ECLI:NL:OGEABES:2026:238

ECLI:NL:OGEABES:2026:238

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer BON202600152
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdeling huwelijksgemeenschap.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600152

datum beslissing: 30 september 2026

in de zaak van

[de vrouw],

wonend op Bonaire,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna: de vrouw,

gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

tegen

[de man],

wonend op Bonaire,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna: de man,

procederend in persoon.

1. De procedure

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

het verzoekschrift met producties, ingediend op 26 maart 2026;

het verweerschrift met een tegenvordering en met producties;

de aanvullende productie van de vrouw, ingediend op 14 augustus 2026;

de aanvullende producties van de man, ingediend op 17 augustus 2026.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2026. Partijen zijn verschenen. De vrouw werd bijgestaan door mr. Winkel. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter partijen opgedragen rekeningafschriften in het geding te brengen waaruit de banksaldi van hun bankrekeningen blijkt op 13 november 2025. Op 20 augustus 2026 hebben partijen bankafschriften overgelegd. De man had bankafschriften overgelegd van oktober 2025. De griffier heeft de man per e-mailbericht van 28 augustus 2026 verzocht de bankafschriften over te leggen waaruit de banksaldi van 13 november 2025 blijkt. Dat heeft de man op 1 september 2026 gedaan.

Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

Partijen zijn ex-echtgenoten van elkaar en hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap moet worden verdeeld. Partijen verschillen van mening hoe dat moet gebeuren. De rechter zal de huwelijksgoederengemeenschap verdelen.

De rechter heeft begrepen dat de man in zijn verweerschrift een tegenvordering heeft ingesteld. De man stelt dat de vrouw onrechtmatig kleding van hem heeft meegenomen. Hij eist primair teruggave van de kleding of subsidiair schadevergoeding. Dat wordt afgewezen.

3. De beoordeling

in conventie en in reconventie

De achtergrond van het geschil

Op [datum] 2007 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd onder huwelijkse voorwaarden die inhouden dat de woning van de man aan de [adres] buiten de huwelijksgoederengemeenschap van partijen valt.

Op 12 november 2025 is de echtscheiding tussen partijen met een beschikking van dit Gerecht uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 13 november 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarmee is het huwelijk van partijen ontbonden.

Partijen zijn het erover eens dat de peildatum voor de omvang van de te verdelen gemeenschap 13 november 2025 is.

Partijen zijn het er ook over eens dat de vrouw afstand doet van enig recht op de onderneming ‘CM Travel & Tours N.V.’ en het vaartuig ‘[naam vaartuig]’. De onderneming en het vaartuig blijven daarom buiten de verdeling.

Banksaldi

De vrouw heeft bankafschriften overgelegd van twee bankrekeningen. De ene bankrekening staat op haar naam en de andere bankrekening op naam van de minderjarige dochter van partijen. Daaruit blijkt dat de saldi op die rekeningen op 13 november 2025 respectievelijk USD 933,62 en USD 2,59 bedragen, dus in totaal 933,62 + 2,59 = USD 936,21.

De man heeft bankafschriften van drie bankrekeningen overgelegd. Deze bankrekeningen staan op zijn naam. Daaruit blijkt dat de saldi op die rekeningen op 13 november 2025 respectievelijk USD 358,75, EUR 30,09 en EUR 0,12 bedragen. De bedragen in euro’s zijn bij elkaar opgeteld en omgerekend naar dollars USD 34,99. Dat komt neer op een totaalbedrag van 358,75 + 34,99 = USD 393,74.

Op de mondelinge behandeling is nog een bankrekening in Peru besproken die de vrouw gebruikt om geld naar haar familie over te schrijven. Partijen zijn het erover eens dat die rekening niet bij de verdeling van hun gemeenschap wordt betrokken.

Eén van de bankrekeningen waarvan de vrouw een bankafschrift heeft overgelegd staat op naam van de minderjarige dochter van partijen. Hoewel het saldo op een bankrekening van een kind tot het vermogen van het kind kan behoren, blijkt uit het bankafschrift dat de bankrekening ook gebruikt werd voor eigen doeleinden van partijen. Omdat partijen ook niet hebben gesteld dat deze bankrekening buiten de verdeling gehouden moet worden, wordt het saldo op de bankrekening van de dochter bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap betrokken. Het staat partijen vrij om in onderling overleg het saldo buiten de verdeling te houden.

De rechter zal bepalen dat het saldo van de bankrekeningen op naam van de vrouw en de dochter van partijen aan de vrouw zal worden toebedeeld, onder de verplichting van de vrouw om de helft van de saldi aan de man te vergoeden. De saldi van de bankrekeningen op naam van de man zullen aan de man worden toebedeeld, onder de verplichting van de man om de helft van de saldi aan de vrouw te vergoeden. Vanwege onderbedeling komt de man een bedrag van 936,21 minus 393,74 = 542,47 x 50% = USD 271,24 toe.

De man heeft nog verzocht de beslissing in deze uitspraak aan te houden, omdat hij inzicht wil krijgen in de inkomsten die de vrouw heeft gegenereerd met het verkopen van goederen van het merk Reef. De man heeft niet gesteld wat zijn belang is bij deze gegevens nu de banksaldi van de bankrekeningen van partijen zijn overgelegd en bij de verdeling worden betrokken. Het verzoek van de man om de beslissing aan te houden wordt daarom afgewezen.

Verkochte inboedel door de man

De man heeft een aantal goederen verkocht die tot de huwelijksgemeenschap behoorden. De vrouw stelt dat de man de opbrengst van de verkoop voor eigen doeleinden heeft aangewend. Dat is niet door de man betwist. De man is het erover eens dat hij daarvoor een vergoeding aan de vrouw verschuldigd is. De vrouw heeft een lijst opgesteld met de goederen die de man verkocht zou hebben. Behalve over de verkoopprijs van de Landrover en over de vraag of een bed al dan niet verkocht is, zijn partijen het over de verkochte goederen en de waarde daarvan eens. De man stelt dat hij de Landrover niet voor USD 12.750 heeft verkocht, maar voor USD 12.000. Bovendien stelt de man dat het bed niet verkocht is, maar dat dit nog in zijn woning staat. Dit is door de vrouw onvoldoende gemotiveerd weersproken. Daarmee komt de rechter uit op een waarde van USD 19.965 van de goederen die de man heeft verkocht. De vrouw heeft recht op de helft van dat bedrag. Vanwege onderbedeling komt de vrouw op dit punt dus een bedrag van 19.965 x 50 % = USD 9.982,50 toe.

De inboedel

Op de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de inboedel aan de man wordt toebedeeld. Beide partijen hebben de inboedel zelf gewaardeerd (productie 6 van de vrouw en productie 3 van de man). Met uitzondering van de badkamer die recent is verbouwd waarover later in dit vonnis wordt geoordeeld en de goederen die de man heeft verkocht en waarover eerder is geoordeeld, waardeert de vrouw de inboedel op USD 18.236 en de man op USD 2.739,50.

Op de mondelinge behandeling is gebleken dat de vrouw voor haar berekening van de waarde van de inboedel de nieuwwaarde van de goederen heeft aangehouden, terwijl door de man onweersproken is gesteld dat de meeste goederen op zijn minst enkele jaren oud zijn. De man heeft bij zijn berekening per goed een dagwaarde berekend en daarmee rekening gehouden met de ouderdom van de goederen. De dagwaarde die de man heeft berekend van de goederen komt de rechter redelijk voor. Daarom zal de waarde die de man aan de inboedel toekent worden aangehouden. Omdat de inboedel aan de man wordt toebedeeld, komt de vrouw vanwege onderbedeling terzake een bedrag 2.739,50 x 50% = USD 1.369,75 toe.

De man heeft nog gesteld dat de vrouw voor de scheiding zonder overleg bepaalde inboedelgoederen uit de woning heeft meegenomen; hij kent aan die goederen een waarde van USD 900 toe. Nu de man deze stelling verder niet heeft onderbouwd, zal daaraan voorbij worden gegaan.

De auto’s

De Toyota [modelnaam 1] en de Landrover zijn door de man verkocht. De vrouw heeft recht op de helft van de verkoopwaarde. Dat is eerder beslist in rechtsoverweging 3.11.

Ter zitting is besproken dat er nog twee auto’s zijn die in de verdeling moeten worden betrokken. De man stelt dat de vrouw tijdens het huwelijk een Toyota [modelnaam 2] heeft gekocht en dat de dagwaarde daarvan USD 11.000 bedraagt. Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw erkend dat zij tijdens het huwelijk die auto heeft gekocht. Zij gebruikt deze auto op dit moment nog steeds. De Toyota [modelnaam 2] wordt daarom aan de vrouw toebedeeld. Daartegen heeft de man geen bezwaar. De vrouw heeft niet weersproken dat de dagwaarde van de auto USD 11.000 is. Omdat de Toyota [modelnaam 2] aan de vrouw wordt toebedeeld, komt de man vanwege onderbedeling een bedrag van 11.000 x 50% = USD 5.500 toe.

De vrouw heeft foto’s van een Toyota [modelnaam 3] in het geding gebracht. Op de mondelinge behandeling heeft de man daarover verklaard dat die auto weliswaar op zijn naam staat ingeschreven, maar vrienden van hem de eigenaar van de auto zijn. Als de vrienden niet op het eiland zijn, mag de man de auto gebruiken. Ter onderbouwing heeft de man een e-mailbericht van die vrienden in het geding gebracht waaruit die afspraak blijkt. De vrouw heeft op de mondelinge behandeling verklaard deze afspraak te herkennen.

In een huwelijksgoederengemeenschap vallen alle goederen van de echtgenoten. Goederen zijn zaken en vermogensrechten. Vermogensrechten zijn onder meer rechten die de rechthebbende stoffelijk voordeel verschaffen. Het kan daarbij gaan om rechten die niet overdraagbaar zijn, maar wel tot voordeel strekken. Een voorbeeld daarvan is het recht om zaken te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Naar het oordeel van de rechter is daar sprake van. Het (niet overdraagbaar) gebruiksrecht van de Toyota [modelnaam 3] van de man viel voor de echtscheiding in de huwelijksgemeenschap van partijen. Na de echtscheiding heeft de man dat gebruiksrecht voortgezet. Hij gebruikt de Toyota [modelnaam 3] nog steeds. Daarom heeft de vrouw in het kader van de verdeling van de gemeenschap recht op de helft van de vermogensrechtelijke waarde van dat gebruiksrecht. Op de mondelinge behandeling heeft de man een bankoverschrijving aan de rechter laten zien dat op 28 maart 2025 een bedrag van USD 5.000,00 voor de Toyota [modelnaam 3] is betaald. De vrouw komt daarom vanwege onderbedeling een bedrag 50% x 5000 = USD 2.500 toe.

Verbouwing van de badkamer

Tijdens het huwelijk van partijen is een badkamer in de woning van de man verbouwd. De vrouw heeft weliswaar gesteld dat dit uit haar eigen vermogen is gebeurd, maar er was tijdens het huwelijk nog sprake van een gemeenschappelijk vermogen. De badkamer is ten goede gekomen aan de woning die buiten de gemeenschap valt. Maar de vrouw heeft wel recht op teruggave van haar helft van het geïnvesteerde bedrag.

De man heeft verklaard een bedrag van USD 2.562,99 aan de vrouw te willen betalen voor de badkamerverbouwing. De vrouw heeft gesteld dat de kosten van de verbouwing in totaal USD 5.843,00 bedroegen. De helft daarvan zou dus USD 2.921,50 bedragen.

De man betwist de hoogte van de door de vrouw gestelde kosten van de verbouwing, in het bijzonder de kosten van de arbeid van de aannemer. In het licht van de gemotiveerde betwisting van de man heeft de vrouw onvoldoende onderbouwd dat daadwerkelijk USD 4.840 voor arbeidskosten is betaald. De door haar overgelegde factuur overtuigt niet, nu zij eerder aan de man een bedrag van USD 1.900 had genoemd.

Het voorgaande betekent dat ter zake van de badkamerverbouwing slechts het door de man aangeboden bedrag van USD 2.562,99 toewijsbaar is. Daarom zal hij worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.

De kleding van de man

De man stelt dat de vrouw onrechtmatig kleding van hem heeft meegenomen. De vrouw heeft dat betwist en voert aan dat de man haar kleding op straat gegooid heeft, maar dat daar ook kleding van hemzelf bij zat. De politie is langs geweest en zou zijn kleren hebben gezien. In het licht van de gemotiveerde betwisting van de vrouw heeft de man onvoldoende onderbouwd dat zijn kleding door de vrouw is meegenomen. Zijn tegenvordering om de vrouw te veroordelen zijn kleding terug te geven of schadevergoeding te betalen wordt daarom afgewezen.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt:

- dat de man een te verrekenen vordering op de vrouw heeft van 271,24 + 5.500 = USD 5.771,24.

- dat de vrouw een te verrekenen vordering op de man heeft van 9.982,50 + 1.369,75 + 2.500 = USD 13.852,25

Na verrekening resteert een vordering van de vrouw wegens onderbedeling op de man van USD 8.081,01. De rechter zal de goederen aan partijen toedelen zoals hiervoor is beslist onder de gehoudenheid van de man om aan de vrouw USD 8.081,01 te voldoen.

Daarnaast zal de man worden veroordeeld om een bedrag van USD 2.562,99 aan de vrouw te betalen vanwege de badkamerverbouwing.

De beslissingen in deze uitspraak zijn uitvoerbaar bij voorraad

De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiertegen is geen verweer gevoerd. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot de rechter in hoger beroep tot een andere beslissing komt.

De proceskosten in conventie en in reconventie worden gecompenseerd

Omdat partijen ex-echtgenoten zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

Het Gerecht:

in conventie

stelt de verdeling van de tussen partijen bestaand hebbende en op 13 november 2025 ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast:

aan de vrouw wordt toebedeeld:

de tegoeden op haar bankrekening en de bankrekening van de minderjarige dochter van partijen bij MCB op 13 november 2025;

de auto Toyota [modelnaam 2];

aan de man wordt toebedeeld:

de tegoeden op zijn bankrekeningen op 13 november 2025 bij MCB en ASN Bank;

de inboedel;

het gebruiksrecht van de Toyota [modelnaam 3];

alles onder de gehoudenheid van de man om wegens onderbedeling van de vrouw aan de vrouw een bedrag van USD 8.081,01 te betalen;

veroordeelt de man om aan de vrouw te betalen een bedrag van USD 2.562,99;

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vordering van de man af;

in conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.P. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand