GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer : BON202500130
datum beslissing : 12 december 2025
in de zaak van:
[verzoekster], wonende te Bonaire,verzoekster, hierna: de vrouw,gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[verweerder], wonende te Bonaire,verweerder, hierna: de man,
procederend in persoon.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1. 1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw heeft het gerecht ontvangen op 14 maart 2024.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 2025, waar de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, de man en [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad aanwezig waren. De zaak is toen aangehouden vanwege detentie van de man om te worden voortgezet als de man weer vrij is.
Op 18 augustus 2025 heeft de gemachtigde van de vrouw aan het gerecht laten weten dat de man niet langer in detentie zit.
Op 2 december 2025 heeft de Voogdijraad een herberekening van de kinderalimentatie in het geding gebracht.
Vervolgens heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden op 3 december 2025, waar de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde en de man zijn verschenen. Verder waren aanwezig mevrouw [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad en mevrouw K. Thielman in haar hoedanigheid van tolk.
Op 5 december 2025 heeft de Voogdijraad een tweede herberekening van de kinderalimentatie in het geding gebracht.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
De vrouw en de man zijn de ouders van de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in Bonaire
(hierna: [minderjarige])
De vrouw draagt de zorg voor [minderjarige]. [minderjarige] woont bij haar. De vrouw ontvangt voor [minderjarige] een jaarlijkse eenmalige tegemoetkoming van SZW voor kinderen met intensieve zorg. De vrouw heeft nog een minderjarig inwonend kind die een andere de man heeft.
De man draagt niets meer bij in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige]. De man heeft geen andere kinderen. Hij woont bij zijn de man.
Tot aan de zitting van 3 december 2025 was er geen omgang tussen de man en [minderjarige].
3. Het verzoek en de beoordeling
De vrouw verzoekt het Gerecht om haar toe te staan kosteloos te procederen. Verder verzoek zij het Gerecht om een door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen van USD 400, - per maand met ingang van 13 maart 2025.
Op grond van de wet zijn ouders verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind (artikel 1:392 en 1:394 BW BES).
De Voogdijraad heeft de inkomensgegevens van de vrouw ontvangen en direct na de behandeling van 3 december 2025 zoals afgesproken, ook van de man.
De vrouw na de zitting van 3 december 2025 de Voogdijraad inzicht gegeven in de jaarlijkse eenmalige tegemoetkoming van de SZW in verband met speciale kosten van [minderjarige].
Uit de laatste herberekening van de Voogdijraad volgt dat de man een maandelijks netto-inkomen heeft van USD 1.878,00 en de vrouw USD 1.898,00.
Het door de Voogdijraad gebruikte rekenmodel gaat voor beiden uit van forfaitaire woonlasten van 43% van hun netto-inkomen en een vast bedrag van USD 747,00 ten behoeve van hun levensonderhoud. De draagkrachtruimte van de man is USD 323,00 per maand en van de vrouw USD 335,00. Het verschil tussen partijen is dat de man geen andere minderjarige kinderen heeft en dat de vrouw wel de zorg heeft voor een ander minderjarig kind. De behoefte van de minderjarige is berekend op USD 582,00 per maand waarvan de kinderbijslag van USD 231,00 wordt afgetrokken. Daarna resteert als behoefte voor de minderjarige USD 351,00. Op grond van een redelijke verdeling van de beschikbare draagkracht, waarbij voor de vrouw rekening is gehouden met dat zij twee minderjarige kinderen dient te verzorgen, resteert voor haar een bijdrage in de behoefte van de minderjarige van USD 120,00 en voor de man USD 231,00. Nu zoals hiervoor is overwogen de draagkrachtruimte van de man USD 323,00 bedraagt, zal het gerecht de bijdrage van de man in de kosten en de opvoeding van de minderjarige vaststellen op een bedrag van USD 231,00. Deze bijdrage dient de man met ingang van 1 januari 2026 maandelijks te betalen.
Op de zitting is afgesproken dat de man in het weekend een dag van 09.00 uur tot 18.00 uur omgang zal hebben met [minderjarige], de ene week op zaterdag en de andere week op zondag, te beginnen op zaterdag 13 december 2025 en vervolgens op zondag 21 december 2025, zaterdag 27 december 2025, zondag 4 januari 2026 en zo verder. Verder zal de man aan de vrouw laten weten hoe laat hij op eerste kerstdag na zijn werk vrij is zodat [minderjarige] die avond met hem mee naar huis kan. Het gerecht zal dat in de beslissing hieronder opnemen.
Op de zitting heeft de man toegezegd mee te gaan naar de afspraken van [minderjarige] bij EOZ (ongeveer 1 keer per maand). Ook dat zal het gerecht in de beslissing hieronder opnemen.
De vrouw zal worden toegestaan kosteloos te procederen gelet op het door haar overgelegde document Formulier recht gevende op kosteloze rechtskundige bijstand.
Vanwege het familierechtelijk karakter van deze zaak zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt
4. De beslissing
Het gerecht:
staat de vrouw toe kosteloos te procederen;
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in Bonaire, met ingang van 1 januari 2026 op USD 231,00 per maand telkens bij voorruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
stelt de volgende omgangsregeling vast tussen de man en [minderjarige]:
de man zal in het weekend een dag van 09.00 uur tot 18.00 uur omgang hebben met [minderjarige], de ene week op een zaterdag en de andere week op een zondag, te beginnen op zaterdag 13 december 2025 en vervolgens op zondag 21 december 2025, zaterdag 27 december 2025, zondag 4 januari 2026 en zo verder;
de man zal de vrouw laten weten hoe laat hij op eerste of tweede kerstdag na zijn werk vrij is zodat [minderjarige] die avond met hem mee naar huis kan waarbij de man aan de vrouw zal laten weten hoe laat hij [minderjarige] die avond weer bij haar zal brengen;
de man zal aanwezig zijn bij de maandelijkse behandeling van [minderjarige] bij EOZ;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.