GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202300198
Datum uitspraak: 17 december 2025
in de zaak van:
de besloten vennootschap HBB B.V.,
gevestigd te Bonaire,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: HBB,
gemachtigden: mrs. S.L. Navia en D.A.H. Segbert,
tegen
de besloten vennootschap CHOGOGO B.V.,
gevestigd te Bonaire,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Chogogo,
gemachtigden: mrs. M.D. van den Brink en P.H.Th. Welten.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure tot en met 29 oktober 2025 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verder procesverloop blijkt uit:
- de akten uitlating van partijen van 26 november 2025.
2. De verdere beoordeling
In conventie en in reconventie
In het tussenvonnis heeft het gerecht partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de deskundige.
Chogogo heeft de gelegenheid aangegrepen om het gerecht te verzoeken om terug te komen op zijn bindende eindbeslissing dat Chogogo na de mondelinge behandeling van 17 september 2025 niet meer mag reageren op de conclusie van antwoord in reconventie van HBB.
Maatstaf
Het gerecht stelt in dit kader voorop dat het in beginsel gebonden is aan de eerder gegeven eindbeslissingen. Deze gebondenheid heeft een - uit het oogpunt van een goede procesorde positief te waarderen - op beperking van het debat gerichte functie. Zij geldt evenwel niet onverkort. De eisen van een goede procesorde brengen immers tevens mee dat de rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat de partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen.
Het gerecht komt niet terug op zijn bindende eindbeslissing
In het tussenvonnis heeft het gerecht in randnummer 4.23. overwogen dat Chogogo erop heeft gewezen dat zij op de zitting van mei 2024 heeft verzocht om nader te mogen reageren op de conclusie van antwoord in reconventie en dat de behandelend rechter toen heeft verklaard dat zij die gelegenheid zal krijgen. In die rechtsoverweging heeft het gerecht verder opgenomen dat het zo inderdaad ook in de zittingsaantekeningen (van mei 2024) staat.
Volgens Chogogo is onjuist dat de rechter op de zitting van mei 2024 heeft verklaard dat zij nog zou mogen reageren op de conclusie van antwoord in reconventie. Chogogo stelt dat de behandelend rechter op de zitting van 24 mei 2024 heeft verklaard dat hij hierop in een tussenvonnis zal beslissen.
Het gerecht merkt allereerst op dat het zo niet in de zittingsaantekeningen staat. Daarin staat:
Chogogo mr. welten pleitnota: (…) Wat ik wel benoem is dat cva in reconventie is ingediend. Dat is verkapte cva in repliek op conventie. Dus ik kan nu niet op alles reageren. Dus ik wil daar nog wel de gelegenheid voor krijgen. (zie ook punt 1 pleitnota)
Rechter: Ja dat kan. (…)
Hoe dan ook, het gerecht heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat de stelling dat Chogogo – zoals zij aanvoert – meende met het geven van de reactie te moeten wachten tot het gerecht het in mei 2024 aangekondigde (tussen)vonnis had gewezen, niet overtuigt. En verder: In de eerste plaats had zij, toen dit vonnis op zich liet wachten, kunnen verzoeken die reactie bij akte te mogen geven. In de tweede plaats was in ieder geval vanaf 7 mei 2025 duidelijk dat er, voordat een vonnis zou worden gewezen, een nieuwe zitting zou komen. Het lag op de weg van Chogogo om de door haar gewenste reactie dan in ieder geval op die zitting van 17 september 2025 te geven. Nu zij dit niet heeft gedaan, zal het gerecht daarom nu aan de hand van de voorhanden stukken beslissen op de verschillende posten aan meer- en minderwerk.
Chogogo is het hier niet mee eens, zij vindt dat zij die gelegenheid wel had moeten krijgen. In feite persisteert Chogogo bij haar eerdere standpunt. Dat betekent niet dat de beslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag.
Schade die Hhvolgens Chogogo HBB heeft veroorzaakt
Chogogo heeft de haar geboden gelegenheid om zich uit te laten over de persoon van de deskundige verder aangegrepen om aan het gerecht te laten weten dat in de brief van 13 januari 2023 ook gebreken staan vermeld die niet door een deskundige kunnen worden waargenomen omdat het gaat om schade veroorzaakt door HBB. Hierop ziet de door Chogogo onder 2 gevorderde schadevergoeding van USD 495.143,24. Het ziet er volgens Chogogo naar uit dat het gerecht voornemens is om deze gebreken ook onder het deskundigenonderzoek te laten vallen.
Chogogo wijst naar wat zij over deze door haar gevorderde schadevergoeding in haar conclusie van (antwoord in conventie en van) eis in reconventie onder 15.3 tot en met 15.6 heeft opgenomen. Daarin stelt Chogogo dat HBB schade heeft veroorzaakt door het witte cement niet goed op te slaan, door de vertraagde en problematische oplevering van liftschachten, door beschadiging van aanrechtbladen en plinttegels, door het verdwijnen van bestekbakken, douchemengkranen en diversen sanitair, door het moeten overnemen door Chogogo van de beveiliging van het bouwterrein, door het door HBB uitgevoerde hak- en breekwerk dat heeft geleid tot schade aan de elektrotechnische infrastructuur en door het verdwijnen van een airconditioningseenheid.
HBB verzoekt het gerecht om dit alles buiten beschouwing te laten omdat dit niet iets is waarover partijen zich mochten uitlaten. Hoewel deze opmerking van HBB juist is, zal het gerecht toch ingaan op wat Chogogo aanvoert omdat dit anders in het deskundigenonderzoek punt van geschil wordt.
Zoals in het tussenvonnis (in randnummer 4.73) is overwogen zal het gerecht de deskundige vragen te kijken naar de in de e-mails van Chogogo van 4 en 23 september 2022 (en bijlagen) vermelde gebreken in het door HBB tot stand gebrachte werk. In randnummer 4.64 van het tussenvonnis heeft het gerecht opgemerkt dat de in de e-mails van Chogogo van 4 en 23 september 2022 en bijlagen vermelde gebreken in de brief van 13 januari 2023 – met enigszins andere schadebedragen – zijn herhaald. Gesteld noch gebleken is dat het andersom ook zo is, dat dus alle gebreken vermeld in de brief van 13 januari 2023 terugkomen in de e-mails van Chogogo van 4 en 23 september 2022 en bijlagen. Voor het geval dit toch anders is (productie 43 omvat een volledige ordner) dan overweegt het gerecht dat deze schadeposten waarover nog niet is beslist, niet onder het deskundigenonderzoek vallen.
Zoals gezegd: over deze schadeposten is nog niet beslist. Dit zal in het eindvonnis gebeuren. Het gerecht ziet voorshands geen aanleiding om partijen zich hierover nogmaals te laten uitlaten.
Over de te benoemen deskundige
Partijen stellen eensluidend voor dhr. C. de Wolff als deskundige te benoemen. Het gerecht zal daartoe overgaan.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
In conventie en in reconventie
Het gerecht:
beveelt een deskundigenonderzoek en benoemt tot deskundige:
Cees de Wolff BeCaB B.V. Bonaire
[telefoonnummer]
[e-mail adres]
ter beantwoording van de volgende vragen:
Welke in de e-mails van Chogogo van 4 en 23 september 2022 en bijlagen vermelde gebreken, zijn volgens u gebreken in het door HBB tot stand gebrachte werk, beoordeeld naar maatstaven van goed en deugdelijk werk en overigens beoordeeld naar het bestek, de STABU-Standaard 2012, de UAV 2012 en de in bestekbepaling 00.01.10.92 vermelde uitgangspunten?
Is herstel van de door u vastgestelde gebreken mogelijk en, zo ja, wat zijn redelijke kosten van herstel?
Is bij herstel sprake van een bevoordeling in de vorm van “nieuw voor oud” en/of enige andere mate van bevoordeling, bijvoorbeeld, bijvoorbeeld in verband met een verlenging van (een) afschrijvingstermijn(en) en zo ja, tot welk bedrag?
Heeft u opmerkingen die voor de beoordeling van belang zijn?
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op USD 15.000, - (inclusief ABB);
bepaalt dat Chogogo het voorschot dient over te maken aan de deskundige binnen vier weken na dit vonnis, door storting van dit bedrag op het door de deskundige aan Chogogo op te geven rekeningnummer;
draagt de deskundige op om de griffier in een e-mailbericht te laten weten dat het voorschot is betaald (via het e-mailadres: griffiebonaire.caribjustitia.org onder vermelding van zaaknummer BON202300198);
het onderzoek
bepaalt dat de griffier van dit gerecht een afschrift van dit vonnis aan de deskundige toezendt;
gelast dat Chogogo binnen twee weken na de datum van dit vonnis haar volledige procesdossier in kopie aan de deskundige zal sturen;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, waarbij de bedrijfsvoering van Chogogo zo min mogelijk wordt verstoord;
wijst partijen erop dat zij in beginsel nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als hij daarom verzoekt en dat zij de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen mits de deskundige zijn bezoek ten minste 72 uur van tevoren heeft aangekondigd, en dat zij de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;
bepaalt dat als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige stuurt, zij daarvan terstond een kopie aan de wederpartij dient te verstrekken;
wijst de deskundige erop:
dat hij het onderzoek pas na betaling van het voorschot dient aan te vangen;
dat hij het onderzoek dient te staken en via de e-mail contact dient op te nemen met de griffier (via het e-mailadres: griffiebonaire.caribjustitia.org onder vermelding van zaaknummer BON202300198) als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
het schriftelijke rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk binnen vier maanden na betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport van het onderzoek met beantwoording van de vragen ter griffie van het gerecht in te leveren (postadres: Plasa Reina Wilhelmina (Fort Oranje), Kralendijk, Bonaire onder vermelding van zaaknummer BON202300198) onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie en tegelijkertijd een afschrift van het bericht en van het rapport aan de advocaten van partijen toe te zenden;
wijst de deskundige erop dat:
uit het rapport moet blijken op welke stukken zijn oordeel is gebaseerd;
de deskundige eerst het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reacties daarop van de deskundige moet vermelden;
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken op 17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.