ECLI:NL:OGEABES:2025:156

ECLI:NL:OGEABES:2025:156

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 400.00276-24, 400.00363-23 en 400.00323-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Veroordeling in twee zaken waarin de verdachte met een boot Bonaire binnenkwam. Invoer van 117 kilo drugs in de ene zaak; de drugs zaten verstopt in een bank van de boot. In de andere zaak werden in een dry bag in het water naast de pier vuurwapens aangetroffen. Bewezenverklaring van het voorhanden hebben van deze vuurwapens, en ook het niet juist aangeven van exotische vogels. Verweren over onrechtmatigheden in het onderzoek verworpen. Bewijsverweren verworpen. Gevangenisstraf van 8 jaar opgelegd.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 en 15 augustus 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.F. Sulvaran, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht:

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 8 jaren, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft geen afzonderlijke straf gevorderd ten aanzien van de onder parketnummer 400.00363/23 (Zeekoet) als feit 3 en 4 ten laste gelegde overtredingen. Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Parketnummer: 400.00276/24 (zaak A - Cartagena)

dat hij, op of omstreeks 3 november 2024, op het eiland Bonaire, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd, ingevoerd en/of doorgevoerd en/of heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, in ieder geval in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 117 kilogram cocacine, althans een hoeveelheid cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde (een) middel(len) als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES;

(Artikel 3 jo 11 Opiumwet 1960 BES)

Parketnummer: 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet)

Feit 1

dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, voorhanden heeft gehad 5 vuurwapens en/of munitie, of (een) ander(e) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), zijnde (een) vuurwapen(s) en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES;

(Artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 2

dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer beschermde vogels (PSITTACIDAE Amazons, parakeets, parrots), zijnde dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, in de zin van het CITES-verdrag en opgenomen in de bijlagen van dat verdrag, heeft gevangen en/of in zijn bezit en/of onder zich heeft gehad;

(Artikel 11, 13 lid 1 en lid 3 en 27 Eilandsverordening natuurbeheer Bonaire jo art. 33 Wet

grondslagen natuurbeheer en bescherming BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 3

dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, levende (sier-)vogelsoorten, heeft ingevoerd of doorgevoerd;

(Artikel 3 Besluit vogelgriep BES jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 4

dat hij op of omstreeks 21 september 2023 op het eiland Bonaire, een aantal vogels op onregelmatige wijze op een van de BES eilanden heeft binnengebracht, immers heeft hij die vogels over zee Bonaire binnengebracht en niet onverwijld en rechtstreeks vervoerd

naar de plaatsen waar douanekantoren zijn gevestigd en aldaar aangebracht en/of met een daartoe strekkende verklaring ingeklaard;

(artikel 2.70 jo. 2.10 Douane- en Accijnswet BES)

Parketnummer: 400.00323/21 (zaak C)

Feit 1

primair

dat hij op of omstreeks 1 december 2021 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een woning/bedrijf) en/of erf gelegen te [adres], alwaar de verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) - heeft weggenomen een buitenboord motor (van het merk Yamaha) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte (en/of zijn/haar mededaders), waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft / hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed

onder zijn /hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel;

(Artikel 324a jo 324 jo 323 Wetboek van Strafrecht BES)

althans, indien voorgaande niet tot een bewezenverklaring mocht leiden, subsidiair,

dat hij op of omstreeks 1 december 2021 op het eiland Bonaire, opzettelijk een goed te weten een buitenboord motor (van het merk Yamaha), in elk geval een goed, welk goed door diefstal, in elk geval door misdrijf, was verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

(Artikel 431 Wetboek van Strafrecht BES)

althans, indien voorgaande niet tot een bewezenverklaring mocht leiden, meer subsidiair,

dat hij op of omstreeks 1 december 2021 op het eiland Bonaire, met grove verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid een goed, te weten een buitenboord motor (van het merk Yamaha), in elk geval enig goed, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand heeft genomen en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

(Artikel 432bis Wetboek van Strafrecht BES)

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaardingen geldig zijn, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van zaak C - parketnummer 400.00323/21

Met de officier van justitie en de raadsman is het Gerecht van oordeel dat het in zaak C ten laste gelegde onvoldoende bewezen is. De gestolen buitenboord motor is aangetroffen in een woning op een terrein dat aan de verdachte toebehoort en waartoe hij toegang heeft. De verdachte is echter niet de enige die toegang heeft tot dit terrein en deze woning; de woning wordt door een andere persoon bewoond. De verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.

Vrijspraak van feit 2 in zaak B (parketnummer 400.00363/23)

Met de officier van justitie en de raadsman is het Gerecht van oordeel dat hetgeen ten aanzien van de aangetroffen vogel(s) is gerelateerd, onvoldoende specifiek is om te kunnen vaststellen dat verdachte één of meer vogels voorhanden had die vallen onder de bescherming van het internationale CITES verdrag inzake bedreigde dier- en plantensoorten. De verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring overige feiten

Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A (Cartagena - parketnummer 400.00276/24) ten laste gelegde en het in zaak B (Zeekoet - parketnummer 400.00363/23) onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

Parketnummer: 400.00276/24 (zaak A - Cartagena)

op 3 november 2024 op het eiland Bonaire opzettelijk heeft ingevoerd 117 kilogram cocaïne;

Parketnummer: 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet)

Feit 1

op 21 september 2023 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad 5 vuurwapens in de zin van de Vuurwapenwet BES;

Feit 3

op 21 september 2023 op het eiland Bonaire opzettelijk levende (sier-)vogelsoorten, heeft ingevoerd of doorgevoerd;

Feit 4

op 21 september 2023 op het eiland Bonaire een aantal vogels op onregelmatige wijze op een van de BES eilanden heeft binnengebracht, immers heeft hij die vogels over zee Bonaire binnengebracht en niet onverwijld en rechtstreeks vervoerd naar de plaatsen waar douanekantoren zijn gevestigd en aldaar aangebracht en/of met een daartoe strekkende verklaring ingeklaard.

Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft,

telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

Parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena)

1. Proces-verbaal van aanhouding, # 2024011360-20241103-190451.doc, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 3 november 2023 door de verbalisant [naam verbalisant], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudend:

Op zondag 03 november 2024 omstreeks 07:42 uur kregen wij een melding dat de RCC op hun radar een verdacht vaartuig had gezien welke richting Bonaire kwam vanuit de Aves eilanden. Het gaat om de vissersboot genaamd [naam vissersboot] met 1 opvarende. Na uren lang zoeken werd de boot (onbemand) aangetroffen in de mangrove. Op een gegeven moment, toen ze de boot weg wilden slepen, kwam een ons ambtshalve bekende man, genaamd [verdachte], tevoorschijn. Hierop hadden de collega's hem staande gehouden en samen met de visserboot [naam vissersboot] terug gebracht bij de pier op Lac Baai. Daar werd de [naam vissersboot] grondig doorzocht. Tijdens het doorzoeken werd in de boot een klein emmertje met daarin verse grijze verf aangetroffen. Deze grijze verf was nog niet uitgedroogd. Vervolgens zag ik dat op de zitplaats midden in de vissersboot een vierkante plek was die er nog nieuw uitzag. De kleur van deze vierkante plek was anders dan de andere plekken in de vissersboot. Bij het doorzoeken van de vissersboot heb ik ook restjes fiber aangetroffen.

2. Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking boot [naam vissersboot], # 4, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 4 november 2024 door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudend:

Op 3 november 2024 werd verdachte [verdachte] ter hoogte van Lac Baai aangehouden. Om 16:20 uur werd gestart met het doorzoeken van de boot. Nadat de bank open gezaagd was, werd een hoeveelheid pakketten aangetroffen. In totaal werden 105 pakketten uit de boot gehaald en aangeboden aan de Forensische Opsporing. Na het wegen en testen van de verdovende middelen hoorden wij dat er 101 pakketten indicatief positief getest zijn op cocaïne en 4 pakketten een onbekende substantie als inhoud hadden.

3. Proces-verbaal van bevindingen onderzoek verdovende middelen,

# 2024011360, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 3 november 2024 door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], werkzaam bij het Korps Politie Caribisch Nederland, Bureau Forensische Opsporing, voor zover inhoudend:

Op zondag 3 november 2024 werd een vaartuig [naam vissersboot] inbeslaggenomen. Tijdens het zoeken in dit vaartuig werd een hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen. Deze verdovende middelen werden aan FO aangeboden voor onderzoek. Op 3 november 2024 hebben wij een onderzoek ingesteld.

De aangeboden partij had een totaal brutogewicht van 117 kilogram cocaïne en 6.5 kilogram onbekende substantie.

Van elk pakket dat wij, verbalisanten, hebben geopend en getest, hebben wij een monster veiliggesteld voor nader onderzoek bij het NFI. In totaal zijn er acht (8) monsters.

Alle bovengenoemde SVO's zullen naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden verzonden, met het verzoek onderzoek in te stellen naar de aard en samenstelling hiervan.

4. Rapport Identificatie van drugs door het NFI, zaaknummer

# 2025.01.08191/001, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 28 januari 2025, door Ing. [naam], rapporteur en deskundige forensische drugsanalyse, werkzaam bij het NFI, voor zover inhoudend:

Parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet),

t.a.v. feit 1, (vuurwapens), feit 3 en feit 4: (invoer vogels)

1. Proces-verbaal van bevindingen, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 21 september 2023 door de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudend:

Op 21 september 2023 ontvingen wij een melding dat er een onbekende boot is welke vanuit de Aves eilanden vertrokken was met koers richting Bonaire. Onderweg naar Lagun hadden wij bericht ontvangen dat de onbekende boot richting Lagun aan het varen was. Onderweg had ik de douane in kennis gesteld. Bij aankomst aan de pier zagen wij dat er een boot in het water lag ongeveer 5 a 10 meter van de pier bij Lagun. Wij zagen dat dit de boot bleek te zijn de bekende [NAAM BOOT]. Vervolgens zagen wij de ons ambtshalve bekende man [verdachte] achter de boot in het water. We zagen dat [verdachte] in het water was ter hoogte van de motoren van de boot. Toen hij ons zag liep hij met de boot naar de pier.

2. Proces-verbaal van bevindingen, # 27/2023, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 21 september 2023 door de verbalisanten [verbalisant 7], [verbalisant 8] en [verbalisant 9], werkzaam bij de Douane, voor zover inhoudend:

Op donderdag, 21 september 2023om 06:00 uur waren wij aangekomen op LAGOEN. Het vaartuig. genaamd [NAAM BOOT], werd aangemeerd aan de pier en aan boord was de heer [verdachte], geboortedatum [geboortedatum] 1975. Gedurende de controle zagen wij vier kooien met daarin in totaal vierentwintig (24) exotische vogels. Hierop hebben wij de dierenarts, dhr. [NAAM DIERENARTS] gebeld. Vanaf het moment van vertrek van de heer [NAAM DIERENARTS] en de heer [VERDACHTE] was niemand meer in het water geweest.

Op het moment dat wij klaar waren om te vertrekken, gaf ik, verbalisant [verbalisant 7], aan dat er een plastic fles in het water aan het drijven was welke niet bewoog. Verbalisant [verbalisant 8] zag een rood met zwart voorwerp in het water liggen, zo'n 5 a 10 meter van de pier. Later bleek het om een waterdichte tas te gaan. Verbalisant [verbalisant 8] heeft de rood met zwarte tas naar de pier gebracht, waar wij deze hebben geopend en zagen dat er vijf (5) in plastic gewikkelde pakketten in zaten.

Omstreeks 11:15 uur was de forensisch onderzoeker van de politie, de heer [NAAM], gearriveerd bij het Douane kantoor om de gevonden pakketten te onderzoeken. Hieruit is gebleken dat er 5 vuurwapens verstopt waren in de aangetroffen pakketten, te weten:

1 GLOCK 16

1 GLOCK 26

1 PARABELLUM GIRSAN 9MM

1 38 SPECIAL VAN HET MERK HWM

1 PIETRO BERETTA

2 ONDERDELEN OM VUURWAPEN AUTOMATISCH TE MAKEN

1 ONDERDEEL VOOR AUTOMATISCH LANG WAPEN

3. Aanvullend proces-verbaal, # 27/2023A, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 26 september 2023 door de verbalisant [verbalisant 7], werkzaam bij de Douane, voor zover inhoudend:

Ter aanvulling op het proces-verbaal van bevinding met nummer 27-2023. gedateerd op 21 September 2023, wil ik het volgende toevoegen: op 21 september 2023 omstreeks 6.30 uur arriveerde de dierenarts de heer [naam dierenarts] bij Lagoen en heeft de controle uitgevoerd. De heer [naam dierenarts] heeft aangegeven dat de heer [verdachte] niet middels een officieel certificaat de oorsprong van de 24 aangetroffen vogels kon aantonen en dat deze vogels niet ingevoerd mogen worden.

4. Proces-verbaal van bevindingen bureau forensische opsporing, ambtsedig opgemaakt, gesloten en ondertekend op 7 november 2023 door verbalisant [naam], voor zover inhoudend:

Op 21 September 2023 omstreeks 11.10 uur, ontving ik uit de handen van de Douanebeambte [verbalisant 7], werkzaam bij het Korps Douane een roodkleurige waterdicht tas (waterproof drybag), een boot anker met daaraan een witkleurige stuk touw en een lege blauwkieurige Spa Fles van 1.5 Liter. In de roodkleurige waterdicht tas waren er vijf (5) sealbags met in elke sealbag een afgedekt voorwerp. Bij het ontdoen van de bedekking betroffen dit vier (4) pistolen, een (1) revolver, twee vierkante onderdelen om een pistool automatisch te laten afschieten en een handvat voor ondersteuning van een automatisch vuurwapen.

Verpakking E

Stuk textiel AALU6290NL:

Het vuurwapen was gewikkeld in een grijskleurige sok. De sok werd door mij veiliggesteld en gewaarmerkt met een SIN sticker voorzien van het nummer AALU6290NL

Het hierboven omschreven pistolen met houders en revolver zal voor een technisch onderzoek worden aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag

5. Rapport Wapen- en Munitieonderzoek door het NFI, zaaknummer

# 2024.04.19.035/001, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 10 juni 2024, door [naam], rapporteur en deskundige wapens en munitie, werkzaam bij het NFI, voor zover relevant:

Conclusie

Met het vuurwapen [AALU6279NL] (glock 19) kon op zowel volautomatische als op semi-automatische wijze worden geschoten.

Met het vuurwapen [AALU6282NL] (glock 26) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op.

Met het vuurwapen [AALU6286NL] (Beretta 90005) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op.

Met het vuurwapen [AALU6289NL] (Girsan Yavuz 16 Compact M.C.) kon op semi-automatische wijze worden geschoten. Bij het proefschieten traden geen storingen op.

Het vuurwapen [AALU6292NL] is een revolver. Bij het proefschieten met de revolver traden geen storingen op.

6. Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek door het NFI, zaaknummer # 2024.04.19.035/001, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 24 mei 2024, door [naam], deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, werkzaam bij het NFI, voor zover inhoudend:

7. De verdachte heeft ter terechtzitting van 14 augustus 2025 van het Gerecht het volgende verklaard:

U toont mij een aantal foto’s van de inbeslaggenomen vogels. Deze vogels zijn van mij. Sommige heb ik in Curaçao gekocht, sommige heb ik in Bonaire gekocht. Ik heb ze op die tocht in september 2023 meegenomen op de boot naar de Aves eilanden. Maar de persoon die de vogels wilde hebben was er niet, dus heb ik de vogels ook weer mee teruggenomen naar Bonaire. Ik heb geen papieren over de herkomst van de vogels. Ik heb de vogels niet uitgeklaard toen ik Bonaire verliet en evenmin ingeklaard toen ik weer op Bonaire terugkwam. Ik was dat ook niet van plan.

Overwegingen ten aanzien van de gevoerde formele verweren:

De raadsman heeft aangevoerd dat in beide opsporingsonderzoeken (Zeekoet en Cartagena) vormfouten zijn gemaakt die tot sancties zouden moeten leiden. Het Gerecht overweegt hierover als volgt.

Parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena)

Verweer 1 – onjuiste startinformatie

De raadsman heeft vraagtekens gezet bij de reden voor het opsporingsonderzoek. Hij vindt het onduidelijk of het opsporingsonderzoek is aangevangen naar aanleiding van een melding van de Kustwacht, de Douane of de Marechaussee.

De raadsman is van mening dat de processen-verbaal die hierop betrekking hebben niet kloppen en dat er geen sprake was van enig vermoeden van schuld jegens [verdachte]. Dit alles, in samenhang bezien, levert strijd op met artikel 6 EVRM, aldus de raadsman. Hij verbindt hieraan de conclusie dat al hetgeen hierna tijdens het opsporingsonderzoek is aangetroffen van het bewijs moet worden uitgesloten.

Het Gerecht ziet dit anders. Het Gerecht is van oordeel dat de opsporingsambtenaren bij de aanvang van het onderzoek rechtmatig hebben gehandeld. Op grond van zowel de Rijkswet Kustwacht als de Douanewet hadden zij de bevoegdheid om ieder vaartuig te controleren. Als een boot de mangrove in vaart, dan mogen de opsporingsambtenaren die boot achterna gaan om de controle te kunnen uitvoeren. Een vermoeden van schuld ter zake van het plegen van enig strafbaar feit is hiervoor niet nodig.

Verweer2 – onrechtmatige aanhouding

Ook aan de aanhouding van de verdachte kleven volgens de raadsman gebreken. De verdachte werd om 14.15 uur staande gehouden en overgebracht naar de pier van Lac Baai. Daar werd zijn boot gecontroleerd. Eerst om 14.45 uur is de verdachte officieel aangehouden.

Het Gerecht is het met de raadsman eens dat de ‘staande houding’ zoals die door verbalisant [verbalisant 10] is omschreven op pagina 78 juridisch niet juist is. Het dwangmiddel ‘staande houden’ is bedoeld om de identiteit van een verdachte te controleren. In dit geval was de identiteit van de verdachte al bekend. Met de in beslagneming van de boot bij Lac Baai en de mededeling dat een verdenking was ontstaan wegens smokkel in verdovende middelen is een aanvang gemaakt met de opsporing. Aanhouding van de verdachte zou onder deze omstandigheden het juiste dwangmiddel zijn geweest.

Het Gerecht stelt echter vast dat de verdachte door het feit dat aanvankelijk een onjuist dwangmiddel tegen hem is ingezet geen nadeel heeft geleden. De verdachte is korte tijd na het staande houden alsnog officieel aangehouden. Indien de verdachte van aanvang af was aangehouden, waren de gevolgen voor de verdachte precies hetzelfde geweest. Het Gerecht volstaat dan ook met de enkele constatering dat de aanvankelijke ‘staande houding’ van de verdachte eigenlijk een aanhouding had moeten zijn en verbindt hieraan geen verdere gevolgen.

Verweer 3 – onjuist proces verbaal

De raadsman heeft gesteld dat het proces-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] van het bewijs dient te worden uitgesloten, omdat het vals is opgemaakt. Het daarin vermelde tijdstip zou niet kloppen. Het Gerecht ziet in dit proces-verbaal geen onwaarheden of valsheden. Bij deze verbalisanten is de melding later binnen gekomen, omdat rond 10.00 versterking werd ingeschakeld. Dit proces-verbaal is overigens niet voor het bewijs gebruikt.

Parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet),

Verweer 1 – onderzoek DNA onrechtmatig

De raadsman heeft gesteld dat de DNA resultaten met betrekking tot de grijze sok van het bewijs moeten worden uitgesloten, omdat de machtiging die door de rechter-commissaris is afgegeven niet specifiek ziet op onderzoek aan deze sok door het NFI, noch op de vergelijking van de daarop aangetroffen sporen met het DNA van de verdachte.

Het Gerecht overweegt als volgt. De rechter-commissaris heeft een machtiging afgegeven voor afname van DNA bij de verdachte, ten behoeve van vergelijkend onderzoek. Het doel hiervan is dat het afgenomen DNA aan voor de opsporing relevante onderzoeken wordt onderworpen, zoals een vergelijking met de DNA sporen die tijdens het opsporingsonderzoek op bepaalde voorwerpen worden aangetroffen. Voor het onderzoek van deze voorwerpen door het NFI en de vergelijking van eventueel aangetroffen DNA met dat van de verdachte, is geen aparte machtiging van de rechter-commissaris nodig. Het verweer slaagt niet.

Verweer 2 - contaminatie

De raadsman heeft erop gewezen dat het DNA van de verdachte niet door diens eigen aanraking, maar door secundaire overdracht op de sok terecht kan zijn gekomen, namelijk via de handen van de opsporingsambtenaren. Dit zou zijn gebeurd tijdens het onderzoek op de pier, omdat de opsporingsambtenaren toen de drybag geheel hebben uitgepakt, inclusief alle verpakkingsmateriaal, en dit hebben zij gedaan zonder handschoenen, aldus de raadsman.

Het Gerecht volgt dit verweer niet, omdat het niet wordt ondersteund door de feitelijke gang van zaken zoals die uit het dossier blijkt. Allereerst overweegt het Gerecht dat nergens uit blijkt dat de opsporingsambtenaren die de boot hebben onderzocht, ook de verdachte hebben aangeraakt.

Daarnaast stelt het Gerecht vast dat de stelling van de raadsman over het volledig uitpakken van de drybag op de pier niet overeenkomt met wat uit het dossier blijkt. Uit het dossier volgt dat op de pier alleen de plastic verpakkingen uit de drybag zijn gehaald. De betreffende grijze sok bevond zich in één van deze plastic verpakkingen en is dus op dat moment naar alle waarschijnlijkheid niet aangeraakt. Nader onderzoek van de aangetroffen voorwerpen heeft op het politiebureau plaatsgevonden. Dat dit nadere onderzoek zonder handschoenen zou hebben plaatsgevonden is door de raadsman niet onderbouwd en blijkt ook nergens uit. Dit verweer slaagt derhalve evenmin.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena)

De verdachte heeft ontkend iets met verdovende middelen te maken te hebben. Als die op zijn boot zijn aangetroffen, dan moeten die van iemand anders zijn geweest of daar door de opsporingsambtenaren geplant zijn, aldus de verdachte. Het Gerecht overweegt hierover als volgt.

De verdovende middelen zijn aangetroffen in een bank in de boot waarop de verdachte - alleen – terugkwam vanaf de Aves eilanden. Uitgangspunt is dat de eigenaar of gebruiker van een voorwerp of vervoermiddel weet wat zich in dat voorwerp of vervoermiddel bevindt en daar ook verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Door de verdediging zijn geen omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Integendeel: de verdachte heeft verklaard dat het zijn eigen boot is, dat hij die niet uitleent en dat hij zelf de reparaties aan de boot verricht.

Het Gerecht overweegt ten overvloede dat 117 kg cocaïne een omvangrijke partij is met een waarde van vele miljoenen dollars. Het Gerecht vindt het niet aannemelijk dat een derde de verstopplek op de boot van de verdachte zou hebben aangebracht, zonder dat de verdachte hiervan iets zou hebben gemerkt. De verstopplek werd door de douane immers relatief snel ontdekt, onder meer doordat de verflaag nog vochtig was en een pot met verf in de kleur van de verstopplek zichtbaar op de boot was achtergelaten. Evenmin acht het Gerecht het aannemelijk dat een derde daarin een grote partij harddrugs zou hebben verborgen en de verdachte vervolgens zonder diens medeweten met een zo waardevolle lading op zee zou laten rondvaren. Het verweer wordt verworpen.

Parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet)

De raadsman heeft bepleit dat het bewijs ontbreekt dat de op 21 september 2023 gevonden vuurwapens door de verdachte daar in het water zijn achtergelaten. Het Gerecht verwerpt ook dit verweer. De verbalisanten hebben waargenomen dat de verdachte zich ongeveer 5 tot 10 meter van de pier in het water bevond toen zij bij Lagun aankwamen. Na de controle is op ongeveer die plek een tas in het water gevonden. Het betreft een zogenaamde “dry-bag”, een tas die speciaal is bedoeld om voorwerpen onder water droog te kunnen bewaren. In de tas zijn vijf vuurwapens aangetroffen. Eén van deze vuurwapens was verpakt in een sok, die op zijn beurt weer in plastic was verpakt. Het op deze sok gevonden DNA stemt overeen met het DNA van de verdachte. Deze omstandigheden samen vormen voor het Gerecht voldoende bewijs voor het feit dat de verdachte op 21 september 2023 vijf vuurwapens voorhanden heeft gehad en dus voor de bewezenverklaring van feit 1.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Opiumlandsverordening 1960 BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder B (en C) van de Opiumlandsverordening 1960 BES.

Het onder parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) onder 1

bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 11 van de

Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de

Vuurwapenwet BES.

Het onder parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) onder 3 en 4

bewezen verklaarde is respectievelijk voorzien bij en strafbaar gesteld in 18.2.2 jo artikel 18.2.7 van de Invoeringswet Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en in artikel 2.126 van de Douane en Accijnswet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van het bepaalde in artikel 3 van het Besluit Vogelgriep BES

en

overtreding van het bepaalde in artikel 2.70 jo. 2.10 Douane- en Accijnswet BES

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van een partij hard drugs, die gezien de omvang (meer dan 100 kg) alleen maar bestemd kan zijn voor de georganiseerde handel. Daarnaast heeft de verdachte vijf vuurwapens voorhanden gehad. Een deel van de vuurwapens kon (semi)automatisch worden gebruikt.

De handel in hard drugs en vuurwapens (om nog maar niet te spreken over de combinatie hiervan) heeft een zeer ontwrichtende werking op de maatschappij in het algemeen, en meer in het bijzonder op een kleine samenleving als Bonaire. Onlangs is het eiland weer opgeschrikt door diverse gevallen van vuurwapengeweld met ernstige, soms dodelijke gevolgen. Vaak zijn hierbij zeer jonge daders en slachtoffers betrokken. De verdachte heeft zelf aangegeven dat hij het zeer onwenselijk vindt dat jongeren in aanraking komen met drugs en wapens. Hij heeft echter het risico dat dit gebeurt voor lief genomen door deze goederen het grondgebied van Bonaire binnen te brengen en voorhanden te hebben.

Naast deze twee zeer ernstige misdrijven heeft de verdachte een tweetal overtredingen begaan.

Op zowel de invoer van drugs als het voorhanden hebben van vuurwapens staan hoge straffen, en deze worden doorgaans ook opgelegd. Voor een hoeveelheid van 117 kilo cocaïne is een gevangenisstraf voor de duur van rond de 5 jaar niet ongebruikelijk. Voor meerdere vuurwapens is het gebruikelijk uit te gaan van een gevangenisstraf van ook minimaal enkele jaren. Het Gerecht vindt de door de officier van justitie geëiste 8 jaar gevangenisstraf dan ook recht doen aan de bewezenverklaarde feiten.

Voor de overtredingen zal het Gerecht gaan afzonderlijke straf(fen) opleggen.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het vaartuig genaamd [naam vissersboot] is vatbaar voor verbeurdverklaring. Dit vaartuig behoort toe aan de verdachte en met behulp daarvan is het bewezen verklaarde begaan. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten. Daarbij heeft het Gerecht rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

De vijf vuurwapens (en de bijbehorende onderdelen) en de inbeslaggenomen (vier kooien met) vogels zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

De overige in beslaggenomen voorwerpen, te weten twee mobiele telefoons, een Garmin Etrex, een groene verrekijker en een aantal doe-het-zelfbenodigdheden kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 27a, 31, 35, 38c, 59 en 64 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 400.00323/21 (zaak C) en onder feit 2 in de zaak met parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 400.00276/24 (zaak A - Cartagena) en onder feit 1, feit 3 en feit 4 in de zaak met parketnummer 400.00363/23 (zaak B - Zeekoet) ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 8 (acht) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven vaartuig genaamd [naam vissersboot] (20240011360-2);

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, griffier, en op 15 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

De griffier is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B.G. Scheepbouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?