ECLI:NL:OGEABES:2025:165

ECLI:NL:OGEABES:2025:165

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 400.00031-25 en 400.00201-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Veroordeling voor voorhanden hebben verschillende vuurwapens op verschillende momenten. Bedreiging en mishandeling van de vriendin van verdachte. Bewijsoverwegingen. Veroordeling tot 6 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk

Uitspraak

2 De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

Parketnummers: 400.00031/25 en 400.00201/25 (gevoegd)

Uitspraak: 3 december 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],

wonende op Bonaire, [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Bonaire.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat te Bonaire.

Het Gerecht heeft de zaken die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, ter terechtzitting gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A (400.00031/25) en zaak B (400.00201/25) aangeduid.

De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht bewezen zal verklaren:

en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Zijn vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen, te weten een nepvuurwapen, cocaïne en een vuurwapen en de teruggave aan de verdachte van 5 telefoons, een tablet en een laptop.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte – met uitzondering van feit 2 in zaak A en feit 1 in zaak B, zal worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Voor feit 2 in zaak A en feit 1 in zaak B heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

400.00031/25 (zaak A):

Feit 1 (onderzoek Mendoza)

hij, in de periode van 29 september 2024 tot en met 21 december 2024, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een of meerdere (automatische) vuurwapens te weten, een Glock (Austria) Model 19 voorzien van een 'selector switch' en/of een Kalasjnikov/AK47 en/of een ander soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp en/of een of meerdere patroonhouders inhoudende 27 scherpe patro(o)nen, in elk geval een of meer scherpe patro(o)nen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES

(Artikel 5 jo. 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES jo. artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 2 (onderzoek Mendoza)

hij, op of omstreeks 29 januari 2025, op het eiland Bonaire, voorhanden heeft gehad een doorgeladen vuurwapen te weten, een Bryco Arms Costa Mesa, CA U.S.A. Model Jennings 9MM en/of een ander soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp en/of 12 scherpe patronen, in elk geval een of meerdere scherpe patro(o)nen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES

(Artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES)

400.00201/25 (zaak B):

Feit 1 (onderzoek Palito)

hij in de periode van 12 september 2024 tot en met 20 oktober 2024 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (automatisch) vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock 17 Austria voorzien van een 'selector switch' en/of munitie, te weten 12 scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES

(Artikel 5 jo. 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES jo. 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 2 (onderzoek Arenal)

hij op of omstreeks 17 november 2024 op het eiland Bonaire ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer bewoner(s), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], van een woning gelegen aan de [adres] opzettelijk van het leven te beroven met dat opzet, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd naar die woning is gegaan en/of vervolgens met een of meer (automatische) vuurwapen(s) meermalen heeft geschoten op en/of in de richting van een slaapkamer van die woning (in welke slaapkamer op dat moment voornoemde bewoner(s) aanwezig waren), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(Artikel 300 jo. 47 jo. 49 Wetboek van Strafrecht BES)

subsidiair:

hij op of omstreeks 17 november 2024, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer bewoner(s) van een woning gelegen aan de [adres], te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door meermalen met een of meer (automatische) vuurwapens op en/of in de richting van die woning te schieten (in welke woning op dat moment voornoemde bewoner(s) aanwezig waren);

(Artikel 298 jo. 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 3

hij op of omstreeks 3 januari 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een revolver, althans een ander soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, zijnde een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenwet BES;

(Artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES)

Feit 4

hij op of omstreeks 4 januari 2025 op het eiland Bonaire, al dan niet met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES, [slachtoffer 4], heeft mishandeld door haar een of meermalen met de kolf van een (vuur)wapen op het hoofd te slaan;

(Artikel 314a jo. 313 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 5

hij op of omstreeks 9 januari 2025 op het eiland Bonaire [slachtgoffer 4] heeft bedreigd met met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door in de woning gelegen aan de [adres] een vuurwapen ter hand te nemen en/of in die woning met dat vuurwapen een of meermalen in de richting van die [slachtoffer 4] te schieten, in elk geval in die woning alwaar die [slachtoffer 4] aanwezig was een of meer schoten of te vuren, terwijl die [slachtoffer 4] in die woning aanwezig was;

(Artikel 298 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 6 (onderzoek Democide)

hij op of omstreeks 13 januari 2025 op het eiland Bonaire opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/op een motorvoertuig, te weten een Toyota Yaris met kenteken. [kenteken], welke zich beyond op de parkeerplaats van het resort Captain Don's Habitat, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk een of meermalen een hoeveelheid insecticide, althans een brandbare stof, gespoten en/of besprenkeld in/onder/over voornoemd motorvoertuig en/of vervolgens in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan dat motorvoertuig geheel en/of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de in dat motorvoertuig aanwezige goederen en/of nabij geparkeerde andere motorvoertuigen en/of aldaar aanwezige bomen en/of beplanting, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

(Artikel 163 lid 1 Wetboek van Strafrecht BES)

subsidiair:

hij op of omstreeks 13 januari 2025 op het eiland Bonaire opzettelijk en wederrechtelijk een motorvoertuig, te weten een Toyota Yaris met kenteken [kenteken], in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of, onbruikbaar gemaakt;

(Artikel 366 wetboek van strafrecht BES)

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van de feiten 2 en 6 in zaak B

Feit 2 in de zaak B gaat om het schieten op een woning op 17 november 2024 (onderzoek Arenal). Feit 6 in zaak B gaat over brandstichting bij/aan een auto op 13 januari 2025 (onderzoek Democide). Het Gerecht is – met de officier van justitie en de raadsman - van oordeel dat het bewijs in beide zaken tekortschiet. Het Gerecht kan niet vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 en 6 in de zaak B ten laste gelegde feiten. De verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring overige feiten

Het Gerecht vindt wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte beide ten laste gelegde feiten in zaak A en de onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten in zaak B heeft begaan, met dien verstande dat:

400.00031/25 (zaak A):

Feit 1

hij, in de periode van 29 september 2024 tot en met 21 december 2024 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad twee (automatische) vuurwapens te weten, een Glock (Austria) Model 19 voorzien van een 'selector switch' en een Kalasjnikov/AK47en meerdere patroonhouders inhoudende 27 scherpe patronen

Feit 2

hij op 29 januari 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een doorgeladen vuurwapen te weten een Bryco Arms Costa Mesa, CA U.S.A. Model Jennings 9MM en 12 scherpe patronen

400.00201/25 (zaak B):

Feit 1

hij op 19 oktober 2024 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met anderen, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock 17 Austria voorzien van een 'selector switch' en munitie, te weten 12 scherpe patronen

Feit 3

hij op 3 januari 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenwet BES ;

Feit 4

hij op of omstreeks 4 januari 2025 op het eiland Bonaire, met gebruikmaking van een wapen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES, [slachtgoffer 4] heeft mishandeld door haar met de kolf van een (vuur)wapen op het hoofd te slaan

Feit 5

hij op 9 januari 2025 op het eiland Bonaire [slachtgoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door in de woning gelegen aan de [adres] een vuurwapen ter hand te nemen en in die woning alwaar die [slachtoffer 4] aanwezig was een schot of te vuren.

Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

Zaak A (400.00031/25):

Feit 1

1. Het proces-verbaal van bevindingen aantreffen foto’s met vuurwapens d.d. 19 december 2024 (dossierpagina 119 e.v.), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Ik heb onderzoek verricht naar de data van een inbeslaggenomen telefoon uit het onderzoek Arepa. Op een tweetal opgeslagen foto’s is een persoon te zien die zowel een automatisch vuurwapen als een vuistvuurwapen in zijn handen heeft. Ik herken deze persoon als zijnde de verdachte [verdachte]. Ik heb onderzoek gedaan naar de identiteit van de twee andere personen die met [verdachte] op de foto staan. De persoon aan de linkerzijde is zeer vermoedelijk [medeverdachte].

Ik heb onderzoek gedaan naar het type vuurwapens die op de foto’s te zien zijn. Hieruit is naar voren gekomen dat het automatische aanvalsgeweer zeer vermoedelijk een versie is van het aanvalsgeweer Kalasjnikov, ook wel bekend als de AK47. Het vuistvuurwapen is zeer vermoedelijk van het merk Glock. Opvallend aan de Glock die [verdachte] vast heeft is een metalen “blokje” dat bevestigd is aan het einde van de slede over de slagpin. Dit blokje heet een “switch” en zorgt ervoor dat er automatisch vuur kan worden gegeven met het handvuurwapen.

Uit de metadata blijkt dat de afbeeldingen gemaakt zijn op 29-09-2024.

Het klopt dat ik te zien ben op de foto’s op pagina 119 en 120. Ik had inderdaad een object in mijn hand. We hebben met een paar mensen foto’s gemaakt.

3. Onderzoek naar herkenning van vuurwapens naar aanleiding van ontvangen foto’s en een video van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 februari 2025 (dossierpagina 133 t/m 134), voor zover inhoudende de verklaring van de rapporteur:

Verkregen informatie. Onderzoek Arepa gaat over vuurwapens. In de telefoon werd een aantal foto’s aangetroffen van vuurwapens, o.a. een soort model van AK47 en vermoedelijk Glocks.

De voorwerpen te zien in de foto worden herkend als een aanvalsgeweer en een pistool. Het aanvalsgeweer heeft de uiterlijke kenmerken van een AKM (kaliber 7,6x39mm), gebaseerd op de vaste schouderkolf en de schuine compensator aan de voorzijde van de loop. Een compensator kan echter ook op een AK-47 geplaatst worden. Het voorwerp heeft alle kenmerken van een echt vuurwapen.

Het pistool heeft de uiterlijke kenmerken van een Glock. Het pistool is voorzien van een verlengd patroonmagazijn. Tevens bevindt zich aan de achterzijde van de slede een licht metalen ‘blokje’ wat vermoedelijk een vuurselector is. Met een vuurselector kan geselecteerd worden voor het semi- of volautomatisch functioneren van een vuurwapen. Het voorwerp heeft alle kenmerken van een echt vuurwapen.

4. Het proces-verbaal van bevindingen ‘vuurwapen: aangetroffen’ d.d. 22 december 2024 (dossierpagina 145), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op zaterdag 21 december 2024 werd ik met de actie preventief fouilleren ingezet bij de Hua Hua Bar Restaurant. Toen ik en mijn collega’s aankwamen zag ik [verdachte] naar buiten komen. Binnen trof ik 3 tot 4 personen aan. Tijdens mijn onderzoek in de bar viel mijn aandacht op een zwarte tas die op de grond lag. Ik kon zien dat er een zwart voorwerp in zat, dat leek op een vuurwapen. Ik, zag dat het vuurwapen een patroonhouder erin had. Naast het vuurwapen lag in de tas nog een losse patroonhouder, waarin ook patronen te zien waren.

5. Het proces-verbaal bevinding uitkijken videobeelden en identificatie verdachte, d.d. 24 december 2024 (dossierpagina 146 ev), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op de videobeelden van het Hua Hua restaurant op 21 december 2024 is het volgende te zien. Aan de bar zit een aantal mannen, waaronder [medeverdachte] en [verdachte]. [medeverdachte] draagt een zwarte schoudertas. Te zien is dat de mannen reageren op de blauwe zwaailichten buiten. Op een gegeven moment is te zien dat [medeverdachte] de tas over zijn hoofd haalt en gooit de tas in een hoek. Te zien is dat een politieagent de tas vindt en hard roept ‘vuurwapen”.

6. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek vuurwapen d.d. 24 januari 2025 (dossierpagina’s 159 t/m 161), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op zaterdag 21 december 2024 werd er in Hua Hua Bar & Restaurant een tas aangetroffen die een vuistvuurwapen bevatte. Op dinsdag 21 januari 2025 heb ik een onderzoek ingesteld op de inhoud van de inbeslaggenomen tas: een zwartkleurig vuistvuurwapen. Het vuurwapen was voorzien van de volgende inscripties: Glock (Austria) en Model 19.

Het vuistvuurwapen was verder voorzien van een grijs blokje. Dit blokje functioneert kennelijk als een automatische conversieschakelaar. In het Engels wordt dit onderdeel aangeduid als een ‘selector switch’.

Het vuistvuurwapen was voorzien van een patroonhouder van het merk Glock (Austria). Ik zag dat de patroonhouder gevuld was met 10 goudkleurige scherpe patronen.

In de bodem van de aangetroffen tas trof ik een reserve zwartkleurige, verlengde patroonhouder (Glock Austria). Ik zag dat de patroonhouder gevuld was met 17 goudkleurige scherpe patronen.

7. Het proces-verbaal van vergelijking aangetroffen vuurwapen op 21 december 2024 met vuurwapen op foto’s vanuit proces-verbaal 20, d.d. 27 januari 2025 (dossierpagina 214), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Ik merk op dat er grote gelijkenissen zitten tussen het inbeslaggenomen vuurwapen op 21 december 2024 en het vuurwapen dat [verdachte] vast heeft op de foto’s zoals beschreven in het proces-verbaal met documentnummer 20.

8. Het rapport ‘onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van vuurwapens op Bonaire op 21 december 2024 en 29 januari 2025’ d.d. 23 mei 2025 (dossierpagina 412), voor zover inhoudende de verklaring van de rapporteur:

DNA-mengprofiel AASR6767NL#02 (bodemplaat van patroonhouder) is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen.

DNA-mengprofiel AASR6769NL#02 (bodemplaat van patroonhouder) is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige personen.

9. Het proces-verbaal onderzoek telefoon JD.01.01.001, d.d. 25 augustus 2025 (dossierpagina 526), voor zover inhoudende de verklaring van verbalisant:

Het bekende telefoonnummer van [verdachte] staat in de contactenlijst opgeslagen onder de naam “[bijnaam]”. Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de bijnaam van [verdachte], te weten “[bijnaam verdachte]”.

10. De verklaring van [medeverdachte], afgelegd op 5 februari 2025 (dossier pagina 529 ev), inhoudende:

Op deze foto sta ik met [verdachte].

De Glock is van [verdachte], hij heeft hem ook vast. Dit is dezelfde Glock als die jullie in mijn tas hebben aangetroffen bij de politiecontrole bij de Chinees. Het is een 19x9 mm. Er was een lang magazijn en een korte.

Feit 2

1. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

Ik had tijdens mijn aanhouding op 29 januari 2025 een vuurwapen bij mij.

2. Het proces-verbaal inzet arrestatieteam aanhouding van de verdachte [verdachte], d.d. 29 januari 2025 (dossierpagina 458), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op 29 januari 2025 is de verdachte [verdachte] aangehouden. In het zwarte herentasje dat de verdachte bij zich had werd een vuistvuurwapen aangetroffen.

3. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek vuurwapen dd. (dossierpagina 328 e.v), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op 29 januari werd tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] een tas met een vuistvuurwapen in beslag genomen. Het vuurwapen was voorzien van het volgende opschrift: Bryco Arms Costa Mesa CA U.S.A, Model jennings nine 9mm. Tijdens het onderzoek constateerde ik dat het vuurwapen doorgeladen was. Ik zag dat de patroonhouder gevuld was met elf (11) goudkleurige scherpe patronen.

Zaak B (400.00201/25)

Feit 1

1. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

Op 20 oktober 2024, de dag dat hij is aangehouden, is [bijrijder] bij mij geweest met een vuurwapen. Ik heb het vuurwapen voor hem nagekeken.

2. Het proces-verbaal ‘overtreding Vuurwapenwet BES’ d.d. 20 oktober 2024, voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisanten:

Op 20 oktober 2024 achtervolgden wij een auto. Het voertuig bleef doorrijden richting Flor de Cuba. Het voertuig kwam tot stilstand. Te zien was dat de bijrijder een tas in zijn hand vasthield. In de tas troffen wij een voorwerp aan dat leek op een vuurwapen, welke wij herkenden als een Glock. De bijrijder bleek genaamd te zijn: [bijrijder].

3. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een vuurwapen in Flor de Cuba op 20 oktober 2024, d.d. 17 april 2025 (dossierpagina 426), voor zover inhoudende de verklaring van de rapporteur:

Onderzijde slede: DNA kan afkomstig zijn van [verdachte].

Ruwe delen: DNA kan afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal een andere persoon.

Trekker en binnenzijde trekkerbeugel: DNA kan afkomstig zijn van [verdachte] en minimaal een andere persoon.

Feiten 3, 4 en 5

1. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

[slachtoffer 4] is mijn vriendin. Zij is de moeder van mijn kind. Ze woont aan de [adres]. Ik gebruikte inderdaad de naam [bijnaam slachtoffer 4] om met haar te appen. Het klopt dat we een keer ruzie hadden en dat ze kleding van mij in brand heeft gestoken. De politie is toen gekomen.

De slapende persoon op de foto op pagina 237 ben ik.

2. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoons K.02.01.001 en K.03.01.001 d.d. 22 augustus 2025 (dossierpagina 236 e.v.), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

In de telefoon is een foto opgeslagen waarop verdachte [verdachte] te zien is terwijl hij op een bank ligt met zijn ogen dicht, en vermoedelijk ligt te slapen. Zijn bovenlijf is ontbloot en op zijn buik ligt een echt lijkende revolver. De foto zou volgens de metadata genomen zijn op 3 januari 2025.

3. Het proces-verbaal van bevindingen vermoedelijke mishandeling [slachtoffer 4] en schietincident [adres], d.d. 14 mei 2025 (dossierpagina 220 e.v.), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

In de inbeslaggenomen telefoon van [slachtoffer 4] staat een chatconversatie opgeslagen met gebruiker “[bijnaam slachtoffer 4]”.

Datum/tijd Afzender Bericht

Op 9 januari 2025 voert [slachtoffer 4] een chatconversatie met iemand die opgeslagen staat onder de naam “[naam chat]”.

In de opgeslagen bestanden zijn twee foto’s te zien van [slachtoffer 4] waarbij zij twee bulten op haar voorhoofd heeft. De foto’s zijn verzonden op 4 januari 2025 om respectievelijk 22.44 uur en 22.46 uur. Het betreft hier een ander whatsapp account van [verdachte] dan het bovengenoemde account “[bijnaam slachtoffer 4]”.

[afbeelding chatgesprek 1]

4-1-2025 22:47:10 (UTC-4)

[afbeelding chatgesprek 2]

[afbeelding chatgesprek 3]

[afbeelding chatgesprek 4]

4. Het proces-verbaal 911 melding 9 januari 2025, d.d. 4 april 2025 (dossierpagina 215 t/m 216), voor zover inhoudende de verklaring van de verbalisant:

Op 9 januari 2025, om 19.28.23 uur, kwam er een melding binnen bij de Centrale meldkamer. In [adres] is er iets gaande tussen een echtpaar in de woning en dat ik net een schot van een vuurwapen hoorde. Wanneer ze daar zijn, zullen ze veel kleren op de grond voor de woning zien.

5. Het stuk op pagina 217 van het dossier, voor zover inhoudende:

Date: 09/01/2025

Melding dat bij een huis in [adres] een woordenwisseling gaande is waarbij melder ook schoten heeft gehoord. Patrouille heeft met een van de partijen gepraat. Vrouw wilt geen informatie geven wat de probleem was.

Ter plaatse zagen wij een aantal kleding op straat. Deze stonden in brand. Wij hadden met mevrouw [slachtoffer 4] gesproken.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 in zaak A

Het Gerecht vindt bewezen dat de verdachte in de periode van 29 september 2024 tot 21 december 2024 meerdere vuurwapens voorhanden heeft gehad. Op 29 september 2024 heeft de verdachte samen met anderen foto’s gemaakt met een Glock (met switch) en een Kalasjnikov/AK47. Het NFI heeft de foto’s bekeken, en heeft geconcludeerd dat de wapens alle kenmerken hebben van een echt wapen.

Op 21 december 2024 werd bij de Hua Hua bar in een zwarte tas een Glock 19 aangetroffen, ook met een switch, en met twee patroonhouders, waarvan één verlengd. Op beide patroonhouders is DNA aangetroffen dat een match vertoont met (onder andere) de verdachte. De verdachte is in de Hua Hua bar niet met de tas gezien, maar hij was wel in de bar. In die bar was ook de medeverdachte [medeverdachte], die de zwarte tas met het wapen bij zich had en in een hoek heeft gelegd. Dezelfde [medeverdachte] staat met verdachte op 29 september met de wapens op de foto. [medeverdachte] heeft verklaard dat de Glock en de patroonhouders van ‘[bijnaam verdachte]’ waren. [bijnaam verdachte] is een bijnaam van de verdachte.

De politie heeft bovendien vastgesteld dat de Glock die bij de Hua Hua is gevonden grote gelijkenissen vertoont met de Glock op de foto van 29 september.

Het Gerecht gaat ervan uit dat de verdachte de Kalasjnikov in elk geval op 29 september 2024 voorhanden heeft gehad, samen met een ander. Het Gerecht gaat er verder vanuit dat de Glock die in de Hua Hua is gevonden dezelfde is als de Glock die op de foto van 29 september 2024 te zien is, en dat deze Glock van de verdachte was. De verdachte heeft deze Glock dus de gehele periode voorhanden gehad, waarvan in elk geval op 29 september 2024 en op 21 december 2024 samen met een ander.

Het Gerecht oordeelt verder dat voldoende is komen vast te staan dat het om echte wapens gaat.

Daarmee is feit 1 bewezen.

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 in zaak B

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 3, 4 en 5 in zaak B. Hij heeft betoogd dat chats alleen onvoldoende zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Er is geen technisch bewijs, geen steunbewijs, en het wapen dat op de foto van 3 januari te zien zou zijn is niet onderzocht.

Het Gerecht overweegt hierover als volgt. De feiten 3, 4 en 5 in zaak B zijn allemaal van begin januari 2025, en houden alle drie verband met elkaar. Het Gerecht bekijkt de drie feiten in samenhang. Het bewijs dat de verdachte deze feiten heeft gepleegd is inderdaad grotendeels gebaseerd op chats die in de telefoon van de vriendin van de verdachte zijn aangetroffen. Maar dit is niet het enige bewijs.

Allereerst is van belang dat een deel van de chatconversatie geverifieerd kan worden aan de hand van andere bewijsmiddelen. De vriendin stuurt op 10 januari 2025 in de ochtend berichten aan de verdachte waarin ze zegt dat hij op haar heeft geschoten, in haar huis, en dat ze daarom zijn kleren heeft verbrand. Ze zegt ook dat de buren de politie hebben gebeld en dat zij tegen de politie heeft gezegd dat ‘het niet waar was’. Uit de bewijsmiddelen 4 en 5 volgt dat inderdaad op 9 januari 2025 een melding is gedaan bij de politie, dat de politie ter plaatse is geweest, dat er kleding in brand stond en dat de politie met de vriendin heeft gesproken maar dat zij niets wilde zeggen. De melder heeft bovendien inderdaad een schot gehoord.

Uit deze combinatie van bewijsmiddelen leidt het Gerecht af dat de verdachte op 9 januari 2025 in de woning van zijn vriendin een schot heeft gelost, terwijl zijn vriendin in die woning aanwezig was. Daarna heeft de vriendin kleding van de verdachte op straat verbrand, en is de politie gekomen. De bedreiging door te schieten in de woning, zoals tenlastegelegd in zaak B onder 5, is daarmee bewezen.

Op 4 januari 2025 stuurt de vriendin van verdachte hem twee foto’s van een bult op haar hoofd. Ze schrijft erbij dat ze het aan haar moeder en anderen heeft verteld, omdat zij ‘zullen vragen waarom mijn hoofd zo is’. Ze schrijft ook dat haar moeder bij haar wil komen slapen omdat hij (de verdachte) haar met een pistool op haar hoofd heeft geslagen. Hetgeen weer past bij wat de vriendin op 13 januari 2025 aan de verdachte schrijft: je hebt met de kloof geslagen. Het Gerecht gaat er vanuit dat de vriendin bedoelde te schrijven ‘kolf’ en dat zij hiermee doelt op hetzelfde incident als waar zij op 4 januari over schrijft. Het Gerecht vindt hiermee bewezen dat de verdachte zijn vriendin op of omstreeks 4 januari 2025 heeft mishandeld door haar met de kolf van een vuurwapen op het hoofd te slaan.

Dan rest nog de foto die is aangetroffen en die is gemaakt op 3 januari 2025. De verdachte is hierop te zien met een op een revolver gelijkend voorwerp op zijn buik. De verdachte ontkent niet dat hij de persoon is op de foto, maar zegt dat het voorwerp buiten zijn medeweten op zijn buik moet zijn gelegd. In het licht van de rest van het dossier, en de overige bewezenverklaringen, schuift het Gerecht deze verklaring als niet aannemelijk terzijde.

Op basis van het dossier en de overige bewijsmiddelen heeft het Gerecht het sterke vermoeden dat het ook hier een echt en werkend vuurwapen betreft. Maar dat is niet vastgesteld. Het gaat om een vage foto, en in het dossier komt verder geen revolver voor. Het Gerecht zal het daarom het houden bij bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een ‘op een vuurwapen gelijkend voorwerp’.

De feiten 3, 4 en 5 in zaak B zijn daarmee alle 3 bewezen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Zaak A

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij artikelen 5 en 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Zaak B

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij artikelen 5 en 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Het onder 4 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 31a juncto artikel 313 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Mishandeling gepleegd met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1 van de Wapenwet BES

Het onder 5 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 298 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan.

De verdachte heeft meerdere vuurwapens voorhanden gehad, zijn partner mishandeld met een vuurwapen en haar bedreigd door te schieten. Dit zijn zeer ernstige feiten. Vuurwapens zijn een toenemend probleem op Bonaire, en veroorzaken grote gevoelens van onveiligheid.

Het Gerecht heeft aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor vuurwapenbezit (waarbij er sprake is geweest van bezit op straat), bij een recidivist, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 – 24 maanden gegeven. In dit geval heeft de verdachte meerdere vuurwapens voorhanden gehad, waaronder één automatisch wapen en twee met een zogenaamde ‘switch’, en hij heeft in elk geval één keer ook daadwerkelijk geschoten.

De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte is op 12 september 2024 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Deze mogelijkheid heeft de verdachte er niet van weerhouden om strafbare feiten te plegen. De verdachte heeft binnen enkele weken opnieuw een strafbaar feit gepleegd.

Over de verdachte zijn verschillende rapporten opgemaakt. Op 30 april 2025 heeft de psychiater [psychiater] een rapport opgemaakt. De psychiater concludeert dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheid met een hoge mate van impulsiviteit. Er is sprake van een rigide patroon van crimineel gedrag en zijn agressieregulatie is verstoord. Het recidiverisico wordt hoog geschat. De psychiater is van mening dat de feiten volledig aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Bij de verdachte is de bereidheid om zich volledig in te zetten voor behandeling vooralsnog niet aanwezig.

Op 1 mei 2025 heeft de psycholoog een rapport opgemaakt. De psycholoog concludeert net als de psychiater dat de verdachte sterke antisociale trekken, gekenmerkt door een hoge mate van impulsiviteit en explosieve uitbarstingen vertoont. Dit gedrag is consistent met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het gedrag van de verdachte is niet alleen antisociaal, maar wordt ook gedreven door een gebrek aan controle over zijn impulsen. De kans op recidive bij de verdachte is hoog. Er is een positieve ontwikkeling bij de verdachte dat hij nu wel behandeling wil ontvangen. Een indicatie voor de FZA is er op dit moment niet. De prognose voor behandeling is niet gunstig.

