GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600336
Datum uitspraak: 21 september 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoeker],
wonend op Bonaire,
verzoeker,
hierna: [verzoeker],
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
Voyager Events Bonaire N.V.,
gevestigd op Bonaire,
verweerster,
hierna: Voyager
niet verschenen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 25 juni 2026.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. Voyager is niet verschenen.
De griffier heeft de aan Voyager verzonden oproeping terug ontvangen, omdat Voyager kennelijk niet meer is gevestigd op het adres waarop zij volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel is gevestigd. De oproeping en het verzoekschrift zijn echter ook per e-mail verzonden naar Voyager, naar het e-mailadres waarmee de griffier contact heeft gehad met Voyager voor het opgeven van verhinderdata voor de zitting. Daarmee is Voyager op de door de rechter bepaalde wijze deugdelijk opgeroepen. Mr. Van Lieshout heeft spreekaantekeningen voorgelezen die aan het dossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het Gerecht bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2. De kern van de zaak
verzoeker] is in augustus 2025 arbeidsongeschikt geraakt, naar hij stelt als gevolg van een ongeval dat hem tijdens zijn werkzaamheden voor Voyager is overkomen. Hij stelt recht te hebben op doorbetaling van 100% van zijn salaris, maar dat Voyager dit sinds januari 2026 niet meer (volledig) betaalt.
Het Gerecht zal de vorderingen die [verzoeker] in verband daarmee heeft ingesteld grotendeels toewijzen.
3. De feiten
verzoeker] is sinds 1 februari 2022 als gids en algemeen medewerker in dienst van Voyager, eerst op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en vervolgens (sinds 15 juni 2024) op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zijn salaris bedraagt USD 2.000,- per maand voor 40 werkuren per week, na aftrek van de wettelijke inhoudingen.
In artikel 7 van de arbeidsovereenkomst is over arbeidsongeschiktheid bepaald: “Indien de werknemer zich arbeidsongeschikt acht vanwege ziekte dient de werknemer dit tijdig bij de werkgever te melden waarna deze de SZW in kennis zal stellen. Een arts van de SZW zal vervolgens contact opnemen met de werknemer. Indien de werknemer vanwege ziekte arbeidsongeschikt is verklaard, aanspraak op 100% (…) van het overeengekomen salaris met ingang van de derde dag van de arbeidsongeschiktheid.“
In augustus 2025 heeft [verzoeker] een ongeval gehad tijdens zijn werk, waarna hij is uitgevallen. Hij heeft hiervan melding gemaakt en medewerking verleend aan onderzoeken en controles in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid door SZW.
Tot en met december 2025 heeft Voyager het salaris van [verzoeker] volledig betaald. Over de maand januari 2026 heeft Voyager een bedrag van USD 400,- in contanten aan [verzoeker] betaald. Daarna heeft Voyager geen salaris meer betaald aan [verzoeker]. Vanaf maart 2026 ontvangt [verzoeker] rechtstreeks een uitkering van SZW. Deze was aanvankelijk USD 1.458,- en is later met terugwerkende kracht gecorrigeerd naar USD 1.600,- per maand, zijnde 80% van zijn salaris.
Bij brief van 6 mei 2026, die op 27 mei 2026 door de deurwaarder aan de bestuurder van Voyager is betekend, heeft de gemachtigde van [verzoeker] Voyager gesommeerd aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, te bevestigen dat [verzoeker] gedurende zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op volledige doorbetaling en een volledig overzicht te verstrekken van alle loonbetalingen, loonstroken, aan SZW verstrekte informatie en correspondentie met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid en uitbetaling van [verzoeker].
Voyager heeft aan deze sommatie niet voldaan.
4. Het verzoek en het verweer
verzoeker] verzoekt, naast een aantal verklaringen voor recht, kort gezegd:
Voyager te veroordelen tot betaling van USD 1.600,- netto wegens het onbetaald gebleven gedeelte van het salaris over januari 2026, USD 2.000,- netto wegens het volledig onbetaald gebleven salaris over februari 2026 en het verschil tussen het overeengekomen salaris van USD 2.000 netto per maand en de bedragen die [verzoeker] vanaf maart 2026 van SZW heeft ontvangen of zal ontvangen zolang de verplichting tot loonbetaling voortduurt;
Voyager te bevelen schriftelijk aan SZW te bevestigen dat (i) [verzoeker] in augustus 2025 arbeidsongeschikt is geraakt als gevolg van een bedrijfsongeval tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor Voyager, (ii) [verzoeker] werkzaam was krachtens arbeidsovereenkomst met Voyager, (iii) [verzoeker] op grond van artikel 7 van de arbeidsovereenkomst aanspraak heeft op volledige loonbetaling gedurende zijn arbeidsongeschiktheid en (iv) het overeengekomen salaris USD 2.000,- netto per maand bedraagt, met gelijktijdige toezending van een afschrift van deze bevestiging aan [verzoeker] en zijn gemachtigde, dit alles op straffe van een dwangsom;
Voyager te bevelen aan [verzoeker] te verstrekken alle loonstroken, salarisadministratie, opgaven aan SZW, meldingen van arbeidsongeschiktheid, correspondentie met SZW en overige documenten die betrekking hebben op het ongeval, de arbeidsongeschiktheid en de loonbetalingen van [verzoeker], dit op straffe van een dwangsom;
Voyager te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7A:1614q BW BES ad 50% van de achterstallige loonbedragen en de wettelijke rente over de achterstallige loonbedragen vanaf de respectieve vervaldata;
Voyager te veroordelen in de proceskosten en nakosten;
de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
verzoeker] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij gedurende zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op doorbetaling van 100% van zijn salaris, dit op grond van de arbeidsovereenkomst en omdat sprake was van een bedrijfsongeval. Volgens [verzoeker] heeft Voyager geen melding aan SZW gedaan dat sprake was van een bedrijfsongeval, maar alleen van een ongeval en arbeidsongeschiktheid, en moet dat worden gecorrigeerd.
Voyager heeft geen verweer gevoerd.
5. De beoordeling
Recht op volledige doorbetaling van salaris bij arbeidsongeschiktheid (vordering a.)
Op grond van artikel 7 van de arbeidsovereenkomst heeft [verzoeker] recht op doorbetaling van 100% van het overeengekomen salaris in geval hij zich arbeidsongeschikt heeft gemeld en na onderzoek door de arts van SZW wegens ziekte arbeidsongeschikt is verklaard. Dat betreft dus een recht dat verder gaat dan de wettelijke aanspraak op loon voor een betrekkelijke korte tijd wanneer de werknemer als gevolg van ziekte of ongeval verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten (artikel 7A:1614d BW BES) en op de uitkering van ziekengeld dat 80% van het loon bedraagt (artikel 5 van de Wet ziekteverzekering BES).
Voyager heeft niet betwist dat [verzoeker] in augustus arbeidsongeschikt is geraakt en na het onderzoek van de arts van SZW ook arbeidsongeschikt is verklaard. Gelet daarop heeft [verzoeker] recht op doorbetaling van het volledige overeengekomen salaris van USD 2.000,- netto per maand zolang de arbeidsongeschiktheid en de arbeidsovereenkomst voortduurt. Niet in geschil is dat dit nog steeds het geval is. Vordering a. tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het salaris over januari 2026, het volledig onbetaald gebleven salaris over februari 2026 en het verschil tussen het overeengekomen salaris en de bedragen die SZW vanaf maart 2026 aan [verzoeker] heeft betaald, is dan ook toewijsbaar.
Recht op ongevallengeld (vordering b.)
Daarnaast heeft [verzoeker] recht op een uitkering van ongevallengeld tegenover de minister van SZW, indien hij als gevolg van een ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Bij gehele arbeidsongeschiktheid bedraagt het ongevallengeld gedurende de eerste 52 weken 100% en voor de verdere duur 80% van het loon per dag van de werknemer (artikel 5 van de Wet ongevallenverzekering BES). Het moet daarbij gaan om een ongeval dat de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking is overkomen (zie artikel 1 aanhef en onder f van deze wet).
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] toegelicht dat hij op 27 augustus 2025 in het kader van zijn werk voor Voyager samen met een collega dozen met scooters moest verplaatsen vanuit een loods naar een container. De dozen stonden op elkaar gestapeld. Bij het tillen van een doos verloor de collega zijn grip, waardoor de doos terecht kwam op [verzoeker]. Hij voelde direct in zijn rug dat het niet goed zat. Hij heeft nog een uur doorgewerkt en is daarna naar de huisarts gegaan. Hij heeft rugklachten en uitvalsverschijnselen gekregen, waardoor hij niet meer in staat is zijn werk te verrichten. Voyager heeft deze feiten niet betwist, zodat het Gerecht uitgaat van de juistheid daarvan.
verzoeker] heeft er belang bij dat Voyager deze gegevens opgeeft aan SZW, zodat de minister op basis daarvan kan beoordelen of [verzoeker] recht heeft op ongevallengeld zoals hiervoor vermeld. Als dat recht wordt vastgesteld en Voyager zelf niet op tijd betaalt, keert de minister het ongevallengeld aan [verzoeker] uit (zie artikel 5 lid 12 van de Wet ongevallenverzekering BES). Dat biedt hem in dat geval dus extra zekerheid dat zijn salaris voor 100% wordt doorbetaald. Het Gerecht ziet alleen niet in welk belang [verzoeker] erbij heeft dat Voyager aan SWZ opgeeft dat hij op grond van artikel 7 van de arbeidsovereenkomst aanspraak heeft op volledige loonbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid. Voor het bepalen van de aanspraak op ongevallengeld is dat immers niet van belang. Voor zover [verzoeker] daar toch enig belang bij heeft, is het recht van [verzoeker] op doorbetaling van 100% van zijn loon in deze beschikking vastgesteld. Vordering b. is dus toewijsbaar, met uitzondering van onderdeel (iii).
Verstrekken van loonstroken e.d. (vordering c.)
Op grond van artikel 7A:1614pa BW BES heeft [verzoeker] recht op verstrekking van loonstroken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] verklaard dat hij loonstroken over de periode tot en met augustus 2025 heeft ontvangen en dat het hem dus om de loonstroken vanaf september 2025 gaat. Vordering c. is in zoverre toewijsbaar. De vordering tot verstrekking van de salarisadministratie is onvoldoende bepaald om voor toewijzing in aanmerking te komen. [verzoeker] heeft verder onvoldoende toegelicht welk (rechtmatig) belang hij heeft bij verstrekking van opgaven aan SZW, meldingen van arbeidsongeschiktheid, correspondentie met SZW en overige documenten die betrekking hebben op het ongeval, de arbeidsongeschiktheid en de loonbetalingen van [verzoeker]. Waar het voor [verzoeker] om gaat, is immers dat SZW zijn aanspraak op ongevallengeld op basis van de juiste gegevens kan beoordelen. Dat wordt met vordering b. al bereikt. Niet duidelijk is wat de gevraagde gegevens daaraan kunnen toevoegen.
Het gevorderde onder c. wordt voor het overige dan ook afgewezen.
Dwangsom (bij vordering b. en c.)
Het Gerecht zal, zoals gevorderd, aan de bevelen van vordering b. en c. een dwangsom verbinden. De hoogte en het maximumbedrag ervan zal worden beperkt. Het Gerecht gaat ervan uit dat deze dwangsom een voldoende prikkel zal zijn voor Voyager om de bevelen na te leven.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente (vordering d.)
Over het achterstallige loon zal de gevorderde wettelijke verhoging uit artikel 7A:1614q BW BES worden toegewezen. Deze wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 10%. De door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding om de wettelijk verhoging niet of minder te matigen. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de respectieve vervaldata van het achterstallige loon.
Geen belang bij verklaringen voor recht
verzoeker] heeft verklaard dat hij geen afzonderlijk belang heeft bij de gevorderde verklaringen voor recht; zij dienen slechts als opstapje voor de gevraagde veroordelingen en bevelen. De vordering zal in zoverre dan ook worden afgewezen wegens ontbreken van belang.
Proceskosten en nakosten
Voyager zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure en de nakosten (kosten van tenuitvoerlegging). Deze kosten worden aan de kant van [verzoeker] begroot op:
USD 28,- aan griffierecht
USD 559,- aan salaris gemachtigde (tarief arbeidszaken met eenvoudig procesverloop)
USD 140,- aan nakosten (plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal: USD 727,-.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De beslissingen in deze beschikking worden, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiertegen heeft Voyager ook geen verweer gevoerd.
Toestemming voor kosteloos procederen
verzoeker] zal gelet op het door hem overgelegde ‘Formulier recht gevende op kosteloze rechtsbijstand’ worden toegestaan om kosteloos te procederen.
6. De beslissing
Het Gerecht:
staat [verzoeker] toe kosteloos te procederen;
veroordeelt Voyager tot betaling aan [verzoeker] van (i) USD 1.600,- netto wegens het onbetaald gebleven gedeelte van het salaris over januari 2026, (ii) USD 2.000,- netto wegens het onbetaald gebleven salaris over februari 2026 en (iii) het verschil tussen het overeengekomen salaris van USD 2.000 netto per maand en de bedragen die [verzoeker] vanaf maart 2026 van SZW heeft of zal ontvangen zolang de verplichting tot loonbetaling voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de achterstallige loonbedragen vanaf de respectieve vervaldata van die bedragen tot aan de dag van volledige betaling daarvan;
veroordeelt Voyager tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7A:1614q BW BES, beperkt tot 10% van de in 6.2 omschreven achterstallige loonbedragen;
beveelt Voyager om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking schriftelijk aan SZW te bevestigen dat:(i) [verzoeker] in augustus 2025 arbeidsongeschikt is geraakt na een ongeval tijdens de uitvoering van zijn werk voor Voyager zoals beschreven in 5.4, (ii) [verzoeker] werkzaam was krachtens arbeidsovereenkomst met Voyager, en
(iv) het overeengekomen salaris USD 2.000,- netto per maand bedraagt,
met gelijktijdige toezending van een afschrift van deze bevestiging aan [verzoeker];
beveelt Voyager om aan [verzoeker] te verstrekken alle loonstroken vanaf september 2025;
veroordeelt Voyager tot betaling van een dwangsom van USD 100,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Voyager niet aan de hoofdveroordeling onder 6.4. respectievelijk 6.5. voldoet, ieder met een maximum van USD 10.000,-;
veroordeelt Voyager tot betaling van de proceskosten en nakosten aan [verzoeker], begroot op USD 727,-, verhoogd met USD 84,- in geval van betekening indien nakoming door Voyager uitblijft binnen veertien dagen nadat Voyager schriftelijk is verzocht om aan de beschikking te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.