GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Zaaknummer: BON202400419
Datum uitspraak: 8 september 2026
Vijfde tussenbeschikking in de zaak met betrekking tot het perceel:
NOORD NIKIBOKO (467 m2)
te Bonaire
kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 467 m2
(stenen huis en erf)
welk perceel volgens de schriftelijke inzage in de openbare registers ten name staat van
‘[betrokkene]’
hierna: het perceel
van:
[verzoeker],
hierna: [verzoeker],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
met belanghebbenden:
[belanghebbende 1],
hierna: [belanghebbende 1],
[belanghebbende 2],
hierna: [belanghebbende 2],
gemachtigde: mr. R.Ch. Luttikhuizen,
[belanghebbende 3],
[belanghebbende 4],
[belanghebbende 5],
gemachtigde: [belanghebbende 2],
HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,
zetelend te Bonaire,
hierna te noemen: OLB,
gemachtigde: mr. ir. T.L.H. Peeters,
en
de stichting FUNDASHON CAS BONAIRIANO,
gevestigd te Bonaire,
hierna te noemen: FCB,
niet verschenen.
1. Het verdere procesverloop
Het Gerecht verwijst naar de tussenbeschikkingen van 3 juni 2025, 1 augustus 2025 en 9 december 2025 en 10 april 2026.
Op 2 juni 2026 heeft [verzoeker] een verklaring van een bank (MCBB) overgelegd omtrent zijn mogelijkheid een hypothecaire lening bij die bank aan te gaan.
Op 2 juni 2026 heeft OLB een akte uitlating genomen.
Uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
In de vierde tussenbeschikking (van 10 april 2026) heeft het Gerecht [verzoeker] opgedragen bij akte te reageren op de akte van [belanghebbende 2] van 7 april 2026. Dit heeft hij niet gedaan. Hij krijgt nogmaals daartoe de gelegenheid.
[verzoeker] moet ook reageren op de akte uitlating van OLB van 2 juni 2026 en zijn plan tot ontwikkeling van de zaak aanpassen.
Wat betreft de verdere inhoud van de akte uitlating van OLB van 2 juni 2026, overweegt het Gerecht als volgt.
In de openbare registers staat [betrokkene] (overleden op [datum] 1952) vermeld als eigenaar van de onroerende zaak. Hij en zijn opvolgers zijn al tientallen jaren bezitter van de onroerende zaak. OLB vermag niet met de blote stelling dat de ‘de titel voor het eigendom (notariële akte)’ ontbreekt de eigendom van [betrokkene] op losse schroeven te zetten. Overigens vermelden de openbare registers wel een titel: ‘Notariele akte van verkoop’.
Het gaat om een betrekkelijk kleine oppervlakte (467 m2). Het Gerecht heeft gelet op de waarde van de zaak, het vermoedelijke aantal deelgenoten, alsmede met de kosten gemoeid met de opsporing der deelgenoten, de waardebepaling van de zaak, de verdeling en de levering geoordeeld dat aannemelijk is dat, aangenomen dat alle deelgenoten kunnen worden opgespoord, in elk geval de waarde van de aandelen van de deelgenoten zeer gering is.
Hier komt bij dat na een openbare oproeping alleen [verzoeker] als gebruiker is verschenen. Dat eerder door het Gerecht een bindende eindbeslissing is gegeven kan niet alleen aan [belanghebbende 2], maar ook aan OLB worden tegengeworpen.
De grond is bij niemand feitelijk in gebruik. Het gaat om een ruïne. Naar vaste rechtspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en dit Gerecht is voldoende om als gebruiker aangemerkt te worden dat men een band heeft met de grond. Zie de eerste tussenbeschikking (van 3 juni 2025):
De regeling van artikel 3:200a e.v. BW BES is bedoeld de ‘gebruikers’ – dat zijn familieleden van de oorspronkelijke eigenaar of personen die anderszins een band hebben met de grond – eigenaar of erfpachter te maken, maar wel met de verplichting om voortaan zelf de grond te gebruiken (voor bewoning of landbouw), met de mogelijkheid van een uitdrukkelijk speculatieverbod.
[verzoeker] is familielid. Hij woont in Bonaire, hetgeen mede een vereiste is (artikel 3: 200b lid 1 BW BES).
De gemeenschap is niet verdeeld. Een verdeling zou zijn gebleken uit de openbare registers aangezien levering nodig is (artikel 3:186 lid 1 BW BES).
De uitkomst is dat [verzoeker] een akte moet nemen, waarin hij – nauwkeurig – reageert op de akte van [belanghebbende 2] van 7 april 2026 en op de akte uitlating van OLB van 2 juni 2026.
[verzoeker] moet zijn ontwikkelingsplan (volgens OLB niet meer dan een 'schetsontwerp') drastisch bewerken, bij voorkeur met inschakeling van een architect bekend met de Bonairiaanse bouwvoorschriften, en de nieuwe versie bij akte overleggen.
Vervolgens mogen [belanghebbende 2], OLB en eventuele andere belanghebbenden een antwoordakte nemen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. Beslissing
Het Gerecht:
a. draagt [verzoeker] op bij akte te reageren op de akte van [belanghebbende 2] van 7 april 2026 (rov. 2.1);
b. draagt [verzoeker] op bij akte te reageren op de akte uitlating van OLB van 2 juni 2026 (rov. 2.2);
c. draagt [verzoeker] op bij akte een nieuw ontwikkelingsplan over te leggen (rov. 2.2 en 2.11);
- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 1 december 2026 om 14:00 uur;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. de Boer, rechter, en op 8 september 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Bonaire in aanwezigheid van de griffier.