GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202500300
Datum uitspraak: 4 augustus 2025
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
[eiser]
domicilie kiezend te Curaçao,
eiser,
gemachtigde: mr. D.M. Wildeman
tegen
de besloten vennootschap FLAMINGO TV BONAIRE
gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.G. Kock
Partijen zullen hierna ook [eiser] en Flamingo genoemd worden.
1. De procedure
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift d.d. 17 juni 2025
de nagezonden productie 12 van [eiser]
de producties 1 t/m 9 van Flamingo
de zitting van 21 juli 2025 en de daarbij overgelegde pleitaantekeningen van [eiser] en Flamingo.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2. De feiten
eiser] is sinds 2 februari 2009 in dienst van Flamingo. Aanvankelijk als Operations Manager, maar sinds 6 januari 2025 als Senior Cameraman/Editor. Laatstelijk ontving hij een bruto maandsalaris van USD 2.800,00.
eiser] is van 14 november 2024 tot en met 10 februari 2025 arbeidsongeschikt geweest.
De verzekeringsarts heeft op donderdag 27 februari 2025 vastgesteld dat [eiser] vanaf 10 februari 2025 niet meer arbeidsgeschikt was en dat hij zich per direct op de werkvloer moest melden.
eiser] is op 3 maart 205 ’s morgens op het werk verschenen. Hem is toen direct door de manager, de [manager gedaagde], een ontslagbrief overhandigd. De [manager gedaagde] had deze ontslagbrief in het weekend opgesteld. Deze brief luidt voor zover van belang als volgt:
Hierbij delen wij u mede dat uw arbeidsrelatie per direct, met ingang van 3 maart 2025, wordt beëindigd op grond van ontslag op staande voet. De reden voor dit ontslag is dat u zich op 10 februari 2025 [….] ziek heeft gemeld. In reactie hierop hebben wij aangegeven dat wij uw ziekmelding in behandeling zouden nemen en u vervolgens per 11 februari 2025 als ziek hebben gemeld bij[…] SZW. Op 27 februari 2025 hebben wij een brief van SZW ontvangen waarin de verzekeringsarts heeft vastgesteld dat u op die datum nog steeds in staat was om uw eigen werkzaamheden uit te voeren. Dit betekent dat u in de betreffende periode niet arbeidsongeschikt bent geweest. Tot op heden, 3 maart 2025, hebben wij geen bericht van u ontvangen of bent u op het werk verschenen, waardoor u nog steeds ongeoorloofd afwezig bent.
Gezien de ernst van deze situatie en de gevolgen hiervan voor de organisatie, zijn wij genoodzaakt uw arbeidsrelatie per direct te beëindigen.
eiser] heeft op 17 april 2025 de nietigheid van het ontslag ingeroepen.
3. De vordering en het verweer
eiser] vordert kort gezegd:
- doorbetaling van zijn salaris, te vermeerderen met de wettelijke vertragingsrente;
- afgifte van de loonstroken;
- wedertewerkstelling in de functie van Operations Manager.
Hij legt daaraan ten grondslag dat van een dringende reden voor ontslag geen sprake is geweest en dat de functiewijziging van 6 januari 2025 onrechtmatig was.
Flamingo voert verweer, kort gezegd inhoudende dat sprake was van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.
4. De beoordeling
Kern van deze zaak is de vraag of in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat het ontslag op staande voet van 3 maart 2025 rechtsgeldig was. Het gerecht is van oordeel dat dit niet zo is en dat het ontslag in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk geen stand zal houden. Daartoe wordt het volgende overwogen.
eiser] is lange tijd arbeidsongeschikt geweest. Hij heeft op 27 februari 2025 van de verzekeringsarts te horen gekregen dat hij vanaf 10 februari 2025 niet meer arbeidsongeschikt werd geacht. Dit betekent niet, zoals Flamingo lijkt te stellen, dat [eiser] vanaf 10 februari 2025 ongeoorloofd afwezig is geweest. Omdat alleen een verzekeringsarts of bedrijfsarts kan vaststellen of iemand al dan niet arbeidsgeschikt is, is de datum van die vaststelling doorslaggevend, in dit geval dus 27 februari 2025. Dat dit al eerder zou zijn vastgesteld, zoals Flamingo suggereert, is niet onderbouwd.
Gelet op het oordeel van de verzekeringsarts had [eiser] zich op vrijdag 28 februari 2025 weer op het werk dienen te melden. Dat hij het met het oordeel niet eens was, was geen reden om dit niet te doen. Ook het feit dat [eiser] zich direct na het oordeel van de verzekeringsarts tot zijn huisarts had gewend en dat deze doorverwijzing naar een bedrijfsarts adviseerde, maakt dit niet anders. Het is [eiser] te verwijten dat hij zich op 28 februari niet op het werk heeft gemeld of minstgenomen contact heeft opgenomen met Flamingo om de ontstane situatie te bespreken.
Dat hem dit verwijt kan worden gemaakt, betekent echter nog niet dat het ontslag op staande voet ook terecht was. De ontslagbrief is aan [eiser] uitgereikt, direct toen hij op maandag 3 maart 2025 op het werk verscheen. In die zin is de brief dus al onjuist, omdat daarin is vermeld dat hij ‘ tot op heden’ niet op het werk is verschenen. Dat is ook niet vreemd omdat de heer [manager gedaagde] ter zitting heeft erkend dat hij de ontslagbrief al in het weekend had geschreven. Belangrijker is echter dat Flamingo [eiser] in het geheel niet de gelegenheid heeft gegeven zijn standpunt over het verwijt naar voren te brengen. Een werkgever dient bij een ontslag op staande voet zorgvuldig te handelen; dit betekent dat de werknemer in beginsel gehoord moet worden voordat tot het ontslag wordt overgegaan. In het onderhavige geval is er geen reden waarom dit horen achterwege kon blijven. Integendeel, juist gelet op de omstandigheden van dit geval was voor dit horen alle reden. Het gaat hier immers om een werknemer die een dienstverband had van 16 jaar en die na een periode van arbeidsongeschiktheid weer hersteld was verklaard. Het had op de weg van Flamingo als goed werkgever gelegen om na het bericht van SZW contact op te nemen met [eiser] over de (wijze van) werkhervatting. Ook had Flamingo op vrijdag 28 februari, toen [eiser] niet verscheen, hem kunnen bellen om te vragen naar de reden van zijn afwezigheid. Maar in ieder geval had Flamingo met [eiser] het gesprek moeten aangaan toen hij op maandag 3 maart wél op het werk verscheen. Door dit niet te doen, maar [eiser] direct de ontslagbrief te overhandigen, heeft Flamingo niet zorgvuldig gehandeld. Het heeft er alle schijn van – en de bestuurders van Flamingo hebben dit ter zitting ook min of meer toegegeven – dat Flamingo de afwezigheid van [eiser] op 28 februari dankbaar aangreep als een grond voor ontslag omdat men al om andere – niet in de ontslagbrief vermelde – redenen van hem af wilde.
Het ontslag op staande voet zal dus naar alle waarschijnlijkheid geen stand houden in een bodemprocedure, zodat de vorderingen tot doorbetaling van loon, afgifte van loonstroken en wedertewerkstelling zullen worden toegewezen. Die wedertewerkstelling zal dan wel plaatsvinden in de functie die [eiser] ten tijde van het ontslag had, namelijk Senior Cameraman/Editor. De vraag of de eerdere functiewijziging van 6 januari 2025 al dan niet toelaatbaar was, leent zich niet voor beantwoording in dit kort geding; in ieder geval is de spoedeisendheid bij dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd. De gevorderde dwangsommen zullen worden afgewezen. Voor de veroordeling tot betaling is de dwangsom niet mogelijk en er is geen aanleiding te veronderstellen dat Flamingo de loonstroken niet zal verschaffen. De veroordeling tot wedertewerkstelling is met zoveel onzekerheden over de feitelijke invulling daarvan omgeven dat het verbinden van een dwangsom eraan tot executiegeschillen zal kunnen leiden.
In verband met dit laatste veroorlooft de rechter zich nog de opmerking dat, zoals ook al ter zitting besproken, het niet in het belang van partijen lijkt dat [eiser] daadwerkelijk – zonder dat eerst overleg of mediation heeft plaatsgevonden – weer het werk hervat.
Flamingo zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten bedragen USD 251 aan griffierecht, USD 159 aan kosten deurwaarder, USD 559 aan salaris gemachtigde en USD 140 aan nakosten (te verhogen met USD 84 in geval van betekening.
5. De beslissing
Het gerecht, rechtdoende in kort geding:
veroordeelt Flamingo tot doorbetaling aan [eiser] van het overeengekomen salaris totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente over de salarisbedragen vanaf de dag dat deze verschuldigd waren tot aan de dag der algehele betaling;
veroordeelt Flamingo tot afgifte van de loonstroken binnen 24 uur na betaling van de achterstallige salarissen;
beveelt Flamingo om [eiser] binnen 24 uur na heden weer aan het werk te stellen in de positie van Senior Cameraman/Editor;
veroordeelt Flamingo in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] begroot op USD 1,109,00, te verhogen met USD 84,00 in geval van betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.