GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer : BON202400587
Datum beslissing : 17 februari 2025
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
1. de verenigingVERENIGING VAN EIGENAARS DEN LAMAN APARTMENTS,
2. de besloten vennootschap BREEZE ’N BITES B.V.,
beide gevestigd te Bonaire,
eisers,
gemachtigde: mr. M.G. van Dijk,
aan wier zijde zich gevoegd heeft
de besloten vennootschap DIVE FRIENDS @ SAND DOLLAR B.V.,
gevestigd te Bonaire,
gemachtigde: mr. M.G. van Dijk,
tegen
de naamloze vennootschap BONAIRE OVERHEIDSGEBOUWEN N.V.,
gevestigd te Bonaire,
gedaagde,
gemachtigde: mrs. S.H. Barten en S. Ehigiene (Curaçao).
Partijen zullen hierna ook de VvE, B&B, Dive Friends en BOG genoemd worden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties
de aanvullende producties 25 – 27 van eisers
de producties 1 – 13 van BOG
de incidentele conclusie tot voeging van Dive Friends
de mondelinge behandeling van 27 januari 2025, waar partijen zijn verschenen, vergezeld door hun gemachtigden die aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen de stellingen en verweren van partijen hebben toegelicht, en waar met een mondeling vonnis Dive Friends is toegelaten zich aan de zijde van eisers te voegen (ex artikel 214 Rv BES).
Vonnis is bepaald op heden.
2. De feiten
Eisers zijn met hun locaties en/of gebouwen naast elkaar gevestigd op twee naast elkaar gelegen percelen aan zee. Ook Dive Friends is daar op een afzonderlijk perceel, met een duikschool, gevestigd. De percelen van eisers en van Dive Friends waren tot voor kort via een afslag van een rotonde bereikbaar over een weg die eerst gaat over twee percelen van BOG en vandaar over een parkeerplaats van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB).
De percelen van BOG waren jarenlang braakliggend totdat twee jaar geleden een begin is gemaakt met de ontwikkeling op die percelen van een openbaar park. Het park is in mei 2024 voor het publiek geopend. Als onderdeel van de ontwikkeling van het park, is op de plek op de percelen van BOG waar eerst de weg of route naar de percelen van eisers en Dive Friends liep, een verharde weg en een verharde parkeerplaats aangelegd. Vanaf daar zijn de percelen van eisers en Dive Friends nog steeds bereikbaar via een uitweg naar de hiervoor al genoemde parkeerplaats van het OLB, ware het niet dat BOG nu sinds enkele maanden de uitweg heeft geblokkeerd met een ketting en/of pilonnen en/of vuilcontainers. De percelen van eisers en Dive Friends zijn nog wel vanuit een andere richting bereikbaar, namelijk via een weg over een parkeerterrein die gaat over een perceel van een derde - Aquarius L.L.C. – die daar een aantal winkels en eetgelegenheden heeft. Daarnaast is er een route die achter het gebouw van Aquarius loopt, en waarvan tussen partijen in discussie is of die over een terrein van Aquarius gaat of van het OLB.
Eisers hebben BOG bij brief van 19 november 2024 gesommeerd de blokkade van de uitweg richting hun percelen op te heffen. BOG heeft daaraan niet voldaan.
3. De vordering
Eisers vorderen, naast een veroordeling van BOG in de proceskosten,
Primair:
I. BOG te verbieden de toegang tot de percelen kadastraal bekend als 4-D-2448, 4-D-2600 en perceel 4-D-2222 via de percelen 4-D-3286 en 4-D-3288 op welke wijze dan ook te belemmeren voor eisers, hun rechtsopvolgers, bevoegde huurders, gebruikers, gasten en vuilophaal- hulpverlenings- en andere diensten op straffe van een aan eisers te verbeuren dwangsom van USD 1.000,00 per keer dat BOG niet voldoet aan het uit te spreken verbod met een maximum van USD 200.000,00, althans in lijn met het voorgaande een zodanige veroordeling uit te spreken als het Gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren;
Subsidiair:
II. BOG te verbieden de toegang tot de percelen kadastraal bekend als 4_D-2448, 4-D-2600 en perceel 4-D-2222 via de percelen 4-D-3286 en 4-D-3288 op welke wijze dan ook te belemmeren voor eisers, hun rechtsopvolgers, bevoegde huurders, gebruikers, gasten en vuilophaal- hulpverlenings- en andere diensten op straffe van een aan eisers te verbeuren dwangsom van USD 1.000,00 per keer dat BOG niet voldoet aan het uit te spreken verbod met een maximum van USD 200.000,00, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is vastgesteld dat BOG daartoe niet gehouden is, met dien verstande dat dit verbod vervalt als de VvE niet binnen zes weken na het te deze te wijzen vonnis een bodemprocedure over de aanwijzing van een noodweg op de percelen 4-D-3286 en 4-D-3288 aanhangig heeft gemaakt, althans in lijn met het voorgaande een zodanige veroordeling uit te spreken als het Gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren;
Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat BOG niet gerechtigd is om hen en hun bezoekers te beletten om via de percelen van BOG naar hun percelen te gaan. Daartoe voeren zij aan dat de weg over de percelen van BOG een openbare weg is en BOG daarom moet dulden dat het gewone verkeer daarvan gebruik maakt. Als geen sprake is van een openbare weg, is de weg volgens eisers en Dive Friends een buurweg in de zin van artikel 711 BW (Oud), die op grond van artikel 109 Ow BW BES ook na invoering van het NBW NA op 1 januari 2001 – waarin niet in een recht van buurweg is voorzien – in stand is gebleven. Als geen sprake is van een openbare weg of buurweg, is volgens eisers en Dive Friends sprake van een erfdienstbaarheid, in de zin van een recht van overpad, die door bevrijdende verjaring is ontstaan. Als ook daarvan geen sprake is, komt de weg volgens hen in aanmerking voor een aanwijzing als noodweg als bedoeld in artikel 5:57 BW BES en zal BOG ook op die grondslag een vrije doorgang over hun percelen moeten verschaffen.
BOG voert verweer. Volgens haar kunnen eisers niet in de door hen gegeven grondslagen worden gevolgd. Daarnaast voert zij het verweer dat de VvE in dezen niet ontvankelijk is omdat niet van een procesbevoegdheid van haar is gebleken.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover vereist (nader) ingegaan.
4. De beoordeling
In deze zaak gaat het om de vraag of eisers (en Dive Friends) het recht hebben om over twee aaneengesloten percelen van BOG te gaan om hun percelen te bereiken. BOG heeft de uitweg van en naar deze percelen afgesloten. Het voorlopig oordeel in dit kort geding is dat zij de uitweg niet mag afsluiten omdat sprake is van een buurweg dan wel sprake is van een erfdienstbaarheid in de zin van een recht van overpad ten gunste van eisers, dat door verjaring is ontstaan.
Buurweg
Onder het oude recht konden, op grond van artikel 711 BW NA (Oud) buurwegen ontstaan, waaronder wordt verstaan een weg of pad die als uitweg wordt gebruikt door meerdere buren. Ingevolge hetzelfde artikel kan een buurweg niet worden verlegd, vernietigd of tot een ander gebruik worden bestemd zonder de toestemming van de buren c.q. rechthebbenden.
Met de invoering van het NBW NA op 1 januari 2001 kunnen geen buurwegen meer ontstaan, maar blijven bestaande buurwegen op grond van artikel 109 Ow NBW NA gehandhaafd. Dat betekent dat buren c.q. rechthebbenden op een buurweg ook na de invoering van het NBW NA hun aanspraak daarop behouden.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is een weg een buurweg indien deze daarvoor is ‘bestemd’. Deze bestemming kan uitdrukkelijk of stilzwijgend aan de weg zijn gegeven. Een aanwijzing voor een stilzwijgende bestemming is dat de gebruikers (buren) geen toestemming hebben gevraagd voor dat gebruik, maar zich steeds als rechthebbenden van dat gebruik hebben gedragen.
Voorlopig oordelend in dit kort geding, is dat de weg of route over de percelen van BOG een buurweg is in de zin van artikel 711 BW NA (Oud). De percelen van eisers en Dive Friends hebben, althans hadden tot aan de afsluiting daarvan door BOG, via de percelen van BOG een uitweg naar de openbare weg. Die uitweg wordt, of werd, al jaren door eisers en Dive Friends of door hun rechtsvoorgangers gebruikt om naar hun percelen te komen en te gaan. Uit door eisers overgelegde luchtfoto’s uit die tijd, blijkt dat zich al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een weg of een pad aftekende over de percelen van BOG naar de percelen van eisers en van Dive Friends. De weg of het pad is zichtbaar door de kleur daarvan, die iets grijzer is dan die van de omliggende grond. Daarnaast is er aan weerszijden van de weg of het pad wat vegetatie zichtbaar en is de weg of het pad zelf van vegetatie vrij. Daaruit kan worden geconcludeerd dat in zoverre de weg niet specifiek als weg is aangelegd, deze in ieder geval door verkeersbewegingen is ontstaan. En daarbij zal het alleen om verkeersbewegingen van eisers en/of haar rechtsvoorgangers zijn gegaan omdat de weg of het pad alleen naar hun percelen leidde. BOG of haar rechtsvoorgangers zullen de weg of het pad niet hebben gebruikt. De percelen van BOG waren namelijk braakliggend en lagen er nutteloos bij, zoals op de daarvan overlegde luchtfoto’s uit die tijd is te zien. Er was dan ook geen reden voor BOG of haar rechtsvoorgangers om over de weg of het pad te gaan.
BOG en haar rechtsvoorgangers hebben het gebruik van deze weg (of pad) als uitweg voor de percelen van eisers in die tijd nooit verhinderd. Integendeel, de percelen van BOG zijn anders dan een ander naastgelegen en eveneens braakliggend perceel van BOG, nooit omheind geweest met een hek. Voorafgaand aan de ontwikkeling van het park vanaf 2022, heeft BOG ook nog met eisers gesproken over de mogelijkheid om hen ook na de ontwikkeling van het park een doorgang te verlenen. Ook dit geeft blijk van een erkenning door BOG van het recht van eisers om de weg, als buurweg, te gebruiken.
De conclusie is dan ook dat sprake is van een buurweg en dat eisers daaraan een recht van vrije doorgang kunnen ontlenen. Anders dan BOG stelt, staat aan dat recht niet in de weg dat eisers voorafgaand aan 1 januari 2001 nog geen eigenaren waren van hun percelen. Weliswaar is het recht van buurweg geen zakelijk recht, zoals BOG terecht opmerkt, maar het kan wel als een voor overgang vatbaar kwalitatief recht als bedoeld in artikel 6:251 BW BES worden aangemerkt. Een recht van buurweg is zodanig met het perceel van de rechthebbende verbonden dat het met de overdracht onder bijzondere titel van dat perceel mee overgaat op de verkrijger. Daaruit volgt dat ook in het geval eisers op 1 januari 2001 nog geen eigenaren van hun percelen waren, zij thans als eigenaren een recht van buurweg hebben.
Ook anders dan BOG stelt, hebben eisers hun recht van buurweg niet verloren door het feit dat in het kader van de ontwikkeling van het perceel van BOG de oude (buur)weg is vervangen door een nieuwe. En als eisers hun recht op buurweg door het aanleggen van deze nieuwe weg al zouden hebben verloren, dan zou het BOG verplichten de daardoor door hen geleden schade te vergoeden. Immers, ingevolge artikel 711 BW NA (Oud) kan een buurweg niet worden opgeheven zonder de instemming van de buren c.q. rechthebbenden en zou het handelen door BOG in strijd daarmee jegens hen onrechtmatig zijn en haar schadeplichtig maken. Een passende vorm van schadevergoeding zou dan kunnen zijn het verlenen van een vrije doorgang over de nieuwe weg.
Tevens anders dan BOG stelt, volgt uit de omstandigheid dat eisers stilzwijgend zouden hebben ingestemd met de ontwikkeling van het park, niet dat zij daarmee afstand hebben gedaan van hun rechten. Eisers mochten erop vertrouwen dat zij ook na de ontwikkeling van het park over de (nieuw aangelegde) weg mochten gaan. Ook de nieuwe weg kent immers een doorgang in de richting van de percelen van eisers, op ongeveer dezelfde plaats als waar de oude uitweg was gelegen. Eisers mochten erop vertrouwen dat zij na het gereedkomen van het park die uitweg mochten gebruiken, te meer omdat partijen al voorafgaand aan de ontwikkeling van het park over de mogelijkheid van een voortzetting van hun doorgang over de percelen van BOG hadden gesproken. Door het tijdelijk niet kunnen gebruiken van de weg door de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van het park is het recht van buurweg niet teniet gegaan.
Nu dat is aangenomen dat er sprake is van een buurweg, is uitgesloten dat de weg een openbare weg is en BOG uit dien hoofde hen de vrije doorgang daarover zou moeten laten, zoals eisers als primaire grondslag hebben aangevoerd. Immers, een buurweg dient alleen de buren terwijl een openbare weg toegankelijk is voor iedereen. Van een openbare weg was geen sprake omdat de weg tot aan de ontwikkeling van het park alleen diende als een toegangsweg tot de percelen van eisers en van Dive Friends. De weg diende dus niet ter afwikkeling van het gewone verkeer, dus niet als openbare weg. De weg vormde geen verbinding tussen twee openbare wegen of een verbinding naar een bepaald eindpunt voor een onbepaald publiek. Niet kan daarom worden aangenomen dat sprake is, of was, van een openbare weg. Eisers hebben nog gewezen op een veldwerkkaart van het Kadaster waarop de weg als openbare weg is aangeduid, maar een dergelijke aanduiding is niet constitutief of rechten scheppend. Het doet dus niet af aan de conclusie dat geen sprake is van een openbare weg. Eisers worden dan ook niet gevolgd in hun primaire stelling dat sprake is van een openbare weg.
Erfdienstbaarheid
Voor het geval, anders dan hiervoor aangenomen, de weg niet zou kwalificeren als een buurweg, moet ervan worden uitgegaan dat sprake is van een door bevrijdende verjaring verkregen erfdienstbaarheid. Voor een verjaring in dit verband geldt op grond van artikel 5:72 juncto 3:306 BW BES een ondubbelzinnig bezit gedurende twintig jaar. Daarvan is in dit geval gebleken. Tot de afsluiting van de weg door BOG, maakten eisers en/of hun rechtsvoorgangers daarvan gebruik en/of lieten zij hun bezoekers de weg gebruiken, alsof zij daartoe gerechtigd waren. BOG wijst er terecht op dat het enkele feit dat iemand al heel lang gebruik maakt van een weg nog niet leidt tot het ontstaan van een erfdienstbaarheid. Echter, als dat gebruik zeer frequent is en niet kan worden gezien als een incidentele inbreuk, zoals hier het geval, kan de beoordeling anders zijn. Daarbij komt dat de weg geen ander doel had dan te dienen als een doorgang naar de percelen van eisers. De weg zal, zoals hiervoor overwogen, door de vele verkeersbewegingen van eisers of hun rechtsvoorgangers zijn ontstaan en in stand zijn gebleven of speciaal zijn aangelegd voor het gebruik door eisers. In die zin was dus niet alleen sprake van een ondubbelzinnige, maar zelfs van een zichtbare uitoefening door eisers van een bezit als erfdienstbaarheid.
BOG heeft nog als verweer gesteld dat geen sprake was van een ondubbelzinnig bezit omdat de weg tijdens de ontwikkeling van het park was afgesloten en eisers op dat moment de weg dus niet gebruikten. Daarmee gaat BOG eraan voorbij dat de erfdienstbaarheid reeds door de ontwikkeling van het park door verjaring was ontstaan. Verder stelt BOG dat het bezit niet onafgebroken is geweest omdat, zoals op een luchtfoto uit 2003 is te zien, er in die tijd op de percelen van eisers geen bebouwing stond. Zoals door eisers toegelicht kwam dit omdat het oude gebouw op de percelen was afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe. Naar het oordeel van het Gerecht leidt dit er niet toe dat niet meer kan worden gesproken over ononderbroken bezit. Aannemelijk is dat er in die tijd wel verkeersbewegingen zijn geweest van bouwverkeer. BOG wordt daarom ook in dit verweer niet gevolgd.
Conclusie
De conclusie uit het voorgaande is dat de primaire vordering van eisers toewijsbaar is. De daaraan te verbinden dwangsom zal niet tot de gevorderde hoogte en maximering worden toegewezen maar op de bedragen zoals hierna in de beslissing aangegeven. Met het voorgaande wordt niet meer toegekomen aan een beoordeling van de door eisers gestelde mogelijkheid dat de weg in een bodemprocedure als noodweg zou kunnen worden aangewezen.
Een belangenafweging maakt de beoordeling van de toewijsbaarheid van de (primaire) vordering niet anders. Het belang van eisers bij toewijzing van de vordering weegt zwaarder dan het belang van BOG bij afwijzing daarvan. Het belang van eisers bij hervatting van de reeds gedurende vele jaren bestaande ongestoorde doorgang over de percelen is dat hun percelen goed en eenvoudig voor hun klanten en bezoekers bereikbaar zijn. Weliswaar zijn hun percelen via twee andere routes bereikbaar, maar die routes zijn niet goed zichtbaar en daarom minder vindbaar voor bezoekers. Bovendien lopen deze ook deels over het terrein van een derde.
Het door BOG aangegeven belang om de uitweg afgesloten te houden is dat door de toegangsweg de verkeersveiligheid op het recent door haar ontwikkelde park in het gedrang komt. BOG wijst erop dat er geregeld groepen kinderen in het park lopen. Maar dat laat onverlet dat sprake is van een weg die hoe dan ook als weg door de eigen parkbezoekers wordt gebruikt. Bezoekers van het park zullen dus sowieso voorzichtig moeten zijn in verband met de auto’s die daar rijden. Daarnaast heeft BOG als belang bij afwijzing van de vordering aangegeven dat als zij de uitweg naar de percelen van eisers en Dive Friends weer zou openstellen, bewoners en bezoekers van eisers haar parkeerplaatsen gaan gebruiken hetgeen zij kennelijk niet wil. Het Gerecht kan BOG ook daarin niet volgen. Het parkeren in het park door bezoekers van eisers zal met de door BOG gewenste afsluiting niet worden voorkomen. Integendeel, bezoekers die denken de percelen van eisers nog via het park te kunnen bereiken, zullen hun auto juist in het park parkeren omdat zij door de afsluiting van de uitweg niet met de auto verder kunnen en zullen verder te voet naar de percelen eisers gaan.
De door BOG aangegeven belangen bij afsluiting van de uitweg, wegen kortom niet op tegen het belang van eisers bij de opheffing daarvan.
Met de toewijzing van de vordering van eisers wordt verworpen het verweer van BOG dat de VvE niet-ontvankelijk zou zijn omdat zij geen rechtspersoonlijkheid zou hebben en geen bevoegdheid zou hebben om rechtsvorderingen tegen derden in te stellen. De bevoegdheid van een vereniging van eigenaars om rechtsvorderingen in te stellen volgt uit artikel 5:126 lid 2 BW BES. Of de VvE voor deze procedure machtiging heeft gekregen van haar leden, hetgeen BOG in twijfel trekt, is een zaak tussen de VvE en haar leden. Een beroep op het ontbreken van een machtiging komt haar als wederpartij niet toe.
BOG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van eisers begroot op USD 159,00 voor het deurwaardersexploot, USD 251,00 voor het griffiegeld en USD 838,00 aan salaris gemachtigde.
5. De beslissing
Het gerecht, rechtdoende in kort geding,
verbiedt BOG de toegang tot de percelen kadastraal bekend als
4-D-2448, 4-D-2600 en perceel 4-D-2222 via de percelen 4-D-3286 en 4-D-3288 op welke wijze dan ook te belemmeren voor eisers, hun rechtsopvolgers, bevoegde huurders, gebruikers, gasten en vuilophaal- hulpverlenings- en andere diensten op straffe van een aan eisers te verbeuren dwangsom van USD 250,00 per keer dat BOG niet voldoet aan dit verbod met een maximum van USD 25.000,00,
veroordeelt BOG in de kosten van de procedure, aan de zijde van eisers begroot op USD 1.248,00,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.