GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummers : BON202000533
datum beslissing : 15 augustus 2025
op verzoek van:
ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: ZJCN,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014, hierna: [minderjarige],
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader], wonende te Bonaire,hierna: de vader,
en
[pleegmoeder], wonende te Bonaire,hierna: de pleegmoeder.
1. 1. De procedure
Het verzoekschrift van ZJCN is ingekomen op 30 juli 2025. Op 4 augustus 2025 is een brief van de Voogdijraad ingekomen.
Op 15 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn namens ZJCN [medewerker 1 ZJCN] en [medewerker 2 ZJCN] verschenen. De pleegmoeder is via telefoonverbinding gehoord. De vader is niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
minderjarige] staat sinds 19 november 2020 onder toezicht van ZJCN en is sindsdien ook uithuisgeplaatst bij haar pleegmoeder. Bij beschikking van 7 februari 2024 van dit gerecht is de moeder uit het gezag over [minderjarige] ontheven. De vader heeft sindsdien het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. De ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing zijn telkens verlengd, de laatste keer bij beschikking van 14 februari 2025 van dit gerecht tot 18 augustus 2025.
3. De verzoeken en de beoordeling
ZJCN heeft verzocht om de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [minderjarige] bij haar pleegmoeder voor zes maanden te verlengen. Het doel is terugplaatsing bij de vader, maar ZJCN heeft op dit moment nog zorgen. [minderjarige] heeft geen eigen slaapkamer doordat de vader met zijn partner en drie (volwassen) familieleden in huis woont. Het is vader ondanks herhaaldelijke toezeggingen nog niet gelukt om een slaapkamer voor [minderjarige] te realiseren. Daarnaast heeft ZJCN geen zicht op de thuissituatie en het netwerk/de familie van de vader waardoor er op dit moment nog onvoldoende zicht is op de (structurele) veiligheid voor [minderjarige] bij de vader. Door het werkschema van de vader konden huisbezoeken niet doorgaan.
Volgens ZJCN dient de komende zes maanden dan ook te worden gewerkt aan de volgende doelen:
- de relatie tussen ZJCN en de vader verder verstevigen, zodat hij actiever betrokken is bij de begeleiding en daardoor actiever beschikbaar is als opvoerder voor [minderjarige];
- de vader ondersteunen in het nemen van verantwoordelijkheid in zijn rol in het hulpverleningsproces door het nakomen van afspraken;
- de vader bewust maken van zijn rol en zijn verantwoordelijkheden als gezaghebbende ouder met name gericht op het creƫren van een stabiele en veilige thuissituatie.
De Voogdijraad heeft via een brief aan het gerecht laten weten de verzoeken van ZJCN te ondersteunen.
De pleegmoeder kan zich vinden in de verzoeken van ZJCN. Zij heeft desgevraagd toegelicht dat het goed gaat met [minderjarige], maar dat zij bij haar vader hoort te zijn. [minderjarige] en de vader hebben meerdere malen per week contact met elkaar en dat verloopt goed. Ook het contact tussen de pleegmoeder en de vader is goed. Als de slaapkamer voor [minderjarige] bij de vader thuis af is, zou zij meteen bij de vader kunnen gaan wonen, aldus de pleegmoeder. Zij zal wel betrokken blijven in het leven van [minderjarige]. Voor zover de pleegmoeder weet is de vader op dit moment bezig met het realiseren van de slaapkamer.
Volgens het verzoek van ZJCN stemt ook de vader in met de verzoeken. Hij heeft aan ZJCN aangegeven zich in te zetten om voor eind augustus een slaapkamer voor [minderjarige] te realiseren zodat terugplaatsing mogelijk wordt.
Het gerecht overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:254 BW BES kan het gerecht in eerste aanleg een kind onder toezicht stellen, indien het zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. Ingevolge artikel 1:263 lid 1 BW BES kan het gerecht in eerste aanleg, indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is, het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting.
Het gerecht vindt dat voldoende duidelijk is dat de ondertoezichtstelling moet worden verlengd. Omdat ook na een terugplaatsing bij vader nog toezicht nodig is, om het verblijf bij vader te kunnen monitoren en zonodig aanwijzingen te kunnen geven, zal de verzochte verlenging met zes maanden worden toegewezen. Het gerecht vindt wel dat op korte termijn duidelijk moet zijn of [minderjarige] terug naar de vader kan. Daarom zal het gerecht de de uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden verlengen en voor de overige drie maanden aanhouden. Dat betekent dat er de komende drie maanden hard aan de door ZJCN geformuleerde doelen worden gewerkt, zodat er over drie maanden in ieder geval zicht is op de (structurele) veiligheid van [minderjarige] bij de vader en de slaapkamer van [minderjarige] bij de vader dan hopelijk af is. ZJCN heeft de taak om de noodzaak hiervan bij de vader te blijven benadrukken. Over drie maanden zal er een nieuwe zitting worden gepland om te kijken of dit is gelukt en [minderjarige] terug kan naar de vader of dat er nog iets meer nodig is om dit doel te behalen.
4. De beslissing
Het gerecht
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in Bonaire, met zes maanden (dat wil zeggen tot 18 februari 2026) en bepaalt dat ZJCN belast blijft met het toezicht.
verlengt de plaatsing van de genoemde minderjarige bij pleegouder [pleegmoeder] met drie maanden (dat wil zeggen tot 18 november 2025),
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
houdt de behandeling van het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing voor het overige aan (dus voor de periode van 18 november 2025 tot 18 februari 2026) tot de zitting van 12 november 2025 om 14.00 uur en draagt de griffier op om partijen en de voogdijraad hiervoor op te roepen,
verstaat dat de griffier de verlenging van de ondertoezichtstelling aantekent in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en is op 15 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.