ECLI:NL:OGEABES:2026:233

ECLI:NL:OGEABES:2026:233

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer BON202500301
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verzet tegen dwangschriften n.a.v. belastingschulden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500301

datum beslissing: 30 september 2026

in de zaak van

[eiser],

wonend op Bonaire,

eisende partij,

hierna: [eiser],

gemachtigde: mr. A.C. Small,

tegen

de Ontvanger van de Belastingdienst Caribisch Nederland,

zetelend op Bonaire,

gedaagde partij,

hierna: de Ontvanger,

gemachtigde: mr. J.G. Giel.

1. De procedure

Het verzoekschrift met bijlagen is op 18 juni 2025 op de griffie van dit Gerecht ingediend. Op 29 oktober 2025 heeft de Ontvanger voor antwoord geconcludeerd. Op 17 maart 2026 heeft [eiser] een aanvullende productie per e-mail overgelegd.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Small. De Ontvanger is niet op de mondelinge behandeling verschenen. De spreekaantekeningen die mr. Small heeft voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd.

Na de mondelinge behandeling is gebleken dat mr. Giel op een onjuist e-mailadres was opgeroepen voor de zitting. Met partijen is afgesproken dat de spreekaantekeningen van mr. Small als conclusie van repliek zouden worden aangemerkt en dat mr. Giel daarop bij conclusie van dupliek mocht reageren.

Op 24 juni 2026 heeft de Ontvanger een conclusie van dupliek genomen, met producties.

eiser] heeft op 19 augustus 2026 een akte uitlating producties genomen.

Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

eiser] heeft in verband met belastingschulden twee dwangschriften van de Ontvanger ontvangen. Omdat [eiser] de bedragen uit de dwangschriften niet heeft betaald, heeft de Ontvanger executoriaal beslag gelegd op de woning van [eiser]. Met het verzoekschrift komt [eiser] in verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangschriften. Het verzet van [eiser] wordt ongegrond verklaard.

3. De beoordeling

De akte uitlating producties

eiser] is in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op de twee producties die de Ontvanger bij de conclusie van dupliek had gevoegd. In deze akte is [eiser] echter uitgebreid (opnieuw) ingegaan op het geschil en heeft feitelijk een geheel nieuwe conclusie genomen; bovendien heeft zij bij deze akte op haar beurt een aantal producties genomen. Dit is in strijd met een behoorlijke procesorde. Het Gerecht zal daarom die producties buiten beschouwing laten en zal ook voorbijgaan aan in deze akte naar voren gebrachte nieuwe standpunten.

De achtergrond van het geschil

De Ontvanger heeft de volgende twee dwangschriften aan [eiser] betekend:

[dwangschrift nummer1], uitgevaardigd op 23 januari 2025, totale schuld: USD 3.947;

[dwangschrift nummer2], uitgevaardigd op 30 januari 2025, totale schuld: USD 89.131.

Het dwangschrift van 23 januari 2025 heeft betrekking op een belastingschuld van [eiser] in privé. Het dwangschrift van 30 januari 2025 heeft betrekking op een belastingschuld van de onderneming Kenmar Construction B.V. waarvan [eiser] bestuurder is. De Ontvanger heeft [eiser] als bestuurder aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld van de hiervoor genoemde onderneming.

eiser] heeft de belastingschulden uit rechtsoverweging 3.2. niet betaald. De Ontvanger heeft op 2 april 2025 executoriaal beslag gelegd op de woning van [eiser] aan de [adres] op Bonaire.

Op 6 februari 2026 heeft de Ontvanger een beslissing genomen op het bezwaar van [eiser] tegen de belastingschuld waarvan op 23 januari 2025 een dwangschrift is uitgevaardigd. Hoewel het bezwaarschrift te laat was ingesteld, is de betreffende belastingschuld door de Ontvanger van USD 3.947 tot nihil gematigd.

Het verzet van [eiser] tegen de dwangschriften

eiser] is met haar verzoekschrift op grond van artikel 8.53 Belastingwet BES in verzet gekomen tegen de tenuitvoerlegging van de onder rechtsoverweging 3.2 genoemde dwangschriften. [eiser] vordert dat de dwangschriften en executoriale beslaglegging nietig wordt verklaard en dat de Ontvanger wordt verboden verdere executiemaatregelen te nemen tot in rechte is beslist over de belastingschulden.

Aan haar verzet legt [eiser] ten grondslag dat sprake is van onregelmatigheden bij de tenuitvoerlegging van de dwangschriften, de grondslag van de belastingschuld wordt betwist, het beslag disproportioneel is, fundamentele rechten van [eiser] worden geschonden en dat een belangenafweging in het voordeel van [eiser] moet uitvallen.

De beoordeling van het verzet van [eiser]

eiser] heeft haar stelling dat de tenuitvoerlegging van de dwangschriften heeft plaatsgevonden zonder voorafgaande kennisgeving en zonder de mogelijkheid van wederhoor niet onderbouwd. De Ontvanger voert terecht aan dat voor de belastingschulden talloze aanslagen en aanmaningen zijn verstuurd. Dat is door [eiser] niet weersproken. Bovendien zijn de dwangschriften aan [eiser] betekend door de belastingdeurwaarder.

Dat [eiser] de grondslag van de belastingschuld betwist in een beroepsprocedure, staat het recht van de Ontvanger om een dwangschrift ten uitvoer te leggen niet in de weg. Uit artikel 8.53 van de Belastingwet BES volgt dat een verzet niet gericht kan zijn tegen de wettigheid of grootte van de belastingschulden. De wetgever heeft de Ontvanger het recht gegeven om tot executie over te gaan voordat op een bezwaar of in een beroepsprocedure is beslist. Dat de belastingschuld van [eiser] in privé na een bezwaarprocedure tot nihil is gematigd maakt dat niet anders. [eiser] heeft – weliswaar pas in haar akte uitlating producties – nog verwezen naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 7 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1657). Die verwijzing gaat niet op, reeds omdat – anders dan in die Curaçaose zaak – de aansprakelijkstelling van [eiser] wel was neergelegd in een beschikking waartegen zij in een fiscale rechtsgang kon opkomen.

eiser] wordt niet gevolgd in haar stelling dat het beslag op haar woning disproportioneel is. [eiser] heeft een aanzienlijke aanslag van de Ontvanger onbetaald gelaten. Het staat [eiser] vrij om ter voorkoming van een executieverkoop van haar woning de belastingschulden op een andere manier te betalen of aan de Ontvanger zekerheid te verschaffen.

In haar verzoekschrift heeft [eiser] gesteld dat de maatregelen van de Ontvanger schending opleveren van artikel 1 Protocol EVRM, artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, artikel 17 UVRM, artikel 1 Grondwet en artikel 5 tot en met 22 AVG. [eiser] heeft alleen de hiervoor genoemde artikelen in haar verzoekschrift opgesomd. [eiser] heeft niet gesteld waarom de getroffen maatregelen door de Ontvanger de hiervoor genoemde rechten van [eiser] zouden schenden. Van schending van deze rechten door de Ontvanger is het Gerecht ook niet gebleken.

Tot slot heeft [eiser] nog gesteld dat de belangenafweging in haar voordeel moet uitvallen. Volgens [eiser] is onvoldoende gebleken dat haar belang tegen disproportionele executiemaatregelen zorgvuldig is afgewogen tegen het belang van de Ontvanger om tot executie over te gaan. Het Gerecht heeft hiervoor geoordeeld dat geen sprake is van disproportionele executiemaatregelen. Andere omstandigheden waarom de belangenafweging in het voordeel van [eiser] zou moeten uitvallen zijn niet gesteld. De Ontvanger maakt gebruik van haar recht om tot executie van het dwangschrift over te gaan.

Gelet op het voorgaande zal het verzet van [eiser] tegen de dwangschriften ongegrond worden verklaard.

[eiser] moet proceskosten betalen

eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de Ontvanger betalen. Het Gerecht begrijpt dat de gemachtigde van de Ontvanger bij de Ontvanger in dienst is. Daarom worden de proceskosten op nihil begroot.

4. De beslissing

Het gerecht:

verklaart het verzet ongegrond;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Ontvanger begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.P. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand