser] recht heeft op nog enige betaling in dat verband. Hetzelfde geldt voor een mogelijke, door [eiser] gestelde maar door Jibe betwiste, aanspraak op vakantiegeld. Voor de vaststelling daarvan is een nadere toelichting en/of een bewijslevering nodig waarvoor in een kort geding procedure in de regel geen plaats is, gelet op het spoedeisende karakter daarvan. Het leidt tot een afwijzing van de betreffende vordering.

Hetzelfde geldt voor de vordering van [eiser] onder 4 tot afgifte van de gear die hij bij Jibe gebruikte. [eiser] stelt dat Jibe deze aan hem heeft geschonken en dat hij daarmee eigenaar is geworden, maar op grond van hetgeen hij daarover aan argumentatie en bewijsmiddelen naar voren heeft gebracht kan dat, voorlopig oordelend, nog niet worden aangenomen. Over de vaststelling of de gear in eigendom toebehoort aan [eiser], zal een bewijslevering nodig zijn, waarvoor in een kort geding in beginsel geen plaats is.

Ook de vordering onder 5 tot verwijdering van het (getekende) gezicht van [eiser] op het reclamebord bij de ingang van Jibe zal worden afgewezen. Op de overgelegde foto van het reclamebord is te zien dat het nu voor een zodanig deel is afgeplakt dat het gezicht van [eiser] niet meer als zodanig herkenbaar is. [eiser] heeft daarom geen belang bij deze vordering.

De conclusie uit het voorgaande is dat alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Een belangenafweging maakt dat niet anders, ook niet met betrekking tot de gear waarvan [eiser] de afgifte vordert. Het belang van [eiser] als surfinstructeur om over de door hem genoemde gear te beschikken is groot, maar hetzelfde geldt voor Jibe, als surfschool, om de gear onder zich te houden.

Nu de vorderingen worden afgewezen zal [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Jibe begroot op USD 838,00 aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding,

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Jibe begroot op USD 838,00

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R. Veerman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?