ECLI:NL:OGEABES:2025:202

ECLI:NL:OGEABES:2025:202

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer BON202400171
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verkoop en verdeling gemeenschappelijke woning erfgenamen. Waarde woning.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202400171

Datum uitspraak: 27 augustus 2025

VONNIS

in de zaak van

1. [eiser 1]

2. [eiser 2]

3. [eiser 3]

wonend te Bonaire,

en

wonend in Nederland

en

wonend te Bonaire.

eisers in conventie,

verweerders in reconventie.

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.

tegen

[gedaagde]

wonend te Bonaire,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie.

gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

Partijen zullen hierna ook [eisende partij] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift d.d. 29 april 2024;

de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie

de conclusie van antwoord in reconventie

de nagezonden productie 5 van [gedaagde]

de comparitie van partijen d.d. 2 december 2024

de comparitie van partijen d.d. 14 juli 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

Eiser 1 was gehuwd met [betrokkene]. Eisers 2 en 3 en [gedaagde] zijn hun kinderen. Samen waren de ouders eigenaar van een perceel in erfpacht met woning, kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 494 m2 (hierna: de woning).

betrokkene] is op [datum] 2020 overleden zonder een testament te hebben opgemaakt. [eisende partij] en [gedaagde] zijn de enige erfgenamen.

Eiser 1 heeft op 27 maart 2024 een voorlopige koopovereenkomst gesloten voor de verkoop van de woning voor USD 80.000,00.

3. De vorderingen en het verweer

eisende partij] vorderen in conventie dat het Gerecht zal bepalen dat de verkoop van de woning zal kunnen plaatsvinden voor een (ver)koopprijs van USD 80.000,00 en eiser 1 te machtigen de koopovereenkomst en de akte van levering namens [gedaagde] te ondertekenen moct [gedaagde] weigeren deze zelf te ondertekenen, onder de voorwaarde dat van de netto verkoopopbrengst 5/8 deel aan eiser 1 zal worden uitgekeerd en 1/8 deel aan eisers 2 en 3 en aan [gedaagde].

Kort gezegd voeren zij daartoe aan dat zij gerechtigd zijn de verdeling van de gemeenschappelijke woning te vorderen, dat de woning is getaxeerd op een markwaarde van USD 85.000,00 en dat zij daarom belang hebben bij het laten doorgaan van de voorgenomen verkoop.

gedaagde] voert in conventie verweer. Hij verzet zich niet tegen een verkoop van de woning en een verdeling van de opbrengst conform het voorstel van [eisende partij], maar hij stelt dat de woning (veel) meer waard is dan de voorgenomen (ver)koopprijs. Hij heeft een taxatierapport in het geding gebracht waarin een marktwaarde van USD 260.000,00 wordt genoemd.

gedaagde] stelt in de jaren 2018-2022 voor een bedrag van USD 48.893,95 aan de woning te hebben gerenoveerd. In reconventie vordert hij een verklaring voor recht dat dit bedrag bij een eventuele verkoop van de woning in mindering moet worden gebracht op de koopsom en aan hem moet worden voldaan.

eisende partij] betwisten in reconventie dat [gedaagde] bedragen heeft geïnvesteerd voor het renoveren van de woning.

Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

Partijen zijn het er over eens dat de woning verkocht wordt en dat de netto opbrengst tussen hen wordt verdeeld. [eisende partij] hebben reeds geruime tijd een koper die bereid is de woning voor USD 80.000,00 te kopen. Zij beschikken bovendien over een taxatierapport van 27 december 2023 waarin de marktwaarde van de woning wordt getaxeerd op USD 85.000,00. In beginsel zou het daarom voor de hand liggen de voorgenomen koopovereenkomst door te laten gaan.