Tot slot heeft de reclassering op 12 november 2025 een voorlichtingsrapport opgemaakt. De leefgebieden huisvesting, relatie met partner, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en zijn houding zijn direct gerelateerd aan de verdenkingen. Op basis van de strafkaart is een patroon van geweldsdelicten te zien en blijkt het dat de verdachte problemen heeft met het accepteren van autoriteiten en gezag. Reclasseringsbegeleiding is noodzakelijk, maar omdat de verdachte zich niet veilig voelt op Bonaire en zich niet open stelt, worden interventies op Bonaire niet kansrijk geacht.

De verdachte heeft op zitting aangegeven dat hij graag hulp en begeleiding wil hebben, maar dat hij dat eerder niet opgelegd heeft gekregen. Het Gerecht ziet dat de verdachte gebaat is bij hulp, in elk geval van de reclassering. Het is belangrijk dat er een kader is voor de verdachte na zijn invrijheidstelling. Een kader kan gecreëerd worden in het kader van de VI. Maar gelet op hoe de vorige VI van verdachte is verlopen, is er geen garantie dat de verdachte opnieuw VI krijgt. Het Gerecht zal daarom toch een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met verplicht reclasseringstoezicht, ondanks dat de reclassering dit zelf niet heeft geadviseerd. Zodat in elk geval zeker is dat de verdachte hulp en begeleiding van de reclassering ontvangt na zijn invrijheidstelling. Het gerecht realiseert zich dat dit mogelijk tot problemen kan leiden voor de reclassering, als de verdachte niet op Bonaire kan blijven. Het Gerecht heeft echter goede hoop dat het reclasseringstoezicht in dat geval kan worden overgedragen, bijvoorbeeld aan Nederland.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden is. Het Gerecht zal hieraan de bijzondere voorwaarde verbinden dat de verdachte zich laat begeleiden door de reclassering.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het vuurwapen SV 01.01.000 is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het bewezenverklaarde is met betrekking tot dit voorwerp begaan. Het Gerecht zal dit vuurwapen daarom onttrekken aan het verkeer.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:

K.01.01.001 telefoon

K.01.01.002 telefoon

K.02.01.001 telefoon

K.03.01.001 telefoon

K.03.02.003 tablet

K.03.01.002 laptop

K.04.01.001 telefoon

SV.01.01.000 crossbody tas.

Het Gerecht acht zich niet in staat te beslissen omtrent twee in de zaak van de verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten het (nep)vuurwapen (K.05.01.001) en de cocaïne/verdovende middelen (K.05.03.001). Weliswaar wordt de verdachte wegens strafbare feiten veroordeeld, maar deze in beslag genomen voorwerpen hebben met die feiten geen relatie. Daarom kunnen de desbetreffende voorwerpen niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer. Aangezien de verdachte niet gerechtigd is om de voorwerpen voorhanden te hebben, zou teruggave daarvan een strafbaar feit opleveren. Gelet daarop zal het Gerecht op dit punt geen beslissing nemen en verklaren dat het tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 38b, 38c, 49 en 59 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenwet BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak B onder 2 (primair en subsidiair) en zaak B onder 6 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 6 (zes) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 1 (een) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat:

- de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Caribisch Nederland, dan wel een andere door SRCN aan te wijzen reclasseringsinstelling indien de verdachte verhuist, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten vuurwapen SV 01.01.000;

gelast de teruggave van K.01.01.001 telefoon, K.01.01.002 telefoon, K.02.01.001 telefoon, K.03.01.001 telefoon, K.03.02.003 tablet, K.03.01.002 laptop, K.04.01.001 telefoon en SV.01.01.000 crossbody tas aan de rechthebbende(n);

verklaart ten aanzien van het (nep)vuurwapen (K.05.01.001) en de cocaïne/verdovende middelen (K.05.03.001) dat het Gerecht tot het geven van een last tot teruggave niet in staat is.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. L.G. Reina, (zittingsgriffier), en op 3 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

mr. L.G. Reina is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand