GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202400618
Datum uitspraak: 6 februari 2025
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[eiser],
wonende te Bonaire,
eiser, hierna: verhuurder,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
wonende te Bonaire,
gedaagde, hierna: huurster,
niet verschenen.
1. Het procesverloop
Op 18 december 2024 heeft verhuurder een verzoekschrift in kort geding ingediend.
De behandeling van het kort geding heeft plaatsgevonden op 23 januari 2025.
Daarbij is huurder verschenen. Huurster is hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen huurster is verstek verleend.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Huurster huurt sinds 15 mei 2024 van verhuurder de woning aan de [adres] (hierna: de woning) voor een huurprijs van USD 775,00 per maand, vermeerderd met USD 100,00 per maand aan servicekosten. De huurprijs is op de eerste dag van de betreffende maand verschuldigd.
Verhuurder vordert op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de onmiddellijke ontruiming van het gehuurde en betaling van de kale huurachterstand van augustus tot en met november 2024, door hem met rente en kosten tot en met 26 november 2024 berekend op USD 3.490,83, en betaling van de huur vanaf 1 januari 2025 (de huur over de maand december is wel betaald) van USD 775,00 per maand, tot aan de ontruiming. Verder vordert verhuurder de betaling van de servicekosten van USD 100,00 per maand vanaf 1 augustus 2024 tot de ontruiming, door verhuurder kennelijk met rente en kosten tot en met december berekend op USD 583,00.
Huurster, die niet in de procedure is verschenen, heeft de vorderingen van verhuurder niet weersproken. Die vorderingen zijn toewijsbaar als hieronder in de beslissing is weergegeven. Daarbij zal aan huurster een ontruimingstermijn van 14 dagen worden vergund. De onweersproken huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.
Huurster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze bedragen:
explootkosten USD 159,00
griffierecht USD 251,00
+
totaal: USD 410,00
3. De beslissing
Het gerecht, recht doende in kort geding,
veroordeelt huurster de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle zaken die zich van de kant van huurster in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen,
verstaat dat, indien huurster niet aan de veroordeling onder 3.1. voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES,
veroordeelt huurster, bij wijze van voorschot, tot betaling aan verhuurder van USD 3.490,83 ter zake van de huurachterstand tot en met de maand november 2024, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2024 tot de dag van algehele voldoening,
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurder van een bedrag van USD 775,00 voor iedere ingegane maand vanaf 1 januari 2025 tot aan het tijdstip van ontruiming,
veroordeelt huurster om aan eiser te betalen een bedrag van USD 583,00 terzake de servicekosten berekend tot en met december 2024, alsmede een bedrag van USD 100,00 voor iedere ingegane maand vanaf 1 januari 2025 tot en met het tijdstip van de ontruiming,
veroordeelt huurster in de kosten van het geding tot op heden begroot op USD 410,00,
veroordeelt huurster tot betaling van de nakosten van USD 140,00 zonder betekening en verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door huurster uitblijft binnen veertien dagen nadat huurster schriftelijk is verzocht door verhuurder om aan het vonnis te voldoen,
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter en uitgesproken op 6 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.