gedaagde] heeft echter een ander taxatierapport in het geding gebracht waarin dezelfde woning per 23 mei 2024 – slechts 5 maanden later – wordt getaxeerd op USD 260.000,00. Gelet op dit grote verschil is op de comparitie van 2 december 2024 besproken dat [gedaagde] de gelegenheid zou krijgen de woning voor een bedrag van meer dan USD 100.000,00 te verkopen. Dat is hem niet gelukt. Op 14 juli 2025 heeft daarom opnieuw een comparitie plaatsgevonden. [gedaagde] heeft daar verklaard dat hij wel een keer een geïnteresseerde heeft gehad die op zichzelf bereid was USD 185.000,00 te betalen, maar dat deze koop was afgeketst vanwege de omgeving van de woning. Besproken is toen dat [gedaagde] alsnog zijn best zou doen een koper te vinden die de woning voor een hoger bedrag dan USD 80.000,00 wilde kopen en dit – als dit zou lukken – aan het Gerecht te laten weten. Er is echter niets meer van [gedaagde] vernomen.

Het moet er dus voor gehouden worden dat er in 9 maanden tijd geen koper bereid is geweest meer dan USD 80.000,00 voor de woning te betalen. Nu dit bedrag ook in overeenstemming is met het eerste taxatierapport moet het er voor gehouden worden dat die koopprijs de waarde van de woning is. Aan het tweede taxatierapport zal voorbij worden gegaan, nu de daarin genoemde marktwaarde kennelijk niet realistisch is gebleken. Gelet op de tijd die inmiddels is verstreken en gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] in de afgelopen 9 maanden kennelijk geen enkel bod heeft ontvangen, zal het Gerecht ook geen opdracht geven voor een nieuwe taxatie.

Dit betekent dat de conventionele vordering, strekkende tot verkoop van de woning voor USD 80.000,00 zal worden toegewezen.

Vervolgens is de vraag of bij de verdeling van de verkoopopbrengst nog rekening moet worden gehouden met de door [gedaagde] gestelde investeringen in de woning. [gedaagde] stelt een bedrag van ruim USD 48.000,00 in de woning te hebben geïnvesteerd middels allerlei verbouwingen en renovaties in de periode 2018-2022. In de eerste plaats merkt het Gerecht op dat dit bevreemding wekt, gelet op het feit dat de woning daarná (eind 2023) op slechts USD 85.000,00 is getaxeerd. In de tweede plaats heeft [gedaagde] de door hem gestelde investeringen in de woning tegenover de gemotiveerde betwisting door [eisende partij] onvoldoende kunnen onderbouwen. Nergens kan uit blijken dat de door hem genoemde leningen zijn gebruikt voor renovaties aan de woning. Onduidelijk is waar de door [B.V.] gemaakte begroting op is gebaseerd; in ieder geval kan niet blijken dat de daarin genoemde werkzaamheden ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Integendeel: de daarin opgesomde werkzaamheden aan de fundering verdragen zich niet met de vaststelling in het taxatierapport dat de fundering onderhoud en versteviging nodig heeft. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om betalingsbewijzen, foto’s van werkzaamheden of verklaringen van bouwvakkers in het geding te brengen. Dit heeft hij niet gedaan. De conclusie is dat niet kan blijken dat [gedaagde] de door hem genoemde bedragen in de woning heeft geïnvesteerd. Voor zover hij wel incidenteel bedragen heeft betaald voor reparaties of geringe verbeteringen aan de woning, moeten deze geacht worden samen te hangen met zijn jarenlange gebruik van de woning; er is geen aanleiding dergelijke bedragen in mindering te brengen op de verkoopopbrengst.

Het voorgaande betekent dat de reconventionele vordering zal worden afgewezen.

Er is, gelet op de familieverhoudingen tussen partijen, aanleiding de proceskosten te compenseren.

5. De beslissing

Het gerecht,

in conventie

bepaalt dat de verkoop van het perceel, kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 494 m2 zal kunnen plaatsvinden aan de kopers voor een (ver)koopprijs van USD 80.000,00;

machtigt [eiser 1] om zowel de koopovereenkomst als de notariële akte van levering binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis namens [gedaagde] te ondertekenen mocht laatstgenoemde weigeren deze documenten zelf te ondertekenen;

bepaalt dat van de netto verkoopopbrengst van de woning 5/8 deel zal worden uitgekeerd aan [eiser 1], 1/8 deel aan [eiser 2], 1/8 deel aan [eiser 3] en 1/8 deel aan [gedaagde];

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

in conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.P. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand