GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202200174
datum uitspraak: 28 januari 2026
VONNIS
in de zaak van:
[eiser in conventie, gedaagde in reconventie],
wonende te Bonaire,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
wonende te Bonaire,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.
1. De procedure
Het verloop van de procedure tot en met 29 oktober 2025 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de akten van (ieder van) partijen van 17 december 2025.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 29 oktober 2025 heeft het gerecht partijen in de gelegenheid gesteld om op basis van de in dat tussenvonnis gegeven overwegingen een berekening te maken van de verschuldigde onderbedelingsvordering en om die berekening bij akte in het geding te brengen. Verder heeft het gerecht in het tussenvonnis van 29 oktober 2025 de vrouw gevraagd of de man uit de hoofdelijkheid van de hypothecaire geldlening ten behoeve van de echtelijke woning kan worden ontslagen.
Het gerecht komt niet terug op zijn bindende eindbeslissingen
In zijn akte heeft de man de gelegenheid aangegrepen om aan te voeren dat het tussenvonnis van 29 oktober 2025 op een aantal onderdelen een motiveringsgebrek bevat. Voor zover de man hiermee bedoelt het gerecht te verzoeken terug te komen van bindende eindbeslissingen in dat tussenvonnis, gaat het gerecht hierin niet mee. De betreffende beslissingen berusten niet op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, zodat heroverweging niet aan de orde is.
De onderbedelingsvordering
Partijen zijn ieder met een berekening gekomen. De vrouw komt uit op een door de man aan haar te betalen bedrag van USD 36.710,76. De man komt uit op een door de vrouw aan hem te betalen bedrag van USD 4.761,11. Het gerecht komt in dit vonnis tot de slotsom dat de man aan de vrouw USD 18.608,75 moet betalen. Dat wordt hierna uitgelegd bij de beslissingen over wie van partijen welke goederen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap worden toebedeeld.
Echtelijke woning [adres 1]
In het tussenvonnis van 29 oktober 2025 heeft het gerecht de waarde van de woning vastgesteld op USD 740.000, - (in rechtsoverweging 2.8.) en de hypotheekschuld verbonden aan de woning op de peildatum van 27 januari 2022 op USD 216.064,99 (in rechtsoverweging 2.9).
Het gerecht begrijpt dat de man in zijn laatste akte aanvoert dat bij de verdeling moet worden betrokken de door hem betaalde hypothecaire rente en aflossingen voor de periode waarin de vrouw het exclusief gebruik van de woning had.
De vrouw stelt in haar laatste akte dat na de peildatum USD 79.680, - aan hypothecaire verplichtingen is betaald waarvan USD 48.000, - met de huurinkomsten uit [adres 2] (48 maanden x USD 1.000, -) en USD 10.991,50 met betalingen van de man. Het gerecht begrijpt dat de vrouw de overige hypothecaire verplichtingen heeft betaald en dat het gaat om USD 20.688,50 (79.680 minus 48.000 minus 10.991,50).
De vrouw stelt verder in haar laatste akte dat de hypotheekschuld per 1 februari 2026 USD 180.129,90 bedraagt. Dit betekent dat in de periode na de ontbinding (27 januari 2022) tot aan de verdeling (de datum van dit vonnis) USD 35.935,09 op de hypothecaire schuld is afgelost.
Het gerecht stelt de overwaarde van de woning vast op USD 559.870,10 (740.000 minus 180.129,90). Omdat de hypotheekschuld op peildatum USD 216.064,99 was en op datum verdeling USD 180.129,90 moet daarvan USD 35.935,09 worden aangemerkt als aflossing en het restant van USD 43.745,00 is dan rente. De USD 79.680,00 is betaald met USD 48.000 aan gezamenlijke huurinkomsten uit [adres 2] en een betaling van USD 10.991,50 door de man en een betaling van USD 20.688,50 door de vrouw.
Zolang de gemeenschap niet is verdeeld komen de lasten van de woning in beginsel voor rekening van beide partijen. Het exclusieve gebruik van de woning door de vrouw maakt niet dat de draagplicht voor deze lasten alleen bij de vrouw komt te liggen. De genoemde huurinkomsten komen partijen gezamenlijk toe en van de bijkomende betalingen heeft de vrouw USD 9.697, - meer betaald dan de man zodat de man haar voor de helft daarvan, dus USD 4.848,50, moet compenseren. De onderbedeling van de man komt daarmee op (USD 559.870,10 gedeeld door twee minus USD 4.848,50) USD 275.086,55.
Uit de laatste akte van de vrouw blijkt dat zij de woning nog steeds toebedeeld wenst te krijgen. De vrouw heeft overgelegd een bevestiging van de Maduro & Curiel’s Bank waaruit blijkt dat zij de hypotheekschuld van de woning van USD 180.129,90 alleen kan financieren.
Het huis zal worden toebedeeld aan de vrouw onder de verplichting om voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen de schuld waarvoor de woning hypothecair is verbonden en de man te vrijwaren voor alle aanspraken uit de op die woning rustende hypothecaire lening. Aan de man komt vanwege onderbedeling USD 275.086,30 toe.
(de man + USD 275.086,55)
- Een gebruiksvergoeding
Voor het eerst in zijn laatste akte merkt de man (terloops) op dat tegenover het exclusieve woninggebruik door de vrouw een gebruiksvergoeding moet staan, althans stelt hij dat de door hem betaalde huur gedurende de periode dat hij niet in de echtelijke woning mocht verblijven in de verdeling moet worden betrokken. Dit is te laat. De vrouw heeft daar niet meer op kunnen reageren. De zaak loopt al een paar jaar, er zijn diverse stukken gewisseld en er inmiddels twee comparities geweest. Het is in de zaak altijd gegaan om alleen de verdeling. De eisen van een goede procesorde verzetten zich ertegen om een dergelijke vordering nu nog in de procedure te betrekken.
De Inboedel van de echtelijke woning [adres 1]
De inboedel met een waarde van USD 22.500, - zal aan de vrouw worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de man USD 11.250, - toe (zie het tussenvonnis van 29 november 2025 rechtsoverweging 2.10).
(de man + USD 11.250, -)
Woning [adres 2]
De waarde van woning (in verhuurde staat) is USD 260.000 (zie het tussenvonnis van 29 november 2025 rechtsoverweging 2.13). Vanwege onderbedeling komt de man toe USD 130.000, -.
(de man + USD 130.000, -)
De aandelen van de man in eenvoudige gemeenschappen en gezamenlijke schulden
- woning [adres 3]
Het aandeel van de man heeft een waarde van USD 130.000, - (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025 rechtsoverweging. 2.23). Dat aandeel zal aan de man worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 65.000, -. (de vrouw + USD 65.000, -)
- perceel [adres 4]
Het aandeel van de man heeft een waarde van USD 45.000, - (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025 rechtsoverwegingen 2.24 en 2.25). Dat zal aan de man worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 22.500, -. (de vrouw + USD 22.500, -)
- appartementsrecht [adres 5]
De waarde van het aandeel van de man bedraagt USD 120.000, - (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025, rechtsoverweging 2.33). Dat zal aan de man worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 60.000, -.
(de vrouw + USD 60.000, -)
- de inboedel van het appartement [adres 5]
De waarde van het aandeel van de man bedraagt USD 15.000, - (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025, rechtsoverweging 2.34). Dat zal aan de man worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 7.500, -.
(de vrouw + USD 7.500, -)
- het aandeel van de man in de verkoopopbrengst van [adres 6]
Het aandeel van de man in de verkoopopbrengst bedraagt USD 303.311,50 (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025, rechtsoverweging 2.38). Dat zal aan de man worden toebedeeld. Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 151.655,75.
(de vrouw + USD 151.655,75)
Bankrekeningen van partijen
De tegoeden op de peildatum (27 januari 2022) van alle bankrekeningen van de man en de vrouw moeten bij helfte worden verdeeld (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025 rechtsoverweging 2.45).
Tot de gemeenschap behoren de volgende banktegoeden:
- van de vrouw:
USD 15.364,17 op de bankrekening bij ING
USD 28.249,74 op de bankrekening bij MCB
opgeteld USD 43.613,91
Vanwege onderbedeling komt de man toe USD 21.806,95.
(de man + USD 21.806,95)
- van de man:
USD 2.570, - op een lopende rekening eindigend op 17685 bij RBC
USD 28.574, - op een spaarrekening eindigend op 20187 bij RBC
USD 143.049, - op een lopende rekening eindigend op 19815 bij RBC
opgeteld USD 174.193, -
Vanwege onderbedeling komt de vrouw toe USD 87.096,50.
(de vrouw + USD 87.096,50)
Pensioenopbouw vrouw
Het gerecht zal bepalen dat de man op de pensioendatum van de vrouw (1 februari 2046) recht heeft op een bruto ouderdomspensioen van NAf 3.880,00 per jaar en dat de vrouw Ennia dient te verzoeken om deze uitkering te zijner tijd direct aan de man te betalen (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025, rechtsoverweging 2.54).
Huurinkomsten gemeenschapsgoederen
- huuropbrengsten van [adres 3]
De vrouw heeft recht op de helft van de huurinkomsten van USD 1.000, - dus op USD 500, - per maand vanaf de peildatum 27 januari 2022 tot aan de datum van dit vonnis (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025 rechtsoverweging 2.57). Tot februari 2026 gaat het om 48 maanden x USD 500, - = USD 24.000, -.
(de vrouw + USD 24.000, -)
- de huurinkomsten van [adres 5]
De vrouw heeft recht op de helft van de huurinkomsten van USD 1.625, - per maand vanaf de peildatum 27 januari 2022 tot aan de datum van dit vonnis (zie het tussenvonnis van 29 oktober 2025 rechtsoverweging 2.58). Tot februari 2026 gaat het om 48 maanden x USD 812,50 - = USD 39.000, -.
(de vrouw + USD 39.000, -)
Conclusie: de vrouw heeft vanwege onderbedeling een vordering op de man
Uit het voorgaande volgt:
- dat de man een te verrekenen vordering op de vrouw heeft van USD 438.143,50 (USD 275.086,55, - + USD 11.250, - + USD 130.000, - + USD 21.806,95), en:
- dat de vrouw een te verrekenen vordering op de man heeft van USD 456.752,25 (USD 65.000, - + USD 22.500, - + USD 60.000, - + USD 7.500, - + USD 151.655,75 + USD 87.096,50 + USD 24.000, - + USD 39.000, -).
Na verrekening resteert een vordering van de vrouw wegens onderbedeling van de vrouw op de man van USD 18.608,75 (USD 456.752,25 minus USD 438.143,50). Het gerecht zal de goederen aan partijen toedelen zoals hiervoor is beslist onder de gehoudenheid van de man om aan de vrouw USD 18.608,75 te voldoen.
Verder
In het tussenvonnissen van 25 oktober 2023 en 12 juni 2024 gaat het nog over een motorboot van het merk ‘Bayliner Trophy’ waarvan de vrouw stelde dat die tot de gemeenschap behoort. Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2023 blijkt dat de vrouw haar vordering ten aanzien van de motorboot heeft laten vallen. De motorboot blijft daarom buiten de verdeling.
Omdat partijen ex-echtelieden zijn, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.
3. De beslissing
Het gerecht,
stelt de verdeling van de tussen partijen bestaand hebbende en op 27 januari 2022 ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast:
aan de vrouw wordt toebedeeld:
de woning [adres 1] op Bonaire onder verplichting om voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen de schuld waarvoor de woning hypothecair is verbonden en de man te vrijwaren voor alle aanspraken uit de op die woning rustende hypothecaire lening
de inboedel van de woning [adres 1] op Bonaire
de woning [adres 2] op Bonaire
de tegoeden op haar bankrekeningen bij ING en MCB op 27 januari 2022
aan de man wordt toebedeeld;
zijn aandeel in de woning [adres 3] op Bonaire
zijn aandeel in perceel [adres 4] op Bonaire
zijn aandeel in het appartementsrecht [adres 5] op Bonaire
zijn aandeel in de inboedel van het appartement [adres 5] op Bonaire
zijn aandeel in de verkoopopbrengst van de woning [adres 6] op Bonaire
de tegoeden op zijn bank- en spaarrekeningen bij RBC op 27 januari 2022
alles onder de gehoudenheid van de man om wegens onderbedeling van de vrouw aan de vrouw USD 18.608,75 te voldoen;
bepaalt dat de man op de pensioendatum van de vrouw (1 februari 2046) recht heeft op een bruto ouderdomspensioen van NAf 3.880,00 per jaar en dat de vrouw Ennia dient te verzoeken om deze uitkering te zijner tijd direct aan de man te betalen;
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 28 januari 2026 getekend door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.