GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummers : BON202500504 (wijziging gezag) en BON202500506 (omgangsregeling)
datum beslissing : 10 december 2025
in de zaak van:
[de man], wonende te Bonaire,verzoeker, hierna: de man,gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de vrouw], wonende te Bonaire,verweerster, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1. 1. De procedure
De verzoekschriften met bijlagen van de man heeft het gerecht ontvangen op 30 september 2025.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 december 2025, waar partijen, bijgestaan door hun gemachtigden zijn verschenen en namens de Voogdijraad [medewerker Voogdijraad]. Verder was aanwezig mevrouw K. Thielman in haar hoedanigheid van tolk. De gemachtigde van de vrouw heeft mede aan de hand van spreekaantekeningen het woord gevoerd. De vrouw heeft op de zitting vijf producties in het geding gebracht.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Partijen zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]).
De relatie tussen partijen is kort na de geboorte van de minderjarige verbroken, waarna de man de woning van de vrouw heeft verlaten en elders woont.
De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw heeft het gezag over [de minderjarige].
In een beschikking van 18 april 2017 is de man veroordeeld om USD 250, - per maand bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2017.
In juli 2018 is via bemiddeling van Jeugdzorg en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland een omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] tot stand gekomen. Sinds 2020 is aan de omgangsregeling geen gevolg gegeven.
In 2024 is de man uit een andere relatie vader geworden van een dochter. In 2024 is de man gestopt met het betalen van alimentatie voor [de minderjarige], waarna de vrouw de kinderalimentatiebeschikking aan de man heeft doen betekenen. Daarna heeft de man de verschuldigde kinderalimentatie betaald.
3. Het verzoek en de beoordeling
De man verzoekt het Gerecht om partijen gezamenlijk te belasten met het gezag over [de minderjarige] en om een omgangsregeling vast te stellen zoals door de man in het verzoekschrift nader is omschreven.
De vrouw concludeert tot afwijzing van het door de man verzochte gezamenlijke gezag over [de minderjarige]. De vrouw is het eens met het vaststellen van een omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] mits de man zich aan de afspraken houdt.
Op de zitting hebben partijen laten weten dat zij ieder voor zich met [de minderjarige] naar hun familie in het buitenland willen; de man wil met [de minderjarige] naar zijn familie in de Dominicaanse Republiek en de vrouw wil met [de minderjarige] naar haar familie in Colombia. Partijen hebben over en weer verklaard dat zij bereid zijn om de daarvoor benodigde papieren en formulieren te ondertekenen.
Het gerecht zal de beslissing over het door de man verzochte gezamenlijk gezag over [de minderjarige] aanhouden in afwachting van het verloop van de op de zitting afgesproken tijdelijke omgangsregeling en de mate van herstel in het onderlinge vertrouwen tussen de man en de vrouw alsook de vraag of zij voortaan in staat zullen zijn in het belang van [de minderjarige] positief met elkaar te communiceren en samen beslissingen over hem te nemen.
Op de zitting hebben partijen de volgende tijdelijke omgangsregeling afgesproken:
Met ingang van het weekend van 13 en 14 december 2025 is [de minderjarige] om de twee weken in het weekend een halve dag bij de man, in beginsel op zondagmiddag.
In de andere week haalt de man doordeweeks [de minderjarige] op vrijdag uit school en brengt hij [de minderjarige] rond 20.00 uur weer terug bij de vrouw.
In goed onderling overleg kunnen partijen anders afspreken.
Het gerecht zal deze omgangsregeling vastleggen alsook een datum voor een nieuwe mondelinge behandeling bepalen ter gelegenheid waarvan de omgang kan worden geëvalueerd en kan worden bekeken of gezamenlijk gezag mogelijk is.
De gezagsbeslissing zal worden aangehouden omdat er (nog) geen vertrouwen is tussen partijen.
4. De beslissing
stelt de volgende omgangsregeling vast tussen de man en [de minderjarige]:
Met ingang van het weekend van 13 en 14 december 2025 is [de minderjarige] om de twee weken in het weekend een halve dag bij de man, in beginsel op zondagmiddag;
In de andere week haalt de man doordeweeks [de minderjarige] op vrijdag uit school en brengt hij [de minderjarige] rond 20.00 uur weer terug bij de vrouw.
Het voorgaande met de aantekening dat partijen in goed onderling overleg anders kunnen afspreken.
bepaalt dat deze zaak weer op zitting komt op woensdag 22 april 2026 om 14.00 uur;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is op 10 december 2025 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.