ECLI:NL:OGEABES:2026:215

ECLI:NL:OGEABES:2026:215

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer SAB202300029
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Artikel 3:200a BW BES, langdurig onverdeelde nalatenschap, eindbeschikking. Toekenning percelen conform het voorstel van verzoekers en belanghebbende.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Zittingsplaats Saba

Zaaknummer: SAB202300029

Datum uitspraak: 14 januari 2026

Beschikking op het verzoek op grond van artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek BES met betrekking tot het perceel gelegen te

[LOCATIE]

Ongeveer 837 m2, omschreven in meetbrief 17/[….], met de volgende omschrijving:

“This parcel of land is situated on the island of Saba, Netherlands Antilles, in the district of [locatie].

It is bounded by the lands of [name], by the lands of [name], by the lands of Over the Ridge, by the lands of [name], by a public road and by the lands of [name] and [name] as depicted in the drawing.“

hierna: het perceel,

van:

[verzoeker],

wonend te Saba,

verzoeker,

procederend in persoon,

met als in het geding verschenen belanghebbende:

HET OPENBAAR LICHAAM SABA,

zetelend te Saba, hierna: het OLS,

gevolmachtigde: mr. P. Groeneveld.

1. Het procesverloop

Verzoeker heeft op 29 november 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

De openbare oproeping van belanghebbenden als bedoeld in artikel 200f lid 5 BW BES heeft plaatsgevonden door publicaties in de Staatscourant, de National Gazette van Sint Maarten en in The Daily Herald, en door berichten op de sociale media kanalen van het Gemeenschappelijk Hof.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 december 2025 in het Courthouse Saba. Daarbij is namens verzoeker zijn zoon [X] verschenen, samen met verzoekers echtgenote [Y]. Er zijn geen andere belanghebbenden verschenen.

Het OLS heeft bij akte van 12 januari 2026 laten weten geen beroep op het domeinbeginsel te doen en geen bezwaar te hebben tegen toekenning van het perceel aan verzoeker.

Uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

Het verzoek

Verzoeker verzoekt het Gerecht te beslissen over de eigendom van het perceel omschreven in de kop van deze beschikking en het perceel aan hem in eigendom toe te kennen.

Het verzoek is gebaseerd op de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven nalatenschappen (artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek BES). Deze regeling is bedoeld om een oplossing te bieden voor terreinen met een onduidelijke eigendomssituatie en geeft de rechter de mogelijkheid grond aan ‘gebruikers’ toe te wijzen. Ook afstammelingen van de oorspronkelijke eigenaar kunnen als ‘gebruiker’ worden aangemerkt. De rechter kan ook grond toewijzen aan de overheid, die het vervolgens aan ‘gebruikers’ moet uitgeven in koop, erfpacht of huur, alles voor zover dat redelijk is.

Verzoekers vragen toepassing van artikel 3:200a BW BES e.v. Verzoekers leggen het volgende aan het verzoek ten grondslag. Het perceel is in 1958 door verzoeker gekocht van [Z]. Er is nooit een eigenaar geregistreerd in de openbare registers. Verzoeker heeft een huis op het perceel gebouwd en heeft met zijn echtgenote een gezin aldaar gesticht. Verzoeker en zijn echtgenote wonen nog steeds in het huis.

Het standpunt van het OLS

Artikel 3:200f BW bepaalt dat het OLS in dit soort zaken belanghebbende is en moet worden opgeroepen. Artikel 3:200c lid 4 bepaalt dat de rechter het gevoelen inwint van het OLS over de eventueel noodzakelijke ontwikkeling van de onroerende zaak waarop het verzoek betrekking heeft.

Ter zitting is namens het OLS het standpunt ingenomen dat het OLS geen bezwaar heeft tegen toekenning van het perceel in eigendom aan verzoeker. Het OLS roept het domeinbeginsel niet in. Er is geen noodzaak voor ontwikkeling.

Kan de regeling inzake langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen worden toegepast?

Na de inbezitneming door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was

alle grond van de overheid (Gemeenschappelijk Hof 16 november 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:214, [..]. Sint Maarten). Men spreekt wel van het domeinbeginsel.

Het Openbaar Lichaam heeft het domeinbeginsel niet ingeroepen in deze zaak. In tegendeel, het is het Gerecht bekend dat het streven van ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Openbaar Lichaam is om de problematiek van de onverdeelde gronden op Saba en Sint Eustatius op te lossen. Kenmerkend voor deze eilanden is dat er relatief veel gronden zijn, zelfs gronden met daarop een woning gebouwd, zonder enige inschrijving in de openbare registers.

Ook in deze zaak is geen eigenaar van het perceel ingeschreven in de openbare registers. Onjuist is dat door de werking van artikel 5:24 BW BES de onroerende zaak toebehoort aan het Openbaar Lichaam (ECLI:NL:HR:2018:696, rov. 3.3.3).

Het is niet uitgesloten dat in het verleden, door een concessie door de overheid of door verjaring na bezitsdaden (men denke aan het bestaan van oude notariële aktes), er een particuliere eigenaar is geweest. Aannemelijk is dat er van deze persoon vervolgens talloze nakomelingen zijn. Daarvan uitgaande en in aanmerking genomen dat het Openbaar Lichaam geen beroep op het domeinbeginsel heeft gedaan, kan, ook bij het ontbreken van een inschrijving van een eigenaar in de openbare registers, een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap worden aangenomen.

Aannemelijk is dat het door verzoekers aangekochte perceel deel uitmaakt van een onverdeeld gebleven gemeenschap binnen de S. familie. Volgens de overgelegde handgeschreven akte is het perceel gekocht van [Z]. Uit een andere akte valt af te leiden dat het perceel deel uitmaakte van de nalatenschap van [naam], een voorouder van de echtgenote van verzoeker. Het Gerecht zal daarom artikel 3:200a BW BES in dit geval toepassen.

Teneinde het perceel aan verzoeker in eigendom toe te kennen dient hij als gebruiker te worden aangemerkt. Wat betreft de invulling van het begrip “gebruiker” genoemd in artikel 3:200b lid 3 verwijst het Gerecht naar wat het Gemeenschappelijk Hof in de Curaçaose zaak Rancho over de band met de grond heeft geoordeeld (ECLI:NL:OGHACMB:2018:46). Hieraan houdt het Gerecht mutatis mutandis vast in deze zaak. Verzoekers zullen als gebruikers worden aangemerkt op basis van de volgende omstandigheden:

- de grootouders van de echtgenote van verzoeker hadden het perceel al in gebruik;

- verzoeker heeft geïnvesteerd in het perceel door er een huis op te bouwen;

- verzoeker woont al ruim 60 jaar op het perceel;

- ondanks daartoe te zijn opgeroepen, hebben zich geen belanghebbenden gemeld en zijn er geen bezwaren geuit tegen de eigendomsverkrijging door verzoeker.

Van een noodzaak tot ontwikkeling is niet gebleken. Er staat een woning op het perceel en dat kan zo blijven.

Het Gerecht zal gelet op het voorgaande de eigendom toekennen aan verzoeker.

3. De beslissing

Het Gerecht:

kent het perceel omschreven in meetbrief 17 van [….], staande en gelegen te [locatie] te Saba, in eigendom toe aan [verzoeker];

bepaalt dat deze beschikking door toedoen van de griffier binnen twee weken na deze uitspraak openbaar bekend wordt gemaakt in de Staatscourant, de National Gazette (van Sint Maarten) en The Daily Herald en op de website van het Gemeenschappelijk Hof, door plaatsing van dit bericht:

BEKENDMAKING

Bij beschikking van het Gerecht in eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 17 december 2025 is op grond van de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen (artikel 3:200a BW BES) een onroerende zaak in eigendom toegekend aan de verzoeker [verzoeker], wonende te Saba. Het betreft de onroerende zaak:

[LOCATIE]

(837 m2, meetbrief 17 van [….])

te Saba.

De beschikking is met als zoekterm SAB202300029 te vinden onder Uitspraken op www.rechtspraak.nl

bepaalt dat de griffier nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan een afschrift van deze beschikking zendt aan de bewaarder van de openbare registers in Saba ter inschrijving;

draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de kosten voor de openbare bekendmakingen in mindering te brengen op het door verzoeker betaalde voorschot en het eventueel overblijvende uit te keren aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. Drenth

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand