GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500467
datum beslissing: 30 september 2026
in de zaak van
FLAMINGO PARTY RENTALS B.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij,
hierna: FPR,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
PLAZA RESORT BONAIRE B.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: Plaza,
gemachtigden: mrs. L.F.F.M. Drissen en M.J. de Carpentier.
1. De procedure
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
het verzoekschrift met producties, ingediend op 11 september 2025;
de conclusie van antwoord met producties.
De mondelinge behandeling stond in eerste instantie gepland op 1 april 2026. Partijen hebben toen verzocht de mondelinge behandeling aan te houden, omdat zij een minnelijke regeling wilden beproeven. Op 18 mei 2025 ontving het Gerecht het e-mailbericht van mr. Nicolaas waarin staat dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt en dat FPR verzoekt om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Vanwege de bezetting van de zittingszalen van het Gerecht heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in een vergaderzaal van het Divi Flamingo Beach Resort. Namens FPR zijn [directeur 1] en [directeur 2] (beiden directeur) verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Ook was de moeder van [directeur 1] en [directeur 2], die werkzaamheden voor FPR heeft verricht, aanwezig. Namens Plaza zijn [finance manager Plaza] (finance manager, hierna: [finance manager Plaza]) en [assistant general manager Plaza] (assistant general manager) verschenen, bijgestaan door mr. Drissen. De spreekaantekeningen die de gemachtigden van partijen hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2. De kern van de zaak
FPR verhuurt onder meer tafelkleden, stoelen en tafels. Plaza exploiteert het Plaza Resort op Bonaire. In het verleden heeft Plaza goederen gehuurd van FPR. Over de financiële afwikkeling is tussen partijen een geschil ontstaan. FPR eist dat Plaza wordt veroordeeld om een bedrag van USD 16.965,88 aan openstaande facturen te betalen. Dat wordt gedeeltelijke toegewezen.
3. De beoordeling
Plaza erkent dat zij voor het huren van tafelkleden en een partytent nog een bedrag aan FPR moet betalen. Partijen verschillen van mening hoe hoog dat bedrag is. Partijen zijn het namelijk niet eens over de huurprijs van de goederen en het aantal goederen dat Plaza van FPR heeft gehuurd.
Opmerking vooraf
Opmerking vooraf verdient dat partijen weinig concrete en verifieerbare informatie hebben overgelegd over de afspraken die zij hebben gemaakt over het huren van de tafelkleden. Het is opmerkelijk dat twee professionele partijen die gedurende in ieder geval een half jaar zaken met elkaar hebben gedaan niets schriftelijk over hun afspraken hebben vastgelegd. Omdat beide partijen daarin een rol hebben, zou deze zaak bij uitstek geschikt zijn om in onderling overleg op te lossen. Dat is niet gelukt en daarom zal de rechter een knoop moeten doorhakken.
Het verweer over het ontbreken van verzuim wordt afgewezen
Plaza heeft aangevoerd dat FPR niet-ontvankelijk moet worden verklaard of dat haar vorderingen moeten worden afgewezen, omdat Plaza niet in verzuim verkeerde. Het is niet duidelijk hoe het ontbreken van verzuim tot niet ontvankelijkheid van FPR zou moeten leiden. Ook is het niet duidelijk waarom de vorderingen van FPR moeten worden afgewezen enkel en alleen omdat het verzuim zou ontbreken. De grondslag voor de vordering van FPR is nakoming van een overeenkomst in die zin dat zij wil dat haar facturen betaald worden. FPR vordert bijvoorbeeld geen schadevergoeding waarvoor verzuim vereist is. Daarom is FPR ontvankelijk in haar vorderingen en zullen haar vorderingen inhoudelijk beoordeeld worden.
Het feit dat partijen nog in overleg waren toen de onderhavige procedure door FPR is gestart zal worden betrokken bij het oordeel over de vordering tot betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarover zal later in dit vonnis worden geoordeeld.
Het verweer over het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid slaagt niet
Als meest verstrekkend verweer heeft Plaza op de mondelinge behandeling aangevoerd dat FPR niet gesteld heeft met wie zij de overeenkomst die ten grondslag ligt aan haar facturen heeft gesloten. Uit de facturen blijkt dat die geadresseerd zijn aan [general manager Plaza] (hierna: [general manager Plaza]), maar zij is geen statutair bestuurder van Plaza. Plaza wijst erop dat uit het uittreksel van het handelsregister blijkt dat alleen de algemeen directeur zelfstandig bevoegd is om Plaza te vertegenwoordigen.
Op het moment dat de tafelkleden werden gehuurd was [general manager Plaza] als General Manager werkzaam voor Plaza en was de algemeen directeur vanwege de corona-beperkingen niet op Bonaire aanwezig. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat in die periode [general manager Plaza] de contactpersoon van Plaza was. Het huren van tafelkleden is voor een onderneming als Plaza een kleine operationele aangelegenheid. Op vragen van de rechter of de algemeen directeur van Plaza zich bezig houdt met het huren van tafelkleden werd ontkennend geantwoord. Als het al zo zou zijn dat [general manager Plaza] als General Manager van Plaza niet bevoegd was om tafelkleden te huren, heeft FPR er terecht op gewezen dat bij haar de schijn van volmachtverlening is gewekt. Daarom kan op de onjuistheid van de veronderstelling van FPR dat een toereikende volmacht was verleend geen beroep worden gedaan. Het verweer van Plaza over het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid slaagt niet.
De partytent en de arbeidsuren
Plaza heeft geen verweer gevoerd tegen betaling van de factuur in verband met de huur van een partytent op Klein Bonaire en de arbeidsuren die daarvoor in rekening zijn gebracht. Het bedrag van die factuur van USD 480,00 wordt daarom toegewezen.
De prijs van de tafelkleden
Er is geen schriftelijk stuk waaruit blijkt of partijen afspraken hebben gemaakt over de prijs van de tafelkleden en wat die prijs zou moeten zijn. Er is geen offerte, orderbevestiging, e-mailbericht of andere correspondentie overgelegd waaruit dat zou blijken. FPR eist een huurprijs van USD 15,00 per tafelkleed per dag en heeft ter onderbouwing facturen overgelegd waarop dat staat. Maar alle facturen zijn gedateerd op 1 januari 2023 en dat betekent nog niet dat partijen USD 15,00 per tafelkleed per dag hebben afgesproken. De facturen zijn namelijk naderhand eenzijdig door FPR opgemaakt.
Het moet er daarom voor worden gehouden dat partijen geen prijs hebben afgesproken. Partijen zijn het erover eens dat Plaza in dat geval een redelijke prijs voor de tafelkleden verschuldigd is. FPR heeft geen gegevens overgelegd waaruit een redelijke prijs voor de tafelkleden zou blijken. Weliswaar heeft zij gesteld dat andere afnemers ook USD 15,00 per tafelkleed per dag betalen, maar dat blijkt nergens uit. Er zijn geen prijslijsten of facturen van andere afnemers overgelegd. Tijdens de onderhandelingen om tot een minnelijke regeling te komen heeft FPR op enig moment een prijs van USD 5,00 voorgesteld. Volgens Plaza is dat daarom een redelijke prijs, maar FPR heeft daartegen terecht aangevoerd dat dit voorstel is gedaan om een gerechtelijke procedure te voorkomen. Op de mondelinge behandeling heeft FPR verklaard dat zij op enig moment aan [general manager Plaza] een bedrag heeft genoemd van USD 8,00. Mogelijk is dat voorstel ook gedaan om tot afwikkeling van het geschil over de facturen te komen, maar FPR heeft verder geen gegevens overgelegd op basis waarvan een redelijke prijs bepaald moet worden. Daarom zal de rechter de redelijke prijs voor de tafelkleden bepalen op USD 8,00.
FPR stelt dat Plaza een vergoeding moet betalen per tafelkleed én per dag. Daarin wordt zij niet gevolgd. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat Plaza per dag een set tafelkleden gebruikte en daarnaast een set tafelkleden in voorraad hield zodat zij iedere dag de beschikking had over schone en gestreken tafelkleden. FPR kwam iedere dag één set schone en gestreken tafelkleden brengen en nam één set gebruikte tafelkleden mee. FPR heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat transportkosten en de kosten voor het wassen en strijken een belangrijk onderdeel is van de prijs. Die kosten hoeft FPR niet te maken voor de set tafelkleden die Plaza in voorraad houdt. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt daarom niet in te zien dat Plaza een prijs per dag voor de tafelkleden moet betalen.
Het aantal gehuurde tafelkleden
Het is niet in geschil dát Plaza tafelkleden in de periode tussen medio februari 2023 en mei 2023 van FPR heeft gehuurd, maar over het aantal tafelkleding is onderwerp van discussie.
Er is geen schriftelijk stuk overgelegd waaruit blijkt hoeveel tafelkleden Plaza bij FPR heeft besteld. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat de bestellingen telefonisch door [general manager Plaza] aan FPR werden doorgegeven. FPR stuurde daarvan geen schriftelijke bestelbevestiging. Plaza heeft gemotiveerd betwist dat zij de aantallen die op de facturen van FPR staan heeft besteld. [finance manager Plaza] heeft verklaard dat Plaza slechts over tien ronde tafels beschikte. Het kan volgens hem niet zo zijn dat Plaza meer dan tien tafelkleden per dag nodig heeft gehad. De moeder van de bestuurders van FPR verzorgde het wassen en het strijken van de tafelkleden. Zij verklaarde op de mondelinge behandeling dat Plaza altijd twintig tafelkleden onder zich hield, zodat zij altijd schone tafelkleden tot haar beschikking had. Daarom werden iedere dag tien schone en gestreken tafelkleden aan Plaza geleverd en tien gebruikte tafelkleden weer meegenomen. In het licht van de gemotiveerde betwisting van Plaza en de verklaring van de moeder van de bestuurders van FPR, heeft FPR onvoldoende onderbouwd dat Plaza meer dan tien tafelkleden per dag bij FPR heeft besteld. Plaza heeft op haar beurt onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij in ieder geval tien tafelkleden per dag bij FPR heeft besteld. Het moet er daarom voor worden gehouden dat Plaza gedurende drie maanden tien tafelkleden per dag bij FPR heeft besteld.
Tussenconclusie
In het e-mailbericht van 25 juli 2023 van de door FPR ingeschakelde deurwaarder aan [finance manager Plaza] is FPR ervan uitgegaan dat drie maanden 90 dagen zijn. De prijs per tafelkleed is USD 8,00. Er zijn per dag 10 tafelkleden gehuurd. Dat komt neer op een bedrag van 90 x 8 x 10 = USD 7.200. Daar komen de kosten van het huren van een partytent van USD 480 bij. Plaza moet een bedrag van 7.200 + 480 = USD 7.680 aan FPR betalen.
Omdat Plaza niet eerder dan deze uitspraak weet wat zij aan FPR moet betalen, zal de wettelijke rente over het toegewezen bedrag worden toegewezen vanaf vandaag.
Buitengerechtelijke kosten worden afgewezen
De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Op 2 juli 2025 heeft de gemachtigde van FPR een e-mailbericht aan [finance manager Plaza] gestuurd en gevraagd naar het standpunt van Plaza in deze kwestie en aan Plaza gevraagd een voorstel te doen om tot een minnelijke oplossing te komen. Op 3 juli 2025 heeft [finance manager Plaza] daarop gereageerd en een regelingsvoorstel gedaan. FPR heeft niet op de e-mail van [finance manager Plaza] gereageerd en is overgegaan tot het starten van de onderhavige procedure. Buitengerechtelijke kosten zijn bedoeld ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Omdat de onderhavige procedure is gestart zonder dat FPR heeft gereageerd op het voorstel van Plaza om deze kwestie buitengerechtelijk op te lossen, is het niet redelijk dat Plaza wordt veroordeeld in buitengerechtelijke kosten en worden die kosten afgewezen.
Proceskosten worden gecompenseerd
Plaza wordt veroordeeld om een bedrag aan FPR te betalen, maar FPR is overgegaan tot het starten van deze procedure terwijl partijen nog in onderhandeling waren over een regeling. Daarom is een proceskostenveroordeling van Plaza niet op zijn plaats. Tegelijkertijd is het bedrag dat Plaza aan FPR moet betalen een stuk hoger dan het schikkingsvoorstel dan dat Plaza heeft gedaan. Daarom is een proceskostenveroordeling van FPR, zoals door Plaza gevraagd, ook niet op zijn plaats. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiertegen heeft Plaza ook geen afzonderlijk verweer gevoerd. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als Plaza in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot de rechter in hoger beroep tot een andere beslissing komt.
4. De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt Plaza tot betaling aan FPR van een bedrag van USD 7.680,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2026 tot aan de dag van volledige betaling daarvan;
verklaart de beslissing onder 4.1 uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.