ECLI:NL:OGEABES:2026:208

ECLI:NL:OGEABES:2026:208

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer BON202600155
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Voorlopige hoofdverblijfplaats. Voorlopige begeleide omgangsregeling. Communicatie. Voorlopige bijdrage kinderalimentatie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600155

datum beslissing: 20 augustus 2026

BESCHIKKING

op verzoek van

[de man],

wonende te Bonaire,

hierna: de man,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

tegen

[de vrouw],

wonende te Bonaire,

hierna: de vrouw,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

De Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) is opgeroepen met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige (artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES).

1. De procedure

Op 27 maart 2026 is het verzoekschrift met bijlagen ingediend. Bij brieven van 14 augustus 2026 heeft mr. Nicolaas aanvullende producties ingediend.

Op 18 augustus 2026 is het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken, met bijlagen ingediend. Daarop heeft mr. Nicolaas via e-mail op 18 augustus 2026 verzocht de producties buiten beschouwing te laten vanwege overschrijding van de indieningstermijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2026. Daarbij zijn beide partijen met hun gemachtigden verschenen. Namens de Voogdijraad is [medewerker Voogdijraad] aanwezig. Ter zitting heeft mr. Nicolaas pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn op [datum] 2024 te [plaats] met elkaar getrouwd.

De man en de vrouw zijn de ouders van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].

3. De verzoeken

Het verzoek

De man verzoekt het Gerecht:

primair de echtscheiding en subsidiair de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit te spreken;

partijen te bevelen over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap;

te bepalen dat de man en de vrouw gezamenlijk belast blijven met het gezag over [de minderjarige];

te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de man zal zijn;

een omgangsregeling vast te stellen tussen de vrouw en [de minderjarige];

te bepalen dat de Voogdijraad een onderzoek doet naar de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige].

De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man. Zij verzoekt het Gerecht van haar kant:

de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;

de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen;

primair te bepalen dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat de vrouw wordt belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige]; subsidiair de beslissing over het gezag aan te houden tot daar onderzoek naar is gedaan door de Voogdijraad;

te bepalen dat hangende het onderzoek [de minderjarige] bij de vrouw verblijft en dat omgang met de vader alleen begeleid plaatsvindt;

te bepalen dat de overdrachtsmomenten conflictarm en op een neutrale locatie plaatsvinden en dat de oudercommunicatie schriftelijk via één kanaal en uitsluitend kindgericht plaatsvindt;

partijen op te dragen hun volledige financiële gegevens van de afgelopen twaalf maanden over te leggen;

te bepalen dat de man een voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de vrouw betaalt van USD 250,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen en met ingang van 1 september 2026;

de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap slechts toe te wijzen nadat een volledige boedelbeschrijving is opgesteld en de financiële stukken zijn uitgewisseld;

compensatie van proceskosten.

4. De beoordeling

De echtscheiding wordt uitgesproken

Partijen zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het Gerecht zal daarom het verzoek om de echtscheiding uit te spreken tussen partijen toewijzen.

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap wordt bevolen

De man en de vrouw verzoeken een bevel tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Nu de echtscheiding zal worden uitgesproken, eindigt het huwelijk en wordt de gemeenschap van rechtswege ontbonden (artikel 1:149 en 1:99 BW BES). Dit betekent dat de door partijen gewenste verdeling moet plaatsvinden. De rechter zal dan ook bevelen dat partijen overgaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Vanzelfsprekend is in dat kader een boedelbeschrijving nodig.

Het ouderlijk gezag

Uitgangspunt is dat na de echtscheiding de ouders gezamenlijk het gezag zullen blijven uitoefenen over [de minderjarige]. In sommige situaties kan dit niet wenselijk zijn. Nu de vrouw heeft verzocht om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] is het Gerecht van oordeel dat meer informatie nodig is om een beslissing te nemen hierover. Het Gerecht verzoekt daarom de Voogdijraad hiernaar onderzoek te doen en het rapport uiterlijk op de rolzitting van 25 november 2026 in te dienen.

Tijdens de mondelinge behandeling is ook de wens van de vrouw besproken om met [de minderjarige] naar Colombia te reizen om haar ernstig zieke vader te bezoeken. De man heeft ter zitting verklaard dat hij voor het jaar 2026 toestemming heeft verleend aan de vrouw om met [de minderjarige] te reizen vanaf Bonaire en dat hij daarbij blijft. Gelet hierop hoeft het Gerecht hier niet verder over te beslissen.

De hoofdverblijfplaats blijft voorlopig bij de vrouw

De man en de vrouw zijn het niet eens over de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige]. [de minderjarige] woont sinds februari 2026 bij de vrouw en zij neemt de dagelijkse zorg voor [de minderjarige] op zich. De Voogdijraad adviseert om deze situatie voorlopig niet te veranderen en eerst de resultaten van het onderzoek naar het gezag af te wachten. Het Gerecht neemt dit advies van de Voogdijraad over en zal bepalen dat de hoofdverblijfplaats bij [de minderjarige] voorlopig bij de vrouw zal zijn. Het Gerecht verzoekt de Voogdijraad ook te onderzoeken wat de meest wenselijke hoofdverblijfplaats voor [de minderjarige] zal zijn.

De definitieve kinderalimentatie kan nog niet worden vastgesteld

De man heeft het Gerecht verzocht een onderzoek te doen naar de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De vrouw heeft ook om een bijdrage verzocht, maar dan te betalen door de man. Om deze bijdrage correct vast te stellen heeft de Voogdijraad de inkomensgegevens van partijen nodig, zodat hun draagkracht kan worden bepaald. Nu deze gegevens nog niet (volledig) zijn aangeleverd en er geen berekening is gemaakt, en ook een rol zal spelen wat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] zal zijn en welke omgangsregeling zal gaan gelden, zal het Gerecht de Voogdijraad verzoeken onderzoek te doen naar de te bepalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De uitkomsten van het onderzoek kunnen dan tegelijk met het rapport over het gezag en de hoofdverblijfplaats worden ingediend op de rolzitting van 25 november 2026.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen een voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [de minderjarige] overeengekomen van USD 100,- per maand. Het Gerecht zal daarom beslissen dat de man dit bedrag maandelijks bij vooruitbetaling aan de vrouw voldoet met ingang van 1 september 2026.

Over de omgang en communicatie

Er is op dit moment geen vaste omgangsregeling vastgesteld. De Voogdijraad heeft geadviseerd dat omgang met een kind van [aantal] maanden frequent maar kort dient plaats te vinden, bijvoorbeeld een, twee of drie keer per week gedurende drie uur per keer (inclusief halen en brengen). De vrouw heeft voorgesteld om de omgang voorlopig drie keer per week te laten plaatsvinden op deze wijze, op woensdag, vrijdag en een dag in het weekend, onder begeleiding van een van de door haar genoemde familieleden van de man (tante [tante 1] en tante [tante 2]). De man heeft daarmee ingestemd. Het Gerecht zal deze voorlopige regeling dan ook vastleggen in deze beschikking.

Ter zitting is verder besproken dat partijen in beginsel alleen zullen communiceren via de WhatsApp-groep ‘Nos [de minderjarige]’ die voor dit doel is aangemaakt en zich zullen beperken tot het delen van foto’s van activiteiten met [de minderjarige] en verder tot zakelijke berichten.

De beslissingen worden niet alle uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat de echtscheiding pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 lid 1 BW BES). De inschrijving van de echtscheidingsbeschikking kan pas geschieden nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:20 lid 2 BW BES). De voorlopige beslissingen over de hoofdverblijfplaats, omgang en kinderalimentatie worden wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5. De beslissing

Het Gerecht:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [datum] 2024 te [plaats];

beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;

bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] voorlopig bij de vrouw zal zijn;

stelt voorlopig de navolgende omgangsregeling vast:

- de man heeft drie keer per week, gedurende drie uren per keer (inclusief halen en brengen), omgang met [de minderjarige], onder begeleiding van een van de genoemde familieleden van de man (tante [tante 1]/tante [tante 2]);

bepaalt de door de man voorlopig te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats], met ingang van 1 september 2026 op USD 100,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Voogdijraad door tussenkomst van de Belastingdienst Caribisch Nederland;

bepaalt dat de Voogdijraad onderzoek doet naar de gezagssituatie, de hoofdverblijfplaats, de omgangsregeling en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] en dat de Voogdijraad de uitkomsten van dit onderzoek uiterlijk op de rolzitting van 25 november 2026 indient bij het Gerecht;

houdt iedere verdere beslissing aan tot de EJ-rolzitting van 25 november 2026;

verklaart de beslissingen onder 5.3., 5.4. en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.L. Wattel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand