GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Zittingsplaats Bonaire
Registratienummers : BON202400338, BON202600200
Datum uitspraak : 30 september 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[curator],
wonende te Bonaire,
hierna: curator,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
en
[betrokkene],
wonende te Bonaire,
hierna: betrokkene.
Belanghebbende in deze zaak is:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats] (Nederland),
dochter van betrokkene.
Als informanten zijn opgeroepen:
[informant 1],
wonende te Bonaire en broer van betrokkene,
[informant 2],
wonende te Bonaire en zus van betrokkene,
[informant 3],
wonende te Bonaire en nicht van betrokkene.
[informant 4],
wonende te Bonaire en nicht van betrokkene,
[informant 5],
wonende te Bonaire en zus van betrokkene,
[informant 6],
wonende te Bonaire en nicht van betrokkene.
1. De procedure
Op 16 oktober 2024 is betrokkene onder curatele gesteld.
Op 18 februari 2025 heeft het Hof uitspraak gedaan in het hoger beroep dat [informant 2], zus van betrokkene, heeft ingesteld tegen de benoeming van de huidige curator. De benoeming van de huidige curator is daarbij in stand gelaten.
In februari 2026 heeft de curator, in verband met de schriftelijke rekening en verantwoording, stukken ingediend. Naar aanleiding van deze stukken heeft op 11 maart 2026 een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij de curator is verschenen.
Op 17 april 2026 heeft mr. Nicolaas, namens de curator, een verzoek bij het Gerecht ingediend om machtiging te verlenen tot het instellen van een bodemprocedure in verband met de ontruiming van de woning van betrokkene.
Op 9 september 2026 heeft een nieuwe mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is de curator met haar gemachtigde verschenen. Ook de dochter van betrokkene is verschenen. De curandus is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Ook de informanten [informant 2] en [informant 3] waren aanwezig.
2. 2. De beoordeling
Waar de zaak over gaat
Bij het afleggen van rekening en verantwoording door de curator zijn onregelmatigheden aangetroffen. Deze onregelmatigheden bestaan uit geldopnames die zijn gedaan door de curator en die niet ten goede kwamen aan de betrokkene; het gaat daarbij bijvoorbeeld over opnames in casino’s. Op basis van de overgelegde stukken wordt het bedrag aan verdachte transacties over de periode van 1 juni 2025 tot 1 februari 2026 geschat op USD 22.231,49.
Tijdens de mondelinge behandeling van 11 maart 2026 heeft de curator verklaard het geld te willen terugbetalen. De rechter heeft de curator bij gelegenheid van die mondelinge behandeling uitgelegd dat het handelen van de curator ernstige consequenties kan hebben en dat wordt overwogen haar te ontslaan als curator.
Het ontslag van de curator
Het Gerecht is van oordeel dat de curator op grond van artikel 1:385 lid 1 onder c van het Burgerlijk Wetboek BES (BW) moet worden ontslagen. Er is sprake van gewichtige redenen die dit ontslag noodzakelijk maken. De curator heeft er blijk van gegeven niet de verantwoordelijkheid voor de financiën van de curandus te kunnen dragen. Zij heeft uitgaven te eigen bate gedaan en gelet op het vermoeden dat dit met een gokverslaving te maken heeft, is er geen vertrouwen dat zij het financiële beheer in de toekomst wél op een juiste wijze zal uitoefenen.
Nu wel vaststaat dat de curandus door een geestelijke stoornis zijn belangen niet behoorlijk meer waar kan nemen, is de vraag wat er na het ontslag van zijn curator moet gebeuren.
Tijdens de mondelinge behandeling van 9 september 2026 is gebleken dat er weinig onderling vertrouwen is tussen de aanwezigen. Dit maakt de benoeming van een nieuwe curator complex, omdat door het gebrek aan vertrouwen de belangen van de betrokkene naar de achtergrond verdwijnen. In de eerdere procedures is dit ook duidelijk geworden. Daarom zijn de op Bonaire wonende familieleden naar het oordeel van het Gerecht niet geschikt als curator. Hoewel dit in deze zaak aangewezen zou zijn, zijn er op Bonaire geen professionele curatoren die de belangen van betrokkene zouden kunnen behartigen. Het lijkt er op dat de dochter van betrokkene wél geschikt zou zijn, maar zij woont in Nederland en komt daarom om praktische redenen niet in aanmerking om zelfstandig het curatorschap uit te oefenen. Zij zou eventueel op afstand wel het vermogen van de curandus kunnen beheren, maar kan geen zorg dragen voor de dagelijkse praktische zorg voor de curandus.
Ter zitting is de mogelijkheid besproken van twee curatoren waarbij de dochter de vermogensrechtelijke belangen en de huidige curator de niet-vermogensrechtelijke belangen zouden dienen. De wet biedt echter – anders dan in Nederland – niet de mogelijkheid tot benoeming van twee curatoren en het vaststellen van een taakverdeling tussen hen. Er is dan dus geen mogelijkheid te verzekeren dat de huidige curator geen vermogensrechtelijke bevoegdheden meer heeft. Dit verhoudt zich niet met de redenen voor haar ontslag.
Op de zitting is ook het instellen van bewind en mentorschap besproken, waarbij de dochter bewindvoerder wordt en de huidige curator de mentor van betrokkene. Het komt het Gerecht voor dat dit, in dit bijzondere geval, de meest wenselijke oplossing. Om de waarneming van de belangen van betrokkene te verzekeren zal het Gerecht daarom een bewindvoerder benoemen die de vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene behartigt. Voor de niet-vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene benoemt het Gerecht een mentor. Met deze benoemingen eindigt de curatele.
Bij de benoeming van de persoon van de bewindvoerder en mentor volgt de rechter de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene (artikel 1:435 lid 3 BW BES en artikel 1:452 lid 3 BW BES). Betrokkene is echter niet ter zitting verschenen en zijn voorkeur is daarom niet bekend. Wel is eerder door het Gerecht en het Hof gemotiveerd voorbij gegaan aan zijn destijds naar voren gebrachte voorkeur. Het Gerecht is van oordeel dat de voorkeur van de dochter van betrokkene moet worden gevolgd, nu zij degene lijkt die het meest de belangen van betrokkene voor ogen houdt. Dat betekent dat [belanghebbende], dochter van betrokkene, zal worden benoemd tot bewindvoerder over de goederen die betrokkene als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. [curator] zal dan worden benoemd tot mentor van betrokkene.
De machtiging tot instellen van een bodemprocedure
De betrokkene heeft van het Openbaar Lichaam Bonaire een kernwoning toegewezen gekregen aan de [adres] te [plaats], Bonaire. Op dit moment is de woning in gebruik door zijn broer, [informant 1]. De broer weigert de woning te verlaten, zodat betrokkene geen gebruik kan maken van de aan hem toegewezen woning. Nu de curator wordt ontslagen zal zij in haar verzoek tot het instellen van een bodemprocedure niet kunnen worden ontvangen. Ter zitting van 9 september 2026 is wel besproken dat het instellen van een bodemprocedure tot ontruiming in het belang van betrokkene moet worden geacht en dat daarom de betreffende machtiging zal worden verleend aan een nieuw te benoemen curator dan wel bewindvoerder.
3. De beslissing
Het Gerecht:
ontslaat [curator], geboren [geboortedatum] 1960 te Bonaire, als curator van [betrokkene], geboren [geboortedatum] 1952 te Bonaire;
verstaat dat de curatele van [betrokkene], geboren [geboortedatum] 1952 te Bonaire is geëindigd;
stelt een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene], geboren [geboortedatum] 1952 te Bonaire:
benoemt tot bewindvoerder: [belanghebbende], geboren op [geboortedatum] 1974 te Bonaire;
stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene], geboren [geboortedatum] 1952 te Bonaire:
benoemt tot mentor: [curator], geboren [geboortedatum] 1960 te Bonaire;
verstaat dat de griffier van dit Gerecht de beslissingen onder 3.1, 3.2 , 3.3 en 3.4 in het curatele/bewindregister aantekent;
verklaart [curator] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot machtiging voor het instellen van een bodemprocedure in verband met ontruiming van de woning van betrokkene;
machtigt [belanghebbende] tot het instellen van een bodemprocedure tot ontruiming van de woning gelegen aan [adres] te [plaats], Bonaire.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 30 september 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.