GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500195
datum beslissing: 17 december 2025
in de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te Bonaire,
2. [ [eiser 2],
2. [ [eiser 3],
beide wonende in Nederland,
4. [ [eiser 4],
wonende te Aruba,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partij],
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[gedaagde],
wonende te Bonaire,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
1. De procedure
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
het verzoekschrift met producties, ingekomen op 22 april 2025;
de conclusie van antwoord met producties;
de akte met een aanvullende productie van [eisende partij];
de akte met een aanvullende productie van [gedaagde].
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 november 2025. [eisende partij] is vertegenwoordigd door mr. Winkel. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De spreekaantekeningen die de gemachtigden van partijen hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd.
Ten slotte is bepaald dat op 17 december 2025 uitspraak zal worden gedaan.
2. De kern van de zaak
eisende partij] zijn de erfgenamen van [erflater] (hierna: erflater). Tot de nalatenschap van erflater behoort een woning. [gedaagde] heeft acht jaar lang met erflater samengewoond en woont op dit moment nog in de woning van erflater. [eisende partij] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen. [gedaagde] vindt dat zij na het overlijden van erflater in de woning mag blijven wonen. De vordering tot ontruiming zal worden toegewezen.
3. De beoordeling
De achtergrond van het geschil
Erflater woonde sinds 2016 tot aan zijn overlijden samen met [gedaagde] in de woning aan de [adres] te Bonaire (hierna: de woning).
Op 13 augustus 2024 heeft erflater een handgeschreven verklaring opgesteld (hierna: de handgeschreven verklaring). In die verklaring staat voor zover voor dit geschil relevant:
“Ik, [erflater] met geboortedatum [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats], wil met dit schrijven mijn laatste wensen op papier zetten. Ik hoop dat mijn kinderen (4) en iedereen zich bij mijn wensen neerleggen en respecteren. Mijn huidige partner is [gedaagde] met geboorte datum [geboortedatum] 1979.
(…)
Huis te [adres] Bonaire
Te verdelen als volgt, nl:
* elk kind één kindsdeel (4)
* [gedaagde] twee (2) kindsdeel
* In totaal (6) delen
Verder mag [gedaagde] gebruik maken van de vruchten onder de volgende voorwaarden, n.l.:
* Mag verblijven, maar mag in 7 jaren geen partner (man of vrouw), als samenwonen anders in het huis verblijven
(…)
Hyundai met nummerplaat [kenteken nummer]
De Hyundai Tuckson – kleur [kleur] – is op de datum van pagina 1 van dit schrijven overhandigd aan [gedaagde] (eigenaarschap).”
Erflater is op [overlijdensdatum] 2024 op Bonaire overleden.
Op 16 december 2024 is [eisende partij] een bodemprocedure bij dit gerecht gestart tegen [gedaagde]. Op 27 augustus 2025 heeft het gerecht in die procedure vonnis gewezen (hierna: het vonnis). In het vonnis is onder meer voor recht verklaard dat [eisende partij] als enige kinderen van de ab intestato overleden erflater gerechtigd zijn om van een ieder alle goederen op te vorderen die tot diens nalatenschap behoren.
In het vonnis is bovendien geoordeeld dat de handgeschreven verklaring niet als uiterste wilsbeschikking van erflater kan worden aangemerkt: het is geen notariële akte, zij is niet bij de notaris in bewaring gesteld en zij kan evenmin gelden als een codicil als bedoeld in artikel 4:961 BW BES.
Tegen het vonnis is door [gedaagde] hoger beroep ingesteld.
[eisende partij] zijn erfgenamen van erflater
In deze procedure heeft [gedaagde], net als in de procedure die geleid heeft tot het vonnis van 27 augustus 2025, het verweer gevoerd dat niet is komen vast te staan dat [eisende partij] de enige erfgenamen zijn van erflater. In het vonnis van 27 augustus 2025 heeft dit gerecht beslist dat zij dat wél zijn. Dit verweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.
De handgeschreven verklaring is geen bruikleenovereenkomst
gedaagde] voert aan dat erflater de woning aan haar in bruikleen heeft gegeven. De handgeschreven verklaring is volgens haar een bruikleenovereenkomst. Volgens [gedaagde] is de woning door erflater om niet aan haar in bruikleen gegeven met het doel dat zij in de woning zou mogen blijven wonen.
gedaagde] wordt niet gevolgd in haar stelling dat de handgeschreven verklaring gekwalificeerd moet worden als bruikleenovereenkomst. In de handgeschreven verklaring staat dat erflater “met dit schrijven zijn laatste wensen op papier [wil] zetten”. Bovendien staat in de handgeschreven verklaring dat de woning tussen zijn kinderen en [gedaagde] verdeeld moet worden en dat [gedaagde] gebruik mag maken van de vruchten. In tegenstelling tot de eigendomsoverdracht van de Hyundai Tuckson, waarvan in de handgeschreven verklaring staat dat die plaatsvindt ten tijde van het opstellen van de verklaring, blijkt uit de handgeschreven verklaring niet dat erflater de woning bij leven aan [gedaagde] in bruikleen heeft willen geven. Naar het oordeel van het gerecht kan de handgeschreven verklaring niet anders uitgelegd worden dan dat erflater daarmee zijn uiterste wil heeft willen bepalen die eerst werkt na zijn overlijden.
Het opnemen van het recht van vruchtgebruik wijst daar ook op.
Omdat de handgeschreven verklaring niet gekwalificeerd kan worden als bruikleenovereenkomst, kan [gedaagde] daaraan geen recht ontlenen om in de woning te blijven wonen.
[gedaagde] moet de woning binnen drie maanden ontruimen
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft. [eisende partij] zijn als enige erfgenamen van erflater eigenaar van de woning. Op grond van artikel 5:1 lid 1 BW BES is het eigendom het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. De eigenaar van een zaak is krachtens artikel 5:2 BW BES met name bevoegd een ieder die haar zonder recht houdt, op te eisen. Dat betekent dat de vordering van [eisende partij] tot ontruiming van de woning zal worden toegewezen.
eisende partij] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, omdat de verhuurder van de huidige woning van [eiser 1] de huur heeft opgezegd en hij daarom in de woning wil gaan wonen. [gedaagde] vraagt het gerecht de ontruiming niet eerder toe te wijzen dan één jaar na dit vonnis.
De termijn waarbinnen [gedaagde] de woning moet ontruimen zal in redelijkheid worden bepaald op drie maanden na betekening van dit vonnis. Het is niet gebleken dat de opzegging van de huur door de verhuurder van [eiser 1] zich tegen deze termijn verzet. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eisende partij] namelijk erkend dat [eiser 1] huurdersbescherming toekomt. Bij het bepalen van de ontruimingstermijn is anderzijds rekening gehouden met de omstandigheid dat [gedaagde] al op 8 november 2024 door [eisende partij] is verzocht de woning te ontruimen en zij al ruim een jaar zonder recht en tegenprestatie in de woning woont.
Gevorderde dwangsom wordt afgewezen
eisende partij] eist dat aan de veroordeling tot ontruiming een dwangsom wordt verbonden. Die vordering wordt afgewezen. De deurwaarder is op grond van de wet namelijk al bevoegd om tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming over te gaan. De deurwaarder heeft bovendien de mogelijkheid om de sterke arm van politie en justitie in te roepen. Omdat [eisende partij] dus al mogelijkheden heeft om de ontruiming af te dwingen, is het niet nodig om daarnaast een dwangsom toe te wijzen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
gedaagde] heeft grotendeels ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 251,00 aan griffierecht, USD 1.396,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief 5) en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
Uitvoerbaar bij voorraad
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Van kenbare bezwaren van [gedaagde] tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is het gerecht niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de hogere rechter een andere beslissing genomen wordt.
[gedaagde] wordt toegestaan kosteloos te procederen
gedaagde] zal worden toegestaan kosteloos te procederen gelet op het door haar overgelegde ‘Formulier recht gevende op kosteloze rechtsbijstand’.
4. De beslissing
Het gerecht:
staat [gedaagde] toe kosteloos te procederen;
beveelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] te Bonaire binnen drie maanden na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van [gedaagde] in en om de woning bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en, onder afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van [eisende partij] te stellen;
verstaat dat, indien [gedaagde] niet aan de veroordeling onder 4.2. voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van USD 1.946,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.