ECLI:NL:OGEABES:2025:201

ECLI:NL:OGEABES:2025:201

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer BON202500461
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Small claim-procedure. Schade aan woning aan het einde van de huurperiode. Verschillende schadeposten toegewezen en afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SABA EN SINT EUSTATIUS

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500461

datum beslissing: 17 december 2025

in de zaak van

1. [verzoeker 1],

2. [verzoeker 2],

beide wonende te [woonplaats],

verzoekers,

hierna: [verzoekende partij],

procederend in persoon,

tegen

[verweerster],

wonende te Bonaire,

verweerster,

hierna: [verweerster],

gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1. De procedure

Het ‘small claim’-modelverzoekschrift met bijlagen is op 9 september 2025 op de griffie van dit gerecht ingekomen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. [verzoekende partij] is via een digitale audioverbinding verschenen. [verweerster] is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel.

Ten slotte is bepaald dat op 17 december 2025 uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

verweerster] heeft een woning gehuurd van [verzoekende partij] Volgens [verzoekende partij] heeft [verweerster] de woning aan het einde van de huurperiode met schade en niet schoon opgeleverd. [verzoekende partij] eist schadevergoeding. [verzoekende partij] krijgt gedeeltelijk gelijk. [verweerster] moet een aantal schadeposten betalen. Dat wordt hierna uitgelegd.

3. De beoordeling

De achtergrond van het geschil

Op 30 juni 2024 hebben partijen een huurovereenkomst gesloten voor de woning aan de [adres] op Bonaire (hierna: de woning). De huurovereenkomst is aangegaan voor de periode van 30 juni 2024 tot 30 juni 2025.

verweerster] heeft de woning op 3 april 2025 verlaten. Bij de eindoplevering was [verweerster] niet aanwezig.

[verweerster] erkent een aantal schadeposten, die posten worden toegewezen

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verweerster] een aantal vorderingen erkend. [verweerster] erkent verantwoordelijk te zijn voor de huurachterstand (USD 150,00), voor een openstaande rekening van water en elektriciteit (USD 307,75), voor het aanschaffen van een nieuwe gasfles (USD 60,00), voor de herstelkosten van een verstopte afvoer (USD 150,00) en voor airco onderhoud (USD 159,00). De erkende schadeposten bedragen een totaalbedrag van USD 826,75 en zullen worden toegewezen.

[verweerster] moet de kosten van verf en schoonmaakkosten betalen

verzoekende partij] vordert een bedrag van USD 850,00 voor het repareren van muren en het schilderen van de woning. [verweerster] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat een kinderkamer geschilderd moet worden. Het gerecht schat de kosten voor het schilderen van de kinderkamer in redelijkheid op USD 150,00. Dat bedrag zal worden toegewezen. Dat de rest van de woning geschilderd moest worden of dat muren hersteld moesten worden heeft [verweerster] betwist. Dat is door [verzoekende partij] op geen enkele manier onderbouwd. Er bevinden zich geen foto’s in het dossier van door [verweerster] veroorzaakte schade aan muren waardoor de muren geschilderd of hersteld moesten worden. Het overige deel van de vordering voor de reparatie van muren en het schilderen van de woning zal daarom worden afgewezen.

verzoekende partij] vordert een bedrag van USD 106,00 aan kosten voor het schoonmaken van de woning. Volgens [verzoekende partij] heeft [verweerster] de woning aan het einde van de huurperiode niet schoon achtergelaten. [verweerster] betwist dat zij de woning niet heeft schoongemaakt. Volgens [verweerster] heeft zij met hulp van een verhuizer de woning schoon achtergelaten. [verzoekende partij] heeft met een factuur van een schoonmaakbedrijf onderbouwd dat zij de woning na afloop van de huurperiode heeft laten schoonmaken. In het licht daarvan heeft [verweerster] onvoldoende gemotiveerd betwist dat de woning door haar niet schoon was achtergelaten. Zij heeft slechts aangevoerd dat zij met hulp van een verhuizer de woning schoon heeft achtergelaten. Zij heeft niet gemotiveerd welke schoonmaakwerkzaamheden zij heeft verricht en waarom het inschakelen van een schoonmaakbedrijf door [verzoekende partij] daarom niet nodig was. Het bedrag aan schoonmaakkosten zal daarom worden toegewezen.

De overige schadeposten worden afgewezen

verzoekende partij] vordert een bedrag van USD 100,00 aan “Beheerder kosten”. Die schadepost zal worden afgewezen. [verzoekende partij] heeft niet gesteld waar die kosten betrekking op hebben en waarom [verweerster] voor die kosten verantwoordelijk zou zijn.

verzoekende partij] vordert een bedrag van USD 150,00 aan arbeidsloon en USD 241,96 aan materiaalkosten voor het vervangen van badkameraccessoires. [verweerster] heeft betwist dat zij verantwoordelijk is voor deze kosten. Volgens [verweerster] is sprake van gebruikssporen. Deze schadepost zal worden afgewezen. [verzoekende partij] heeft op geen enkele manier onderbouwd dat [verweerster] voor deze kosten verantwoordelijk is. Er zijn geen foto’s overgelegd van de gestelde schade aan de badkameraccessoires.

Hetzelfde geldt voor de schadepost voor het herstel van het verstopte toilet. [verweerster] heeft aangevoerd dat het toilet al langere tijd verstopt was. Dat het toilet door toedoen van [verweerster] verstopt is geraakt blijkt nergens uit. Deze schadepost zal worden afgewezen.

verzoekende partij] heeft nog kassabonnen van Kooyman in het geding gebracht met bedragen van respectievelijk USD 32,97, USD 147,98 en USD 8,99. Niet gesteld of gebleken is waar deze kosten betrekking op hebben en waarom [verweerster] voor deze kosten verantwoordelijk is. Die kosten worden daarom afgewezen.

Wettelijke rente

De gevorderde wettelijke rente over de toegewezen bedragen zal worden toegewezen vanaf 18 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. Op 18 juli 2025 is namelijk een brief aan [verweerster] gestuurd waarin zij verzocht werd de schadeposten te betalen.

[verweerster] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen

verzoekende partij] vordert dat [verweerster] wordt veroordeeld om een bedrag van USD 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen. Ter onderbouwing dat [verzoekende partij] buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, heeft zij een factuur van haar (voormalig) gemachtigde van 14 augustus 2025 overgelegd. Daaruit blijkt dat de (voormalig) gemachtigde van [verzoekende partij] voorafgaand aan deze procedure één brief aan [verweerster] heeft gestuurd.

Buitengerechtelijke incassokosten kunnen voor toewijzing in aanmerking komen als daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier, voor welke verrichtingen de proceskostenveroordeling een vergoeding insluit. In dit geval is daar geen sprake van. Een enkele sommatie is daarvoor onvoldoende. De overige kosten op de factuur van 14 augustus 2025 zijn kosten die betrekking hebben op (de voorbereiding van) deze procedure waarover hierna geoordeeld wordt bij de proceskostenveroordeling.

De proceskosten worden gecompenseerd

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De beslissingen in deze uitspraak worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [verzoekende partij] dit verzoekt en [verweerster] daartegen geen verweer heeft gevoerd. Het is het gerecht niet gebleken van omstandigheden aan de zijde van [verweerster] die zich tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring verzetten. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak. De beslissingen in deze uitspraak gelden dan tot de hogere rechter een andere beslissing heeft genomen.

4. De beslissing

Het gerecht:

veroordeelt [verweerster] tot betaling aan [verzoekende partij] van het bedrag van USD 1.082,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 juli 2025, tot de dag van volledige betaling;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart de beslissing uit rechtsoverweging 4.1. uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.P. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand