GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Zittingsplaats Saba
Zaaknummer: SAB202600019 Datum beschikking: 19 augustus 2026
in de zaak van
[verzoekster], wonende te Saba, verzoekster, gemachtigde: mr. V.T. Pantophlet,
tegen
HET OPENBAAR LICHAAM SABA, zetelende te Saba, verweerster, gemachtigde: mr. S. van Lint.
Partijen zullen hierna [verzoekster] en het OLS worden genoemd.
De zaak in het kort
[verzoekster] had een tijdelijk arbeidscontract met het OLS. Zij ging ervan uit dat dat zou worden verlengd of omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Het Gerecht oordeelt dat het OLS niet in strijd met de redelijkheid of het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door [verzoekster] geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden. De verzoeken van [verzoekster] worden daarom afgewezen.
The Case in Brief
[verzoekster] had a temporary employment contract with OLS. She assumed that it would be extended or converted into a permanent contract. The Court ruled that OLS did not act contrary to the principles of reasonableness or good faith by not offering [verzoekster] a new employment contract. [verzoekster]’s claims are therefore dismissed.
1. Het procesverloop
verzoekster] heeft op 4 mei 2026 een verzoekschrift met producties ingediend. Het OLS heeft op 15 juni 2026 een verweerschrift met producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 17 juni 2026. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. [verzoekster] heeft aan het einde van de zitting haar “persoonlijke verklaring” voorgedragen en in kopie aan het Gerecht overgelegd.
Ter zitting is afgesproken dat partijen nog een keer bij elkaar zouden gaan zitten om te onderzoeken of zij een gezamenlijke verklaring zouden kunnen opstellen die ‘naar buiten toe’ gepresenteerd zou kunnen worden. Ook zou een mogelijke schikking kunnen worden besproken. De datum van de beschikking is vastgesteld op vandaag.
Het Gerecht heeft na de zitting van geen van beide partijen iets vernomen, zodat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2. De feiten
[verzoekster] is op 22 januari 2024 in dienst getreden bij het OLS in de functie van Domestic Safety Advisor. Zij was verantwoordelijk voor een opvanglocatie op Saba. Deze opvanglocatie (“shelter”) is voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld door hun partner en daardoor niet langer veilig thuis kunnen blijven. Onder leiding van [verzoekster] is de shelter opgericht en volledig operationeel gemaakt. De einddatum van het contract van [verzoekster] was 21 januari 2026.
Op 12 september 2025 heeft op Saba een schietincident plaatsgevonden waarbij brandweerman [naam] om het leven is gekomen. Wijlen [naam] is een neef van [verzoekster]. Verschillende instanties moesten worden ingeschakeld om zorg te dragen voor de familie van de omgekomen brandweerman en voor de veiligheid van de familie van de mogelijke dader. Er moest met spoed tijdelijke opvang worden geregeld voor de partner van de verdachte en hun drie kinderen. Zij hebben toen onderdak gekregen in de shelter van het OLS.
Op 17 oktober 2025 heeft de korpschef van Politie Caribisch Nederland (hierna: de korpschef) een klacht ingediend. Deze klacht betrof de opstelling en het handelen van [verzoekster] bij het onderbrengen van de familie van de verdachte en het tegenwerken van het overdragen van het minderjarige zoontje van het slachtoffer aan haar moeder in Curaçao voordat de uitvaart op Saba zou zijn geweest. Volgens de inhoud van de klacht werd aan de professionaliteit en integriteit van [verzoekster] getwijfeld.
Bij brief van 4 november 2025 heeft het OLS [verzoekster] met onmiddellijke ingang geschorst (“suspension with pay”). In een latere brief van 10 november 2025 heeft het OLS in een brief aan [verzoekster] nader toegelicht waarop de schorsing was gebaseerd.
Op verzoek van het OLS heeft Rijks Caribisch Nederland (RCN) een onderzoek ingesteld, met de volgende doelstelling:“Dit oriënterend onderzoek met medeweten van de ambtenaar is erop gericht om wetenschap/ feiten te verzamelen om hierdoor goed waardeoordeel te kunnen geven over de kwestie, zodat het bevoegd gezag zich kan beraden over eventuele vervolgstappen.(…)Het onderzoek heeft zich beperkt tot het in kaart brengen van de feiten omtrent de gebeurtenis op basis van de aangeleverde/ter beschikking gestelde documenten door de opdrachtgever, de betrokken medewerker en gesprekken met ander betrokkenen.”RCN heeft het rapport op 18 december 2025 uitgebracht.
Tijdens een overleg op 17 december 2025 met [verzoekster] heeft het OLS haar aangekondigd dat haar tijdelijke contract niet zou worden verlengd.3. Het geschil
verzoekster] verzoekt het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven:
1. het OLS te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van USD 71.138,76 netto, vermeerderd met wettelijke rente;
2. het OLS te veroordelen tot het betalen van USD 6.193,56 aan juridische bijstand tijdens de schorsing, vermeerderd met wettelijke rente;
3. Het OLS te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder begrepen de advocaatkosten, griffierechten, deurwaarderskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
verzoekster] legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. [verzoekster] had een tweejarig contract tot 21 januari 2026. Het OLS heeft besloten om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] niet te verlengen. [verzoekster] vindt dat het vereiste van goed werkgeverschap meebrengt dat het OLS de arbeidsovereenkomst wel had moeten verlengen, met name nu OLS eerder heeft toegezegd dat zij in vaste dienst zou worden genomen. [verzoekster] heeft twee jaar bij het OLS gewerkt en heeft steeds goed gefunctioneerd. Zij mocht erop vertrouwen dat bij goed functioneren de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet.
Het OLS heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Inleiding
In deze zaak gaat het om de vraag of het OLS jegens [verzoekster] in strijd met het goed werkgeverschap heeft gehandeld door [verzoekster] geen verlenging van haar contract of een vast dienstverband aan te bieden na afloop van haar contract voor bepaalde tijd. In zijn algemeenheid bestaat er geen verplichting voor een werkgever om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd om te zetten in een vast dienstverband, zelfs niet als de werknemer uitstekend functioneert. Inherent aan een contract voor bepaalde tijd is immers het uitgangspunt, dat partijen na afloop ervan zonder enige verplichting over en weer van elkaar af kunnen. Het Gerecht zal hierna beoordelen of er redenen zijn dat het OLS van dat uitgangspunt had moeten afwijken.Het beoordelingsformulier (“Annual Review”)
Het OLS heeft een ongedateerd beoordelingsformulier van [verzoekster] in het geding gebracht over de periode juli 2024 – oktober 2025. Het OLS stelt dat dit formulier door [leidinggevende] is opgesteld na het schietincident van 12 september 2025, maar vóór de klacht van de korpschef van de politie. Ter zitting heeft [leidinggevende] dit bevestigd.
Zonder in detail te treden, constateert het Gerecht dat er in dit formulier ook vóór de klacht van de korpschef door de leidinggevende enige kritische opmerkingen worden gemaakt over het functioneren van [verzoekster]. [verzoekster] stelt zich op het standpunt dat het formulier later moet zijn opgesteld, op een moment dat het OLS al had besloten niet met [verzoekster] verder te gaan. Zij heeft erop gewezen dat er opmerkingen worden gemaakt, die alleen betrekking kunnen hebben op de door de korpschef tegen haar ingediend klacht. Zij wijst op de passage:“However, there have been instances where decision-making regarding client access tot he shelter has appeared selectvie”.Ter zitting daarnaar gevraagd heeft Johnson echter verklaard dat er ook in de periode vóór het schietincident met [verzoekster] discussie is geweest over het opnemen van personen of gezinnen in de shelter en dat deze opmerking in het verslag daarmee te maken heeft.De ontwikkelingen na het schietincident
Het schietincident met fatale afloop was op 12 september 2025. In deze procedure speelt de opstelling van [verzoekster] direct na het incident een belangrijke rol. Die opstelling was aanleiding voor de korpschef om een klacht bij de gezaghebber in te dienen. En die klacht was weer aanleiding tot de schorsing van [verzoekster] op 4 november 2025.Het onderzoeksrapport van RCN
[verzoekster] stelt dat uit het onderzoeksrapport is gebleken dat geen van de beschuldigingen is komen vast te staan. Die conclusie kan echter niet uit het rapport worden getrokken. In ieder geval is het geen conclusie van de onderzoekers. Zij presenteren de onderzochte feiten op een neutrale manier en laten het aan het OLS over om conclusies te trekken.Aan het slot van het rapport vermeldt RCN het volgende:“Het onderzoeksverslag, de interviews en bijvoegde documenten leveren afgezet tegen het toetsingskader zoals de gedragscode naar de mening van de onderzoekers enkele feitelijkheden op waarop het bevoegd gezag een standpunt kan innemen inzake de mate van afbreuk voor het openbaar Lichaam Saba en welke vervolgstappen eventueel genomen zouden moeten worden.”Dat [verzoekster] in het rapport uitgebreid aan het woord wordt gelaten om de tegen haar geuite beschuldigingen te weerleggen, maakt nog niet dat die beschuldigingen daarom niet zijn komen vast te staan.
Het Gerecht deelt ook niet de mening van [verzoekster] dat uit de mededelingen van het OLS bij de opheffing van de schorsing moet worden afgeleid dat het OLS meende dat de eerdere beschuldigingen aan het adres van [verzoekster] onterecht waren. In de brief van 8 januari 2026 schrijft het OLS:
“We are writing following the completion of the investigation. (…) Following careful consideration of the report and all circumstances, among which the fact that your employment is coming to an end very soon, we have decided to not take further measures and have decided to formally lift your suspension with immediate effect. You have remained on full pay throughout the period of suspension, and this has had no bearing on your pay. You attended a meeting with your department head and the HRM department on 17 December 2025, at which you were informed that your temporary contract would not be renewed. This decision is separate from the investigation, and it was confirmed that your contract would end on the specified date of 21 January 2026. In view of the approaching end date and the sensitive nature of this case, we would like to offer you the opportunity to remain on paid leave until your end date.”
Het OLS heeft volgens deze brief alle omstandigheden afgewogen, waaronder de inhoud van het rapport en het feit dat de arbeidsovereenkomst binnen twee weken zou eindigen. Dat leidde tot de beslissing om de schorsing op te heffen, waarbij [verzoekster] werd aangeboden om betaald verlof te houden tot einde contract.
Het bij [verzoekster] opgewekte vertrouwen
[verzoekster] stelt zich op het standpunt dat OLS aan haar heeft meegedeeld dat zij in vaste dienst zou worden genomen. Het gaat dan om de bespreking met haar leidinggevende in oktober 2025 en een door [verzoekster] opgenomen gesprek met diezelfde leidinggevende op 17 december 2025.Het Gerecht neemt hieronder over wat [verzoekster] in haar verzoekschrift heeft opgenomen over het gesprek op 17 december 2025:
([verzoekster]): "Okay. The last conversation we had on one-on-one in October was that my contract would be renewed...[naam]? May I know what has changed after that period? Because that was not really a long time ago in October. (OLS): Ahm..No. Yeah, we had the conversation, but things have changed since then. And, yeah, it's just that we no longer feel that you're a fit for the position on and the department." "(OLS): Ahm.. Well, it's not because of the investigation. It's more about collaboration with stakeholders and in that respect it's more in line with... ([verzoekster]): When did that decision, when was that decision made after October when you told me that the contract would be renewed... (OLS): Well, as I mentioned in October already, we had some concerns and we would have discussed it in the performance review, but we were not able to have a performance review. And so then after that, the decision was taken. ([verzoekster]): Only, it's just not really clear to me when you say that there were concerns when you said that to me in October. You said that that would not have an effect on the continuation of my contract. You clearly specified that. "
Het Gerecht begrijpt dat [verzoekster] na het gesprek in oktober 2025 de verwachting had dat haar contract zou worden verlengd. Maar het Gerecht is het met het OLS eens dat niet gesproken kan worden over een onvoorwaardelijke toezegging om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De opmerking van haar leidinggevende dat er zorgen bestonden over het functioneren van [verzoekster], maar dat deze zorgen op dat moment, drie maanden voor het einde van de arbeidsovereenkomst, niet dusdanig waren dat dit gevolgen zou hebben voor een voortzetting van het dienstverband, ziet het Gerecht niet als zo’n onvoorwaardelijke toezegging. Daarbij merkt het OLS nog op dat er in het gesprek ook niet besproken is onder welke voorwaarden, zoals voor welke periode en welk salaris, de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet.
Daar komt nog bij dat het OLS naar het oordeel van het Gerecht terecht heeft aangevoerd dat er na het gesprek in oktober 2025 nog ontwikkelingen zijn geweest, die maakten dat er in december 2025 een deugdelijke reden was om de overeenkomst niet te verlengen.
De factuur van advocatenkantoor De Jong
In het RCN-rapport is ook aandacht besteed aan een ander integriteitsonderdeel van de klacht. Dat betreft de ontvangst en goedkeuring van een factuur van advocatenkantoor De Jong.
Een tante van het minderjarige zoontje van het slachtoffer heeft [verzoekster] benaderd voor juridische hulp, omdat zij wilde voorkomen dat het jongetje mee naar Curaçao zou gaan (waar zijn moeder woont), voordat de uitvaart op Saba zou zijn geweest. [verzoekster] heeft toen advocatenkantoor De Jong benaderd om die tante bij te staan. Die bijstand is verleend. De factuur voor de verrichte werkzaamheden is aan het OLS gestuurd. [verzoekster] heeft het daar toen wel met een collega over gehad, maar die zei dat als er vragen zouden komen, [verzoekster] die dan wel zou horen. In het RCN-onderzoek heeft [verzoekster] erkend dat zij wist dat het hier om een privé-kwestie ging, maar zich op het standpunt gesteld dat er met de betaling niets mis was, omdat de tante ook bij het Sociaal Domein bekend was en wel vaker was geholpen door Sociaal Domein. Het Gerecht verwerpt dat standpunt. [verzoekster] heeft immers zelf verklaard dat de tante aan de advocaat heeft gevraagd naar de kosten, maar dat deze haar heeft gerustgesteld door te zeggen dat zij zich geen zorgen hoefde te maken. Door niet tegen te houden dat die latere factuur door het OLS werd betaald, handelde [verzoekster] daarom niet integer.Conclusie
Gelet op de voormelde omstandigheden is het niet in strijd met de redelijkheid of het vertrouwensbeginsel dat het OLS [verzoekster] geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft aangeboden. De verzoeken van [verzoekster] zullen daarom worden afgewezen.Proceskosten
[verzoekster] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van het OLS tot op heden begroot op USD 838,- aan salaris voor de gemachtigde van het OLS.
5. De beslissing
Het Gerecht:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, aan de zijde van het OLS tot op heden begroot op USD 838,-;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter, en op 19 augustus 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.