ECLI:NL:OGEABES:2025:137

ECLI:NL:OGEABES:2025:137, Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 09-09-2025, EUX202500008

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire
Datum uitspraak 09-09-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 09-09-2025
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Driepartijen overeenkomst Sint Eustatius. OLE betaalt facturen aannemer rechtstreeks aan leverancier. Budget overschreden. Aannemer toegelaten tot bewijs dat OLE ook nadere facturen zou betalen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA,

zittingsplaats Sint Eustatius

Zaaknummer: EUX 2025-08

Vonnis d.d. 9 september 2025

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[leverancier],

gevestigd te Sint Eustatius,

eiseres,

hierna te noemen: [leverancier],

gemachtigde: K. Houtman,

tegen

[aannemer],

wonend te Sint Eustatius,

gedaagde,

hierna te noemen: [aannemer],

procederend in persoon.

De zaak in het kort

Partijen zijn in 2019 betrokken geweest bij het bouwproject EOC-gebouw. [leverancier] heeft bouwmaterialen geleverd aan [aannemer], die [aannemer] heeft gebruikt bij de bouw. OLE heeft het grootste deel van de desbetreffende facturen betaald, maar het laatste deel niet. [leverancier] spreekt nu [aannemer] tot betaling aan. [aannemer] moet zijn stelling bewijzen dat de drie partijen zijn overeengekomen dat OLE ook de laatste facturen aan [leverancier] zou voldoen.

The case in brief

In 2019, the parties were involved in the EOC building construction project. [supplier] supplied building materials to [contractor], which [contractor] used in the construction. OLE paid most of the relevant invoices, but not the last part. [supplier] is now taking [contractor] to court. [contractor] must prove his statement that the three parties agreed that OLE would also pay the last invoices to [supplier].

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het inleidend verzoekschrift met producties, dat op 6 januari 2025 ter griffie ingediend;

de mondelinge behandeling op 11 maart 2025

de e-mail van het Gerecht van 14 maart 2025 waarbij de Gezaghebber/het Bestuurscollege is verzocht om informatie;

de e-mails van mr. G.B. Simmons van 23 april 2025 en 12 mei 2025 waarbij hij namens de Gezaghebber/het Bestuurscollege heeft gereageerd op het informatieverzoek en stukken heeft toegezonden;

de e-mail van het Gerecht van 14 mei 2025 waarbij voormelde e-mails en stukken van mr. Simmons naar partijen zijn verstuurd en is meegedeeld dat zij zich op de rolzitting van 10 juni 2025 kunnen uitlaten;

de voortgezette mondelinge behandeling op 12 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

aannemer] heeft zijn standpunt ter zitting nogmaals toegelicht. [leverancier] is niet verschenen.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn in 2019 betrokken geweest bij een bouwproject, de bouw van het Emergency Operating Center (EOC-gebouw). [leverancier] heeft bouwmaterialen geleverd aan [aannemer], handelende onder de naam “Do it right Construction”. [aannemer] heeft de materialen gebruikt bij de bouw.

De opdrachtgever van het project was het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (OLE). OLE heeft diverse facturen van [leverancier] aan [aannemer] rechtstreeks aan [leverancier] betaald. Een bedrag van USD 15.112,26 is onbetaald gebleven.

3. Het geschil

leverancier] Enterprises vordert dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [aannemer] zal veroordelen tot betaling van het bedrag van USD 15.112,26, te vermeerderen met wettelijke rente, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van USD 2.266,84.

leverancier] legt – kort weergegeven – het volgende aan haar vordering ten grondslag. [aannemer] heeft op krediet een groot aantal goederen bij [leverancier] gekocht. Ondanks herhaalde aanmaning heeft [aannemer] de facturen van totaal USD 15.112,26 onbetaald gelaten. Hierdoor heeft [leverancier] een incassobureau moeten inschakelen en daarvoor kosten gemaakt, die zij begroot op 15% van de hoofdsom.

aannemer] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

Op de stellingen en het verweer van partijen wordt hierna ingegaan, voor zover dat van belang is voor de beslissing.

4. De beoordeling

Partijen hebben geen verschil van mening over de materialen die [aannemer] bij [leverancier] heeft gekocht of de deugdelijkheid ervan. De enige vraag is wie de kosten van de materialen moet betalen.

aannemer] heeft aangevoerd en onderbouwd dat er tussen de drie partijen een afspraak was dat [leverancier] [aannemer] zou factureren en dat [aannemer] de facturen aan OLE zou doorspelen, waarna OLE direct aan [leverancier] zou betalen. In het dossier bevinden zich rekeningoverzichten, waaruit blijkt dat OLE inderdaad rechtstreeks aan [leverancier] heeft betaald.

leverancier] heeft echter een aantal facturen in het geding gebracht, die zijn gericht aan [aannemer], maar die niet door OLE zijn betaald.

Na de zitting van 11 maart 2025 heeft het Gerecht geïnformeerd bij OLE over de geldende afspraken tussen partijen. Namens OLE werd hierop door de jurist van OLE als volgt gereageerd:

“Uit mijn gesprek met de Gezaghebber begrijp ik dat er oorspronkelijk een aannemingsovereenkomst was gesloten tussen het Openbaar Lichaam en de aannemer, de heer [aannemer]. De hoofdsom van deze aanneemovereenkomst was overschreden en de ambtenaar aan de zijde van het Openbaar Lichaam heeft de aannemer hierop geattendeerd. Toen bleek dat de opdracht niet binnen de begrootte som afgerond kon worden is een inventarisatie gemaakt van wat nog nodig was voor de afronding van het bouwproject. Deze som is uiteindelijk ook volledig overgemaakt aan de aannemer. Het was de verantwoordelijkheid van de aannemer [aannemer] om de materialen en andere kosten vanuit deze hoofdsom te betalen.”

Aan beide partijen is verzocht om hierop te reageren. [leverancier] heeft dat niet gedaan; [aannemer] heeft ter zitting zijn eerdere standpunt herhaald.

Bij deze stand van zaken oordeelt het Gerecht als volgt.

[aannemer] heeft de materialen gekocht bij [leverancier]. Hij is daarom in beginsel aansprakelijk voor betaling ervan.

Na de zitting van 11 maart 2025 heeft [leverancier] een set facturen overgelegd. Het betreft facturen uit de periode 15 augustus 2019 tot en met 28 september 2019 met een totaalbedrag van USD 10.678,80.

Bij de door de gemachtigde van OLE toegezonden stukken bevinden zich ook facturen van juli en augustus 2019 van [leverancier] aan [aannemer]. Voor het totaalbedrag van USD 11.260,15 is door OLE “akkoord” gegeven en het bedrag is aan [leverancier] betaald.

Dan is er nog een opgave van een bedrag van USD 12.978,85 van [aannemer] aan OLE, volgens de opgave over de periode 12 augustus – 30 september 2019. Dit bedrag is niet door OLE ondertekend voor “akkoord”. Niet duidelijk is of deze facturen deel uitmaken van het bedrag dat [leverancier] nu van [aannemer] vordert, maar

[aannemer] heeft niet betwist dat het openstaande bedrag USD 15.112,26 is.

Gelet op het hiervoor onder 4.4 weergegeven standpunt van OLE en het niet ondertekenen voor “akkoord”, zoals onder 4.6.3. vermeld, staat dus niet vast dat [aannemer] met beide partijen is overeengekomen dat OLE laatstgemeld bedrag ook nog aan [leverancier] zou voldoen.

aannemer] zal in de gelegenheid worden gesteld om te bewijzen dat de drie partijen zijn overeengekomen dat OLE ook het laatste totaalbedrag van USD 15.112,26 aan [leverancier] zou betalen. Ter zitting is al duidelijk geworden dat de toenmalige projectleider van OLE inmiddels is overleden. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat er meer personen namens OLE zich in 2019 met deze kwestie hebben beziggehouden.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

Het Gerecht:

draagt [aannemer] op te bewijzen dat de drie partijen zijn overeengekomen dat OLE ook het laatste totaalbedrag van USD 15.112,26 aan [leverancier] zou betalen;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 oktober 2025, 9.00 uur, waarop [aannemer] zich kan uitlaten of en zo ja hoe hij dit bewijs wil leveren;

indien [aannemer] het bewijs wil leveren door het horen van getuigen, moet hij de namen en woonplaatsen van deze getuigen op de rol van 14 oktober 2025 aan het Gerecht opgeven;

indien [aannemer] het bewijs wil leveren door schriftelijke stukken, dient hij die stukken op 14 oktober 2025 bij akte in het geding te brengen;

houdt alle verdere beslissingen aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2025

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. Saarloos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?